SRU-K1-2003-6

  • Instantie Kantongerecht Eerste Kanton
  • Zaaknummer AR-985054
  • Uitspraakdatum 26 augustus 2003
  • Publicatiedatum 29 mei 2020
  • Rechtsgebied Civiel recht
  • Inhoudsindicatie

    Zakenrecht. Huurrecht (persoonlijk recht van huur) perceel nog steeds geldig. Artikel 1597 BW.

Uitspraak

Kantonrechter Eerste Kanton
26 augustus 2003, A.R. 985054
(mr. J.R. Von Niesewand)

  1. [eiser sub 1], wonende in [district 1];
  2. [eiser sub 2], wonende in [district 1];
  3. [eiser sub 3], wonende in [district 1];
  4. [eiseres sub 4], wonende in [district 1];
  5. [eiser sub 5], wonende in [district 1];
  6. [eiser sub 6], wonende in [district 1];
  7. [eiser sub 7], wonende in [district 1];
  8. [eiser sub 8], wonende in [district 1];

Gemachtigde: Mr. J. Van Dijk-Silos, advokaat, voor de eisers sub 3, 4 en 6 en Mr. I.S. Asarfi-Lalji voor de eiser sub 5;
Eiser sub 1, 2, 7 en 8 hebben hun vorderingen tegen de gedaagden ingetrokken; eisers in conventie tevens gedaagden in reconventie in Kort Geding,

tegen

a. De Staat Suriname met name Het Ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen, ten deze vertegenwoordigd wordende door de Procureur-Generaal bij het Hof van Justitie, kantoorhoudende te haren parkette aan de Gravenstraat no. 3 te Paramaribo; gemachtigde: Mr. J. Kraag, advokaat;
b. [gedaagde sub b], wonende in [district 1] te [adres 1];
c. [gedaagde sub c], wonende te [district 2] aan [adres 2]; gemachtigde: I.D. Kanhai, advokaat;
d. [gedaagde sub d], wonende te [district 2] aan [adres 3]; gemachtigde: Mr. T.S. Sewdien, advokaat;
e. [gedaagde sub e], wonende in [district 1] aan [adres 4]; gemachtigde: Mr. J. Ferdinand, advokaat;
f. [gedaagde sub f], wonende te [district 2] aan [adres 5]; gemachtigde: Mr. J. Nannan Panday, advokaat;
g. [gedaagde sub g], wonende te [district 2] aan [adres 6]; gemachtigde: mr. T.S. Sewdien, advokaat;

gedaagden in conventie tevens eisers in reconventie in Kort Geding,

De Kantonrechter in het Eerste Kanton heeft in naam van de Republiek Suriname het navolgend vonnis in kort geding uitgesproken:
Wij, Kantonrechter in het Eerste Kanton;
Gezien de stukken, waaronder meer bepaald afschriften d.d. 9 april 2002, 21 februari 2003, 11 maart 2003, 11 april 2003 en 20 mei 2003, tussen partijen in deze zaak gewezen vonnissen, alsmede proces-verbaal van de gehouden comparitie van partijen d.d. 23 mei 2003;
Gehoord partijen;

Ten aanzien van de feiten
Overwegende, dat wij hier overnemen, hetgeen daaromtrent in voormelde vonnissen is overwogen;
Overwegende, dat bij de door Ons bevolen comparitie van partijen zijn verschenen, eiser sub 4, mr. J. Van Dijk-Silos, mr. I.S. Asarfi-Lalji en mr. K. Olf namens gedaagde sub A; eiser sub 4 is gehoord; hiervan is er een proces-verbaal opgemaakt, hetwelk hier als ingelast wordt beschouwd;

Overwegende, dat de gemachtigden van partijen hierna nadere stukken hebben gewisseld, waarvan de inhoud hier als ingelast dient te worden beschouwd;
Overwegende, dat Wij hierna vonnis hebben bepaald op heden.

