SRU-K1-2004-3

  • Instantie Kantongerecht Eerste Kanton
  • Zaaknummer AR-014277
  • Uitspraakdatum 04 mei 2004
  • Publicatiedatum 10 juni 2019
  • Rechtsgebied Civiel recht
  • Inhoudsindicatie

    Echtscheidingsrecht. Uitleg art. 262(nieuw) BW.

Uitspraak

Kantonrechter Eerste Kanton
04 mei 2004 A.R. 014277
(mr. I.H.M.H. Rasoelbaks)

[eiseres], wonende te [district], gemachtigde mr. E.C.M. Hooplot advocaat, eiseres

tegen

[gedaagde] wonende te [district], gemachtigde mr. H.R. Schurman, advocaat, gedaagde.

Dit vonnis bouwt voort op het tussenvonnis gewezen in deze zaak op 7 oktober 2003.

l. Het verdere procesverloop
1.1. Het verdere procesverloop blijkt uit de volgende processtukken en proceshandelingen:
– de conclusie tot wijziging van de grondslag van de vordering zijdens eiseres;
– de conclusie tot uitlating over de gewijzigde grondslag van de vordering zijdens gedaagde.

1.2 De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.

2. De vordering, de grondslag van de vordering en het verweer van gedaagde

2.1. Eiseres vordert echtscheiding subsidiair dat partijen zullen worden verklaard te zijn gescheiden van tafel en bed met alle wettelijke gevolgen van dien. Zij stelt dat gedaagde zich schuldig heeft gemaakt aan overspel en ernstige misdragingen. bestaande uit het overmatig en overvloedig gebruik van alcohol waarbij gedaagde onder invloed zijnde de orde en rust in huis op dusdanige wijze verstoord dat samenwonen en samenleven onhoudbaar is geworden voor eiseres en haar kinderen waardoor het huwelijk is ontwricht. Voorts vordert eiseres dat een datum zal worden bepaald waarop het familieverhoor zal worden gehouden en dat gedaagde zal worden veroordeeld om tot scheiding en deling van de huwelijksgoederengemeenschap over te gaan met benoeming van een notaris en een onzijdig persoon.

2.2. Op het verweer komt de kantonrechter voor zoveel nodig terug.

3. De feiten
Partijen zijn op 24 september 1985 in algehele gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd. Uit het huwelijk van partijen zijn thans nog twee kinderen minderjarig. t.w.. [naam 1] en [naam 2].

4. De beoordeling

4.1. Voorafgaande aan een beoordeling van het eigenlijke geschilpunt tussen partijen zij het volgende overwogen:
volgens artikel 262 BW (nieuw) legt de eisende partij een echtscheidingsvordering aan waarbij feiten en of omstandigheden moeten worden genoemd welke het huwelijk met gedaagde duurzaam hebben ontwricht. Daarbij is geenszins wettelijk verplicht dat de eisende partij ook stelt dat die ontwrichting aan de schuld van gedaagde te wijten is. Doet hij/zij dat toch dan is zulks overbodig. Wetssystematisch is de schuldvraag als een verweermiddel in het leven geroepen voor de gedaagde partij. De gedaagde partij die de duurzame ontwrichting tegensprekend tegenwerpt aan de eisende partij -bij wege van verweer- dat de schuld daarvan bij de eisende partij ligt kan -op straffe van onvoldoende gemotiveerd verweer- niet volstaan met een enkele ontkenning van de ontwrichting en het verweer dat die ontwrichting (indien aannemelijk) in overwegende mate te wijten is aan de eisende partij: gedaagde moet bepaaldelijk feiten en omstandigheden stellen dat en waarom die schuld bij de eisende partij ligt.Indien de eisende partij dit verwijt gemotiveerd betwist, dan ligt de bewijslast bij de steller van die schuld-feiten, dus bij de verwerende partij.

4.2. De duurzame ontwrichting van het huwelijk tussen partijen volgt uit de niet gemotiveerd weersproken feiten en omstandigheden dat partijen reeds geruime tijd op gespannen voet met elkaar leven en dat samenleving tussen hen niet meer mogelijk is.

4.3. Thans overgaande tot de beoordeling van het eigenlijke geschilpunt tussen partijen, zij geoordeeld dat gedaagde niet gemotiveerd heeft gereageerd op hetgeen eiseres heeft gesteld en zoals onder 2.1 van dit vonnis is verwoord, hebbende hij slechts dit gestelde ontkend zonder daarbij aan te geven feiten en of omstandigheden waaruit zou kunnen blijken dat het aan de schuld van eiseres te wijten is dat het huwelijk duurzaam is ontwricht.De vordering tot echtscheiding kan derhalve volgens het thans geldend echtscheidingsrecht worden toegewezen als te zijn ongemotiveerd weersproken.

4.4. Hetgeen voor het overige is gevorderd kan eveneens als op de wet gegrond worden toegewezen onder compensatie van de proceskosten.

5. Beslissing

5.1. Spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, gehuwd op 24 september 1985 te [district].

5.2. Bepaalt dat het familieverhoor ter voorziening in de voogdij en de toeziende voogdij over voornoemde minderjarige kinderen zal worden gehouden in een van de zalen van dit Kantongerecht aan de Frederik Derbystraat no. 79-81 te Paramaribo op dinsdag I2 oktober 2004 ’s morgens om half negen.

5.3. Beveelt de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap waarin partijen zijn gehuwd.

5.4. Benoemt, indien partijen binnen EEN MAAND na de inschrijving van dit vonnis geen overeenstemming over de keuze van een notaris hebben bereikt, tot notaris ten overstaan van wie werkzaamheden van de boedelscheiding zullen worden verricht, mr. R. Currie, notaris te Paramaribo dan wel diens waarnemer of opvolger.

5.5. Benoemt, voor het geval een partij weigert of nalatig blijft tot de verdeling mee te werken tot onzijdig persoon volgens de wet:
voor de eiseres: mr. S. Mangroelal, advocaat:
voor de gedaagde: mr. J. C.P. Nannan Panday, advocaat.

5.6. Compenseert de proceskosten tussen partijen in dier voege dat iedere partij de eigen kosten draagt.