SRU-HvJ-2020-45

  • Instantie Hof van Justitie
  • Zaaknummer GR-15671
  • Uitspraakdatum 07 februari 2020
  • Publicatiedatum 30 maart 2021
  • Rechtsgebied Civiel recht
  • Inhoudsindicatie

    Appellanten vorderen royement van een hypotheek en dat wordt ze geweigerd. Er wordt hoger beroep aangetekend . Appellant geeft aan te hebben voldaan aan de voorwaarden voor royement echter weigert geïntimeerde om de hypotheek te royeren. Het hof is van oordeel dat geïntimeerde ten onrechte weigert om gedeeltelijke royement te verlenen op het onroerend goed.

Uitspraak

HET HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME 
G.R. no. 15671 
07 februari 2020 

In de zaak van 
A. [appellant sub A]
B.De naamloze vennootschap N.V. Surishopping,  
wonende c.q. kantoorhoudende te [district], 
appellanten in kort geding, 
hierna te noemen Surishopping e.a., 
appellant sub A procederend in persoon, 
gevolmachtigde van appellante sub B: [appellant sub A]  

tegen  

Godo Bank N.V. ten rechte geheten Coöperatieve Vereniging Coöperatieve Spaar – en Kredietbank Godo G.A., 
kantoorhoudende te Paramaribo,  
geïntimeerde in kort geding, 
hierna te noemen Godo,   
gemachtigde: mr. D.S. Kraag, advocaat, 
inzake het hoger beroep van het door de kantonrechter in het eerste kanton in kort geding uitgesproken vonnis van 15 april 2019 bekend onder AR no. 17-3112 tussen Surishopping e.a. als eisers en Godo als gedaagde,  
spreekt de Fungerend-President, in Naam van de Republiek, het navolgende vonnis in kort geding, bij vervroeging, uit. 

  1. Het procesverloop

1.1 Dit blijkt uit de volgende processtukken/proceshandelingen: 

  • de verklaring van de griffier van de griffie der kantongerechten waaruit blijkt dat Surishopping e.a. op 17 april 2019 hoger beroep hebben ingesteld; 
  • de pleitnota met producties gedateerd 21 juni 2019, door Surishopping e.a. aangeduid als “Memorie van Grieven”; 
  • de antwoordpleitnota gedateerd 12 juli 2019; 
  • de repliekpleitnota met producties gedateerd 19 juli 2019; 
  • de dupliekpleitnota gedateerd 2 augustus 2019; 
  • de brieven respectievelijk gedateerd 5 en 12 november 2019 zijdens appellant sub A; 
  • het proces-verbaal van gehouden verhoor van partijen gedateerd 2 december 2019, naar aanleiding van de hiervoor vermelde brieven.  

1.2 De uitspraak van het vonnis was aanvankelijk bepaald op 21 februari 2020 doch bij vervroeging op heden.  

2. De ontvankelijkheid van het beroep

Het beroepen vonnis is gedateerd 15 april 2019. Surishopping e.a. hebben op 17 april 2019 appèl aangetekend. Dit is binnen de bij wet gestelde termijn. Surishopping e.a. zijn dus ontvankelijk in het door hen ingestelde appèl.  

3. De vordering in hoger beroep 

Surishopping e.a. vorderen in hoger beroep: 
1. vernietigingvan het vonnis van de kantonrechter gedateerd 15 april 2019 met AR  17-3112, en opnieuw rechtdoende: 
2. de vorderingalsnog toe te wijzen;  
3.uitvoerbaarbij voorraad verklaring van het vonnis; 
4. veroordelingvanGodo in de proceskost 

4. De feiten

4.1 In december 2013 hebben Surishopping e.a. Godo benaderd voor de financiering van de aankoop van een perceel aan de [adres 1].  
4.2 Op 14 maart 2014 zijn er twee leningen verstrekt aan Surishopping, te weten: 

  • een hypothecaire lening groot US$338.000,= met betrekking tot aankoop van het perceel aan de [adres 1] en  
  • een rekening-courant krediet groot US$300.000,=. Godo heeft deze rekening-courant krediet overgenomen van de Hakrinbank.  

