SRU-HvJ-2007-24

  • Instantie Hof van Justitie
  • Zaaknummer GR 14320
  • Uitspraakdatum 04 mei 2007
  • Publicatiedatum 11 juli 2023
  • Rechtsgebied Civiel recht
  • Inhoudsindicatie

    Verzoeker kan niet zelfstandig een vordering op grond van artikel 272 Rv instellen, ook al is hij gerechtigd voor 1/5e onverdeeld aandeel. De overige erfgenamen moeten ook als verzoekers in rechte worden betrokken. Nu zulks niet is gebeurd, zal het verzoek van verzoeker worden afgewezen. Ten overvloede heeft het Hof overwogen dat indien de executant overgaat tot de executie van een voorlopige voorziening, hij dan in beginsel aansprakelijk is voor de schade die hierdoor ontstaat aan de kant van de geexecuteerde, indien achteraf mocht blijken dat het kort geding vonnis in hoger beroep wordt vernietigd of een andersoortige beslissing wordt genomen in het bodemgeschil.

Uitspraak

HET HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME

Generale Rol no. 14320

Gezien het verzoekschrift, ingekomen ter Griffie van het Hof van Justitie op 17 januari 2007, van de [verzoeker], wonende aan [adres] in het [district], domicilie kiezende aan de Limesgracht nr 06, ten kantore van mr. K. Baldew, advokaat bij het Hof van Justitie, als zijn gemachtigde optredende, welk verzoekschrift strekt om op grond van het artikel 272 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, de staking van de executie van het vonnis van de Kantonrechter in het Eerste Kanton d.d. 07 juli 2006 (A.R. nr. 061707), tel bevelen;

Gezien het bestreden vonnis d.d. 07 juli 2006 in de zaak bekend onder A.R. no. 06-1707 tussen partijen gewezen en uitgesproken, welk vonnis per griffiersbrief d.d. 11 augustus 2006 aan de gemachtigde van verweerder ( in eerste aanleg gedaagde) was betekend;

Gezien de processen-verbaal van het verhoor in Raadkamer op 23 januari en 01 februari 2007, waarin is gerelateerd de toelichting van partijen op hun stellingen en weren;

Overwegende, dat uit het verhoor in raadkamer eveneens is gebleken dat er op 18 augustus 2006 hoger beroep is ingesteld tegen voormeld vonnis.

Overwegende, dat nu voormeld vonnis in kort geding gewezen en uitgesproken werkt tussen de partijen, namelijk [stichting] contra de gezamenlijke erfgenamen van [verzoeker], [naam 1], de verzoeker derhalve op grond van artikel 272 Brv geen verzoek kan indienen zonder de overige erfgenamen erbij te betrekken; het feit dat verzoeker voor een vijfde deel onverdeeld gerechtigd is in de nalatenschap, doet aan het voorgaande niet af;

Overwegende, dat de executant in casu door het executeren van een voorlopige beslissing in beginsel aansprakelijk is voor de door zijn handelen veroorzaakte schade, indien naderhand mocht blijken dat voormelde beslissing in hoger beroep wordt vernietigd casu quo een andersoortige beslissing volgt in bodemgeschil;

Overwegende, dat het Hof zal beslissen zoals nader in het dictum te melden, bespreking van de overige door partijen aangevoerde stellingen en weren in het midden latend;

BESCHIKKENDE:

Wijst af het verzoek van de verzoeker;

Aldus gegeven te Paramaribo op 04 mei 2007 door:

Mr. H.E. Struiken, Fungerend – President, Mr. A.A. Hermelijn en A. Charan, Leden – Plaatsvervanger in tegenwoordigheid van G.A. Kisoensingh-JangbahadoerSingh, fungerend-Griffier.

w.g.G.A. Kisoensingh – JangbahadoerSingh w.g. H.E. Struiken

w.g. A.A.Hermelijn

w.g. A. Charan

De Griffier van het Hof van Justitie,

Mr.M.E.Van Genderen-Relyveld,