SRU-K1-2016-6

  • Instantie Kantongerecht Eerste Kanton
  • Zaaknummer AR-165531
  • Uitspraakdatum 08 december 2016
  • Publicatiedatum 14 juni 2019
  • Rechtsgebied Civiel recht
  • Inhoudsindicatie

    De rechtsvraag die partijen verdeeld houdt is gelegen in de vaststelling of de door gedaagde bij deurwaardersexploit aan eiseressen betekende saldo-opgave kan worden gekwalificeerd als te zijn een nauwkeurige en gespecificeerde saldo-opgave.
    De litigieuze saldo-opgave is wel nauwkeurig en gespecificeerd aangezien partijen gedurende langere tijd in onderhandeling met elkaar zijn geweest waarbij centraal stond de slechte terugbetalingsdiscipline van eiseressen in samenhang met de hoogte van de saldo schuld. Eiseressen hadden ruimschoots de gelegenheid om de hoogte van de saldo opgave te verifiëren en eventuele bronnen aan te boren om hun betalingsachterstand in te lopen.
    De aan de saldo-opgave verbonden eis van nauwkeurigheid en gespecificeerdheid, die bij aanzeggingen van veilingen aan de schuldenaar wordt betekend, is wederom bevestigd door de Kantonrechter.

    SJB

Uitspraak

DE KANTONRECHTER IN HET EERSTE KANTON
A.R. No. 16-5531
08 december 2016

Vonnis in kort geding inzake

1. FLEX CARS N.V.
2. STICHTING HEMSA,
gevestigd te Paramaribo,
eiseressen in kort geding,
gemachtigde: mr. S.G.R. Khoenkhoen, advocaat

tegen

SURICHANGE BANK N.V.
gevestigd en kantoorhoudende aan de Dr. Sophie Redmondstraat no. 71 te Paramaribo,
gedaagde in kort geding,
gemachtigde: mr. A.R. Baarh, advocaat.

De Kantonrechter in het Eerste Kanton spreekt in deze zaak, in Naam van de Republiek, het navolgende vonnis in kort geding uit;

1.  Het verloop van de procedure

1.1       Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende processtukken/-handelingen:

– Het inleidend rekest met bijlagen hetwelk ter griffie is ingediend op 10 november 2016;
– De schriftelijke conclusie van antwoord, onder overlegging van producties;
– De schriftelijke conclusie van repliek en uitlating producties, onder overlegging van een productie;
– De schriftelijke conclusie van dupliek en uitlating productie, onder overlegging van producties;
– De schriftelijke conclusie tot uitlating producties zijdens eiseressen.

1.2       De rechtsdag voor de uitspraak van het vonnis is hierna bepaald op heden.

2.  Waarvan kan worden uitgegaan

2.1       Blijkens de ten processe in fotokopie overgelegde grosse van de krediethypotheek akte verleden op 22 september 2011 ten overstaan van de te Paramaribo residerende kandidaat-notaris Mr. V. Gangaram Panday optredende als plaatsvervanger van Mr. C.A. Calor zouden eiseressen van gedaagde ter leen hebben ontvangen, gelijk gedaagde aan eiseressen in leen gegeven heeft een som geld ad US$ 287.500,= met als onderzetting 2 percelen zoals vermeld in de voormelde krediethypotheek akte;

2.2       Gedaagde heeft aan eiseressen per deurwaardersexploit d.d. 19 oktober 2016 exploitnummer 589 van de deurwaarder bij het Hof van Justitie van Suriname R. Bhoelan aangezegd dat zij de percelen zoals opgenomen in de hypotheek-akte op donderdag 08 december 2016 om 10.30 uur in het openbaar zal verkopen.

3.  De standpunten van partijen

3.1       Eiseressen vorderen in dit geding – kort samengevat – dat de stopzetting zal worden gelast van de aangekondigde openbare verkoop van de in de litigieuze hypotheekakte omschreven percelen op 8 december 2016 des voormiddags te 10.30 uur ten kantore van de te Paramaribo gevestigde notaris mr. R.B. Manna, onder straffe van een dwangsom van SRD 1.000.000,- voor iedere dag of keer dat de gedaagde weigert of nalaat of weigerachtig blijft of nalatig blijft om aan het ten deze te wijzen vonnis uitvoering te geven of tegenstrijdig daarmee handelt. Tevens vorderen zij dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad zal worden verklaard en gedaagde zal worden veroordeeld in de gedingkosten.

3.2       Naast voormelde vaststaande feiten leggen eiseressen – kort samengevat en voor zover voor de beslissing van belang – aan hun vordering ten grondslag dat gedaagde aan hen heeft betekend een zogenaamde saldo-opgaaf zonder dat deze saldo-opgaaf gespecificeerd is. Eiseressen zijn de mening toegedaan dat het voorgaande in strijd is met het plaatselijk gebruik welke van toepassing is bij veilingen. Eiseressen verwijzen in dit kader naar het vonnis van de kantonrechter d.d. 15 juli 2010 Ar. No. 10-0956 inzake Marte e.a. ca Stichting Dimax, het vonnis d.d. 15 maart 2010 Ar. No. 10-0887 inzake [naam] ca De Stichting Randhiersing Chauwhaan en het vonnis d.d. 26 november 2015 Ar. No. 15-4909 inzake Stichting Sandstone ca Stichting Chacha. Voorts hebben eiseressen aangegeven dat zij reeds USD 240.420,= hebben afgelost aan gedaagde. Nergens blijkt uit de hypotheekakte wat het rentepercentage dan wel bedrag is over de hoofdsom dan wel saldo. Eiseressen hebben aan gedaagde diverse reçu’s dan wel betalingen aangeboden om het bedrag van ongeveer USD. 50.000,= af te lossen hetgeen gedaagde heeft geweigerd;

3.3       Gedaagde heeft verweer gevoerd op welk verweer de kantonrechter in het hierna volgende – voor zover nodig – terug zal komen.

