SRU-HvJ-2022-27

  • Instantie Hof van Justitie
  • Zaaknummer GR 16001
  • Uitspraakdatum 18 februari 2022
  • Publicatiedatum 13 september 2023
  • Rechtsgebied Civiel recht
  • Inhoudsindicatie

    Het Hof heeft overwogen dat er onvoldoende gronden zijn aangevoerd door de vrouw om het beschermingsbevel te rechtvaardigen. Evenwel ziet het Hof aanleiding om in stede van het beschermingsbevel, de man een verbod op te leggen om te roken in de woning en om luid muziek af te spelen in de woning, nu hij zich wel daaraan schuldig maakt.

Uitspraak

HET HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME

In de zaak van

[Appellant],
wonende aan [adres 1] in het [district 1],
appellant, hierna aangeduid als “de man”,

tegen

[Geïntimeerde],
wonende aan [adres 1] in het [district 1],
geïntimeerde, hierna aangeduid als “de vrouw”,

inzake het hoger beroep van de door de Kantonrechter in het Eerste Kanton gegeven beschikking van 28 oktober 2019 (A.R. No. 19-3864) (hierna de bestreden beschikking) tussen de vrouw als verzoekster en de man als gedaagde, geeft het Hof van Justitie, in Naam van de Republiek, de navolgende beschikking.

Het procesverloop

  1. Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken c.q. handelingen:
  • de brief d.d. 18 februari 2021, gericht aan de waarnemend griffier der Kantongerechten afkomstig van de man waaruit blijkt dat hij hoger beroep heeft aangetekend tegen de bestreden beschikking;
  • de proces-verbaal van verhoor van partijen gehouden op 26 juli 2021;

1.2 De beschikking wordt op heden gegeven.

De ontvankelijkheid

2.1 Het hoger beroep is tijdig en op de juiste wijze ingesteld, zodat de man daarin kan worden ontvangen.

De beoordeling

3 Het gaat in deze zaak om het volgende.

3.1 Door de vrouw is aan de kantonrechter in het Eerste Kanton bij verzoekschrift d.d. 15 oktober 2019 verzocht een beschermingsbevel te verlenen tegen de man en heeft zij daartoe aangevoerd dat zij gedurende circa dertig jaren in concubinaat hebben gewoond; dat zij samen twee dochters hebben, [naam 1] en [naam 2] respectievelijk 23 jaar en 19 jaar; dat de duurzame relatie met de man in feite twee jaar geleden reeds is beëindigd; dat de man evenwel des nachts naar de woning komt om er te slapen; dat wanneer hij in de woning is, hij tot niemand het woord richt noch reageert op gesprekken die de gezinsleden met hem proberen aan te gaan; dat de gezinsleden de spanningen die de houding van gedaagde veroorzaakt niet meer aankunnen; dat nadat zaken hoog zijn opgelopen de man een houwer heeft gepakt en de vrouw en zijn dochters heeft uitgedaagd; dat de vrouw een algeheel contactverbod tussen haar en de dochters heeft gevraagd alsmede de ontruiming van de man;

3.2. Op voornoemd verzoek is door de kantonrechter het verzochte beschermingsbevel verleend in dier voege dat is beschikt dat de man de woning aan [adres 1] in het [district 1] ontruimt met behulp van de sterke arm, met medeneming van zijn persoonlijke goederen waaronder een stereo set, een televisietoestel met tv-tafel, kleding en schoeisel, gereedschappen en een voertuig van het merk Toyota Carina met het [kentekennummer 1] en dat hem vanaf de dagtekening van de beschikking, zoals aangegeven onder II van het dictum van de beschikking, voor een periode van drie (3) jaren verboden is:

  • zich te begeven of te bevinden in de nabijheid van de woning aan [adres 1] in het [district 1];
  • zich te begeven of te bevinden op of in de nabijheid van de werkplaats van de vrouw;
  • zich te begeven of te bevinden in de nabijheid van de vrouw en [naam 1] en [naam 2], binnen een straal van honderd meter of in door hen regelmatig bezochte plaatsen en ruimten;
  • telefonisch contact of contact via social media met verzoekster en [naam 1] en [naam 2] te maken;

voorts dat de beschikking uitvoerbaar bij voorraad is verklaard.

