SRU-HvJ-2016-6

  • Instantie Hof van Justitie
  • Zaaknummer A-882
  • Uitspraakdatum 20 mei 2016
  • Publicatiedatum 23 maart 2021
  • Rechtsgebied Ambtenarenrecht
  • Relaties SRU-HvJ-2020-48
  • Inhoudsindicatie

    Het verzoek wordt afgewezen tot aanhouding voor onbepaalde tijd.

Uitspraak

HET HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME

Het incident in de zaak van

[verzoeker],
wonende te [district],
verzoekster,
gemachtigde: mr. I.S. Lalji, advocaat,

tegen

DE STAAT SURINAME,
meer in het bijzonder het Ministerie van Defensie,
zetelende te Paramaribo,
verweerder,
gevolmachtigde: mr. M. Winter, Substituut Officier van Justitie,

spreekt de Fungerend-President, in naam van de Republiek, het navolgende door het Hof van Justitie op de voet van artikel 79 van de Personeelswet als gerecht in ambtenarenzaken
gewezen vonnis in het incident uit.

Het procesverloop in de hoofdzaak en in het incident
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken/handelingen:

  • het verzoekschrift d.d. 08 juni 2015, met producties;
  • het verzoek tot verlenging van de termijn voor verweerschrift, d.d. 20 juli 2015; 
  • de beschikking van het Hof d.d. 23 juli 2015, waarbij de termijn voor verweerschrift m.i.v. 24 juli 2015 met 6 weken is verlengd; 
  • het verzoek tot verlenging van de termijn voor verweerschrift, d.d. 31 augustus 2015; 
  • de beschikking van het Hof d.d. 10 oktober 2015, waarbij de termijn voor verweerschrift m.i.v. 04 september 2015 voor de laatste maal met 6 weken is verlengd;
  • het verweerschrift d.d. 15 oktober 2015;
  • het verzoek tot uitstel zijdens de gemachtigde van verzoekster d.d. 15 januari 2016;
  • het verzoek tot het aanhouden van bovengenoemde zaak voor onbepaalde tijd zijdens de gemachtigde van verzoekster d.d. 04 maart 2015;
  • de uitlating zijdens verweerster ten aanzien van het verzoek d.d. 04 maart 2015.

De motivering
De vordering in het incident en het verweer daartegen
1.1 De gemachtigde van verzoekster verzoekt bovengenoemde zaak voor onbepaalde tijd aan te houden.

1.2 Verweerster concludeert uit het verzoek, dat verzoekster blijkbaar geen belang meer bij haar vordering heeft. Zij vraagt primair om vonnis in de zaak en subsidiair verzet zij zich niet tegen een schorsing voor onbepaalde tijd.

De beoordeling van het incident en in de hoofdzaak

2.1 Het Hof begrijpt uit het schrijven van de gemachtigde van verzoekster d.d. 15 januari 2016 dat, ondanks diverse pogingen van de gemachtigde van verzoekster, verzoekster niet bereikt kan worden teneinde ter terechtzitting te verschijnen voor het verhoor van partijen. De gemachtigde van verzoekster verzoekt het Hof vervolgens bij schrijven d.d. 04 maart 2016, de zaak voor onbepaalde tijd aan te houden.

2.2 Een procespartij kan om hem moverende redenen vragen om het geding voor onbepaalde tijd aan te houden. In deze is het verzoek gedaan en het Hof begrijpt dat de aanleiding van het verzoek is het niet kunnen bereiken van verzoekster. Het Hof merkt op dat gedaagde zich in eerste instantie verzet tegen het verzoek, nu zij primair om vonnis vraagt. Het Hof overweegt mede naar aanleiding daarvan dat het door de gemachtigde van verzoekster gedane verzoek is gedaan, zonder enig zicht op de verdere behandeling van de zaak.
Het Hof is van oordeel dat een ieder recht heeft op behandeling van zijn/haar zaak binnen een redelijke termijn. Nu het verzoek is gedaan de zaak voor onbepaalde tijd aan te houden, overweegt het Hof dat dit een onredelijke vertraging van het proces met zich zal meebrengen. Het verzoek van de gemachtigde van verzoekster zal dan ook niet worden gehonoreerd.

2.3 De zaak zal worden terugverwezen naar de rol in de stand waarop het zich bevond ten tijde van het instellen van het incident, waarbij slechts eenmaal uitstel zal worden verleend.

De beslissing in het incident en in de hoofdzaak
Het Hof
:
3.1 Wijst af het verzoek tot aanhouding voor onbepaalde tijd;

3.2 Verwijst de zaak naar de rol van 3 juni 2016 voor het verhoor van partijen, met de kanttekening dat slechts eenmaal uitstel zal worden verleend.

Aldus gegeven door: mr. D.D. Sewratan, Fungerend-President, mr. R.M. Praag en
mr.A.M.Nooitmeer-Rotsburg, leden-plaatsvervanger en

w.g. D.D. Sewratan

door mr. I.S. Chhangur-Lachitjaran, Fungerend-President bij vervroeging uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof van Justitie van vrijdag 20 mei 2016 in tegenwoordigheid van de Fungerend-Griffier, mr. S.C. Berenstein. 

w.g. S.C. Berenstein
w.g. I.S. Chhangur-Lachitjaran 

Partijen, verweerder vertegenwoordigd door mr. M. Danning namens mr. M. Winter, gevolmachtigde van verweerder, terwijl verzoekster noch bij gemachtigde noch bij vertegenwoordiger is verschenen.

Voor afschrift
De Griffier van het Hof van Justitie,

mr.M.E. van Genderen-Relyveld