SRU-K1-2003-2

  • Instantie Kantongerecht Eerste Kanton
  • Zaaknummer AR-031069
  • Uitspraakdatum 14 augustus 2003
  • Publicatiedatum 07 juni 2019
  • Rechtsgebied Civiel recht
  • Inhoudsindicatie

    Huwelijksvermogensrecht. Schending artikel 163 lid 1 onder a BW. Geen sprake van vereiste toestemming van de echtgenoot voor het verlenen van de krediethypotheek op het onroerend goed en het aangaan van de koopovereenkomst. Gevolg vernietiging van die rechtshandelingen.

Uitspraak

Kantonrechter Eerste Kanton

14 augustus 2003,
A.R. 031069
(Mr. S. Gangaram Panday)

A. [eiseres], wonende aan [adres 1] te [district], en
B. [eiser], wonende aan [adres 2]-Nederland, door wie tot hun beider gemachtigde is gesteld, Mr. M.G.A. Vos, advocaat,  eisers in kort geding,

tegen

Stichting Bidare, rechtspersoon, gevestigd te Paramaribo, ten deze vertegenwoordigd wordende door haar enig bestuurder [gedaagde], wonende aan [adres 3] te [district] , voor wie als gemachtigde optreedt, Mr. F.M.S Ishaak, advocaat, gedaagde in kort geding,

De Kantonrechter spreekt in deze zaak, in Naam van de Republiek het navolgende vonnis in kort geding uit.

Overwegende ten aanzien van de feiten

Bij het op 5 maart 2003 ter griffie van dit Kantongerecht ingediend inleidend rekest hebben eisers, onder overlegging van bijbehorende produkties, gesteld en gevorderd dat bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad op de minuut en op alle uren en dagen

  • De schorsing dan wel opschorting zal worden gelast van de hypotheek verleden door notaris Mr. M. Sanrochman op 25 juli 2002 en ingeschreven op 19 augustus 2002 in register [nummer 1].
  • Gedaagde zal worden verboden om uit hoofde van de ten rekeste genoemde hypotheek verleden door notaris Mr. M. Sanrochman op 25 juli 2002 en ingeschreven op 19 augustus 2002 in register [nummer 1] de openbare verkoop aan te zeggen zolang in bodemgeschil niet definitief zal zijn beslist, alles op straffe van een dwangsom van Srg 1.000.000,= (een miljoen Surinaamse gulden) per dag voor elke dag dat gedaagde weigert aan het te wijzen vonnis te voldoen.
  • Gedaagde zal worden verboden om van de onherroepelijke volmacht gebruik te maken door het onroerend goed na eventuele goedkeuring van de overheid op haar naam over te schrijven, alles op straffe van een dwangsom van Srg 1.000.000,= (een miljoen Surinaamse gulden) per dag voor elke dag dat gedaagde weigert aan het te wijzen vonnis te voldoen.
  • Gedaagde zal worden veroordeeld in de kosten van het geding

Kosten rechtens.

Te dienende dage zijn partijen vertegenwoordigd door hun respectieve gemachtigden ter terechtzitting verschenen, op welke terechtzitting de gemachtigde van eisers voor eis overeenkomstig vermeld verzoekschrift heeft geconcludeerd;

De gemachtigde van gedaagde heeft, onder overlegging van producties, een- hier als geïnsereerd aan te merken – schriftelijke conclusie van antwoord genomen, met conclusie dat de vordering van eisers niet ontvankelijk zal worden verklaard althans deze zal worden ontzegd als te zijn ongegrond en/of onbewezen met weigering van de gevraagde voorziening; Kosten rechtens;

De gemachtigden van partijen hebben vervolgens- onder overlegging van produkties- nadere stukken gewisseld, waarvan de inhoud – alsmede die der overgelegde produkties- hier als geïnsereerd dient te worden aangemerkt,

Bij rolbeschikking van 24 juli 2003 hebben Wij een comparitie van partijen gelast voor het inwinnen van inlichtingen en het beproeven van een schikking, welke op 29 juli 2003 gehouden is, waarbij partijen Ons de nodige inlichtingen verschaft hebben en Wij voorstellen voor een minnelijke gedaan hebben. Ook hebben Wij de eisers toegestaan hun petitum aan te passen, hetgeen zij bij nadere conclusie d.d. 31 juli 2003 gedaan hebben, en heeft de gedaagde bij nadere conclusie d.d. l augustus 2003 zich ten aanzien van de petitum wijziging aan Ons oordeel gerefereerd. De petitum wijziging houdt in dat sub A thans luidt: ”A. De hoorhaling zal worden gelast van de ten rekeste genoemde hypotheek opgemaakt en verleden door notaris Mr. M. Sanrochman op 25 juli 2002 en overgeschreven op 19 augustus 2002 in register [nummer 1]” en het gevorderde sub B wordt ingetrokken;

De rechtsdag voor de uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.