3.3 In dit hoger beroep heeft de man – zakelijk weergegeven – verklaard, dat hij bezwaren heeft tegen de bestreden beschikking omdat de vermelde overwegingen in het proces-verbaal van de zitting in de raadkamer d.d. 12 oktober 2019 niet op waarheid berusten; hij nimmer is opgeroepen om ter terechtzitting te verschijnen; hij zich ten tijde van het gerechtelijke proces bevond op zijn [werkplaats] te [district 2]; hij mede heeft gefinancierd om het huis te bouwen en nergens anders heeft om te wonen; hij gezien het bovenstaande zich niet terug kan vinden in de beslissing van de rechter en in dit kader vraagt de beschikking te heroverwegen;

3.4 Op daartoe strekkende vragen heeft de vrouw onder meer en zakelijk weergegeven verklaard, dat zij vanaf het jaar 2015 geen relatie meer heeft met de man; dat zij bij zijn aanwezigheid voor een week bij haar ouders verblijft en zij niet meer onder één dak woonachtig zijn; dat zij rust wil hebben in haar leven en niet kan tegen het te hard afspelen van muziek en het roken in huis; dat de kinderen er ook spanningen van ondervinden en zij genoeg heeft van zijn provocerende gedragingen en het psychisch geweld.

3.5 Uit het gehouden verhoor en de inhoud van de stukken in eerste aanleg is het Hof gebleken dat de man bij verstek is veroordeeld vanwege spanningen tussen partijen doch dat er geen sprake is van fysiek – maar wel psychisch geweld. In het jaar 2015 is er een incident geweest waarbij de man een houwer heeft gepakt en aan zijn dochter heeft aangeboden met de woorden: “ …kap me dan…”. Dit is waarschijnlijk de aanleiding geweest voor de vrouw om in het jaar 2019 het verzoek in te dienen. Voorts is gebleken dat de man in prima opgeroepen is geweest toen hij in het binnenland was waardoor hij geen verweer heeft kunnen voeren. Duidelijk is dat het roken in huis en het hard afspelen van muziek voor spanningen en overlast zorgt ook voor de kinderen. Anderzijds ontkomt het Hof niet aan de indruk dat partijen elkaars nabijheid niet op prijs stellen. Uit het gehouden verhoor is ook niet komen vast te staan dat de man zich naar de werkplek van de vrouw begeeft. Het Hof acht het door de vrouw aangevoerde onvoldoende gegrond om het bevel met betrekking tot de door haar gevraagde voorzieningen te geven. Het Hof acht het wel passend en geboden om de man een verbod op te leggen om te roken in de woning en om luid muziek af te spelen in de woning, nu bij de behandeling wel gebleken is dat de man zich daaraan schuldig maakt.

3.6 Gelet op het hiervoren overwogene zal, onder vernietiging van de bestreden beschikking, als na te melden worden beslist.

Beschikkende in hoger beroep:

Vernietigt de beschikking van de Kantonrechter in het Eerste Kanton, gegeven tussen partijen op 28 oktober 2019 bekend onder A.R. no. 19-3864;

En opnieuw rechtdoende:

  • legt de [appellant] een rookverbod in huis op;
  • legt de [appellant] het verbod op luid muziek in huis af te spelen.
  • Wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Deze beschikking is gegeven door mr. D.D. Sewratan, Fungerend-President, mr. A. Charan en mr. I.S. Chhangur-Lachitjaran, Leden en door de Fungerend-President uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof van Justitie te Paramaribo op vrijdag 18 februari 2022, in tegenwoordigheid van mr. S.C. Berenstein BSc., Fungerend-Griffier.

Bij de uitspraak ter terechtzitting zijn verschenen, [appellant] in persoon en [geïntimeerde] in persoon bijgestaan door advocaat mr. G.M. Leter, gemachtigde van geïntimeerde.