SRU-K1-2017-2

  • Instantie Kantongerecht Eerste Kanton
  • Zaaknummer AR-155612
  • Uitspraakdatum 11 januari 2017
  • Publicatiedatum 15 mei 2019
  • Rechtsgebied Burger-overheid
  • Inhoudsindicatie

    Voor post-operatieve transseksuelen ontstaat er een contradictie tussen de socio-psychologische geslachtsregistratie en de feitelijke registratie op de geboorte akte.
    Verzoekster bevindt zich hierdoor dagelijks in een situatie die niet verenigbaar is met het recht op respect voor haar prive leven, hetgeen een schending van dit recht als bedoeld in de artt 17 Gw, 17 IVBPR en 11 AVRM oplevert.
    Door de continue internationale trend vindt niet alleen de sociale acceptatie van transseksuelen plaats, doch ook de juridische erkenning van de geslachtsidentiteit van post-operatieve transseksuelen. Het is aan de Staat gelegen om uit het aantal beschikbare instrumenten een keuze te maken; het is niet de functie van de kantonrechter om aan de Staat aan te geven welk instrument het meest geschikte is.
    Krachtens de artt 106 en 137 Gw geeft de kantonrechter een ruimere interpretatie aan de artt 17 en 64 -67a BW en wijst het verzoek toe waarbij de Ambtenaar van de B.S. gelast wordt om op de kant van de akte melding te maken in de Registers van Geboorten, van de verandering van het geslacht van verzoekster.

    SJB

Uitspraak

DE KANTONRECHTER IN HET EERSTE KANTON

A.R. no. 15-5612
11 januari 2017-03-14

Vonnis in de zaak van:

[verzoekster],wonende te [district],
verzoekster,
hierna te noemen: [verzoekster],
gemachtigde: mr. A.M. Tjong A Sie, advocaat,

tegen

DE STAAT SURINAME, met name het Ministerie van Binnenlandse Zaken,
afdeling Centraal Bureau voor Burgerzaken,
in rechte vertegenwoordigd door de Procureur-Generaal bij het Hof van Justitie,
gevestigd en kantoorhoudende te Paramaribo,
gedaagde,
hierna te noemen”de Staat”,
gevolmachtigde: mr. J.M. Foort, jurist op het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

De Kantonrechter in het Eerste Kanton spreekt in deze zaak, in Naam van de Republiek Suriname, het navolgende vonnis uit.

1. Het procesverloop
1.1 De blijkt uit de volgende processtukken/proceshandelingen:
– het verzoekschrift met producties dat op 17 december 2015 ter griffie der kantongerechten is ingediend;
– de mondelinge conclusie van eis;
– de conclusie van antwoord;
– de conclusie van repliek;
– de conclusie van dupliek.

1.2 De uitspraak van het vonnis is nader bepaald op heden.

2. De feiten
2.1 [verzoekster] is op [geboortedatum] te [district] geboren als wettig kind van [naam 1] en [naam 2], met vermelding van het geslacht in de geboorteakte over het [jaar] folio [nummer], als zijnde een kind van het mannelijk geslacht.

2.2 In de door [verzoekster] overgelegde verificatieverklaring de dato 16 februari 2009, opgemaakt door [neuropsycholoog] is – voor zover hier van belang – het volgende opgenomen:
“Dit is een verificatieverklaring om aan te geven dat [verzoekster] heeft deelgenomen aan een aantal sessies van individuele psychotherapie, vanwege haar gevoel in het verkeerde lichaam te zijn geboren.
[verzoekster] gebruikt al ruim twee jaren oestrogeen en leidt al ongeveer tien jaren het leven van een vrouw.
Volgens het Diagnostisch en Statistisch Handboek van Psychische Stoornissen, Vierde Herziene Druk, luidt haar diagnose: Genderidentiteitsstoornis.
Op psychologische gronden is het haar toegestaan een verandering naar het vrouwelijk geslacht te ondergaan.
De operatie tot geslachtsverandering is voor haar erg belangrijk aangezien zij sinds haar kinderjaren daarnaar heeft verlangd.”

