SRU-HvJ-1998-10

  • Instantie Hof van Justitie
  • Zaaknummer GR-13967
  • Uitspraakdatum 17 april 1998
  • Publicatiedatum 27 maart 2019
  • Rechtsgebied Civiel recht
  • Inhoudsindicatie

    Huwlijksgoederenrecht.
    Er is openbare verkoop van een perceel met behorende erfpachtsrecht, die tot de huwelijksge¬meenschap van de appellant met zijn echtgenote, bevolen;
    Appellant heeft tegen die beschik¬king aangevoerd dat het betreft schulden door de appellant aangegaan, zonder toestemming of medewerking van zijn echtgenote en die zouden om die reden niet verhaal¬baar zijn.
    Het Hof acht dit ongegrond, omdat alle schulden van in algehele gemeenschap van goederen gehuwde echtgenoten gemeen¬schapsschulden zijn en zijn daarop verhaalbaar (zie de artt.169 lid 1 en lid 2 en artt.170 lid 1 B.W.). In casu is geen sprake van privéschulden van de appellant;
    De appellant is in hoger beroep gekomen, welk hoger beroep nog niet in behandeling zou zijn genomen. Dit rechtvaardigt naar het oordeel van het Hof niet, dat de uitvoering van die beslissing tegengehouden wordt.
    Het Hof is van mening dat de beschikking zal worden bevestigd met veroordeling van de appellant,

Uitspraak

V.S.

GENERALE ROL:13967

[appellant], in algehele gemeenschap van goede­ren gehuwd met [naam 1], wonende aan [adres] te [district], voor wie als gemach­tigde op­treedt, Mr.E.C.M.HOOP­LOT, advokaat,

appellant,

tegen

a. [geintimeerde sub a],

b. [geintimeerde sub b],

c. [geintimeerde sub c],

d. [geintimeerde sub d],

e. [geintimeerde sub e],

f. [geintimeerde sub f],

g. [geintimeerde sub g],

h. [geintimeerde sub h] en

I. [geintimeerde sub i],

allen wonende te [district] en allen erfgenamen van [naam 2], te dezen domicilie kiezende te Paramaribo aan de Watermolenstraat 18, ten kantore van Mr.J.J.EMANUELSON, Advo­kaat,

geïntimeerden,

De Fungerend-President spreekt in deze zaak, in Naam van de Repu­bliek, de navolgende beschikking uit:

Het Hof van Justitie van Suriname;

Gezien de stukken van het geding waaronder ;

1. de in afschrift overgelegde beschikking van de Kanton­rechter-Plaats­vervanger in het Eerste Kanton van 19 juni 1996 tussen partijen gegeven;

2. het proces-verbaal van de Griffier van het Eerste Kanton van 2 juli 1996, waaruit blijkt van het instellen van hoger beroep;

Gehoord partijen bij monde van haar respektieve advokaten;

TEN AANZIEN VAN DE FEITEN:

Overwegende, dat uit de stukken van het geding in eerste aanleg blijkt, dat [geintimeerde sub a] e.a. als eisende partij in eerste aanleg zich bij verzoekschrift tot de Kantonrechter in het Eerste Kanton hebben gewend, daarbij stellende:

1. dat verzoekers de navolgende vordering wensen in te stellen tegen [appellant], in algehele gemeenschap van goe­deren gehuwd met [naam 1], wonende te [district] aan [adres], gerekestreerde;

2. dat bij vonnis van de Kantonrechter in het Eerste Kanton, A.R.no.92/­0194, d.d. 5 april 1994 gewezen tussen verzoekers als eisers en gerekestreerde en diens echtgenote als gedaagde, is voornoemde [appellant]veroordeeld om aan verzoekers te betalen de som van Sur.F.54.750.– alsmede de tegenwaarde in Surinaams Courant tegen de koers van de dag van betaling van Ned.F.71.975.–, beide bedragen vermeerderd met de wette­lijke rente daarover ad 6% per jaar vanaf 17 februari 1992 tot aan de dag der algehele voldoening, vermeerderd met de proces­kosten;

3. dat bij voormeld vonnis vanwaarde is verklaard het door Rene Kappel, Deurwaarder, op 05 februari 1992 bij proces-ver­baal, no.0099, gelegde conservatoir beslag op het aan gerekestreerde toekomend erfpachts­recht, t.w.:

