SRU-HvJ-2007-35

  • Instantie Hof van Justitie
  • Zaaknummer GR 14307
  • Uitspraakdatum 20 juli 2007
  • Publicatiedatum 12 juli 2023
  • Rechtsgebied Civiel recht
  • Inhoudsindicatie

    Het Hof heeft overwogen dat met betrekking tot de inboedelgoederen (roerende goederen) een vorm van vrije gemeenschap wordt aangenomen, voorzover één van de partners zijn beter recht op die goederen niet kan bewijzen, doch het principe blijkt dat bij het concubinaat gescheidenheid van vermogen regel is. Nu appellant middels een bewijsstuk heeft kunnen aantonen dat hij de personal computer heeft gekocht, brengt de omstandigheid dat de personal computer zich in de woning van geïntimeerde bevond niet met zich mee dat geïntimeerde de eigenaar is van de personal computer. Immers, appellant heeft samen met geïntimeerde in het kader van de concubinaatsverhouding in de woning van geïntimeerde gewoond. Bovendien heeft geïntimeerde na wederspraak op geen enkele wijze haar bewering, dat de personal computer aan haar zou zijn geschonken door appellant, aannemelijk kunnen maken.

Uitspraak

HET HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME

GENERALE ROL 14307.

[Appellant], wonende aan [adres 1] te [plaats], ten deze domicilie kiezende te Paramaribo aan de Costerstraat no.27, voor wie als gemachtigde optreedt, Mr.R.J.Blufpand, advokaat, appellant in Kort Geding,

t e g e n

[Geïntimeerde], wonende aan [adres 2], ten deze domicilie kiezende aan de Einaarstraat no 8, voor wie als gemachtigde optreedt, Mr.F.F.P.Truideman, advokaat,
geïntimeerde in Kort Geding,

De President spreekt in deze zaak, in Naam van de Republiek, het navolgend vonnis in Kort Geding uit:

(Betalend) Het Hof van Justitie van Suriname;

Gezien ’s Hovens interlocutoire vonnissen respectievelijk van 2 februari 2007, 16 maart 2007, 4 mei 2007 en 1 juni 2007 tussen partijen gewezen en uitgesproken;

TEN AANZIEN VAN DE FEITEN:

Verwijzende naar en overnemende hetgeen bereids in ’s Hovens laatstvermeld vonnis is overwogen en beslist en voorts;

Overwegende, dat de gemachtigden van partijen een hier als geinsereerd aan te merken schriftelijke conclusie tot uitlating onder overlegging van produkties hebben genomen, wordende de inhoud – alsmede die van de overgelegde produkties – hier als ingelast beschouwd.

Overwegende, dat het Hof vonnis in de zaak heeft bepaald op heden.

TEN AANZIEN VAN HET RECHT:

Overwegende, dat het Hof refereert aan en persisteert bij het tussenvonnis van 1 juni 2007 en hetgeen dienaangaande is overwogen;

Overwegende, dat geïntimeerde, daartoe bij voormeld tussenvonnis in de gelegenheid gesteld, bij daartoe strekkende conclusie de dato 15 juni 2007 in het onderhavige geding heeft doen brengen – voorzover ten deze van belang -: een verklaring in fotokopie de dato 26 januari 2006 van Rosan’s Car Center, een kwitantie in fotokopie de dato 26 januari 2006 van Rosan’s Car Center en een nieuw verzekeringsbewijs van Self Reliance [nummer 1];

Overwegende, dat het Hof de inhoud van voormelde producties als in dit vonnis letterlijk herhaald en geinsereerd aanmerkt;

Overwegende, dat appellant daartoe tevens in de gelegenheid gesteld bij conclusie de dato 29 juni 2007 heeft doen zeggen zoals in voormelde conclusie weergegeven, wordende de inhoud daarvan als in dit vonnis letterlijk herhaald en geinsereerd aangemerkt;

Overwegende, dat het Hof op grond van de inhoud van èn de verklaring èn de kwitantie in fotokopie gedateerd 26 januari 2006, gevoegd bij het nieuwe verzekeringsbewijs in fotokopie [nummer 1] als eerder vermeld, van welke produkties de inhoud als in dit vonnis letterlijk herhaald en geinsereerd wordt aangemerkt, bewezen acht en als tussen partijen rechtens vaststaand aanneemt dat: – Rosan’s Car Center van geïntimeerde heeft gekocht en geleverd gekregen: een Toyota Vista kleur grijs met kenteken [nummer 2] MP in de staat waarin het verkeerde voor een bedrag van USD 1000,– welk bedrag gediend heeft als betaling voor de koop van een Toyota Hiace Regius bouwjaar 1997 eveneens in de staat waarin die zich bevond voor een bedrag van USD 13.000,–, welk voertuig op genoemde datum is verzekerd bij N.V.Surinaamse Assurantie Maatschappij Self Reliance;

Overwegende, dat nu appellant voormelde producties niet heeft betwist of van valsheid beticht thans vaststaat, dat geïntimeerde het voertuig van het merk Toyota Vista, kleur grijs met kenteken [nummer 2] MP sedert 26 januari 2006 niet meer in haar bezit heeft en zij mitsdien ook niet meer zou kunnen worden veroordeeld dat voertuig aan appellant af te geven zoals gevorderd, waaraan niet afdoet dat geïntimeerde zich daartoe zelf in de onmogelijkheid heeft gesteld;

