SRU-K1-2010-6

  • Instantie Kantongerecht Eerste Kanton
  • Zaaknummer AR-103184
  • Uitspraakdatum 02 december 2010
  • Publicatiedatum 10 juni 2019
  • Rechtsgebied Civiel recht
  • Inhoudsindicatie

    – Aangezien er zijdens eiser geen sprake is geweest van ernstig plichtsverzuim , doch hoogstens van het niet inachtnemen van procedureregels, zijn de door gedaagde aan het adres van eiser gedane uitspraken zwaar overtrokken en stellen deze hem onterecht en onnodig in een kwaad daglicht.
    – De uitspraken in onderling verband en samenhang beschouwd, wekken de indruk dat eiser oneerlijk bezig was en de instituten van de Universiteit heeft misbruikt voor zijn persoonlijk voordeel. Hierdoor heeft gedaagde eiser opzettelijk in zijn eer, goede naam, maatschappelijke reputatie en persoonlijke integriteit geschaad.

    SJB 2013/3

Uitspraak

Kantongerecht in het Eerste Kanton
A.R. 10-3184
2december 2010
RGR

Vonnis in kort geding in de zaak van:

[eiser],
wonende te [district],
eiser in kort geding,
gemachtigde: mr.dr. Jennifer V. van Dijk-Silos, advocaat,

tegen

De Anton de Kom Universiteit van Suriname, rechtspersoon, gevestigd en kantoorhoudende te Paramaribo,gedaagde in kort geding, gemachtigde: mr. R. Sohansingh, advocaat.

De Kantonrechter in het Eerste Kanton heeft, in naam van de Republiek, het navolgende vonnis in kort geding uitgesproken.

1.Het verloop van het geding
1.1.  Hiervan blijkt uit de volgende processtukken/handelingen:
– het verzoekschrift dat op 3 augustus 2010 met producties is ingediend ter griffie;
– de conclusie van antwoord met producties;
– de conclusie van repliek met producties;
– de conclusie van dupliek;
– bij rolbeschikking is een comparitie van partijen gelast;
– het proces-verbaal van de gehouden comparitie van partijen waarbij de ten processe overgelegde DVD’s zijn bekeken en beluisterd;
– de conclusie tot uitlating zijdens eiser;
– de conclusie tot uitlating zijdens gedaagde.

1.2. De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.

2. De feiten

2.1. Eiser is hoogleraar aan de Faculteit der Maatschappij Wetenschappen van de Anton de Kom Universiteit van Suriname en fungeert als richtingscoördinator van de studierichting Bedrijfskunde.

2.2. In verband met een conflict dat is ontstaan naar aanleiding van workshops die gehouden zouden worden heeft gedaagde eiser bij brief van 22 juni 2010 op non-actief gesteld en hem de gelegenheid gegeven zich te verweren.

2.3. Nadat eiser zulks bij schrijven d.d. 24 juni 2010 had gedaan heeft gedaagde hem bij brief d.d. 28 juni 2010 voor een periode van twee weken geschorst, onder inhouding van zijn loon.

2.4. Voormeld conflict is in de publiciteit gekomen waarbij de STVS in het avondjournaal van 2 en 4 juli 2010 aandacht hieraan heeft besteed. Het Dagblad Suriname heeft in haar editie van 7 juli 2010 een artikel aan deze zaak gewijd. Op 7 juli 2010 heeft het bestuur van gedaagde een persbriefing gehouden die door verschillende radio- en tv-stations alsmede kranten is uitgezonden c.q. verslagen.