”Het erfpachtsrecht – vervallende zeven mei tweeduizend acht en dertig – op het perceelland, met alhetgeen daar­op­staat, groot tweeduizend vijfhonderd zes en tachtig vierkan­te meters, gelegen in het [district] ten Westen van [adres], deel uitmakende van de [grond], nader aangeduid op de uitmetings-­ kaart van de landme­ter F.Emanuels d.d. 13 maart 1963 met de letters ABCD en bekend als no.39, evenwel met uitzondering van een verkocht gedeel­te, groot zeshonderd vierkante meters”;

4. dat voormeld beslag op 05 februari 1992 is over­geschreven ten Hypotheekkantore in Suriname in Register D [nummer];

5. dat voormeld vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, bij ex­ploit, no.0136, van voornoemde Deurwaarder R.Kappel op 07 april 1995 aan de gerekestreerde is betekend, met bevel om binnen twee dagen nadien de daarbij vermelde bedragen aan verzoekers te voldoen;

6. dat verweerder tot heden niet aan voormeld bevel heeft voldaan;

7. dat thans meer dan twintig dagen na de betekening van voormeld vonnis zijn verlopen;

8. dat verzoekers derhalve bevoegd zijn om met de executie voort te gaan;

9. dat verzoekers het wenselijk achten dat de verkoop van het onderhavige onroerend goed ten overstaan van een door de rechter aan te wijzen notaris geschiedt;

10. dat immers de kosten bij verkoop ten overstaan van een notaris minder en de opbrengst meer zal zijn dan bij verkoop ter terechtzit­ting.

Overwegende, dat de eisende partij op deze gronden heeft gevorderd dat zal worden bevolen dat de openbare verkoop van voor­meld onroerend goed niet ter terechtzitting zal geschieden, maar ten overstaan van een door de rechter aan te wijzen notaris;

Overwegende, dat de gemachtigden van partijen, respectievelijk advokaat Mr.J.J.Emanuelson en de advokaten Mr.E.C.M.Hooplot en Mr.H.M.SOEMODIHARDJO schriftelijke conclusies hebben genomen, waarvan de inhoud als hier ingelast dient te worden beschouwd;

Overwegende ten aanzien van het verweer van gereques­treerde dat het desbetreffende vonnis melding maakt van ex­ploit no.94, terwijl eisers ten rekeste hebben overgelegd en in hun inleidend rekest ook melding maken van exploit no.0099, hetgeen betekent dat het bij laatstvermeld exploit gelegde beslag niet van waarde is verklaard en op grond daarvan ook geen openbare verkoop kan worden gevorderd,  het navolgende:

dat waar het exploit no.94 vermeld in het vonnis van de Kantonrechter d.d. 5 april 1994 A.R.No.920194 en het exploit no.0099 hier eerder vermeld, dezelfde datum dragen te weten 5 februari 1992 en ook het beslag van hetzelfde onroerend goed betreffen, de Kantonrechter ervan uitgaat dat hier sprake is van een kennelijke typefout zodat hij deze grief zal passeren;

Overwegende, dat de Kantonrechter bij beschikking van 19 juni 1996 op de daarin opgenomen gronden;

Heeft bevolen dat ”het erfpachtsrecht vervallende zeven mei tweeduizend acht en dertig – op het perceelland, met alhetgeen daarop staat, groot tweeduizend vijfhonderd

zes en tachtig vierkante meters, gelegen in het [district]  ten westen van [adres], deel uitmakende van de [grond]  nader aangeduid op de uitmetingskaart van de landmeter F.EMANUELS d.d.13 maart 1963 met de letters ABCD en bekend als no.39, evenwel met uitzondering van een verkocht gedeelte, groot zeshonderd vierkante meters”, in het openbaar zal worden verkocht ten overstaan van de te Paramaribo residerende notaris G.H.B.BLOM op een door deze vast te stellen  dag en uur en volgens de plaatselijke gebruiken;

Voorts heeft bepaald dat van deze beschikking binnen vier weken na heden aan gerequestreerde zal worden kennis gegeven;

Overwegende, dat blijkens hogervermeld proces-verbaal [appellant]in hoger beroep is gekomen van voormelde eindbeschikking van 19 juni 1996;

