SRU-HvJ-2018-2

  • Instantie Hof van Justitie
  • Zaaknummer GR-15263
  • Uitspraakdatum 18 mei 2018
  • Publicatiedatum 30 maart 2019
  • Rechtsgebied Civiel recht
  • Inhoudsindicatie

    Echtscheidingsrecht. Stelplicht. Schuldverwijt.
    Duurzame ontwrichting van een huwelijk kan uit de omstandigheden van het geval worden afgeleid, zonder dat die omstandigheden in de wet omschreven hoeven te staan. De omstandigheid dat partijen al jaren gescheiden wonen en leven legt de grondslag aan de conclusie dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De opvatting dat duurzame ontwrichting van een huwelijk alleen tot echtscheiding kan leiden als vaststaat dat deze duurzame ontwrichting te wijten is aan een van partijen vindt geen grondslag in het recht.

Uitspraak

G.R.No. 15263

HET HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME

in de zaak van

[appellante],

wonende te [adres], USA,

appellante,

verder te noemen: de vrouw,

gemachtigde: mr. J. Kraag, advocaat,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te Paramaribo,

geïntimeerde,

verder te noemen: de man,

gemachtigde: I.D. Kanhai, Bsc., advocaat,

inzake het hoger beroep van het door de kantonrechter in het Eerste Kanton tussen partijen gewezen en uitgesproken vonnis van 13 augustus 2012 (A.R.No. 10-4479) tussen de man als eiser en de vrouw als gedaagde spreekt de Fungerend-President, in Naam van de Republiek, het navolgende vonnis bij vervroeging uit.

Het procesverloop in hoger beroep

Dit blijkt uit de volgende stukken en/of handelingen:

– de verklaring d.d. 31 augustus 2012 van de griffier der kantongerechten, waarin is vermeld dat de vrouw tegen voormeld vonnis hoger beroep heeft ingesteld;

– de pleitnota d.d. 5 januari 2018;

– de antwoordpleitnota d.d. 2 februari 2018;

– de repliekpleitnota d.d. 16 maart 2108;

– het, bij wijze van dupliek, persisteren bij de antwoordpleitnota d.d. 6 april 2018;

– de rechtsdag voor de uitspraak van het vonnis was hierna aanvankelijk bepaald op 3 augustus 2018, doch bij vervroeging op heden.

De beoordeling

1. Het beroep is tijdig en op de juiste wijze ingesteld, zodat de vrouw daarin kan worden ontvangen.

2. Het gaat in deze zaak om een echtscheiding. De kantonrechter heeft de echtscheiding uitgesproken. De vrouw heeft twee grieven aangevoerd tegen het vonnis van de kantonrechter.

3. De tweede grief stelt aan de orde dat de duurzame ontwrichting van het huwelijk niet door de kantonrechter had mogen worden afgeleid uit het feit dat partijen al jaren gescheiden (en in twee verschillende landen) wonen en leven. Volgens de vrouw staat dit niet in de wet. Dat laatste is juist. Maar de duurzame ontwrichting van een huwelijk kan uit de omstandigheden van het geval worden afgeleid, zonder dat die omstandigheden in de wet omschreven hoeven te staan. De kantonrechter heeft terecht de omstandigheid dat partijen al jaren gescheiden wonen en leven ten grondslag gelegd aan de conclusie dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De grief faalt.

4. De eerste grief stelt aan de orde dat de duurzame ontwrichting van een huwelijk alleen tot echtscheiding kan leiden als vaststaat dat deze duurzame ontwrichting te wijten is aan een van partijen. Die opvatting vindt geen grondslag in het recht, zoals op goede gronden – die het Hof overneemt – door de kantonrechter in het vonnis waarvan beroep is uiteengezet. Uit de stellingen van de vrouw valt af te leiden dat zij de schuld geeft aan de man als het gaat om de duurzame ontwrichting van het huwelijk. Maar zolang dat niet in overwegende mate het geval is, kunnen daaraan geen juridische gevolgen worden verbonden. De vrouw heeft niet gesteld dat de duurzame ontwrichting van het huwelijk in overwegende mate aan de man is te wijten. Dan staat niets meer aan het uitspreken van de echtscheiding, zoals de kantonrechter heeft gedaan, in de weg. Ook de eerste grief faalt.

5. Nu de grieven niet slagen en het Hof tegen het vonnis van de kantonrechter ook ambtshalve geen bedenkingen heeft, zal dit worden bevestigd. Het Hof compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, gelet op de aard van de zaak.

De beslissing in hoger beroep

Het Hof:

bevestigt het in deze zaak door de kantonrechter tussen partijen gewezen vonnis van 13 augustus 2012 (A.R.No. 10-4479), waarvan beroep.

compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Aldus gewezen door: mr. D.D. Sewratan, Fungerend-President, mr. A. Charan, Lid en mr. S.J.S Bradley, Lid-Plaatsvervanger en

w.g. D.D. Sewratan

door mr. S.M.M. Chu, Fungerend-President bij vervroeging uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof van Justitie op vrijdag 18 mei 2018, in tegenwoordigheid van mr. S.C. Berenstein, Fungerend-Griffier.

w.g. S.C. Berenstein            w.g. S.M.M. Chu

Partijen, appellante vertegenwoordigd door advocaat mr. C.A.F. Meijnaar namens advocaat mr. J. Kraag, gemachtigde van appellante en geïntimeerde vertegenwoordigd door advocaat mr. H.H. Vreden namens advocaat I.D. Kanhai, Bsc., gemachtigde van geïntimeerde, zijn bij de uitspraak ter terechtzitting verschenen.

Voor afschrift

De Griffier van het Hof van Justitie,

mr. M.E. van Genderen-Relyveld