SRU-HvJ-1999-4

  • Instantie Hof van Justitie
  • Zaaknummer GR-14039
  • Uitspraakdatum 23 april 1999
  • Publicatiedatum 27 maart 2019
  • Rechtsgebied Civiel recht
  • Inhoudsindicatie

    Huurrecht.
    Ontruimingsvordering.

    Het Hof veroordeelt geïntimeerde om de woning in onderhavige zaak te ontruimen en te verlaten met medeneming van alle van zijnentwege zich daarin bevindende personen en goede¬ren. Hierbij is in aanmerking genomen dat geïntimeerde zelf heeft verklaard de woning te zullen ontruimen en dat daarmee de huurovereenkomst tussen partijen dan zal zijn beëindigd. Tevens is in aanmerking genomen dat appellant naar het Hof aanneemt hiermee instemt.

Uitspraak

M.H.                             

GENERALE ROL NO: 14039.

[appellant], wonende aan [adres 1] te [district], voor wie als gemach­tigde op­treedt, Mr.F.F.P.TRUIDEMAN, advo­kaat,

appellant,

t e g e n

[geintimeerde] , wonende aan [adres 2], te [district], voor wie als ge­mach­tigde op­treedt, Mr.G.GANGARAM PANDAY, advo­kaat,

geinti­meerde,

De Vice-President spreekt in deze zaak, in Naam van de Republiek, het navolgende vonnis uit:

Het Hof van Justitie van Suriname;

Gezien ’s Hofs interlocutoir vonnis van 6 november 1998 tussen partijen gewezen en uitgesproken;

TEN AANZIEN VAN DE FEITEN:

Verwijzende naar en overnemende hetgeen bereids in voormeld vonnis is overwogen en beslist en voorts;

Overwegende, dat ter gehouden en bevolen compari­tie van partijen zijn verschenen, Mevrouw Sheoratan, Radjwatie Lucia, notariële gevolmachtigde van appel­lant, advokaat Mr.F.F.P.Truideman, gemachtigde van appellant en geintimeerde in persoon, bijgestaan door zijn ge­machtigde advokaat Mr.G.Gangaram Panday, die hebben verklaard gelijk in het daarvan opgemaakte – hier als ingelast te beschouwen – proces-verbaal staat gerelateerd;

Overwegende, dat het Hof aanvankelijk vonnis had bepaald op 9 april 1999, doch nader op heden.

TEN AANZIEN VAN HET RECHT:

Overwegende, dat geintimeerde, ter op 26 maart 1999, gehou­den comparitie van partijen, gelast bij tussenvon­nis van 6 november 1998, in persoon, versche­nen – voorzo­ver ten deze van belang – verklaard heeft, dat hij de woning aan de Schietbaanweg no.68 te Parama­ribo uiter­lijk december 1999 zal ontruimen en verlaten en ter vrije en algehele beschikking van appellant stel­len;  dat indien het hem gelukt eerder te vertrek­ken, hij dat gelijk zal doen – dat hij tevens aan de hand van zijn verklaring begrijpt dat de huurovereenkomst tussen partijen dan zal zijn beëindigd;

Overwegende, dat nu appellant niet heeft doen blijken niet accoord te gaan met het door geintimeerde verklaarde als hierboven vermeld, het Hof zal aannemen dat hij daarmede instemt;

Overwegende, dat het Hof met in achtneming van het vorenoverwogene zal beslissen en het beroepen vonnis vernietigen en opnieuw rechtdoende geintimeerde tot ontruiming veroordelen; de door appellant tegen dit vonnis ontwikkelde grieven behoeven dan geen bespreking meer;

Overwegende, dat het Hof de proceskosten in hoger beroep zal compenseren in dier voege dat iedere partij de hare draagt achtende het Hof daartoe termen aanwezig; Gezien de betrekkelijke wetsartikelen;

RECHTDOENDE IN HOGER BEROEP:

Vernietigt het vonnis van de Kantonrechter in het Eerste Kanton de dato 16 juli 1996, waarvan beroep;

EN OPNIEUW RECHTDOENDE:

Veroordeelt geintimeerde om op uiterlijk 31 decem­ber 1999 de woning no.68, staande op het erf, dat gelegen is te [district] aan [adres 2], te ontruimen en te verlaten en, met medeneming van alle van zijnentwege zich daarin bevindende personen en goede­ren, ter vrije en algehele beschikking van appel­lant te stellen; met machtiging op appellant om indien geintimeerde weigeren mocht te ontruimen, daartoe zelf over te gaan, desnoods met behulp

Veroordeelt geintimeerde in de proceskosten aan de zijde van appellant in prima gevallen en begroot op Sf…..

Compenseert de proceskosten in hoger beroep in dier voege dat iedere partij de hare draagt;

Met inbegrip van het door het Hof aan elk der advokaten voor de door hen gehouden pleidooien toege­kende salaris van Sf………

Aldus gewezen door de heren: Mr.J.R.VON NIESEWAND, Vice-Presi­dent, Mr.A.I.RAMNEWASH en Mr.K.PULTOO, Leden en door de Vice-President uitge­sproken ter open­bare te­recht­zitting van het Hof van Justitie van VRIJ­DAG, 23 april 1999, in tegenwoor­digheid van Mr.M.E.VAN GENDE­REN-RELYVELD, Substituut-Grif­fier.

w.g.M.E.VAN GENDEREN-RELYVELD  w.g.J.R.VON NIESEWAND

Partijen, appellant vertegenwoordigd door advokaat Mr.H.P.BOLDEWIJN namens zijn gemachtigde, advo­kaat Mr.F.F.P.Truideman en geintimeer­de vertegenwoor­digd door zijn ge­machtig­de, advokaat Mr.G.GANGARAM PANDAY, zijn bij de uit­spraak ter terecht­zit­ting ver­sche­nen.