SRU-HvJ-2015-12

  • Instantie Hof van Justitie
  • Zaaknummer GR-14650
  • Uitspraakdatum 16 oktober 2015
  • Publicatiedatum 18 april 2021
  • Rechtsgebied Civiel recht
  • Inhoudsindicatie

    Het Hof is met de kantonrechter van oordeel dat SSCV de Rest heeft nagelaten de spoedeisendheid nader te motiveren. Het vonnis van de kantonrechter in het Eerste Kanton in kort geding wordt bevestigd.

Uitspraak

HET HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME

In de zaak van

De Vereniging Sport Sociale en Culturele Vereniging, rechtspersoon,
gevestigd en kantoorhoudende te Paramaribo,
appellante, hierna aangeduid als ”SSCV de Rest”,
gemachtigde: mr. D.S. Kraag, advocaat,

tegen

A. De Vereniging de Surinaamse Voetbal Bond, rechtspersoon,
gevestigd en kantoorhoudende te Paramaribo,
hierna aangeduid als ”de SVB”,
B. [geïntimeerde sub B], in privé en in de hoedanigheid van bestuurder Voorzitter van de SVB;
C. [geïntimeerde sub C], in privé en in de hoedanigheid van bestuurder, Secretaris van de SVB;
D. [geïntimeerde sub D], in privé en in de hoedanigheid van bestuurder, Ondervoorzitter van de SVB;
E. [geïntimeerde sub E], in privé en in de hoedanigheid van bestuurder, 2e Secretaris van de SVB;
F. [geïntimeerde sub F], in privé en in de hoedanigheid van bestuurder, competitieleider van de SVB;
G. [geïntimeerde sub G], in privé en in de hoedanigheid van bestuurder 2e penningmeester van de SVB;
H. [geïntimeerde sub H], in privé en in de hoedanigheid van bestuurder, penningmeester van de SVB,
geïntimeerden,
gemachtigde voor alle geïntimeerden: mr. A.R. Baarh, advocaat,

inzake het hoger beroep van het door de kantonrechter in kort geding uitgesproken vonnis van 21 april 2011 (A.R.No. 100674) tussen SSCV de Rest als eiseres en de geïntimeerden als gedaagden,

spreekt de Fungerend-President, in Naam van de Republiek, het navolgende vonnis uit.

Het procesverloop in hoger beroep
1.1 Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

  • de verklaring van de griffier waaruit blijkt dat SSCV de Rest bij schrijven van 4 mei 2011 op 5 mei 2011 hoger beroep heeft ingesteld;
  • de pleitnota d.d. 2 december 2011;
  • de antwoord pleitnota d.d. 3 februari 2012;
  • de repliek pleitnota d.d. 2 maart 2012, met een productie;
  • de dupliek pleitnota d.d. 20 april 2012.

1.2 De rechtsdag voor de uitspraak van het vonnis is nader bepaald op heden.

De ontvankelijkheid
2. Partijen zijn ter terechtzitting verschenen op de dag van de uitspraak, te weten 21 april 2011. SSCV de Rest heeft op 5 mei 2011 appèl aangetekend. Gelet op het voorgaande heeft SSCV de Rest tijdig appèl aangetekend tegen voormeld vonnis, nu dit binnen de wettelijke termijn is geschied, zodat zij ontvankelijk is in het ingesteld hoger beroep.

De procedure in eerste aanleg
3.1 Appellant heeft in eerste aanleg – zakelijk weergegeven – gevorderd bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad, op de minuut en op alle uren dagen:
I. De SVB te veroordelen binnen 1 x 24 uur na vonniswijzing de samenwerking tussen SSCV de Rest en SV Royal 95 zoals omschreven conform de reglementen van de SVB te erkennen en de gevolgen daarvan te respecteren en daartoe die handelingen te verrichten en te doen verrichten, die in verband daarmede noodzakelijk dan wel bevorderlijk zijn;
II. de SVB te veroordelen binnen 1 x 24 uur na vonniswijzing in de competitieplanning van alle lopende competities van de SVB waarin SSCV de Rest participeert duidelijk en eenduiding naar derden toe SSCV de Rest in te delen en te programmeren en daartoe verrichten en te doen verrichten en te doen verrichten, die in verband daarmede noodzakelijk dan wel bevorderlijk zijn.
III. op grond van omschreven onrechtmatig handelen of nalaten naast de SVB de gedaagden [geïntimeerde sub B], [geïntimeerde sub C], [geïntimeerde sub D], [geïntimeerde sub F], [geïntimeerde sub H], [geïntimeerde sub G] en [geïntimeerde sub E] hoofdelijk, te veroordelen aan SSCV de Rest alle schade te vergoeden.
IV. zal worden geschorst c.q. opgeschort de voortgang van alle competities van de SVB waarin SCV de Rest participeert totdat in bodemprocedure over de rechtmatigheid van handelen en nalaten van gedaagden zal zijn beslist, althans voor recht zal worden verklaard dat die handelingen of gedragingen nietig zijn althans vernietigbaar.
V. gedaagden allen afzonderlijk en/of tezamen zal/zullen worden veroordeeld tot betaling van een dwangsom van SRD 5.000,– voor iedere dag of keer dat zij in strijd handelen met het van de kantonrechter verzochte vonnis.
VI. die voorzieningen zullen worden gegeven die de kantonrechter in het onderhavig geval geraden voorkomen.
VII. gedaagden zullen worden veroordeeld in de kosten van het geding.