4.3 Ten behoeve van Godo is er hypotheek gevestigd op de volgende onroerende goederen, en nader bij partijen bekend, te weten gelegen aan de [adres 1] en [adres 2] .   

4.4 Bij brief gedateerd 17 april 2014 heeft Godo het volgende bericht aan Surishopping e.a.:  
“….. Geachte heer [appellant sub A], 
Hierbij delen wij u mede geen bezwaar te hebben tegen gedeeltelijk royement van de hypothecaire inschrijving ten laste van [appellant sub A] en [naam 1] en ten behoeve van N.V. Surishopping, verleden ten kantore van notariaat mr. G.H.B. Blom dd 6 maart 2014 op het perceelland groot 3.381,27 m2 gelegen te [district]  ten oosten van de [weg] aangeduid met de letters ABCDEFG en het [nummer ], gelegen aan de [rivier], deeluitmakende van het voorland van de [plantage ]. 
Bovenstaand gedeeltelijk royement zal plaatsvinden onder de volgende voorwaarden: 

  •  Storting van een bedrag ad. USD.7.250,- ten behoeve van hypotheek sub 1; zijnde de aflossing over de maanden maart 2014 en april 2014 
  •  Storting van een bedrag ad. USD.15.000,- ten behoeve van rekening courant sub 1 zijnde 5% van de hoogste maandstand     
  •  Het afsluiten van een overlijdens risico verzekering voor een bedrag groot USD.220.000,= ten name van [naam 1] 
  • Cedering van het agentschap en de begunstiging ten behoeve van Godo op de brandverzekering van het in dekking gegeven pand gelegen aan de [adres 2]. 

Hopende u hiermee voldoende te hebben geinformeerd, verblijven wij,  
Hoogachtend,  
Godo………….”.   

4.5 Surishopping heeft bij schrijven d.d. 29 september 2014 – zover van belang – het  volgende bericht aan Godo: 
“…….Mijne heren, 
…… Wij vragen u dan ook en dringen bij u erop aan om het royement van het perceel zo spoedig mogelijk te realiseren. Graag nog dit jaar.  
Ten overvloede moeten wij u erop wijzen, dat wij onlangs nog in oktober, na de medische keuring van mijn echtgenote, met uw [naam 2] hierover hebben gesproken. Er waren geen andere bezwaren dan het punt van de verzekering….”.   

4.6 Op 24 december 2014 stuurt Godo (in de persoon van [naam 2], relatie beheerder Zakelijk) een e-mail naar ene mevr.[naam 3] van het notariaat Aexander. Hierin is het volgende verwoord. 
“…..Geachte mevr. [naam 3],  
Naar aanleiding van het gesprek van vandaag d.d. 24 december 2014 met mevrouw [naam 4] ontvangt u mijn reactie.  
In uw brief van 17 december 2014 heeft u een saldo- opgave van de hypothecaire schuld ten name van Surishopping N.V. opgevraagd. De berekening is gemaakt op basis van algeheel royement. Het bedrag bij algeheel royement bedraagt US$645.930,=. Achteraf blijkt uit het gesprek met mevrouw [naam 4] en met de heer [appellant sub A] dat het een gedeeltelijke royement betreft.  
Ik wil u daarom vriendelijk vragen om nogmaals een schriftelijk verzoek in te dienen voor gedeeltelijke royement. Na ontvangst krijgt u van GODO Bank een saldo-opgave voor gedeeltelijke royement…..”.  