Overwegende, dat bij exploit van deurwaarder R.KAPPEL van 27 juni 1997 aan geïntimeerden aanzegging van het ingestelde hoger beroep is gedaan, terwijl uit de ten processe aanwezige stukken blijkt, dat de rechtsdag voor de behandeling der zaak in hoger beroep voor het Hof van Justitie aan partijen is aangezegd;

Overwegende, dat ten dage voor verhoor in Raadkamer bepaald zijn verschenen, appellant in persoon bijgestaan door zijn gemachtigde, advokaat Mr.E.C.M.HOOPLOT en advokaat Mr.J.J.EMANUELSON, gemachtigde van geintimeerden, die hebben verklaard gelijk in het daarvan opgemaakte – hier als ingelast te beschouwen – proces-verbaal staat gerelateerd;

Overwegende, dat de gemachtigde van appellant hierna een – hier als geïnsereerd aan te merken – schriftelijke conclusie na gehouden verhoor van partijen heeft genomen;

Overwegende, dat ten dage voor conclusie na gehouden  verhoor van partijen zijdens geïntimeerden bepaald, diens gemachtigde geen conclusie heeft overgelegd, waarna het Hof beschikking in de zaak heeft bepaald op heden.

TEN AANZIEN VAN HET RECHT:

Overwegende, dat de appellant tijdig in hoger beroep gekomen is van de beschikking van de Kantonrechter in het Eerste Kanton d.d. 19 juni 1996, waarbij de openbare verkoping van een tot de huwelijksge­meenschap van de appellant met zijn echtgenote, [naam 1], behorende erfpachtsrecht bevolen is;

Overwegende, dat de grief die door appellant tegen die beschik­king aangevoerd is, betreft het feit dat de schulden, die krachtens een vonnis van de Kantonrechter in het Eerste Kanton d.d. 5 april 1994, A.R. 920194, op het vermeld erfpachtsrecht verhaald worden, door de appellant aangegaan zijn met de erflaatster van de geïnti­meerden zonder toestemming of medewerking van de echtgenote van de appellant en die zouden om die reden daarop niet verhaal­baar zijn;

Overwegende, dat die grief ongegrond is, omdat alle schulden van in algehele gemeenschap van goederen gehuwde echtgenoten gemeen­schapsschulden zijn en zijn daarop verhaalbaar (zie de artt.169 lid 1 en lid 2 en artt.170 lid 1 B.W.), en dat in casu geen sprake is van privéschulden van de appellant;

Overwegende, dat het feit dat de appellant van het bovengenoemde vonnis d.d. 5 april 1994, welke uitvoerbaar verklaard is bij voorraad, in hoger beroep zou zijn gekomen, welk hoger beroep nog niet in behandeling zou zijn genomen, rechtvaardigt naar het oordeel van het Hof niet dat de uitvoering van die beslissing tegengehouden wordt;

Overwegende, dat de beschikking, waarvan beroep,

danook zal worden bevestigd, met veroordeling van de appellant, als de in het ongelijk gestelde partij, in de gedingkosten;

BESCHIKKENDE IN HOGER BEROEP:

Bevestigt de beschikking van de Kantonrechter d.d. 19 juni 1996, waarvan beroep ;

Veroordeelt de appellant in de kosten van het geding, in hoger beroep aan de zijde van de geïntimeerden gevallen en begroot op f………

Met inbegrip van het door het Hof aan zijn advokaat voor het door hem gehouden pleidooi toegekende salaris van f.1.500,–;

Bepalende het Hof het salaris van de advokaat van geïntimeerden op nihil;

Aldus gegeven door de heren Mr.S.GANGARAM-PANDAY, fungerend-President, Mr.A.I.RAMNEWASH en Mr.P.G.WOLFF, Leden en door de fungerend-President uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof van Justitie van  VRIJDAG 17 APRIL 1998, in tegenwoordigheid van Mr.A.CHARAN, fungerend-Griffier.

Partijen, appellant vertegenwoordigd door advokaat Mr.S.MANGROE­LALL namens zijn gemachtigde, advokaat Mr.E.C.M.HOOPLOT en geïntimeerden vertegenwoordigd door advokaat Mr.C.D.OOFT namens hun gemachtigde, advokaat Mr.J.J.EMANUELSON, zijn bij de uitspraak ter terechtzitting verschenen.