3.2 SSCV de Rest heeft ter onderbouwing van haar vordering onder meer gesteld dat zij en de rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging SV Royal 95 in augustus 2008 zijn samengesmolten, waarbij laatstgenoemde in SSCV de Rest is opgegaan. De SVB weigert om de samenstelling te erkennen en om SSCV de Rest onder haar eigen naam aan de door de SVB georganiseerd competities deel te laten nemen. Deze handelingen van de SVB zijn onrechtmatig en SSCV de rest lijdt hierdoor veel schade. Gedaagden sub B tot en met H zijn, aldus SSCV de Rest, als bestuurders eveneens aansprakelijk voor het handelen en nalaten van de SVB.

3.3 De Kantonrechter heeft in het vonnis van 21 april 2011 de gevraagde voorziening geweigerd. De kantonrechter heeft daartoe het volgende overwogen: “Gedaagden betwisten de spoedeisendheid van de onderhavige vordering onder meer aanvoerende dat de competitie 2009-2010 reeds in augustus 2009 althans het begin van het 2e halfjaar 2009 is aangevangen, terwijl de onderhavige vordering dateert van februari 2010. ”Eiseres heeft niet althans niet gemotiveerd weersproken dat de competitie 2009 – 2010 reeds in augustus 2009 is begonnen, zodat dit rechtens vast staat tussen partijen. Gelet op het voorgaande, alsook de betwisting door gedaagden van het spoedeisend belang, had het aan eiseres gelegen om haar belang bij een onverwijlde voorziening op de voet van het bepaalde in artikel 226 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering te motiveren. Nu zij dat heeft nagelaten en evenmin is gesteld of gebleken waarom in casu de loop van de gewone procedure niet kan worden afgewacht, zal aan eiseres – wegens gemis aan spoedeisend belang – de gevraagde voorziening worden geweigerd.”

De vordering, de grieven en het verweer
4.1 SSCV de Rest concludeert in dit hoger beroep tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en tot toewijzing van het in eerste aanleg gevorderde, met veroordeling van geïntimeerden in de kosten van het geding in eerste aanleg en in hoger beroep.

4.2 SSCV de Rest heeft ter onderbouwing van het appèl bij pleitnota aangevoerd dat de kantonrechter ten onrechte:
I. haar oordeel mede heeft doen steunen en mede heeft gebaseerd op de overweging dat SSCV de Rest niet, althans niet gemotiveerd heeft weersproken dat de competitie 2009 – 2010 reeds in augustus 2009 is begonnen, zodat dit tussen partijen rechtens vast staat;
II. heeft overwogen dat SSCV de Rest heeft nagelaten haar belang bij een onverwijlde voorziening op de voet van het bepaalde in artikel 226 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering te motiveren;
III. heeft overwogen dat SSCV de Rest niet heeft gesteld of althans uit haar stellingen niet is gebleken waarom in casu de loop van de gewone procedure niet kan worden afgewacht;
IV. gemis aan spoedeisend belang heeft overwogen en aangenomen;
V. de gevraagde voorzieningen heeft geweigerd.

4.3 Geïntimeerden hebben verweer gevoerd. Op dit verweer en de overige standpunten van partijen wordt hieronder bij de beoordeling ingegaan.