4.7 Op 24 december 2014 bericht Godo (in de persoon van [naam 5], Directeur Commercie) per e-mail de heren [appellant sub A] en [naam 6]  (van Surishopping), alsvolgt: 
“…..Beste heren [appellant sub A] en [naam 6]  
Zoals u ziet zijn we bezig met uw verzoek. Ik wil u er wel op attenderen dat we bij royement opnieuw een dekkingscalculatie zullen maken om na te gaan hoe de risico’s van de bank gedekt zijn bij eventueel (gedeeltelijk)royement. De brief van april 2014 mag niet als uitgangspunt dienen. We zijn inmiddels 8 maanden verder. In de tussentijd zijn de (interne en externe) regels verder aangescherpt en moeten we de situatie op dit moment bekijken. Het verloop van de kredietrelatie speelt ook een belangrijke rol. 
Nogmaals, we doen onze uiterste best voor u…….”.  

4.8 Bij brief gedateerd 16 december 2015, heeft Godo een voorstel gedaan aan  [appellant sub A] voor herstructurering van de kredieten tot één (1) krediet.  

4.9 Godo heeft een saldo-opgave overgelegd bij zijn conclusie van antwoord, genummerd als productie no. 1. 
Daaruit blijkt dat de hypotheeklening per 28 juli 2017 is opgelopen tot een bedrag van US$488.151,65 terwijl de rekening-courant krediet bedraagt US$300.000,=.  
De totale schuld bedroeg per 28 juli 2017: US$842.191,15. 

4.10 In eerste aanleg hebben Surishopping e.a. – zakelijk weergegeven – gevorderd veroordeling van Godo: 

  1. om royement te verlenen van de hypothecaire inschrijving ten laste van [appellant sub A] en [naam 1]  enten behoeve van N.V.Surishopping, verleden ten kantore van notariaat mr. G.H.B. Blom d.d. 6 maart 2014 op het perceelland groot 3.381,27 m2 gelegen te [district] ten oosten van de [weg] aangeduid met de letters ABCDEFG en het [nummer ], gelegen aan de [rivier], deel uitmakende van het voorland van de [plantage] (hierna het perceel). 
  2. totbetaling van een dwangsom; 
  3. totbetaling van de gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten.   

4.11 De kantonrechter heeft de vordering van Surishopping e.a. geweigerd en laatstgenoemden veroordeeld in de proceskosten.  

  1. De beoordeling in appèl 

5.1 Surishopping e.a. hebben een achttal grieven aangevoerd tegen het vonnis. Daarnaast hebben zij andere feitelijkheden nader gesteld.  
In de onderhavige zaak dient te worden onderzocht of Godo, al dan niet ten onrechte weigert over te gaan tot het verlenen van het gevorderde royement.   
5.1.1 Het komt – zakelijk weergegeven en voor zover van belang – erop neer dat Surishopping e.a. zich erop beroepen dat zij hebben voldaan aan de door Godo vastgestelde voorwaarden voor gedeeltelijk royement van de hypothecaire inschrijving op het perceel zoals omschreven onder 4.10 van de feiten, doch dat Godo weigert om de hypotheek op het perceel te royeren.  
Surishopping e.a. stellen dat het aan Godo heeft gelegen dat zij niet binnen afzienbare tijd aan (al) de voorwaarden hebben kunnen voldoen, waardoor de afhandeling van het royement steeds werd uitgesteld.  
Voor een goed overzicht zal het Hof ertoe overgaan om de door Godo gestelde voorwaarden afzonderlijk te bespreken.  

5.2 Voorwaarde 1 

– Storting van een bedrag ad. USD.7.250,- ten behoeve van hypothecaire lening zijnde de aflossing over de maanden maart 2014 en april 2014. 
Surishopping e.a. stellen ten aanzien hiervan dat zij aan deze voorwaarde hebben voldaan. Volgens Surishopping e.a. hebben zij tot en met oktober 2014 een totaal bedrag van US$25.609,71 gestort. Dit is een bedrag van US$234,71 meer.  
Ter onderbouwing hiervan hebben Surishopping e.a. bij hun verzoekschrift een overzicht aangehecht genummerd productie 7.  

