SRU-HvJ-2022-28

  • Instantie Hof van Justitie
  • Zaaknummer GR 15505
  • Uitspraakdatum 02 april 2022
  • Publicatiedatum 13 september 2023
  • Rechtsgebied Civiel recht
  • Inhoudsindicatie

    Nu appellante geen pleitnota heeft overgelegd en evenmin grieven heeft aangevoerd, ziet het Hof geen aanleiding tot vernietiging van het vonnis in eerste aanleg.

Uitspraak

GR-15505

HET HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME

VONNIS

In de zaak van

Kul Mining Suriname N.V.,
gevestigd te Paramaribo,
appellante,
verder te noemen: Kul Mining,
zonder gemachtigde,

tegen

Guianas Aviation N.V.,
gevestigd te Paramaribo,
geïntimeerde,
verder te noemen: Guianas,
gemachtigde: mr. H.R. Schurman, advocaat,

inzake het hoger beroep van het door de kantonrechter in het Eerste Kanton tussen Guianas als eiseres en Kul Mining als gedaagde gewezen en uitgesproken vonnis van 13 februari 2018 (A.R. no. 13-0303), spreekt de Fungerend-President, in naam van de Republiek, het navolgende vonnis uit.

Het procesverloop in hoger beroep

  1. Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken en/of handelingen:
  • het proces-verbaal van 24 april 2018 van de griffier der kantongerechten, waarin is vermeld dat Kul Mining tegen het voormelde vonnis hoger beroep heeft ingesteld.

De uitspraak van het vonnis is nader bepaald op heden.

De beoordeling

  1. Tegen de door de kantonrechter vastgestelde feiten zijn geen grieven gericht. Het hof gaat dan ook van die feiten uit. De zaak gaat – kort weergegeven – over het volgende.
  2. Guianas heeft als productie overgelegd een invoice [nummer 1] d.d. 24 augustus 2012 waarin wordt gerefereerd aan de nota [nummer 2] d.d. 31 januari 2012 betreffende advieswerkzaamheden gedurende de maanden november, december 2011 en januari 2012 voor het totaalbedrag van US$ 32.400,- waarbij eveneens is vermeld dat op 27 maart 2012 is ontvangen nota [nummer 3] betreffende retainer fee februari 2012 ad US$ 7.560,-, op 20 juli 2012 is ontvangen deelbetaling nota [nummer 4] ad US$ 2.500,-, op 23 augustus 2012 ontvangen deelbetaling nota [nummer 5] ad US$ 4.962,56, openstaande saldo US$ 24.937,44.
  3. Bij brief van 14 januari 2013 heeft Guianas Kul Mining gesommeerd en in gebreke gesteld om het openstaande saldo vermeerderd met de incassokosten van 15% te voldoen.
  4. In reactie op voornoemde brief heeft Kul Mining bij e-mail van 18 januari 2013 bericht dat de betaling in de eerste week van februari zal worden bevestigd.
  5. Guianas heeft als producties overgelegd een emailbericht van Kul Mining van 22 maart 2012 waarbij wordt meegedeeld dat ‘zoals reeds eerder aangegeven, is de retainer fee overmaking gisteren uitgevoerd, en kunt u deze in de tweede helft van de week verwachten’.
  6. Guianas heeft ter verzekering van haar vordering begroot op US$ 33.000,- na daartoe verkregen verlof van de kantonrechter d.d. 15 februari 2013, bij exploit no. 197 van de gerechtsdeurwaarder D. Hieralal, op 28 februari 2013 ten laste van Kul Mining conservatoir derdenbeslag doen leggen onder de in het exploit genoemde banken.
  1. In eerste aanleg heeft Guianas gevorderd – zakelijk weergegeven – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
  • Kul Mining te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Guianas te voldoen het bedrag van US$ 28.678,05 (bestaande uit US$ 24.937,44 als hoofdsom en US$ 3.740,61 ter zake van 15% incassokosten), vermeerderd met de wettelijke rente van 6% per jaar vanaf de dag van indiening van het verzoek tot aan de algehele voldoening;
  • van waarde te verklaren de gelegde conservatoire beslagen door deurwaarder D. Hieralal d.d. 28 februari 2013, bij exploit met het no. 197;
  • Kul Mining te veroordelen in de kosten van het geding.
  1. Guianas heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd een mondelinge overeenkomst op grond waarvan zij in de periode november 2011 tot en met augustus 2012 adviezen heeft uitgebracht over de opzet en ondersteuning van luchtvaartactiviteiten door Kul Mining. Kul Mining heeft verweer gevoerd.
  1. De kantonrechter heeft bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis de vordering van Guianas in hoofdsom van US$ 24.937,44 toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente van 6% per jaar vanaf 7 maart 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, de gelegde conservatoire derdenbeslagen van waarde verklaard en Kul Mining veroordeeld in de proceskosten van SRD 5.550,-.
  1. In het hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter heeft Kul Mining geen pleitnota overgelegd en geen grieven aangevoerd. Het hof ziet ook ambtshalve geen reden om tot vernietiging van het vonnis over te gaan en zal het vonnis daarom bevestigen.
  1. Kul Mining zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van Guianas begroot op nihil.

De beslissing

Het Hof:

  • bevestigt het vonnis van de kantonrechter van 13 februari 2018 (A.R. 13-0303);
  • veroordeelt Kul Mining in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van Guianas tot op heden begroot op nihil;

Dit vonnis is gewezen door mr. D.D. Sewratan, Fungerend-President, mr. A. Charan en mr. I.S. Chhangur-Lachitjaran Leden, en door de Fungerend-President bij vervroeging uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof van Justitie op vrijdag 4 februari 2022, in tegenwoordigheid van mr. S.C. Berenstein BSc., Fungerend-Griffier.

w.g. S.C. Berenstein w.g. D.D. Sewratan

Bij de uitspraak ter terechtzitting is niemand verschenen.

Voor afschrift

De Griffier van het Hof van Justitie,

mr. M.E. van Genderen- Relyveld