De beoordeling
5.1 Geïntimeerden hebben als gedaagden in eerste aanleg bij conclusie van antwoord aangevoerd dat de vordering niet spoedeisend is omdat de competitie 2009 – 2010 reeds in augustus 2009, althans het begin van het tweede half jaar 2009 is aangevangen en SSCV de Rest op 11 februari 2010, dus twee dagen voor de aanvang van de tweede ronde van de competitie op 13 februari 2010, de vordering heeft ingediend ter griffie. Dit terwijl, aldus geïntimeerden, uit het 3e sustenu van het verzoekschrift blijkt dat SSCV de Rest reeds in augustus 2008 de SVB had geïnformeerd over de naamsverandering c.q. het samenwerkingsverband. Tevens is aangevoerd dat uit het 4e, 5e, 6e, maar vooral het 7e en 8e sustenu van het inleidend rekest blijkt dat SSCV de Rest vanaf de aanvang van de competitie (voetbalseizoen 2009 – 2010) weet dat de SVB haar niet erkent en bij de competitieprogrammering haar als SV Royal 95 heeft opgebracht. SSCV de Rest heeft volgens geïntimeerden vanaf de aanvang van het voetbalseizoen 2009 – 2010stilgezeten, terwijl onverwijld handelen toen reeds geboden was.

5.2 SSCV de Rest heeft in haar conclusie van repliek in eerste aanleg sub 5 het volgende gesteld:
“Gedaagden betwisten in punt 4 van hun conclusie van antwoord de spoedeisendheid van verzoeksters vordering en betichtigen in 4.1 verzoekster ervan sinds de aanvang van het voetbalseizoen 2009 – 2010 te hebben stilgezeten. Niets is minder waar, alle gesprekken en gevoerde correspondentie met de SVB en haar bestuurders hadden en hebben maar het resultaat van vertraging, afschepen, treiteren en nodeloze pesterij van verzoekster waardoor verzoekster veel schade heeft geleden en nog steeds lijdt.

Gedaagden hebben altijd de indruk gewekt de kwestie minnelijk te willen oplossen. Totdat het voor verzoekster duidelijk werd dat gedaagden een spelletje aan het spelen waren waarbij steeds opzettelijk de correspondentie door een andere bestuurder werd getekend (vide producties) en verzoekster steeds werd aangegeven dat de stukken of zoek waren of in het bezit van een andere functionaris waren. Immers de gevoerde correspondentie tussen verzoekster en gedaagden, althans gedaagde Sub A spreekt voor zich.

Verzoekster was genoodzaakt alle mogelijkheden als voorgeschreven bij de Statuten en Reglementen van de SVB proberen te bewandelen althans in te roepen alvorens U Kantonrechter in Kort Geding te adiëren.”

5.3 Het Hof constateert dat in het inleidend verzoekschrift in eerste aanleg SSCV de Rest onder meer het volgende heeft gesteld:
a. dat zij de SVB in augustus 2008 formeel per schrijven heeft geïnformeerd over de samensmelting en de SVB heeft gevraagd de volle medewerking aan de samensmelting te verlenen;
b. dat de SVB ertoe is over gegaan om de naam van de jeugdteams van SSCV de Rest die deelnemen in de diverse jeugdcompetities van de SVB eigendunkelijk te veranderen in SV Royal 95.
c. dat de SVB bij schrijven d.d. 17 september 2009 Re. 298/09/GVS, SSCV de Rest heeft medegedeeld dat de SVB wilde voldoen aan het verzoek van SSCV de Rest tot naamsverandering.
d. In haar antwoord schrijven d.d. 18 september 2009 heeft SSCV de Rest benadrukt dat aan het begin van het seizoen 2008 – 2009 SV Royal 95 en SSCV de Rest zijn samengesmolten, waarbij eerstgenoemde in laatstgenoemde is opgegaan.
e. dat zij bij de start van het voetbalseizoen 2009 – 2010 de SSCV de Rest bij de SVB heeft aangemeld en ingeschreven. Tot hun verbazing heeft de SVB bij de competitieprogrammering haar als SV Royal 95 opgebracht.
f. dat zij op 14 oktober 2009 een brief van de SVB heeft ontvangen waarin die stelt dat zij niet op brieven van SSCV de Rest kan ingaan omdat die niet bij de SVB is ingedeeld.
g. SSCV de Rest een schrijven d.d. 23 oktober 2009 heeft gericht aan de SVB om tot een oplossing te geraken. Zij heeft geen reactie ontvangen op dit schrijven.
h. dat de SVB op 6 december 2009 formeel in gebreke is gesteld en is gevraagd, dan wel gesommeerd om binnen acht dagen na ontvangst van het schrijven de samensmelting tussen SSCV de Rest en SV Royal 95 te erkennen en de (rechts) gevolgen daarvan te respecteren.
i. dat door de weigering van de SVB de samensmelting te erkennen de supportersschare drastisch is teruggelopen en veel sponsors vanwege de onduidelijke situatie hun gelden anders hebben gealloceerd. Hierdoor is SSCV de Rest veel inkomsten misgelopen en loopt zij nog steeds inkomsten mis.