4.  De beoordeling van het geschil

4.1       Het spoedeisend belang van eiseressen bij de ingestelde vordering vloeit voort uit de stellingen van het inleidend rekest alsmede de aard van het gevorderde.

4.2       Gedaagde heeft als verweer aangevoerd – kort gezegd – dat tijdens de diverse gesprekken en de briefwisseling tussen partijen altijd de saldoschuld van eiseressen centraal heeft gestaan anders hadden die gesprekken en briefwisseling geen zin. Gedaagde heeft een correcte saldo-opgave doen betekenen aan eiseressen. Onder saldo-opgave wordt verstaan het verschil tussen debet en credit. Eiseressen zijn met de saldo-opgave in staat gesteld wegen te zoeken de schuld alsnog te voldoen doch hebben eiseressen ondanks de coulante houding van gedaagde volhard in hun ongedisciplineerd betaalgedrag. De rente en leningscondities worden opgenomen in de leningsovereenkomst, daarvoor dient de hypotheekakte a priori niet;

4.3       Naar het oordeel van de kantonrechter is de centrale vraag die partijen verdeeld houdt de vraag of de door gedaagde bij deurwaardersexploit d.d. woensdag 10 oktober 2016 aan eiseressen betekende saldo-opgave kan worden gekwalificeerd als een nauwkeurige en gespecificeerde saldo-opgave. Eiseressen beantwoorden die vraag in ontkennende zin terwijl gedaagde die in bevestigende zin beantwoordt;

4.4       Naar het oordeel van de kantonrechter is tussen partijen in confesso dat ingevolge het plaatselijk gebruik alsmede de vaste jurisprudentie van de kantonrechters in eerste aanleg aan de saldo-opgave die bij aanzeggingen van veilingen aan de schuldenaar wordt betekend, de eis van nauwkeurigheid en gespecificeerdheid wordt gesteld. Het voorgaande is inderdaad in diverse vonnissen van de kantonrechters uitgemaakt. De ratio van voormelde eisen is gelegen in het feit dat aan de schuldenaar de mogelijkheid wordt geboden om de hoogte van het bedrag te verifiëren en eventueel daartegen op te komen en/of bronnen aan te boren teneinde de schuld alsnog te voldoen;

4.5       In dit specifiek geval blijken partijen gedurende lange tijd met elkaar in onderhandeling te zijn geweest omtrent de slechte betalingsdiscipline van eiseressen. Het voorgaande blijkt uit de inhoud van de door gedaagde bij antwoord alsmede bij dupliek in het geding gebrachte producties, welker inhoud niet is betwist of van valsheid beticht door eiseressen. De hoogte van het saldo was geen discussiepunt tussen partijen en eiseressen waren kennelijk zelfs content met de wijze van aanpak door gedaagde blijkens de inhoud van het ten processe overgelegd e-mailbericht de dato 24 oktober 2016, hetwelk als productie I bij antwoord is overgelegd door gedaagde. Op gegeven moment had er zelfs een herschikking van de schuld plaatsgevonden hetgeen heeft geresulteerd in (een) nadere overeenkomst(en);

4.6       Al het voorgaande in onderling verband en samenhang beschouwd, leidt tot de slotsom dat eiseressen – zoals gedaagde terecht heeft aangevoerd – niet te goeder trouw zijn met hun beroep op vermeende gebreken in de saldo-opgave die aan hen is betekend. Immers hebben zij ruimschoots de gelegenheid gehad om de hoogte daarvan te verifiëren en eventuele bronnen aan te boren om hun betalingsachterstand in te lopen. Nu zij daarmede in gebreke zijn gebleven wringen zij zich in allerlei spreekwoordelijke bochten teneinde aan hun terugbetalingsverplichtingen te ontkomen, hetgeen een schuldenaar niet siert. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter verdient de litigieuze saldo-opgave in dit verband wel de kwalificatie nauwkeurig en gespecificeerd aangezien partijen gedurende langere tijd in onderhandeling zijn geweest met elkaar waarbij centraal heeft gestaan de slechte terugbetalingsdiscipline van eiseressen in samenhang bezien met de hoogte van het openstaande saldobedrag;

4.7       Gelet op al het voorgaande komt de kantonrechter tot het oordeel dat de grondslag van het gevorderde niet in rechte is komen vast te staan en zullen de gevraagde voorzieningen derhalve worden geweigerd.

4.8       Eiseressen zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de gedingkosten aan de zijde van gedaagde gevallen en zoals nader te begroten in het dictum van dit vonnis;

4.9       Bespreking van de overige stellingen en weren van partijen zal de kantonrechter – als voor de beslissing niet langer relevant zijnde – achterweg laten.

5. De beslissing in kort geding

5.1       Weigert de gevraagde voorzieningen.

5.2       Veroordeelt eiseressen in de gedingkosten aan de zijde van gedaagde gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Aldus gewezen door mr. A. Charan, Kantonrechter in het Eerste Kanton in kort geding, en in het openbaar uitgesproken door mr. A.C. Johanns, Kantonrechter-Plaatsvervanger in het Eerste Kanton in kort geding, te Paramaribo op de terechtzitting van donderdag 08 december 2016, in tegenwoordigheid van de griffier.

w.g. G.R. Mangal                               w.g. A.Charan
w.g. A.C. Johanns