Uitspraak kort geding schuldeiser AELF tegen SLM

Op donderdag 24 november 2022 heeft de kortgedingrechter mr. S.J.S. Bradley, vonnis gewezen in de zaak die een schuldeiser van de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij (SLM), het Amerikaans bedrijf AELF MSN, 224 LLC (AELF) had aangespannen tegen de SLM, de directeur van de SLM en de leden van de Raad van Commissarissen (RvC) van de SLM.

AELF werd in dit kort geding bijgestaan door mr. R. Tjon-A-Joe en de SLM door mr. G. Sewcharan.

AELF vorderde van de SLM, de directeur en de leden van de RvC onder andere dat het herstructureringsplan wordt stopgezet en dat de SLM haar schuld aan het bedrijf voldoet.

AELF heeft aangevoerd dat de SLM onrechtmatig jegens haar handelt door willens en wetens na te laten de betalingsverplichtingen aan AELF te voldoen, voorts door handelingen te plegen die bedoeld zijn om AELF verhaalsmogelijkheden te ontnemen, verder door de uitspraak van de Engelse rechter te negeren en door willens en wetens een schikkings- en betalingsregeling niet na te komen.

AELF stelt voorts dat ook de directeur en de leden van de RvC onrechtmatig jegens haar handelen, onder andere door te bewerkstelligen dat de SLM handelingen verricht die bedoeld zijn om AELF verhaalsmogelijkheden te ontnemen.

De SLM, de directeur en de leden van de RvC hebben tegen de vordering verweer gevoerd. Daarbij hebben zij onder andere aangevoerd dat AELF en de SLM bij het aangaan van de overeenkomst hebben gekozen voor het Engels recht in geval van geschillen. Ook hebben zij aangevoerd dat AELF de directeur en de leden van de Raad van Commissarissen niet in persoon moest betrekken in het geding. Verder dat het herstructureringsplan niet bedoeld is om AELF verhaalsmogelijkheden te ontnemen.

De kortgedingrechter heeft in haar oordeel de stellingen en weren van partijen met betrekking tot de rechtzaak die liep voor de Engelse rechter besproken en geoordeeld dat in de zaak die voor de Engelse rechter liep slechts AELF en de SLM partij waren. Om die reden had AELF in dit kort geding de directeur en de leden van de RvC niet moeten betrekken als partij. AELF is om die reden niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tegen de directeur en de leden van de RvC van de SLM.

Met betrekking tot de vordering van AELF tegen de SLM heeft de kortgedingrechter geoordeeld dat AELF onvoldoende heeft onderbouwd dat de SLM onrechtmatig jegens haar handelt, met name, zo overweegt de kantonrechter, is onvoldoende onderbouwd dat door de SLM handelingen worden gepleegd die bedoeld zijn om AELF verhaalsmogelijkheden te ontnemen. De vordering tegen de SLM is afgewezen.

Paramaribo, 14 december 2022

Communicatie Unit Hof van Justitie