SRU-K1-2010-11

  • Instantie Kantongerecht Eerste Kanton
  • Zaaknummer AR-101681
  • Uitspraakdatum 27 april 2010
  • Publicatiedatum 25 juni 2019
  • Rechtsgebied Civiel recht
  • Inhoudsindicatie

    Bevoegdheid Kr: aan de vordering is onrechtmatige daad ten grondslag gelegd door eisers en aangezien voor hen geen met voldoende waarborgen omklede bestuursrechtelijke voorziening openstaat, acht de Kr zich bevoegd kennis te nemen van de vordering.
    Bevoegdheid: om als partij in een burgerlijk geding op te treden: op de regel dat slechts natuurlijke personen en rechtspersonen in een burgerlijk geding kunnen optreden is er ruimte voor uitzonderingen.
    Beoordeling: Centraal staat de rechtsvraag welke interpretatie aan en toepassing van de artt. 38 lid 1, 54 lid 1 en 70 lid 1 van de Kiesregeling moet worden gegeven.
    Eisers doen een beroep op het principe van opgewekt vertrouwen.
    De Kr is van mening dat geen sprake is van gerechtvaardigd vertrouwen t.a.v. eisers daar zij op de hoogte waren althans behoorden te zijn dat 15.00 u. als een fatale termijn dient te worden aangemerkt en dat zij nimmer te goeder trouw mochten afgaan op een door een overheidsorgaan opgewekt vertrouwen dat in strijd met dwingend voorgeschreven regels zou worden gehandeld.

    SJB 2010/1

Uitspraak

Kantongerecht in het Eerste Kanton

A.R. 10-1681
27 april 2010

Vonnis in kort geding in de zaak van:

A. De rechtspersoonlijkheid bezittende “Vereniging Broederschap en Eenheid in de Politiek”, afgekort “B.E.P.”, nader te noemen “BEP”, gevestigd en kantoorhoudende te Paramaribo,
B. De rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging ”Algemene Bevrijdings- en Ontwikkelingspartij”, afgekort A.B.O.P., nader te noemen “ABOP”, gevestigd en kantoorhoudende te Paramaribo,
C. De rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging “Politieke Partij Seeka”, nader te noemen “SEEKA’, gevestigd en kantoorhoudende te Paramaribo,
D. De Combinatie van Politieke Organisaties “A-Combinatie”, als bedoeld in artikel 7 van de Kiesregeling, nader te noemen “A-Combinatie”,

eisers in kort geding,
gemachtigden: mr. F. Kruisland en mr. Marja I. Vos, advocaten,

tegen

A. De Staat Suriname, rechtspersoon, nader te noemen “de Staat”, in rechte vertegenwoordigd wordende door de Procureur-Generaal bij het Hof van Justitie, kantoorhoudende te Paramaribo,
B. Het Hoofdstembureau van kiesdistrict I Paramaribo, als bedoeld in artikel 26 van de Kiesregeling jo. artikel 17 van het Kiesbesluit, hierna te noemen “Het Hoofdstembureau”, gevestigd en kantoorhoudende te Paramaribo,gedaagden in kort geding,
gemachtigden: mr. A.R. Baarh en mr. M.G.A. Vos, advocaten.De Kantonrechter in het Eerste Kanton heeft in naam van de Republiek het navolgende vonnis in kort geding uitgesproken.

1. Het procesverloop

1.1. Hiervan blijkt uit de volgende processtukken/handelingen:

  • het verzoekschrift dat op 21 april 2010 is ingediend ter griffie;
  • op de zitting van 22 april 2010 hebben eisers voor eis geconcludeerd waarna de procesgemachtigden van eisers hun eis mondeling hebben toegelicht;
  • de conclusie van antwoord d.d. 23 april 2010;
  • de conclusie van repliek d.d. 24 april 2010 met overlegging van één productie;
  • de conclusie van dupliek d.d. 24 april 2010 met overlegging van producties;
  • de conclusie d.d. 25 april 2010 tot uitlating producties zijdens eisers.

1.2 De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.

2. De feiten

2.1 BEP, ABOP en SEEKA zijn rechtspersoonlijkheid bezittende politieke partijen en staan als zodanig ingeschreven in het door het Onafhankelijk Kiesbureau gehouden openbaar register.

2.2 A-Combinatie is een politieke organisatie als bedoeld in artikel 7 van de Kiesregeling. Deze combinatie is, met het oog op deelname aan de op 25 mei 2010 te houden verkiezingen voor volksvertegenwoordigende lichamen, gevormd door BEP, ABOP en SEEKA, zijnde politieke organisaties die voldoen aan de in het Decreet Politieke Organisaties gestelde vereisten en die niet van deelneming aan de verkiezingen zijn uitgesloten op grond van het bepaalde in artikel 8 van voormeld Decreet.