5.2.1 Het Hof is van oordeel dat Godo deze stelling van Surishopping e.a. niet, althans niet gemotiveerd, heeft weersproken. Godo heeft namelijk niet weersproken dat Surishopping e.a. in ieder geval tot en met oktober 2014 de aflossing van de hypotheek volgens afspraak hebben gepleegd. Ook de inhoud van de ten aanzien hiervan door Surishopping e.a. overgelegde productie no. 7 is niet betwist zodat ook dat aannemelijk is.  
Het verweer van Godo dat Surishopping e.a. van meet af aan een aanmerkelijke betalingsachterstand hadden, kan op grond van voorgaande dus niet worden gevolgd nu Surishopping e.a. vanaf het moment na de gestelde voorwaarden tot en met oktober 2014 de aflossingen hadden gepleegd.  

5.3 Voorwaarde 2 
– Storting van een bedrag ad. USD.15.000,- ten behoeve van rekening-courant   zijnde 5% van de hoogste maandstand.  
Surishopping e.a. stellen dat ondanks hun slechte liquiditeitspositie, zij deze stortingen hebben voortgezet tot en met eind oktober 2014. Surishopping e.a. hebben gesteld dat maandelijks minimaal 5% van de hoogste debetstand neerkwam op US$15.000,=. Vanaf het moment van de voorwaarden tot en met oktober 2014 (ongeveer 7 maanden) is een totaal bedrag van US$109.650,= gestort. Dit is US$4.650,= meer dan wat er was afgesproken. Ter onderbouwing hiervan hebben Surishopping e.a. bij hun verzoekschrift een overzicht aangehecht genummerd productie 6.  

5.3.1 Godo heeft ten aanzien hiervan aangevoerd dat Surishopping e.a. onvolledige informatie hebben verstrekt. Godo verwijst naar twee door haar als productie 2 en 3 bij haar conclusie van antwoord overgelegde saldo overzichten. Volgens Godo hebben deze overzichten betrekking op de rekening-courant rekening tot en met juli 2017 als ook de lijst van stortingen en debiteringen.  
Volgens Godo blijkt uit deze producties dat Surishopping e.a. zich niet hebben gehouden aan de verplichte maandelijkse aflossing van tenminste 5% over de hoogste debetstand. Godo betoogt verder dat Surishopping e.a. bewust de debiteringen hebben verzwegen. Daarnaast was de limiet op het rekening-courant krediet op de datum van de uitkering al op het maximum.  
Wat er ook van zij, Godo heeft niet weersproken dat maandelijks minimaal 5% van de hoogste debetstand neerkwam op US$15.000,= zodat dat aannemelijk is. Godo heeft evenmin weersproken dat per eind oktober 2014 – 7 maanden nadat de voorwaarden door Godo waren vastgesteld – in totaal US$109.650,= door Surishopping e.a was gestort, hetgeen betekende dat US$4.650,= meer dan wat er was afgesproken was overgemaakt, zodat ook dit aannemelijk is. Na deze uiteenzetting mocht van Godo worden verwacht dat zij duidelijkheid verschafte of de hiervoor genoemde stellingen onjuist waren en zo ja dit ook gemotiveerd onderbouwde door middel van berekeningen en cijfermateriaal. Het verweer van Godo ter zake acht het Hof ontoereikend.  
Het Hof acht daarom aannemelijk dat Surishopping e.a. tot en met eind oktober 2014 terstond aan de hiervoor gestelde voorwaarde hebben voldaan.  

5.4 Voorwaarde 3 
– Levensverzekering ten name van mevr. [naam 1]  
Surishopping e.a. stelt ten aanzien hiervan, dat voor wat betreft de verzekeringen, in het arrangement dat met de bank is getekend staat, dat de te sluiten verzekeringen via Godo moeten geschieden. Zij, Surishopping e.a., waren voor de tijdigheid van de te sluiten verzekering geheel van Godo afhankelijk. Zij hebben vanwege de urgentie van de zaak vaak bij de bank aangedrongen voor de verzekeringen. Door Godo werd steeds gezegd dat zij hen zou bellen. Godo had de totstandkoming van de verzekering opzettelijk vertraagd. 
Uiteindelijk werd afgesproken dat mevr. [naam 1] te wiens name de levensverzekering diende te worden afgesloten, pas op 23 september 2014 naar de bank moest om een formulier voor haar levensverzekering in te vullen. Ter onderbouwing van het voorgaande hebben Surishopping e.a. stukken overgelegd (zie productie 3 verzoekschrift), waaruit onder meer blijkt dat de aanvraag van de verzekering door Assuria is ontvangen op 25 september 2014.  

