Gedragscode rechters

 

Gedragscode voor Rechters bij het Hof van Justitie en de Kantongerechten

vastgesteld tijdens de op 30 juni 2015 gehouden algemene vergadering van het Hof van Justitie

 


Inleiding
  1. Achtergrond

Iedereen heeft recht op toegang tot een onafhankelijke, onpartijdige en vakbekwame rechter.  Dit volgt onder meer uit de Grondwet[1], het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten[2] en het Amerikaans Verdrag inzake de Rechten van de Mens[3], verdragen waarbij Suriname is aangesloten.  Dit recht is essentieel voor een democratische rechtsstaat waarin de bescherming van de rechten van de mens centraal staat.  Deze bescherming is niet alleen een doel in zichzelf maar ook een noodzakelijke voorwaarde voor duurzame sociaal-economische ontwikkeling van de samenleving.  Vertrouwen van de burger en de samenleving in de rechtspraak is noodzakelijk voor de instandhouding van de rechtsstaat.  Dit vertrouwen hangt nauw samen met het gezag dat de rechter in de samenleving heeft.  De rechter is bij uitstek verantwoordelijk voor het waarborgen en uitdragen van hoge gedragsnormen zowel in zijn functioneren als rechter als daarbuiten.  Het is algemeen erkend en aanvaard dat de rechterlijke macht, anders dan de wetgevende en de uitvoerende macht, geen directe democratische legitimatie heeft.  De rechter moet daarom zijn[4] gezag niet alleen ontlenen aan zijn kennis van het recht en de kwaliteit van zijn werk maar ook aan het feit dat hij zich aan de bovengenoemde gedragsnormen houdt.  In het licht van deze uitgangspunten heeft het Hof van Justitie[5] de voorliggende gedragscode vastgesteld.

  1. Totstandkoming

Deze gedragscode is geïnspireerd door de Bangalore Principles of Judicial Conduct[6], een wereldwijd erkende gedragscode voor rechterlijk gedrag.  Het Hof van Justitie heeft tevens de gedragscodes van voor Suriname relevante rechterlijke organisaties[7] bestudeerd.  Voor zover in deze gedragscode keuzes zijn gemaakt, die afwijken van de hiervoor genoemde gedragscodes, heeft dit veelal te maken met de specifieke Surinaamse context, waarvan de kleinschaligheid van de samenleving, de relatieve ontoegankelijkheid van een aanzienlijk deel van het grondgebied en daarmee de geografisch beperkte toegang tot de rechter alsook de verscheidenheid aan culturen enkele aspecten zijn.

Over de in deze gedragscode vervatte kernwaarden – zes in totaal – en de daaruit voortvloeiende regels hebben de rechters verbonden aan het Hof tijdens periodiek gehouden intensieve werksessies uitvoerig beraadslaagd.  Het Hof heeft deze intensieve werksessies eind juni 2012 ingeluid met een officiële aankondiging in de lokale media.  Er zijn in totaal zes werksessies gehouden.  De laatste werksessie is in februari 2013 gehouden, waarna een aanvang is gemaakt met het opstellen van de gedragscode.  De concept tekst is tijdens de in januari/februari 2015 gehouden workshop voor rechters onderwerp van bespreking geweest.  De tekst van voorliggende gedragscode vormt de neerslag van dat gezamenlijke beraad.  Daarmee is dit niet alleen een gedragscode voor rechters, maar eerst en vooral een door de rechters zelf opgestelde gedragscode.  Deze gedragscode, die door alle rechters wordt gedragen, heeft daarmee al voordat hij van kracht is geworden een belangrijke functie vervuld.

  1. Functies

De functie van de gedragscode is tweeërlei.  Enerzijds is de gedragscode bedoeld als instrument voor reflectie door de rechters op en ter verbetering van het eigen functioneren.  Anderzijds is de gedragscode bedoeld om de samenleving inzicht te geven in wat zij van de rechtspraak en het functioneren van de rechter kan en mag verwachten.