2.3 Bij schrijven de dato 08 mei 2009 heeft de Plastisch en Reconstructief [Chirurg] – voor zover hier van belang – onder meer het volgende verklaard:

“Mejuffrouw [verzoekster], geboren op [geboortedatum], als kind van het mannelijk geslacht, is door een team van vooraanstaande medische deskundigen gediagnosticeerd met dysforie (geslachtsidentiteitafwijking) en heeft geslachtsveranderingschirurgie ondergaan in het [ziekenhuis] in [land].

Op 22 april 2009 heb ik voor deze patiënt een geslachtsveranderingsoperatie uitgevoerd (mannelijk naar vrouwelijk) in het [ziekenhuis] in [stad, land]. De ingreep bestond uit orchidectomie (verwijdering van de testikels), penectomie (verwijdering van de penisschacht), reconstructie van de urinekanaalopening, enkele fase-plastische chirurgie van schaamlippen (kleine en grote schaamlippen), plastische chirurgie van de clitoris, constructie van een vaginale opening met huid van de penis en constructie van een neo-vaginaal kanaal met huidtransplantatie. Op medische en wettelijke gronden is zij nu een onvruchtbare persoon van het vrouwelijke geslacht, daar haar geslacht blijvend is veranderd naar dat van een vrouw door middel van geslachtsveranderingschirurgie.
(….)
Ik verklaar hierbij, op straffe van meineed, dat het voorgaande op waarheid berust en juist is.”

2.4 Bij beschikking van de kantonrechter in het Eerste Kanton de dato 12 januari 2011 bekend onder A.R. no. 10-1164 is aan [verzoekster] toestemming verleend om haar [voornamen] te veranderen in [verzoekster].

3.  De vordering, de grondslag daarvan en het verweer
3.1 De vordering
[verzoekster] heeft – kort en zakelijk weergegeven – gevorderd om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde te veroordelen tot het plaatsen van een latere vermelding c.q. kantmelding in de Registers van Geboorten voor wat betreft geslachtsaanduiding van haar als te behoren tot het vrouwelijk geslacht in plaats van het mannelijk geslacht.

3.2 De grondslag
[verzoekster] heeft naast voormelde vaststaande feiten aan haar vordering – kort en zakelijk weergegeven – ten grondslag gelegd dat zij van meet af aan de voortdurende onomkeerbare innerlijke overtuiging heeft tot het ander geslacht dan aangegeven in haar geboorteakte, te behoren. Verder heeft zij gesteld dat zij zich lichamelijk aan het verlangde geslacht, namelijk het vrouwelijke heeft aangepast, waardoor haar identiteit in het geheel niet in overeenstemming is met haar fysieke werkelijkheid. Volgens [verzoekster] zit zij thans met een identiteitsprobleem met alle sociale gevolgen van dien, waardoor op het privéleven c.q. haar persoonlijke vrijheid regelmatig een inbreuk wordt gepleegd, hetgeen in strijd is met de artikelen 5 lid 1, 11 en 24 van het Amerikaans Verdrag inzake de Rechten van de Mens (AVRM) alsook met de artikelen 18 en 26 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR).

3.3 Het verweer
De Staat heeft verweer gevoerd, op welk verweer de kantonrechter, voor zover nodig, terug zal komen bij de beoordeling.

4. De beoordeling

De vordering
4.1 Uit de vordering van [verzoekster] verstaat de kantonrechter dat het verzoek inhoudt dat de ambtenaar van de Burgerlijke Stand wordt gelast, om op de kant van de akte voorkomende in de Registers van Geboorten van de Burgerlijke Stand van Paramaribo over het [jaar] folio [nummer] een melding te maken, inhoudende dat [verzoekster] – na van geslacht te zijn veranderd – tot het vrouwelijke geslacht behoort.