5.4.1 Ten aanzien van dit onderdeel heeft Godo aangevoerd dat zij voor het sluiten van de overlijdensrisicoverzekering (hierna levensverzekering) afhankelijk was van de te verzekeren persoon, in deze [naam 1] . Godo erkent dat de afspraak voor het invullen van het formulier terzake gemaakt was voor 23 september 2014, maar, voert zij aan, dat dit niet betekent dat zij daarvoor niets terzake had ondernomen.  
Met dit verweer heeft Godo onvoldoende gemotiveerd welke handelingen zij heeft verricht om dit proces te versnellen. Tegen de achtergrond van de stelling van Surishopping e.a. dat zij daarentegen steeds daarop hebben aangedrongen bij Godo mocht van laatstgenoemde wel meer informatie terzake worden verwacht. In ieder geval is het aannemelijk dat Surishopping e.a. niets te verwijten valt dat de levensverzekering pas op 25 september 2014 is gesloten.  

5.5 Voorwaarde 4 
– Cedering van het agentschap en de begunstiging ten behoeve van Godo op de brandverzekering van het in dekking gegeven pand gelegen aan de [adres 1]. 
Ten aanzien van deze voorwaarde hebben Surishopping e.a. gesteld dat nu Godo de lening heeft overgenomen van de Hakrinbank, zij, Godo, ook automatisch het recht heeft op begunstiging. Godo zou hiervoor zelf een schrijven moeten sturen naar de verzekeringsmaatschappij waar de verzekering loopt, om verandering van begunstiging te vragen. Volgens Surishopping e.a. is dit ook gebeurd. Surishopping e.a. hebben ter onderbouwing hiervan bij hun verzoekschrift een overzicht aangehecht genummerd productie 7a.  

5.5.1 Godo heeft hiertegen ingebracht dat de brandverzekering een lopende verzekering was en dat de Hakrinbank pas na maanden de verzekering heeft gecedeerd aan haar. Zij, Godo, was dus niet alleen afhankelijk van de verzekeringsmaatschappij maar ook van de Hakrinbank.  
Gezien het verweer van Godo terzake, is het Hof van oordeel dat Surishopping e.a. bij de voldoening van deze voorwaarde niets te verwijten valt. Dat dit iets langer heeft geduurd kan dus niet werken ten nadele van Surishopping e.a. 

5.6 Op grond van het onder 5.2 tot en met 5.2.1 overwogene concludeert het Hof dat aan tenminste drie (3) van de vier (4) voorwaarden was voldaan per oktober 2014, terwijl de 4e voorwaarde niet afhankelijk was van enig handelen van Surishopping e.a. 

5.7 Surishopping e.a. beroepen zich voorts erop dat er een overbodige dekking bij Godo was, waardoor laatstgenoemde ervoor koos om het perceel aan de [adres 1]reeds in een heel vroeg stadium, van nauwelijks een maand na verstrekking van het krediet, vrij te geven. Door andere (overbodige) voorwaarden aan te verbinden en de hypotheek daarna toch niet te royeren heeft Godo hen opzettelijk ruim 3 jaren lang gedupeerd terwijl zij zo krap zaten met werkkapitaal.  