5.4 Naar het oordeel van het Hof blijkt uit de door SSCV de Rest geponeerde stellingen dat reeds bij de start van de competitie 2009 – 2010 bekend was dat de SVB niet de door haar gewenste voorzieningen had getroffen. Dit blijkt uit haar stelling dat de SVB haar bij de competitieprogrammering heeft opgebracht als SV Royal 95. Een dergelijke programmering komt, naar algemeen bekend mag worden verondersteld, tot stand voordat de competitie van start gaat. Geïntimeerden hebben bij conclusie van antwoord in eerste aanleg aangevoerd dat de Competitie 2009 -2010 in augustus 2009, althans in het begin van het tweede halfjaar van 2009 van start is gegaan. Het Hof heeft de processtukken nagevorst, doch hieruit is niet gebleken dat SSCV de Rest dit heeft betwist, zodat naar dezerzijds oordeel de kantonrechter dit terecht als vaststaand heeft kunnen aannemen. Tegen de achtergrond van de betwisting van het spoedeisend karakter van de vordering door geïntimeerden, had het op de weg van SSCV de Rest gelegen om nader te betogen waarom het treffen van een voorlopige voorziening op korte termijn geboden was. Het Hof is met de kantonrechter van oordeel dat SSCV de Rest heeft nagelaten de spoedeisendheid nader te motiveren. In hoger beroep heeft SSCV de Rest, naar het Hof begrijpt, het spoedeisend karakter gemotiveerd door te wijzen op de financiële schade die zij heeft geleden en lijdt doordat sponsoren hun financiering hebben stopgezet. Echter vermag dit SSCV de Rest niet te baten, aangezien vanaf de aanvang van de competitie 2009 -2010 voor hen duidelijk was dat de SVB hen niet onder hun eigen naam liet deelnemen aan de competitie. Immers blijkt uit hun stellingen zelf dat de naam van de jeugdploegen door de SVB na de melding van de samensmelting is veranderd naar SV Royal 95. Zonder nadere motivering valt derhalve uit het teruglopen van het aantal supporters en het anders alloceren van de financiële middelen door de sponsoren, geen spoedeisend belang bij de onderhavige vordering af te leiden. Een nadere motivering zijdens SSCV de Rest is evenwel uitgebleven. Nu vaststaat dat de competitie 2009 – 2010 in augustus 2009, althans in het begin van het 2e halfjaar van 2009 is gestart, en het inleidend rekest in eerste aanleg is ingediend ter griffie op 11 februari 2010, ontbeert de vordering naar het oordeel van het Hof een spoedeisend belang. Voor een vordering in kort geding is essentieel dat sprake is van een spoedeisend karakter van de vordering, zodat bij gemis daarvan de gevraagde voorziening dient te worden geweigerd. Het vonnis in eerste aanleg gewezen zal dan ook worden bevestigd.

5.5 SSCV de Rest zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden verwezen in de kosten in eerste aanleg en in hoger beroep gevallen aan de zijde van de geïntimeerden.

De beslissing in hoger beroep
Het Hof:

6.1 Bevestigt het vonnis van de Kantonrechter in het Eerste Kanton in kort geding gewezen de dato 21 april 2011, A.R.No.100674, waarvan beroep;

6.2 Veroordeelt SSCV de Rest in de kosten van het geding aan de zijde van geïntimeerden in beide instanties gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op nihil;

Aldus gewezen door: mr. D.D. Sewratan, Fungerend-President, mr. S.M.M. Chu en mr. S.S.S. Wijnhard, Leden en door de Fungerend-President uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof van Justitie van vrijdag 16 oktober 2015, in tegenwoordigheid van mr. S.C. Berenstein, Fungerend-Griffier.
w.g. S.C. Berenstein w.g. D.D. Sewratan

Bij de uitspraak ter terechtzitting is verschenen, advocaat mr. K.J. Kraag-Brandon namens de advocaten mr. D.S. Kraag en mr. A.R. Baarh, gemachtigden van partijen.

Voor afschrift
De Griffier van het Hof van Justitie,
Mr. M.E. van Genderen-Relyveld