In dit verband wordt opgemerkt dat de rechter extern verantwoording aflegt voor zijn beslissing door deze te motiveren en in beginsel – zoals de wet doorgaans voorschrijft – in het openbaar ter terechtzitting uit te spreken.  Voorts wordt opgemerkt dat de rechter op drie manieren ter verantwoording kan worden geroepen, te weten met betrekking tot

  • zijn vakbekwaamheid: door middel van het hoger beroep;
  • zijn onpartijdigheid en gelijkwaardige behandeling: door middel van wraking;
  • het verwaarlozen van de waardigheid van zijn ambt of ambtsbezigheden: door middel van een klacht bij, of een ambtshalve optreden van, de president van het Hof[8].
  1. Randvoorwaarden

De effectiviteit van de gedragscode is niet uitsluitend afhankelijk van individuele rechters en de rechterlijke macht als geheel, doch mede van door de beide andere staatsmachten te vervullen randvoorwaarden.  Hierbij moet met name gedacht worden aan:

  • de door de Grondwet voorgeschreven thans nog ontbrekende wetgeving die de rechtspositionele onafhankelijkheid van rechters[9] moet waarborgen en wetgeving uit hoofde waarvan de rechterlijke macht constitutioneel in een organisatorisch en financieel onafhankelijke en gelijkwaardige positie staat ten opzichte van de wetgevende macht en de uitvoerende macht;
  • structurele voorzieningen voor publicatie van rechterlijke uitspraken, zodat die beschikbaar zijn voor een ieder;
  • verbetering van de toegang tot de rechter, die vooralsnog geografisch is beperkt tot Paramaribo en Nieuw Nickerie.
  1. Vaststelling en ingangsdatum

Tijdens de op 30 juni 2015 gehouden algemene vergadering van het Hof van Justitie is deze gedragscode voor rechters vastgesteld en is de ingangsdatum voor deze gedragscode bepaald op 06 november 2015.


Kernwaarden
  1. Onafhankelijkheid

Uitleg

Onafhankelijkheid van de rechtspraak is een noodzakelijke voorwaarde voor de rechtsstaat en een fundamentele waarborg voor een eerlijk proces.  Onafhankelijke rechtspraak in een democratische rechtsstaat is geen privilege van de rechter, maar een fundamenteel recht van de burger.

In deze gedragscode wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • constitutionele onafhankelijkheid, die inhoudt dat de rechterlijke macht onafhankelijk is van de uitvoerende macht en van de wetgevende macht;
  • rechtspositionele onafhankelijkheid, die betrekking heeft op de formele waarborgen voor het vrij van politieke, maatschappelijke en economische druk kunnen functioneren van de rechter; daarbij valt te denken aan waarborgen voor de benoeming, het ontslag en de financiële rechtspositie van rechters;
  • functionele onafhankelijkheid, waaronder wordt verstaan dat niemand, daaronder begrepen de wetgevende macht en de uitvoerende macht, de rechter aanwijzingen kan geven over beslissingen in concrete zaken; de rechter is bij het nemen van zijn beslissing uitsluitend gebonden aan de Grondwet, het internationale recht, voor zover daaraan ingevolge de Grondwet getoetst kan worden (waaronder verdragen, waarbij de Staat Suriname partij is), democratisch tot stand gekomen wetten, daarop gebaseerde regelgeving en het recht, waaronder de beginselen van behoorlijk bestuur.

De constitutionele onafhankelijkheid en de rechtspositionele onafhankelijkheid zijn randvoorwaarden voor de functionele onafhankelijkheid, die cruciaal is voor de rechtspraak.  De functionele onafhankelijkheid komt tot uiting in de wijze waarop de rechter zijn zaken behandelt en in de motivering van zijn uitspraken.

Regels

1.1     De rechter zal in elke hem voorgelegde zaak onafhankelijk oordelen op basis van zijn beoordeling van de feiten en conform een gewetensvolle toepassing van de wet en het recht.  De rechter zal zijn beslissing deugdelijk motiveren en in beginsel – met name waar de wet dit voorschrijft – in het openbaar uitspreken.  De rechter dient zijn beslissing te baseren op zijn eigen oordeel, vrij van enige van buiten komende invloed – zoals giften, beloften, druk, dreiging of tussenkomst – direct of indirect, uit welke hoek dan ook – zoals de media, familie, sociale en andere relaties – en om welke reden dan ook.