Met het oog op de verkiezingen van 25 mei 2010 is A-Combinatie als zodanig geregistreerd in het door het Centraal Hoofdstembureau gehouden openbaar register.

2.3 In verband met de verkiezingen voor leden van De Nationale Assemblee, de Ressortraden en de Districtsraden die op 25 mei 2010 in Suriname zullen worden gehouden moesten de lijsten van kandidaten voor voormelde volksvertegenwoordigende lichamen op 9 april 2010 tussen 8.00 uur des voormiddags en 15.00 uur des namiddags worden ingediend op de Hoofdstembureaus van de verschillende kiesdistricten.

2.4 Het Hoofdstembureau van het kiesdistrict Paramaribo heeft geweigerd de door BEP en/of ABOP en/of SEEKA en/of A-Combinatie ingediende kandidatenlijsten in ontvangst te nemen op grond van het feit dat de indiening der lijsten na 15.00 uur des namiddags plaatsvond.

3. Het gevorderde en de grondslag daarvan

3.1 Eisers vorderen dat de kantonrechter de gedaagde sub 1 en/of gedaagde sub 2 beveelt binnen 3 (drie) uren na de uitspraak van het vonnis BEP en/of ABOP en/of SEEKA en/of A-Combinatie, al dan niet gezamenlijk, in de gelegenheid te stellen en/of te doen stellen, lijsten van kandidaten in te leveren bij het Hoofdstembureau van kiesdistrict I Paramaribo en met de lijsten vervolgens te handelen als voorgeschreven in de artikelen 46 e.v. van de Kiesregeling, met veroordeling van gedaagde sub 1 en/of gedaagde sub 2 om voor elke dag of elke keer dat zij in gebreke mochten blijven aan voormeld bevel te voldoen aan BEP en/of ABOP en/of SEEKA en/of A-Combinatie ten titel van dwangsom te betalen het bedrag van SRD 10.000.000,–.

3.2 Mede is gevorderd dat het vonnis bij voorraad uitvoerbaar wordt verklaard en dat de gedaagden in de kosten van de procedure worden verwezen.

3.3 Eisers hebben aan hun vordering de stelling ten grondslag gelegd dat het Hoofdstembureau van kiesdistrict I Paramaribo onrechtmatig jegens hen heeft gehandeld door te weigeren de kiezerslijsten in ontvangst te nemen.

3.4 Op het verweer van gedaagden en op hetgeen partijen ter ondersteuning van hun standpunten nog hebben aangevoerd zal, indien nodig, in het hierna volgende worden ingegaan.

4. De bevoegdheid van de kantonrechter

4.1 De kantonrechter dient ambtshalve te onderzoeken of hij bevoegd is kennis te nemen van de onderhavige vordering

4.2 In de Surinaamse rechtspraak is algemeen aanvaard dat, behoudens bestuursrechtelijke voorzieningen, niet het publiek- of privaatrechtelijk karakter van een geschil, maar het recht waarin de eiser vraagt beschermd te worden bepalend is voor de bevoegdheid van de burgerlijke rechter.

Nu eisers aan hun vordering ten grondslag hebben gelegd dat gedaagden zich jegens hen aan een onrechtmatige daad hebben schuldig gemaakt en met betrekking tot de weigering en de onbevoegdverklaring geen met voldoende waarborgen omklede bestuursrechtelijke voorziening openstaat, acht de kantonrechter zich bevoegd kennis te nemen van de vordering.

5. De bevoegdheid om als partij in een burgerlijk geding op te treden

5.1 In het burgerlijk procesrecht is de hoofdregel dat slechts natuurlijke personen en rechtspersonen procespartij in een burgerlijk geding kunnen zijn doch dat dit uitgangspunt ruimte laat voor uitzonderingen.

A-Combinatie is geen natuurlijke persoon en geen rechtspersoon doch is een combinatie van politieke organisaties, die weliswaar als een zelfstandige politieke eenheid wordt aangemerkt doch aan wie noch door de Kiesregeling noch door het Decreet Politieke Organisaties noch door enige andere wettelijke bepaling expliciet procesbevoegdheid is verleend. De stelling dat A-Combinatie als een vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid moet worden aangemerkt wordt verworpen omdat de Surinaamse wetgeving deze rechtsfiguur niet kent.
Op grond hiervan zal eiseres sub D niet ontvankelijk verklaard worden in haar vordering.