Standpunt van [verzoekster]
4.2 Ter onderbouwing van haar vordering heeft [verzoekster] verder gesteld dat zij zich vanaf haar kinderjaren heeft gepresenteerd als te behoren tot het vrouwelijke geslacht en heeft zich in die overtuiging ontwikkeld tot een volwassen persoon die zich als zodanig in het maatschappelijk verkeer heeft gepresenteerd. Volgens [verzoekster] is haar innerlijke overtuiging tot iemand van het vrouwelijke geslacht te behoren, nog verder versterkt, doordat de kantonrechter haar verzoek om haar voornamen te wijzigen, heeft toegewezen. Zij vertrouwt er op, gerechtvaardigd door die toewijzing, dat het onderhavige verzoek eveneens zal worden toegewezen, teneinde te voorkomen dat zij zal blijven leven met dit identiteitsprobleem. [verzoekster] heeft voorts gesteld dat de verdragsbepalingen waarop zij in dit geding een beroep doet, dienen ter bescherming van haar privéleven, persoonlijke vrijheid, levensovertuiging en lichamelijke integriteit. Deze rechten zijn volgens [verzoekster] thans in gevaar c.q. worden geschonden daar zij in een situatie verkeert waarbij zij stelselmatig en regelmatig wordt gediscrimineerd, als niet volwaardig wordt beschouwd, niet wordt geaccepteerd voor wat zij is vanwege de onevenredigheid welke bestaat tussen haar uiterlijke verschijning, fysieke geslachtskenmerken, psychische toestand en voornamen aan de ene kant en haar formele geslachtsaanduiding aan de andere kant.

Standpunt van de Staat
4.3 De Staat heeft als verweer aangevoerd dat de wetgever voor gevallen van transseksualiteit geen voorziening heeft getroffen die de mogelijkheid van wijziging van geslachtsaanduiding in de geboorteakte zonder meer toestaat. Volgens de Staat bieden wettelijke bepalingen als de verdragsbepalingen elk op hun wijze naar hun inhoud genomen, bescherming aan het privéleven c.q. de persoonlijke vrijheid in ruimere zin. De Staat is de mening toegedaan dat het aan de kantonrechter is gelegen om in dit concreet geval te beoordelen in hoeverre voormelde bepaling van het BW op de voet van het bepaalde in artikel 106 van de Grondwet (GW) buiten toepassing dienen te blijven.
Verder heeft de Staat aangevoerd dat artikel 17 BW de ambtenaar van de Burgerlijke Stand slechts de mogelijkheid biedt vermeldingen toe te voegen aan de onder hem berustende akten, doch deze latere vermeldingen mogen echter geen andere gegevens bevatten dan die welke overeenkomstig de wet moeten zijn vermeld en bovendien kan ingevolge artikel 67 BW de ambtenaar van de Burgerlijke Stand de aanpassing pas vermelden op last van de kantonrechter.
Bij de conclusie van dupliek heeft de Staat aangevoerd dat zij zich niet schuldig maakt aan ernstige schending van de mensenrechten. Volgens de Staat is in geval van [verzoekster] sprake van een keuze welke zij bewust en vrijwillig heeft gemaakt door zichzelf lichamelijk om te bouwen. [verzoekster] kan niet verlangen dat de Staat voor haar individuele genoegdoening de totale maatschappij zal dwingen haar als zodanig te gaan beschouwen. Bij haar besluit tot lichaamsaanpassing tot vrouw heeft [verzoekster] de Staat niet geconsulteerd of om toestemming gevraagd.

4.4 Zoals reeds onder de punten 2.2 en 2.3 van de feiten is overwogen, heeft [verzoekster], na psychologisch en medisch daartoe geschikt te zijn bevonden, de lichamelijke veranderingen door daartoe bevoegde specialisten bij zichzelf doen aanbrengen, teneinde lichamelijk te voldoen aan de kenmerken die in overeenstemming zijn met het lichaam van een persoon van het geslacht waartoe zij naar haar innerlijke overtuiging, zijnde het vrouwelijke geslacht, behoort. Uit de verklaring van de Plastisch  en Reconstructief [Chirurg] blijkt dat [verzoekster] thans een onvruchtbaar persoon van het vrouwelijk geslacht is en dat haar geslacht blijvend is veranderd naar dat van een vrouw door middel van geslachtsveranderingschirurgie.