Overwegende, dat als niet door appellant betwist tevens vaststaat tussen partijen, dat geïntimeerde de matras Auping van het merk Adagio aan appellant heeft afgestaan; bij zijn vordering tot afgifte daarvan heeft appellant dan ook geen belang meer;

Overwegende, dat thans nog slechts aan de orde is de vraag of appellant aanspraak maakt op de P.C. van het merk HDF Aopen; appellant stelt van wel omdat die hem toebehoort terwijl geïntimeerde van oordeel is dat het van haar is;

Overwegende, dat als enerzijds gesteld en anderzijds erkend vaststaat tussen partijen dat zij geruime tijd buiten echt c.q. in concubinaat hebben samengeleefd;

Overwegende, dat, naar het Hof er van uitgaat nu het tegendeel zijdens geïntimeerde gesteld noch gebleken is, de P.C. met bijbehoren (geen printer) merk HDF Aopen, tijdens de buitenechtelijke samenleving c.q. de concubinaatverhouding is gekocht c.a.aangeschaft;

Overwegende, dat het Hof naar aanleiding van het zojuist overwogene opmerkt, dat met betrekking tot de inboedelgoederen(roerende goederen) een vorm van vrije gemeenschap wordt aangenomen, voorzover één van de partners zijn beter recht op die goederen niet kan bewijzen, doch het principe blijkt dat bij het concubinaat gescheidenheid van vermogen regel is;

Overwegende, dat, naar blijkt uit het daartoe strekkend bewijs van HDF Consulting N.V. de dato 29 januari 2003 aan de appellant alstoen verkocht en geleverd is 1 stuk HDF Aopen personal computer met bijbehoren; appellant verkreeg op gemelde datum het eigendom van gemelde personal computer;

Overwegende, dat geïntimeerde heeft aangevoerd, dat appellant aan haar gemelde personal computer heeft geschonken en dat die computer aan haar toebehoort;

Overwegende, dat appellant voormelde bewering van geïntimeerde heeft betwist;

Overwegende, dat geïntimeerde na wederspraak terzake zijdens appellant op geen enkele wijze haar bewering heeft kunnen aannemelijk maken; de omstandigheid dat de personal computer zich in de woning van geïntimeerde bevond levert het bewijs van haar bewering terzake niet op; immers, appellant heeft samen met geïntimeerde in het kader van de buitenechtelijke relatie c.q. concubinaatsverhouding in haar, geïntimeerdes, woning gewoond en de roerende goederen waaronder de personal computer aan beiden zouden toebehoren indien appellant niet zou kunnen bewijzen dat hij de personal computer door middel van koop door en levering aan hem, had aangeschaft;

Overwegende, dat het overigens voor de hand ligt dat zowel appellant als geïntimeerde tij en ontij van de computer gebruik maakten toen zij samenwoonden, doch dat zulks geenszins aanleiding geeft aan te nemen dat geïntimeerde daar de rechthebbende op is omdat die haar was geschonken;

Overwegende, dat appellant dan ook terecht tegen het beroepen vonnis heeft aangevoerd, dat de Kantonrechter ten onrechte heeft overwogen, dat geïntimeerde het bezit heeft van de personal computer welk bezit als volkomen titel geldt;

Overwegende, dat het beroepen vonnis dan ook dient te worden vernietigd en dat alsnog aan appellant zal worden toegewezen de vordering strekkende tot het gelasten van geïntimeerde tot afgifte aan appellant van de P.C. van het merk HDF Aopen, onder veroordeling van geïntimeerde als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten op dit geding aan zijde van appellant gevallen, komende de door appellant aangevoerde grief het Hof in zoverre dan ook gegrond voor;

RECHTDOENDE IN HOGER BEROEP IN KORT GEDING:

Vernietigt het vonnis van de Kantonrechter in kort geding gewezen en uitgesproken de dato 20 mei 2004, waarvan beroep;

EN OPNIEUW RECHTDOENDE:

Gelast geïntimeerde aan appellant af te geven de P.C. van het merk HDF Aopen, alles onder verbeurte van een dwangsom van SRD 50,– per dag voor iedere dag dat geïntimeerde ingebreke blijft aan dit vonnis gevolg te geven;

Veroordeelt haar in de kosten in beide instanties aan de zijde van appellant gevallen en in prima begroot op SRD 78,–;

en in hoger beroep begroot op SRD 419,03,–;

Met inbegrip van het door het Hof aan de advokaat van appellant voor het door haar gehouden pleidooi toegekende salaris van SRD 250,–;

Bepalende het Hof het salaris van de advokaat van geïntimeerde eveneens op SRD 250,–;

Weigeren het meer of anders gevorderde;

Aldus gewezen door de heren: Mr.J.R.Von Niesewand, President, Mr.K.Pultoo, en Mr.D.D.Sewratan, Leden en door de President uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof van Justitie van Vrijdag, 20 juli 2007, in tegenwoordigheid van Mr.G.A.Kisoensingh-Jangbahadoersingh, Fungerend-Griffier.

w.g.G.A.Kisoensingh-Jangbahadoersingh w.g.J.R.Von Niesewand

Partijen, appellant vertegenwoordigd door zijn gemachtigde, advokaat Mr.R.J.Blufpand en geintimeerde vertegenwoordigd door advokaat Mr.E.Y.Braam-Jordan namens haar gemachtigde, advokaat Mr.F.F.P.Truideman, zijn bij de uitspraak ter terechtzitting verschenen.

M.H.