3. Het gevorderde en de grondslag daarvan

3.1. Eiser vordert dat gedaagde binnen een dag na de uitspraak op eigen kosten via alle schrijvende en beeldende persmedia en via radio Sky, radio Apintie en radio ABC het navolgende bericht bekend maakt of doet bekend maken:
” De Anton de Kom Universiteit Suriname, althans het Bestuur van de Anton de Kom Universiteit Suriname maakt hierbij uitdrukkelijk bekend dat alle eerdere berichten ter zake [eiser] door het Bestuur gedaan vanaf 22 juni 2010 tot op heden zeer krenkend, beledigend en lasterlijk zijn. Dat deze uitspraken [eiser] zijn eer, goede naam, maatschappelijke reputatie en persoonlijke integriteit ernstig hebben aangetast althans geschaad. Tevens zijn deze berichtmakingen onwaar dan wel onjuist. Dat de Anton de Kom Universiteit van Suriname deze ongerechtvaardigde en krenkende uitspraken bij monde van haar waarnemend voorzitter gedaan derhalve bij deze volledig intrekt en haar wel gemeende, behoorlijke, oprechte en gepaste verontschuldigingen bij deze uitdrukkelijk aan [eiser] aanbiedt. Met deze verklaring beoogt de Anton de Kom Universiteit, althans haar bestuur de eer, goede naam, maatschappelijke reputatie en persoonlijke integriteit van [eiser] volledig te hebben hersteld”, zulks op verbeurte van een dwangsom van SRD 15.000,– voor elke dag dat gedaagde nalatig blijft om aan de veroordeling te voldoen.

3.2. Mede is gevorderd dat het vonnis bij voorraad uitvoerbaar wordt verklaard en dat gedaagde in de kosten van de procedure wordt veroordeeld.

3.3. Eiser heeft aan zijn vordering de stelling ten grondslag gelegd dat gedaagde door de aan zijn adres gedane uitspraken opzettelijk zijn eer, goede naam, maatschappelijke reputatie en persoonlijke integriteit heeft geschaad.

3.4. Op het verweer van gedaagde en op hetgeen partijen ter ondersteuning van hun standpunten nog hebben aangevoerd zal, indien nodig, in het hierna volgende worden ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Uit de aard van de stellingen van eiser en uit het door hem gevorderde blijkt dat hij een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening.

4.2. Gedaagde heeft als meest verstrekkend verweer tegen de vordering aangevoerd dat eiser niet aan zijn stelplicht heeft voldaan door in het inleidend rekest niet te vermelden dat gedaagde het oogmerk had om eiser te beledigen. De kantonrechter verwerpt dit verweer aangezien in het 16e sustenu van het verzoekschrift uitdrukkelijk is gesteld dat de uitlatingen zijn gedaan ”met het kennelijk doel” om de eer enz. enz. van eiser te schaden, welke formulering dezelfde betekenis heeft als ” met het oogmerk”.

4.3. Eiser heeft gesteld dat gedaagde uitlatingen aan zijn adres heeft gedaan via verscheidene persberichten en op de op 7 juli 2010 gehouden persbriefing. Gedaagde heeft betwist dat leden van haar Bestuur de media te woord hebben gestaan, zodat de gepubliceerde berichten, los van wat gezegd is tijdens de persbriefing, haar niet kunnen worden tegengeworpen. De procedure in kort geding leent zich er niet voor ter zake een onderzoek in stellen zodat de kantonrechter, rechtdoende in kort geding, vooralsnog uitsluitend zal toetsen wat op de persbriefing door de bestuursleden van gedaagde naar voren is gebracht.

4.4. Het beeld en het geluid van deze persbriefing zijn tijdens de comparitiezitting bekeken en beluisterd. In het 5e sustenu van zijn conclusie van repliek heeft eiser een aantal uitspraken geciteerd die als grondslag van de vordering dienen te worden aangemerkt en die door de kantonrechter op hun beledigend c.q. onrechtmatig karakter zullen worden getoetst. Het betreft de navolgende door het bestuur van gedaagde op de persbriefing van 7 juli 2010 gedane uitspraken:
– ” De professor heeft stiekem het universiteitslogo gebruikt…
–  De professor heeft grote sommen geld afkomstig van projecten gestort op zijn privérekening…
–   ….. dat de professor heeft aangegeven dit vaker te hebben gedaan.
–  Dat de professor gelden van de universiteit heeft verduisterd”.