5.2 Het Hoofdstembureau van het kiesdistrict Paramaribo heeft binnen het verkiezingsproces een onafhankelijke positie doch ook aan een Hoofdstembureau is geen wettelijke procesbevoegdheid gegeven zodat eisers in hun vordering tegen voormeld Hoofdstembureau, die geen natuurlijke of rechtspersoon is, niet ontvankelijk zullen worden verklaard.

6. Het spoedeisend belang

Uit de aard van de stellingen van eisers en op grond van het door hen gevorderde is het spoedeisend belang van de vordering genoegzaam gebleken.

7. De beoordeling

7.1 In de onderhavige zaak staat centraal de beantwoording van de rechtsvraag welke interpretatie aan en toepassing van de artikelen 38 lid 1, 54 lid 1 en 70 lid 1 van de Kiesregeling moet worden gegeven ter zake de in voormelde wetsartikelen voorkomende tijdsbepaling.Lezing van de Kiesregeling leert dat daarin een groot aantal, veelal korte, termijnen zijn opgenomen die, naar het de kantonrechter voorkomt, geen ander doel kunnen hebben dan ordelijke en eerlijke verkiezingen te garanderen, waarbij alle politieke organisaties daaronder begrepen alle combinaties van politieke organisaties, ter bevordering van de rechtszekerheid, op dezelfde wijze worden behandeld. Deze doelstelling is zó belangrijk dat de wettelijke termijnen dwingend van aard moeten worden geacht en op grond daarvan strikt dienen te worden nageleefd bij gebreke waarvan willekeur en bestuurlijke anarchie niet is uitgesloten.Naar het oordeel van de kantonrechter geldt dit ook ten aanzien van de termijn genoemd in de artikelen 38 lid 1, 54 lid 1 en 70 lid 1 van de Kiesregeling, te meer daar op grond van de artikelen 46, 62 en 78 van de Kiesregeling onmiddellijk na 15.00 uur des namiddags de Hoofdstembureaus een besloten zitting dienen te houden tot het onderzoeken van de lijsten. Dat in het concrete geval deze zitting op het moment van de aanbieding der lijsten na 15.00 uur nog niet was aangevangen doet niets af aan het principe dat de openbare zitting waarin de kandidatenlijsten konden worden aangeboden toen reeds was geëindigd, zodat acceptatie van de lijsten zou betekenen dat, buiten de wettelijk voorgeschreven openbare zitting van het Hoofdstembureau van het district Paramaribo om, voor de verkiezingsprocedure belangrijke rechtshandelingen zouden worden verricht.

7.2 Eisers hebben zich er verder op beroepen dat door de President van de Republiek Suriname aan het Hoofdstembureau van Paramaribo in overweging is gegeven om eisers na 15.00 uur nog gedurende korte tijd de gelegenheid te geven de lijsten in te dienen, welke overweging daarna door de President aan eisers is overgebracht.Voorts beroepen eisers zich erop dan toen één van hun gemachtigden zich omstreeks 15.15 uur bij het Hoofdstembureau van het kiesdistrict Paramaribo had aangemeld de voorzitter vroeg waar de tweede gemachtigde was.Op grond van het vorenstaande is volgens eisers bij hen het vertrouwen gewekt dat zij alsnog in de gelegenheid zouden worden gesteld de lijsten kort na 15.00 uur in te dienen. Naar het oordeel van de kantonrechter kan echter nimmer gesproken worden van een gerechtvaardigd vertrouwen aangezien eisers als organisaties die politieke en bestuurlijke zeggenschap nastreven, op de hoogte waren, althans behoorden te zijn van het feit dat 15.00 uur als een fatale termijn dient te worden aangemerkt en zij te goeder trouw nimmer mochten afgaan op een door een overheidsorgaan opgewekt vertrouwen dat in strijd met dwingend voorgeschreven regels zou worden gehandeld.

8. De proceskosten

Eisers zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van deze procedure worden veroordeeld.

9. De beslissing in kort geding

9.1 Verklaart eiseres sub D niet ontvankelijk in haar vordering.

9.2 Verklaart eisers sub A, B en C niet ontvankelijk in hun vordering tegen gedaagde sub 2.

9.3 Weigert de door eisers sub A, B en C jegens gedaagde sub 1 gevraagde voorzieningen.

9.4 Verwijst eisers in de kosten van deze procedure aan de zijde van gedaagden gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Aldus in kort geding gewezen en uitgesproken te Paramaribo ter openbare terechtzitting van dinsdag 27 april 2010, door de kantonrechter in het eerste kanton, mr. R.G. Rodrigues, in tegenwoordigheid van de substituut-griffier, mr. L.J. van Bossé.