1.2     De rechter is in de uitoefening van zijn rechterlijke taken ook onafhankelijk van zijn ambtgenoten en neemt zijn beslissing onafhankelijk van hen.

1.3     De rechter stelt zich onafhankelijk op tegenover de samenleving in het algemeen en tegenover de partijen in een geschil, dat hem is voorgelegd, in het bijzonder.

1.4     De rechter heeft niet een zodanige band met leden van de uitvoerende macht of de wetgevende macht dat daardoor in redelijkheid zijn onafhankelijkheid ter discussie kan komen te staan.  De rechter is vrij van invloed van de zijde van de uitvoerende macht of de wetgevende macht en hij vermijdt ook – voor zover dit in redelijkheid van hem gevergd kan worden – de schijn van het tegendeel.

1.5     De rechter heeft niet een zodanige band met politieke of religieuze organisaties dat daardoor in redelijkheid zijn onafhankelijkheid ter discussie kan komen te staan.  De rechter is vrij van invloed van de zijde van politieke of religieuze organisaties en hij vermijdt ook – voor zover dit in redelijkheid van hem gevergd kan worden – de schijn van het tegendeel.

1.6     De rechter waakt ervoor dat hij uitingen van politieke of religieuze aard doet, die afbreuk kunnen doen aan het beeld van de onafhankelijkheid van de rechter.

1.7     De rechter waakt ervoor dat zijn gedrag – ook in de privésfeer – het vertrouwen in de onafhankelijkheid van de rechtspraak schaadt.  Zulk een gedrag ziet mede op het door de rechter publiekelijk uiten van zijn persoonlijke mening.

1.8     De rechter realiseert zich dat het vervullen van een nevenfunctie gevolgen kan hebben voor zijn onafhankelijkheid en onpartijdigheid en stelt zich derhalve terughoudend op ten aanzien van het aannemen van nevenfuncties.

1.9     De rechter onthoudt zich van:

  • het bijwonen van vergaderingen van politieke partijen;
  • het ondersteunen, op welke wijze dan ook, van politieke partijen of campagnes van partijpolitieke aard;
  • het bijwonen van openbare discussies van partijpolitieke aard.

1.10   De rechter neemt in het algemeen niet deel aan discussies over onderwerpen van controversiële aard.  Met name waar de discussie in het openbaar plaatsvindt, onthoudt de rechter zich in beginsel van deelname daaraan.

1.11   Voor zover een behoorlijke uitvoering van het rechterlijk ambt daardoor niet wordt belemmerd, mag de rechter – waar zulks gepast is in overleg met de President van het Hof – :

  • schrijven, doceren, lezingen geven over het recht, het rechtssysteem, de rechtspraak en daarmee verband houdende onderwerpen;
  • lid zijn van een organisatie, die zich bezig houdt met de rechtsontwikkeling in de ruimste zin des woords;
  • in het openbaar spreken over niet-juridische onderwerpen;
  • deelnemen aan religieuze, geschiedkundige, opvoedkundige, culturele, sportieve, andere sociale of ontspannende activiteiten, voor zover die activiteiten geen afbreuk doen aan de onafhankelijkheid of onpartijdigheid van de rechter of waardigheid van het rechterlijk ambt.

1.12   De rechter mag zich in ieder geval aansluiten bij verenigingen van rechters of andere organisaties, die tot doel hebben de bevordering van rechterlijke educatie, de bescherming van de rechterlijke onafhankelijkheid en bij verenigingen van rechters die de rechtspositionele belangen van rechters behartigen.


  1. Onpartijdigheid

Uitleg

De onpartijdigheid van de rechter, die ziet op de afwezigheid van vooringenomenheid of de schijn daarvan, is onontbeerlijk voor een goed functionerende rechtspraak en een fundamentele waarborg voor een eerlijk proces.

Regels

2.1     De rechter zal vrij van vooroordelen, vooringenomenheid, voorkeuren en eigen belangen rechtspreken en vermijdt iedere schijn van partijdigheid.  Van dit laatste is sprake is indien een objectieve toeschouwer in redelijkheid aan de onafhankelijkheid van de rechter kan twijfelen.