4.5.  Alvorens over te gaan tot de toetsing van de gedane uitspraken constateert de kantonrechter dat gebleken is dat gedaagde op grond van de navolgende feiten en omstandigheden tot de non-actiefstellling en schorsing van eiser is overgegaan:

  • eiser heeft als privépersoon dan wel als werknemer van de AdeKUS enkele workshops georganiseerd;
  • zulks is geschied zonder medeweten en toestemming van de faculteit c.q. de universiteit;
  • hierbij is gebruik gemaakt van een model briefhoofd van de AdeKUS;
  • potentiële participanten aan de workshops dienden de vergoeding voor de deelname aan de workshops te storten op een privérekening.

4.6. Over deze punten oordelend komt de kantonrechter tot de conclusie dat uit de brief van 7 juni 2010, onder meer gericht aan de Voorzitter van de SBF, de heer Ing. O. Dos Ramos blijkt, dat de studierichting bedrijfskunde en niet eiser de trainingen zou organiseren. Dit blijkt uit de eerste zin (”De studierichting bedrijfskunde organiseert—“) alsmede uit het feit dat inlichtingen konden worden ingewonnen op het secretariaat van
de genoemde studierichting en bij twee personen die als docent aan deze studierichting verbonden zijn. te weten [naam] B. Sc. en de eiser. Bovendien heeft eiser deze brief ondertekend in zijn hoedanigheid van richtingscoördinator van de studierichting bedrijfskunde.

Op grond hiervan acht de kantonrechter het aanvaardbaar dat gebruik is gemaakt van het brievenhoofd van de studierichting bedrijfskunde van de Faculteit der Maatschappijwetenschappen van de AdeKUS.
Het aan eiser gemaakt verwijt dat door de cursisten te betalen vergoeding moest worden gestort op een privérekening acht de kantonrechter ongegrond in zover hiermee wordt gesuggereerd dat het om een privérekening van eiser gaat. Duidelijk is gebleken dat de rekening op naam van eiser en twee andere docenten van de studierichting bedrijfskunde stond en dat deze rekening door enkele docenten is geopend met als doel de door de studierichting verkregen middelen aan te wenden ter bekostiging van diverse kosten van de studierichting die niet uit de universiteitsbegroting zouden worden gedekt. Hoewel de rekening op naam van drie personen, waaronder eiser, staat kan het naar het oordeel van de kantonrechter niet als een privérekening in de strikte zin van het woord worden aangemerkt.

4.7. Van de andere kant constateert de kantonrechter dat eiser niet geheel binnen de structuren van de faculteit c.q. universiteit heeft gehandeld. Hoe ver de vrijheid van de verschillende studierichtingen van de AdeKUS gaat met betrekking tot het organiseren van workshops e.d. en op welke wijze de financiën van de studierichtingen dienen te worden gestructureerd is niet volledig uit de verf gekomen en kan in kort geding ook niet verder worden uitgezocht, rnaar wat naar het oordeel van de kantonrechter is komen vast te staan is dat eiser gehouden was in elk geval het faculteitsbestuur te informeren. Met betrekking tot de in mei 2010 gehouden workshops heeft eiser het faculteitsbestuur vooraf op de hoogte gesteld van de te ontplooien activiteiten doch met betrekking tot de workshops die in de maanden juli en augustus zouden worden gehouden is dit niet gebeurd. Het argument dat zulks niet kon omdat de bestuursvergadering voor die periode toen nog niet had plaatsgevonden acht de kantonrechter ongegrond aangezien de mededeling van de geplande activiteiten schriftelijk had kunnen geschieden, hetgeen eiser in zijn hoedanigheid van richtingscoördinator van de studierichting bedrijfskunde heeft nagelaten.

4.8. Op grond van het onder 4.7 overwogene acht de kantonrechter het wel gerechtvaardigd dat gedaagde maatregelen tegen eiser treft doch aangezien de kantonrechter, met verwijzing naar de overwegingen in punt 4.6. van dit vonnis, van oordeel is dat er zijdens eiser geen sprake is geweest van ernstig plichtsverzuim doch hoogstens van het niet inachtnemen van procedureregels is de kantonrechter de mening toegedaan dat de aan het adres van eiser gedane uitspraken zwaar overtrokken zijn en eiser onterecht en onnodig in een kwaad daglicht stellen, aangezien de uitspraken in onderling verband en samenhang beschouwd de indruk wekken dat eiser oneerlijk bezig was en de instituten van de Universiteit heeft misbruikt ten behoeve van zijn persoonlijk voordeel. Op basis hiervan is de kantonrechter van oordeel dat gedaagde opzettelijk eiser in zijn eer, goede naam, maatschappelijke reputatie en persoonlijke integriteit heeft geschaad.