Overwegende ten aanzien van het recht

Het spoedeisend belang van eisers bij de ingestelde vordering blijkt uit de stellingen van het inleidend rekest. Tussen partijen kan van het navolgende- als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, althans niet danwel onvoldoende gemotiveerd betwist en mede blijkende uit de inhoud van ten processe overgelegde produkties en in zoverre hier van belang- als rechtens vaststaand worden uitgegaan:

  • eisers zijn op ll april 2001 te Paramaribo in algehele gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd;
  • dat tot de huwelijksgoederengemeenschap van partijen onder andere behoort ”het recht van grondhuur- vervallende drie juni tweeduizend zes en twintig- op het stuk groot vierhonderd zeven en twintig, vijftig/honderdste vierkante meters gelegen te [district] aan [adres]” en nader aangeduid op de uitmetingskaart van de landmeter F. Emanuels de dato twintig november negentienhonderd vijf en tachtig door de figuur CDEF. Op dit perceel is een woning gebouwd waarin eiseres wonen.
  • eiseres sub A heeft last van manische depressies en is begin mei 2002 in het psychiatrisch Centrum Suriname opgenomen, waarbij zij onder behandeling van drs. R. Haarloo is. Eind mei 2002 is zij ontslagen,
  • op 25 juli 2002 zijn met medewerking van notaris Mr. Sanrochman de navolgende stukken opgemaakt, te weten:
    • een akte krediethypotheek tot een bedrag van € 14.000,= (veertienduizend Euro), waarbij het litigieuze perceelland is bezwaard met een krediethypotheek;
    • een gelegaliseerde koopovereenkomst, waarbij het litigieuze perceelland aan gedaagde is verkocht alsmede een onherroepelijke volmacht verleend aan gedaagde om het perceelland op haar naam over te schrijven;
  • eiser sub B heeft bij conclusie van repliek uitdrukkelijk een beroep gedaan op het bepaalde in artikel 163 BW door bij schrijven van zijn procesgemachtige de dato 22 april 2003 de genoemde rechtshandelingen (hypotheek verlening en koopovereenkomst (zie sub a en sub b boven) te vernietigen. Op grond van die vaststaande feiten stellen eisers- kort samengevat en in zoverre van belang- dat nu eiseres sub A ten tijde van het opmaken van de betreffende akten gehuwd was- en nog steeds gehuwd is- had zij ingevolge artikel 163 lid l onder a BW de toestemming nodig van haar echtgenoot (eiser sub B) voor het verlenen van de krediethypotheek op het litigieuze onroerend goed en het aangaan van de genoemde koopovereenkomst en nu die toestemming niet verkregen is, is eiser sub B gerechtigd geweest de vernietiging van die rechtshandelingen in te roepen.

Gedaagde weerspreekt- kort samengevat- de vordering van eiser onder aanvoering van het navolgende:

  • zij is volkomen te goeder trouw aangezien een zijdens haar ingesteld onderzoek bij het Centraal Bureau voor Burgerzaken als resultaat heeft gehad dat eiseres sub A aldaar als ongehuwd stond geregistreerd ten tijde van het instellen van het onderzoek;
  • eiseres sub A was volledig “bij zinnen” toen zij de onderhavige akten bij de notaris liet passeren,

Wij, Kantonrechter, komen tot de slotsom- na bestudering van de stellingen en weren van partijen alsmede de door hen ten processe overgelegde producties- dat nu tussen partijen in confesso is dat eisers ten tijde van het aangaan van de litigieuze rechtshandelingen met elkaar gehuwd waren en derhalve eiseres sub A onbevoegdelijk zonder toestemming van eiser sub B is opgetreden en eiser sub B binnen de bij de wet gestelde termijn van een jaar werk ervan heeft gemaakt ( middels een schrijven gericht aan de wederpartij van eiseres sub A) om die rechtshandelingen te (doen) vernietigen, ligt het gevorderde voor toewijzing gereed. Aan het beroep van gedaagde op het te goeder trouw zijn bij het aangaan van de voormelde obligatoire rechtshandelingen zullen Wij voorbijgaan als te zijn niet serieus bedoeld omdat artikel 164 BW die vereiste niet stelt. Gelet op al het voorgaande zullen Wij ervan uitgaande dat die hypotheek verlening en de koopovereenkomst niet bestaan door een beroep op artikel 164 BW door de eiser sub B danook de vordering van eisers toewijzen, met veroordeling van gedaagde- als de in het ongelijk gestelde partij- in de kosten dezer procedure. Bespreking van de overige stellingen en weren van partijen zullen Wij- als zijnde niet langer relevant- achterwege laten.

Rechtdoende in kort geding

  • Verlenen eisers akte van wijziging van het petitum
  • Gelasten de doorhaling van de hypothecaire inschrijving dd. 19 augustus 2002 in register [nummer 1] ten hypotheekkantore op:
    het recht van grondhuur- vervallende drie juni tweeduizend zes en twintig- op het stuk grond groot vierhonderd zeven en twintig/honderdste vierkante meters gelegen te [district] aan [adres] bekend als [nummer 2] van de [grond] en nader aangeduid op de uitmetingskaart van de landmeter F. Emanuels de dato twintig november negentienhonderd vijf en tachtig door de figuur CDEF
  • verbieden gedaagde om van de onherroepelijke volmacht gebruik te maken en door het onroerend goed na eventuele goedkeuring van de overheid aan haar over te dragen, alles op straffe van een dwangsom van Srg 1.000.000,= (een miljoen Surinaamse gulden) per dag voor elke dag dat gedaagde weigert aan het bepaalde in dit vonnis te voldoen;

Verklaren dit vonnis tot zover vermeld sub A en B uitvoerbaar bij voorraad.

Veroordelen gedaagde in de proceskosten aan de zijde van eisers gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op Sf 52.803,= (Twee en vijftigduizend achthonderd en drie gulden)