SRU-K1-1998-4

  • Instantie Kantongerecht Eerste Kanton
  • Zaaknummer AR-975215
  • Uitspraakdatum 21 mei 1998
  • Publicatiedatum 28 mei 2020
  • Rechtsgebied Civiel recht
  • Inhoudsindicatie

    Arbeidsrecht. De rechtspositie van een werknemer wordt uitsluitend beheerst door de arbeidsrechtelijke verhouding met de werkgever (art. 1613 e.v. BW). Een gerechtelijke actie van een werknemer tegen een beschikking van de Minister van Arbeid is derhalve uitgesloten, omdat de bevoegdheid van de Minister niet de rechtspositie van de werknemer raakt.

Uitspraak

Kantonrechter Eerste Kanton
21 mei 1998, A.R. no. 975215
(Mr. J.R. von Niesewand)

[eiser], wonende te [district] aan [adres], voor wie als gemachtigde optreedt
mr. I.D. Kanhai, advokaat, eiser in Kort Geding,

tegen

A. Kersten & co N.V. rechtspersoon, kantoorhoudende aan de Steenbakkerijstraat no. 27 te Paramaribo; voor wie als gemachtigde optreedt, mr. F. Kruisland, advocaat,

B. De Staat Suriname, rechtspersoon vertegenwoordigd wordende door de Procureur Generaal bij het Hof van Justitie kantoorhoudende aan de Gravenstraat no. l te Paramaribo, voor wie als gemachtigde optreedt, mr. J. Kraag, advocaat, gedaagden in Kort Geding,

De Kantonrechter spreekt in deze zaak, in Naam van de Republiek, het navolgende vonnis in kort geding uit:
Wij, Kantonrechter in het Eerste Kanton;
Gezien de stukken;
Gehoord partijen;

Ten aanzien van de feiten
Overwegende, dat eiser bij het inleidend rekest op te dezer plaatse als ingelast te beschouwen gronden heeft gevorderd:

om bij vonnis in kort geding uitvoerbaar verklaard bij voorraad op de minuut en op alle dagen en uren, gedaagden sub a en b zullen worden veroordeeld als volgt :

  1. zal worden opgeschort de werking van de beschikking d.d. 5 november 1997 genummerd 087/97 zoals uitgegeven door gedaagde sub b totdat in bodemgeschil bij een in kracht van gewijsde gegane vonnis zal zijn beslist over de vernietiging van bedoelde beschikking;
  2. gedaagde sub ab zullen worden veroordeeld om aan eiser te betalen zijn loon tot dat de dienstbetrekking op rechtmatige wijze zal zijn beëindigd;
  3. aan eiser te betalen zijn vakantie tegoeden en alle andere emolumenten verbonden aan de dienstbetrekking tot dat die dienstbetrekking op rechtmatige wijze is beëindigd;
  4. gedaagde zal worden gelast eiser toegang te verschaffen tot de geneeskundige voorziening binnen het bedrijf van gedaagde totdat de dienstbetrekking tussen eiser en gedaagde op rechtmatige wijze is beëindigd.

Overwegende, dat te dienende dage partijen, eiser vertegenwoordigd door advokaat, mr. S. Mangroelal namens zijn gemachtigde advokaat, I. D. Kanhai en gedaagde sub a door advokaat, mr. F. Kruisland en gedaagde sub b door advokaat, mr. J. Kraag ter terechtzitting zijn verschenen, op welke terechtzitting Mr. S. Mangroelal namens de gemachtigde van eiser voor eis overeenkomstig vermeld verzoekschrift heeft geconcludeerd;

Overwegende, dat de gemachtigden van partijen ter terechtzitting van 9 februari 1995 hun standpunten mondeling hebben toegelicht gelijk in het daarvan door Ons opgemaakt en hier als ingelast te beschouwen- proces-verbaal staat gerelateerd

Overwegende, dat ter comparitiezitting, welke op 12 maart 1998 is gehouden, zijn verschenen gemachtigden van partijen en eiser in persoon, die hebben verklaard gelijk in het door Ons opgemaakt proces-verbaal staat gerelateerd, waarvan de inhoud hier als ingelast dient te worden beschouwd;

Overwegende, dat ten dage voor uitlating zijdens partijen bepaald, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van gedaagde sub.A schriftelijke conclusies hebben genomen, waarvan is opgemaakt een proces-verbaal,  welk hier als ingelast dient te worden beschouwd;

Overwegende, dat Wij hierna vonnis hebben bepaald op heden.

Ten aanzien van het recht
Overwegende, dat opgemerkt zij, dat het Ons geheel ontgaat hoe gedaagde sub.a en gedaagde sub.b zo zij daartoe veroordeeld zouden worden, zouden kunnen overgaan tot opschorting van de werking van de beschikking de dato 5 november 1997 no. 087/97 van de Minister van Arbeid, nu de eiser op generlei wijze heeft gesteld of doen blijken, dat zij, gedaagde sub.a en gedaagde sub.b, daartoe gehouden zouden zijn doch dat zij zulks weigeren;

Overwegende, dat wijders opgemerkt zij, dat nu de eiser niet heeft gesteld of doen blijken, dat de beschikking de dato 5 november 1997 no. 087/97 vernietigd is, ontgaat het Ons eveneens hoe in de bodemprocedure bij in kracht van gewijsde gegaan vonnis zou moeten worden beslist over de vernietiging van bedoelde beschikking;

Overwegende, dat het vorenoverwogene zou moeten leiden tot afwijzing van het gevorderde onder I van het petitum waartoe Wij evenwel niet zullen overgaan, zullende Wij dat gevorderde aldus opvatten, dat eiser vordert op grond van daaraan ten grondslag  gelegde feiten, opschorting van de beschikking van de Minister van Arbeid de dato 5 november 1997 in haar werking totdat omtrent de rechtsgeldigheid daarvan bij in kracht van gewijsde gegaan vonnis is beslist, biedende de aard van de onderhavige procedure Ons daartoe die ruimte;

Overwegende, dat ook dit gevorderde niet mag leiden tot een voor de eiser gunstige beslissing nu, naar gedaagde sub.a terecht heeft gesteld, een gerechtelijke aktie van een werknemer tegen een beschikking van de Minister van Arbeid als voormeld uitgesloten is omdat de bevoegdheid van de Minister de rechtspositie van de werknemer niet raakt immers wordende de rechtspositie immers uitsluitend beheerst door de arbeidsrechtelijke verhouding met de werkgever en de daarop van toepassing zijnde rechtsregels, neergelegd in de artikelen 1613 a. e. BW;

Overwegende, dat nu het gevorderde onder 2, 3 en 4 van het petitum, naar blijkt, een sequeel is van het gevorderde onder 1 en dit gevorderde afgewezen wordt, ondergaat het gevorderde onder 2, 3 en 4 hetzelfde lot;

Overwegende, dat Wij de eiser als de in het ongelijk gestelde partij de kosten van dit proces zullen laten dragen,

Rechtdoende in kort geding
Wijzen eisers vorderingen af;

Verwijzen de eiser in de kosten van dit proces, aan de zijde van gedaagden gevallen en  tot aan deze uitspraak begroot op f.Nihil

 

 

“Voor rechterlijke uitspraken geldt dat alleen de in authentieke, aan partijen betekende uitspraken formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden en kunnen op redactionele punten afwijken.”