4.9. Om tot deze conclusie te komen heeft de kantonrechter uitdrukkelijk laten meewegen dat eiser al 35 jaar aan de universiteit verbonden is zonder dat hem ooit een reprimande, berisping dan wel vermanende brief of mondelinge afkeurende mededeling is gedaan. Dit laatste heeft eiser gesteld en is door gedaagde in haar conclusies niet weersproken. Tijdens de comparitie van partijen heeft gedaagde wel naar voren gebracht dat zij in het
verleden reeds signalen rond de persoon van eiser had ontvangen, doch gedaagde heeft direct toegegeven dat deze ”signalen” niet zijn onderzocht. Op grond hiervan beschouwt de kantonrechter de door gedaagde tijdens de comparitie van partijen gemaakte opmerking vanwege het suggestieve karakter daarvan als krenkend voor eiser.

4.10. Op grond van het voren overwogene zal de vordering worden toegewezen, zoals nader in het dictum is omschreven, onder veroordeling van gedaagde, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van deze procedure.

5. De beslissing in kort geding

5.1. Veroordeelt gedaagde om binften 1 (een) week na betekening van dit vonnis op haar kosten via Apintie T.V., de STVS, Sky T.V, SCTV, radio Apintie, radio ABC, radio 10, De Ware Tijd en Times of Suriname het navolgende bericht te doen bekendmaken:

” De Anton de Kom Universiteit van Suriname maakt hierbij bekend dat de door het bestuur van de Universiteit op de persbriefing van 7 juli 2010 aan het adres van [eiser] gedane uitspraken krenkend, beledigend en lasterlijk zijn. Door deze uitspraken is [eiser] ernstig geschaad in zijn eer, goede naam, maatschappelijke reputatie en persoonlijke integriteit. Tevens zijn de gedane uitspraken onwaar. De Anton de Kom Universiteit van Suriname trekt de ongerechtvaardigde en krenkende uitspraken, bij monde van haar waarnemend voorzitter gedaan, bij deze volledig in en biedt haar oprechte verontschuldigingen bij deze aan [eiser] aan. Met deze verklaring beoogt de Anton de Kom Universiteit van Suriname de eer, goede naam, maatschappelijke reputatie en persoonlijke integriteit van [eiser] volledig te hebben hersteld”.

5.2.  Veroordeelt gedaagde tot betaling van een dwangsom van SRD 5.000,- (vijfduizend Surinaamse Dollar) voor elke dag dat zij in gebreke blijft aan de veroordeling te voldoen, met dien verstande evenwel dat de totale dwangsom het bedrag van SRD 250.000,– ( tweehonderdvijftigduizend Surinaamse Dollar) niet mag overschrijden.

5.3. Verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

5.4. Verwijst gedaagde in de kosten van deze procedure aan de zijde van eiser gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op SRD 195,– (honderdvijfennegentig Surinaamse Dollar).

5.5. Weigert het meer of anders gevorderde.

Aldus in kort geding gewezen door de Kantonrechter in het Eerste Kanton mr. R.G. Rodrigues, en uitgesproken te Paramaribo ter openbare terechtzirting van donderdag 2 december 2010, door mr. A.C. Johanns, Kantonrechter-plaatsvervanger in het Eerste Kanton, in tegenwoordigheid van de substituut -griffier, mr. S.Tika.

EISER IN KORT GEDING IS BIJGESTAAN DOOR ZIJN GEMACHTIGDE BIJ DE UITSPRAAK ’TER TERECHTZITTING VERSCHENEN EN GEDAAGDE IS NOCH  IN PERSOON NOCH BIJ GEMACHTIGDE VERSCHENEN.