5.8 Aangezien per oktober 2014 aan drie (3) van de vier voorwaarden was voldaan, terwijl het vervullen van de 4e voorwaarde niet afhankelijk was van een handelen van Surishopping e.a. is het voor het Hof onduidelijk waarom Godo heeft nagelaten om de gewraakte hypotheek te royeren per oktober 2014. Godo heeft hierover ook geen informatie verschaft terwijl juist zij in de positie was om die informatie te verschaffen en dat ook van haar mocht worden verwacht.  
Dit tegen de achtergrond van de stelling van Surishopping e.a. dat er sprake was van een overbodige dekking en dat Godo om deze reden ervoor koos om in een heel vroeg stadium na verstrekking van het krediet, het perceel aan de [adres 1]vrij te geven. Ook hierover mocht nadere uitleg van Godo worden verwacht. Onduidelijk is gebleven waarom Godo reeds na één (1) maand nadat de kredietovereenkomsten tussen partijen waren gesloten, bereid was om over te gaan tot het royeren van de hypotheek aan de [adres 1]onder de hiervoor omschreven voorwaarden.  
Hierdoor is de stelling van Surishopping e.a., dat er sprake was van een overbodige dekking, dan wel aannemelijk geworden. 

5.9 Naar aanleiding van al hetgeen hiervoor is overwogen, in onderlinge samenhang gelezen, komt het Hof tot de conclusie dat Godo ten onrechte weigert om gedeeltelijke royement te verlenen op het onroerend goed aan de [adres 1]. De kantonrechter heeft daarom ten onrechte de door Surishopping e.a. gevraagde voorzieningen geweigerd, zodat het vonnis d.d. 15 april 2019 bekend onder AR no. 17-3112 dient te worden vernietigd en opnieuw rechtdoende zal worden beslist als in het dictum te melden.  

5.10 De door Surishopping e.a. gevorderde dwangsom zal worden gemitigeerd en gemaximeerd, nu deze het Hof bovenmatig voorkomt.  

5.11 Het Hof acht het overbodig om de overige stellingen en weren van partijen te bespreken.  

5.12 Godo zal, als de in het ongelijk gelijk gestelde partij, de proceskosten moeten dragen, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep.  

6. De beslissing
Het Hof: 
6.1 vernietigt het vonnis van de kantonrechter in het eerste kanton in kort geding, d.d. 15 april 2019 bekend onder AR no. 17-3112. 

En opnieuw rechtdoende: 
6.2 veroordeelt Godo om binnen 1×24 uur na betekening van dit vonnis royement te verlenen van de hypothecaire inschrijving ten laste van [appellant sub A] en [naam 1] en ten behoeve van N.V. Surishopping, verleden ten kantore van notariaat mr. G.H.B. Blom d.d. 6 maart 2014 op het perceelland groot 3.381,27 m2 gelegen te [district] ten oosten van de [weg] aangeduid met de letters ABCDEFG en het [nummer] gelegen aan de [rivier], deel uitmakende van het voorland van de [plantage].  

6.3 veroordeelt Godo tot betaling van een dwangsom groot SRD10.000,= (tienduizend Surinaamse Dollar) voor iedere dag dat zij in gebreke blijft uitvoering te geven aan de veroordeling weergegeven onder 6.2 van dit vonnis en wel tot een maximum van SRD1000.000,= (één miljoen Surinaamse Dollar).    

6.4 veroordeelt Godo in de proceskosten aan de zijde van Surishopping e.a. gevallen in eerste aanleg en in hoger beroep en tot aan deze uitspraak begroot op  SRD. 750,–; 

6.5 weigert het meer of anders gevorderde.  

Aldus gewezen door mr. D.D. Sewratan, fungerend-president, mr. A. Charan en mr. I.S.Chhangur-Lachitjaran, ledenen bij vervroeging uitgesproken  door mr. D. Sewratan,  fungerend-president,  ter openbare terechtzitting van het Hof van Justitie van vrijdag, 7 februari 2020 in tegenwoordigheid van mr. S.C. Berenstein, fungerend-griffier.  

w.g. S.C. Berenstein                                                  w.g. D.D. Sewratan 

Partijen, appellanten vertegenwoordigd door de heer [appellant sub A], gemachtigde van appellanten en geïntimeerde vertegenwoordigd door advocaat mr. J. Kraag namens advocaat mr. D. Kraag, gemachtigden van geïntimeerde, zijn bij de uitspraak ter terechtzitting verschenen.