2.2     Het gedrag van de rechter – zowel in als buiten de rechtszaal – is van dien aard dat daardoor het vertrouwen van de samenleving, het openbaar ministerie, de advocatuur en procesdeelnemers in de onpartijdigheid van de rechter en de rechterlijke macht niet wordt geschaad.

2.3     De rechter realiseert zich dat het vervullen van een nevenfunctie niet alleen twijfel kan zaaien omtrent zijn onafhankelijkheid doch tevens de indruk van partijdigheid kan wekken en dat dat negatieve gevolgen kan hebben voor het vertrouwen in een onpartijdige rechtspraak.  De rechter stelt zich daarom terughoudend op ten aanzien van het aannemen van nevenfuncties.

2.4     De rechter dient de President van het Hof op de hoogte te stellen van de nevenfuncties, die hij uitoefent of zal uitoefenen.  Voorts dient hij de President van het Hof op de hoogte te stellen van activiteiten die ertoe kunnen leiden dat de onpartijdigheid van de rechter ter discussie kan komen te staan.

2.5     De rechter waakt ervoor een zaak te behandelen, waarbij:

  • zijn (vroegere) echtgenoot, (ex-)partner of nauwe bloed- en aanverwanten als procespartij of overige procesdeelnemer betrokken zijn;
  • iemand uit zijn persoonlijke of zakelijke kennissenkring betrokken is.

2.6     De rechter vermijdt de behandeling van een zaak, waarbij hij – uit hoofde van een (vroegere) nevenfunctie of andere activiteit – zodanig is betrokken dat zijn rechterlijke onpartijdigheid ter discussie zou kunnen komen te staan.

2.7     Een (neven)functie of andere activiteit van de (vroegere) echtgenote of de (ex-)partner dan wel een nauwe bloed- of aanverwant van de rechter kan aan zijn onpartijdigheid in de weg staan of de schijn van partijdigheid wekken, in welk geval de rechter zich genoodzaakt kan weten de zaak niet te behandelen.

2.8     In een zaak die de rechter is voorgelegd, dan wel zal of kan worden voorgelegd, doet hij geen uitlatingen die op ontoelaatbare wijze van invloed kunnen zijn op de uitkomst daarvan.  De rechter doet in het openbaar noch in besloten kring uitspraken die aan een eerlijk proces van enig persoon in de weg kunnen staan.

2.9     De rechter doet over een door hem genomen beslissing geen uitlatingen, die kunnen worden opgevat als een nadere uitleg van zijn beslissing.

2.10   De rechter bewaart het raadkamergeheim en geeft geen uitleg over eerder in raadkamer ingenomen standpunten.

2.11   De rechter waakt ervoor dat hij uitingen van politieke of religieuze aard doet die afbreuk kunnen doen aan zijn onpartijdigheid en het vertrouwen in een onpartijdige en onafhankelijke rechtspraak.

2.12   De rechter heeft recht op vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vereniging en vrijheid van godsdienst, doch hij zal bij het uitoefenen van deze rechten voorkomen dat hij het vertrouwen in de onpartijdigheid van de rechtspraak schaadt.


  1. Gelijkheid

Uitleg

Gelijkwaardige behandeling door de rechter van allen die voor hem verschijnen is essentieel voor een behoorlijke vervulling van het rechterlijk ambt en een noodzakelijke voorwaarde voor een eerlijk proces.

Regels

3.1     De rechter waakt ervoor dat hij bij de uitoefening van de rechterlijke taken op welke wijze dan ook – mondeling of in zijn gedrag – uiting geeft aan enig vooroordeel jegens enige persoon of groep.

3.2     De rechter is zich niettemin bewust van de onder meer etnische, culturele en religieuze diversiteit in de samenleving en de verschillen die daaruit kunnen voortkomen.

3.3     Bij de uitvoering van de rechterlijke werkzaamheden behandelt de rechter partijen en hun gemachtigden, vervolgingsambtenaren, deurwaarders, getuigen en personeel werkzaam bij de Griffies met inachtneming van hun respectieve posities, op voet van gelijkwaardigheid en zonder enige vorm van discriminatie.  De rechter ziet erop toe dat het personeel werkzaam bij de Griffies en anderen die aan zijn gezag zijn onderworpen, zich dienovereenkomstig gedragen.