Ten aanzien van het recht
In conventie:
Overwegende, dat eiseres sub 4, destijds huurster van perceel no. 48 een oppervlakte beslaande van 20 m breed en 70 m lang en gelegen te [adres 7] in [district 3], bij conclusie tot uitlating de dato 6 april 2000 heeft doen zeggen, dat zij met [gedaagde sub c] een schikking heeft bereikt welke alsvolgt luidt: gedaagde sub c zal aan eiseres sub 4 naast het uitgezonderd gedeelte van 20 m breed x 70 m lang, aansluitend daarop afstaan 5 m in de breedte en 30 m in de lengte hetgeen betekent dat eiseres sub c een totaal stuk perceelland van 25 m breed en 100 m lang in grondhuur zal dienen te verkrijgen;

Overwegende, dat nu eiseres sub 4 en gedaagde sub c gebonden aan zijn voormelde schikking (c.q. overeenkomst), zou zij ook hierom niet langer belang bij het mede door haar oorspronkelijk gevorderde en daarin daarom niet worden ontvangen;

Overwegende, dat, als niet langer weersproken zijdens gedaagden vaststaat; dat [eiser sub 3] huurder is van het perceel ter breedte van ± 2 ketting en 18 ketting diep, gelegen te [adres 7] in [district 3] en waarvan de huur Sf 40,– per jaar bedraagt; [eiser sub 5] huurder van het perceel ter breedte van 2 ketting en 18 ketting diep, welk perceel gelegen is te [adres 7] in [district 3] en waarvoor aan huur Sf 40,– per jaar wordt betaald, en [eiser sub 6] huurder van het perceel te [adres 7] in [district 3] ter breedte van 20 m en 17 ketting diep, ten aanzien waarvan de huur Sf 40,– per jaar bedraagt;

Overwegende, dat als niet weersproken zijdens gedaagden tevens vaststaat dat elk van genoemde eisers vele jaren gehuurd had van zekere [persoon 1], die daarna verkocht en overgedragen heeft aan zekere [persoon 2], die op zijn beurt naderhand verkocht en overgedragen heeft aan gedaagde sub a (De Staat Suriname); gedaagde sub a heeft op zijn beurt, blijkbaar na herverdeling en het in kaart hebben gebracht van in ieder geval de percelen, aan de eisers sub 3, sub 5 en sub 6 velen jaren geleden verhuurd, in grondhuur afgestaan aan, naar wij thans er van uitgaan, de gedaagde sub b en/of gedaagde sub c en/of gedaagde sub d en/of gedaagde sub e en/of gedaagde sub f en/of gedaagde sub g;

Overwegende, dat de eisers sub 3, sub 5 en sub 6 in het 12e “dat” van het verzoekschrift dan ook terecht gesteld hebben dat door de overdracht van het litigieuze stuk perceelland (d.i. het totaal van elk aan de eisers vele jaren geleden in huur afgestane perceelland, omschreven in het 2e “dat” van het verzoekschrift aan gedaagde sub a, het huurrecht van de eisers niet te niet is gegaan waardoor eisers met recht en titel het litigieuze stuk perceelland bewonen en bewerken; eisers sub 3, sub 5 en sub 6 beroepen zich blijkbaar op artikel 1597 BW, en terecht;

Overwegende, dat wij in het 13e en 14e “dat” van het verzoekschrift gestelde dan ook als niet langer gemotiveerd weersproken door gedaagden als tussen partijen rechtens vaststaand aannemen;

Overwegende, dat wij dan ook zullen beslissen als in het dictum te melden;

Rechtdoende in kort geding
In conventie:
Verklaren de eisers sub 4 alsnog niet ontvankelijk in de mede door haar ingestelde primaire en subsidiaire vordering;
En voorts

I. Verbieden gedaagde sub b en/of gedaagde sub c en/of gedaagde sub d en/of sub e en/of gedaagde sub f en/of gedaagde sub g activiteiten te ontplooien op bij respectievelijk de eiser sub 3, de eiser sub 5 en de eiser sub 6 in huur zijnde percelen;

II. Veroordelen de gedaagde sub b, en/of gedaagde sub c en/of gedaagde sub d en/of gedaagde sub e en/of gedaagde sub f en/of gedaagde sub g tot betaling aan elk van de eisers sub 3, sub 5 en sub 6 van een dwangsom van sf. 1.000.000,– per dag voor iedere dag dat gedaagde sub b en/of gedaagde sub c en/of gedaagde sub d en/of gedaagde sub e en/of gedaagde sub f en/of gedaagde sub g in strijd handelt en/of handelen met de uitspraak in onderdeel I van het dictum;

Verklaren dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
Weigeren het meer of anders gevorderde;

 

 

 

“Voor rechterlijke uitspraken geldt dat alleen de in authentieke, aan partijen betekende uitspraken formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden en kunnen op redactionele punten afwijken.”