Hoger beroep

Hoger beroep kan worden aangetekend tegen beschikkingen en vonnissen die door de Kantonrechter in eerste aanleg zijn gewezen.

De termijn voor het instellen van hoger beroep is dertig dagen, gerekend van de dag van de uitspraak. In kortgedingzaken is de termijn voor het instellen van hoger beroep veertien dagen. Indien degene die hoger beroep instelt bij die uitspraak niet aanwezig is geweest, begint de termijn de lopen vanaf de dag waarop het vonnis aan hem is betekend. In dat geval geldt als peildatum voor de aanvang van de periode van 30 dagen (c.q. 14 dagen als het gaat om kortgedingzaken), de dagtekening van de brief van de Griffier waarmee het vonnis wordt medegedeeld aan de procespartijen.

Hoger beroep wordt ingesteld door middel van een schriftelijke mededeling aan de Griffier van het Kantongerecht Civiele Zaken. De partij die het beroep instelt, wordt “appellant” genoemd. Tegelijk met de schriftelijke mededeling, kan de appellant tevens een memorie van grieven indienen. De memorie mag ook op een ander moment worden ingediend, echter wel binnen de geldende beroepstermijn van 30 dagen (c.q. 14 dagen als het gaat om kortgedingzaken). In de memorie van grieven wordt aangegeven waarom de appellant van mening is dat het vonnis in eerste aanleg geheel of gedeeltelijk dient te worden vernietigd. Er wordt daarbij tevens aangegeven welke beslissing de appellant wenst in hoger beroep. De wederpartij, die “geïntimeerde” wordt genoemd, wordt door de Griffie medegedeeld dat er hoger beroep is aangetekend, en ontvangt daarbij een afschrift van de memorie van grieven als die is ingediend. In dit geval mag de geïntimeerde daarop reageren middels een memorie van antwoord. Tijdens de behandeling van de zaak in hoger beroep, krijgen beide partijen over en weer de gelegenheid om te reageren op elkaars stellingen en verweren.

Het hoger beroep schorst de tenuitvoerlegging van het vonnis in eerste aanleg, tenzij door de kantonrechter daarin was bepaald dat het vonnis bij voorraad uitvoerbaar is. Het Hof van Justitie kan na de herbehandeling van de zaak, het vonnis in eerste aanleg geheel of gedeeltelijk vernietigen, en een andere beslissing nemen dan de kantonrechter in eerste aanleg. Uiteraard is het ook mogelijk dat het oorspronkelijke vonnis bevestigd wordt door het Hof van Justitie. Dat betekent dat het Hof van Justitie het eens is met het vonnis dat in eerste aanleg is gewezen door de kantonrechter.


De wijze van het instellen van hoger beroep is geregeld in de artikelen 260 tot en met 286 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.