3.4     De rechter ziet erop toe dat de in regel 3.3 bedoelde procesdeelnemers zich in procedures die voor het gerecht aanhangig zijn, onthouden van uitlatingen en gedragingen die op enigerlei wijze uiting geven aan een vooroordeel jegens een persoon of groep.

3.5     De rechter communiceert niet met een partij buiten tegenwoordigheid van de andere partij(en) in een procedure, behoudens in de bij wet voorziene gevallen.


  1. Integriteit

Uitleg

Integriteit van de rechter is een essentiële voorwaarde voor de legitimatie van de rechtspraak.  Van de rechter wordt verwacht dat hij onkreukbaar, niet chantabel en niet omkoopbaar is, juist omdat hij tot taak heeft toe te zien op naleving van het recht door anderen.  De rechter behoort daarom te voldoen aan hoge gedragseisen en met name in zijn ambtsuitoefening steeds gewetensvol te handelen, zodat hij het noodzakelijke vertrouwen van de burger blijvend geniet.

Regels

4.1     De rechter oordeelt uitsluitend op grond van de wet en het recht en motiveert zijn uitspraken deugdelijk.

4.2     De rechter gaat vertrouwelijk om met informatie waarvan hij kennis neemt in de uitoefening van de rechterlijke taken en houdt zich strikt aan zijn geheimhoudingsplicht.

4.3     De rechter zal direct noch indirect giften vragen of aanvaarden met het oog op enig handelen of nalaten door hem in de uitoefening van zijn rechterlijke taken.  Hij beijvert zich dat ook zijn gezinsleden deze regel in acht nemen.

4.4     De rechter creëert een zodanige balans tussen zijn publieke functie en zijn privéleven dat zijn privé- (waaronder ook maatschappelijke) activiteiten geen schade toebrengen aan het rechterlijk ambt en de rechterlijke macht.  Hij beijvert zich dat zijn gezinsleden niet betrokken raken bij activiteiten die schade toebrengen aan het rechterlijk ambt en de rechterlijke macht.

4.5     De rechter zal het aanzien van het rechterlijk ambt niet gebruiken of laten gebruiken om zijn persoonlijke belangen of die van derden te bevorderen.  Evenmin zal de rechter de indruk wekken of anderen toestaan de indruk te wekken dat een derde in een zodanige positie verkeert dat deze de rechter in de uitvoering van zijn rechterlijke taken kan beïnvloeden.  Zo zal de rechter met name in persoonlijke relaties met leden van het openbaar ministerie en de advocatuur situaties voorkomen, die in redelijkheid aanleiding kunnen geven tot een verdenking, of een schijn, van bevoordeling of partijdigheid.

4.6     De rechter zal bloed- en aanverwanten of andere personen die op andere wijze aan hem gerelateerd zijn op geen enkele wijze de gelegenheid bieden om op enige wijze invloed op hem uit te oefenen in een zaak die hem is voorgelegd of zal worden voorgelegd.


  1. Waardigheid

Uitleg

De rechter behoort zich steeds te gedragen op een wijze die overeenkomt met de waardigheid van het rechterlijk ambt.  Het belang van maatschappelijk vertrouwen in de rechtspraak brengt met zich dat de rechter zich ook in de persoonlijke levenssfeer rekenschap geeft van bepaalde uit het ambt voortvloeiende gedragsnormen en beperkingen.

Regels

5.1     De rechter gedraagt zich ter zitting met waardigheid en behandelt partijen en andere procesdeelnemers beleefd, oprecht en tactvol.

5.2     De rechter heeft recht op respect voor zijn privé- en gezinsleven, maar hij is zich ervan bewust dat hij een publiek ambt bekleedt.  Om die reden laat hij ook in de privésfeer gedragingen die schadelijk kunnen zijn voor het imago van de rechter of die niet in overeenstemming zijn met de waardigheid van het rechterlijk ambt, achterwege.

5.3     De rechter heeft geen bemoeienis met rechtszaken waarbij een gezinslid of levenspartner van hem betrokken is of waarin een gezinslid of (ex-)levenspartner van hem optreedt als advocaat, vervolgingsambtenaar, getuige of deskundige.

5.4     De rechter gaat ook in de privésfeer vertrouwelijk om met informatie, waarvan hij kennis neemt in de uitoefening van zijn rechterlijke taken.

5.5     De rechter zal geen gift of voordeel vragen of ontvangen in relatie tot een zaak die hem is of zal worden voorgelegd.  De rechter zet zich ervoor in dat noch zijn familieleden noch personen met wie hij werkt zich aan het voorgaande schuldig maken.


  1. Vakbekwaamheid en toewijding

Uitleg

Vakbekwaamheid en toewijding zijn noodzakelijke voorwaarden voor goede vervulling van het rechterlijk ambt.  Van de rechter wordt verwacht dat hij een professionele houding aanneemt, dat hij procespartijen en andere procesdeelnemers met respect bejegent en dat hij op adequate wijze communiceert.

Regels

6.1     De rechter draagt zorg voor een deugdelijke en consistente motivering van zijn uitspraken.

6.2     De rechter behandelt de aan hem voorgelegde zaken op kundige, effectieve en efficiënte wijze.

6.3     De rechter zal in beginsel geen gebruik maken van feitelijke informatie welke niet in een bij hem aanhangige procedure naar voren is gebracht.  Dit geldt temeer voor vertrouwelijke informatie waarover de rechter als privé persoon beschikt.

6.4     De rechterlijke macht draagt zorg voor permanente educatie van rechters.  De rechter onderkent zijn eigen verantwoordelijkheid om zich regelmatig van ontwikkelingen op het gebied van zowel nationaal als internationaal recht op de hoogte te houden.

6.5     De rechter is zich ervan bewust dat reflectie op het eigen functioneren, consultatie van ambtgenoten en intervisie de kwaliteit van zijn functioneren kunnen verhogen.  De rechter staat daarom open voor het ontvangen en geven van feedback respectievelijk van en aan ambtgenoten.  Deze positieve houding ten aanzien van collegialiteit en openheid voor kritiek laat echter onverlet dat de rechter in de uitoefening van zijn rechterlijke taken onafhankelijk is ten opzichte van zijn ambtgenoten (zie regel 1.2).

6.6     De rechter doet zijn werk met toewijding.  De rechter zet zich ervoor in dat zijn rechterlijke taken voorrang krijgen boven andere activiteiten.  Deze taken omvatten niet alleen de rechterlijke taken in de rechtszaal, het voorbereiden en tot stand brengen van beslissingen, maar ook taken die van belang zijn voor de rechterlijke organisatie of de rechterlijke macht als geheel.

6.7     De rechter realiseert zich dat tijdigheid en efficiëntie bij de afdoening van zaken mede bepalend zijn voor de kwaliteit van de rechtspraak en spant zich ervoor in dat zaken tijdig en efficiënt worden afgedaan.  De rechter beijvert zich dat de door hem gedane uitspraken tijdig ter beschikking worden gesteld van de partijen.

6.8     De rechter gaat respectvol en professioneel om met ambtgenoten, personeel van de Griffies, procespartijen, vervolgingsambtenaren, advocaten en andere procesdeelnemers.  In het bijzonder in de communicatie met partijen en getuigen beijvert de rechter zich dat dezen zich gehoord voelen.


[1]           Artikel 10 van de Grondwet.

[2]           Artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten.

[3]           Artikel 8 van het Amerikaans Verdrag inzake de Rechten van de Mens.

[4]           Waar de mannelijke vorm wordt gebruikt, wordt de vrouwelijke vorm geacht te zijn inbegrepen.

[5]           Hierna te noemen het Hof.

[6]           Revised at the Round Table Meeting of Chief Justices held at the Peace Palace, The Hague, November 25-26, 2002.

[7]           De gedragscode van het Caribisch Hof van Justitie, de gedragscode van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie alsook de NVvR[7]-Rechterscode.

[8]           Zie artikel 12 van de Wet op de Inrichting en Samenstelling van de Rechterlijke Macht.

[9]           Zie artikel 141 lid 3 van de Grondwet.