4.5 Vaststaat dat [verzoekster] als een kind van het mannelijk geslacht is geboren. De vermelding van man of vrouw bij de geboorte is wettelijk verplicht. Juridisch gezien raakt het geslacht de staat van de persoon. De “staat van de persoon” is het geheel van omstandigheden dat de rechtspositie van een persoon bepaalt en hem onderscheidt van andere deelnemers van de samenleving. De “staat van de persoon” wordt neergeschreven in de akten van de Burgerlijke Stand. Aan de omstandigheden (naam, geslacht, woonplaats) worden rechtsgevolgen verbonden. De staat is universeel, enkelvoudig, onbeschikbaar en onveranderbaar. Dit zijn de beginselen die ten grondslag liggen aan het systeem van registratie. De ambtenaar van de Burgerlijke Stand stelt de staat van de persoon op een authentieke wijze vast en dit door wat zichtbaar vaststelbaar is.
Daarbij wordt ervan uitgegaan dat bij de geboorte aan de hand van uiterlijke geslachtskenmerken kan worden vastgesteld of het kind hetzij tot het vrouwelijke hetzij tot het mannelijke geslacht behoort.

4.6 Door de geslachtsveranderingschirurgie heeft [verzoekster] zich op 22 april 2009 doen ombouwen tot een vrouw. De kantonrechter is het met de staat eens dat de wetgever – in tegenstelling tot de Nederlandse – voor gevallen van transseksualiteit geen voorziening heeft getroffen  die de mogelijkheid van wijziging van geslachtsaanduiding in de geboorteakte toestaat. De kantonrechter wenst hierbij nog op te merken dat in de Memorie van Toelichting bij het Ontwerp Boek I  van het Nieuw Surinaams Burgerlijk Wetboek bij titel 4, afdeling 12 is opgenomen dat: “in navolging van de Nederlandse Antillen en Aruba is afdeling 13 van titel 4 (transseksualiteit) niet overgenomen. Verzoeken tot wijziging van de vermelding van het geslacht in de geboorteakte hebben zich in Suriname nog niet voorgedaan. Het blijkt daarom disproportioneel om hiervoor een uitvoerige regeling te treffen.”

4.7 Nu het huidige BW noch het toekomstige BW oplossing biedt, zal in deze zaak een oplossing dienen te worden gezocht in de mensenrechtenverdragen waar Suriname partij bij is. Eveneens zal nagegaan worden of [verzoekster] met succes een beroep kan doen op die bepalingen.
In artikel 17 lid 1 IVBPR is bepaald dat niemand mag worden onderworpen aan willekeurige of onwettige inmenging in zijn privéleven, zijn gezinsleven, zijn huis en zijn briefwisseling, noch aan onwettige aantasting van zijn eer en goede naam. In lid 2 van hetzelfde artikel is bepaald dat eenieder recht heeft op bescherming door de wet tegen zodanige inmenging of aantasting.
In artikel 11 lid 2 AVRM is bepaald dat niemand mag worden onderworpen aan willekeurige of beledigende inmenging in zijn privéleven, zijn gezinsleven, zijn woning of zijn correspondentie, of aan onrechtmatige aantasting van zijn eer of goede naam. In lid 3 is bepaald dat eenieder recht heeft op bescherming door de wet tegen dergelijke inmenging of aantasting.

4.8 De kantonrechter is van oordeel dat na een geslachtsaanpassende behandeling, er voor de groep transseksuele personen een contradictie ontstaat tussen de socio-psychologische geslachtsrol en de feitelijke geslachtsregistratie op de geboorteakte. Het kunnen aanpassen van de voornaam en het geslacht op de geboorteakte vormt, naar het oordeel van de kantonrechter, een van de fundamentele rechten voor transseksuele personen, dus ook voor [verzoekster]. Het doet hier niet ter zake of [verzoekster] bij haar besluit tot lichaamsaanpassing tot vrouw de Staat niet heeft geconsulteerd of om toestemming gevraagd. De kantonrechter vermag niet in te zien wat de Staat met deze stelling beoogt nu hij zelf aangeeft dat volgens de huidige wetgeving het plaatsen van een kantmelding als verzocht niet mogelijk is. Vaststaat dat [verzoekster] thans met een identiteitsprobleem zit. Zij heeft in Raadkamer verklaard dat zij dagelijks problemen ondervindt, omdat in haar ID-kaart, paspoort en andere relevante documenten vermeld staat, dat zij van het mannelijke geslacht is, terwijl zij naar uiterlijke verschijningsvorm vrouwelijk is. Verder heeft zij verklaard dat zij door anderen wordt gediscrimineerd en ook geen werk kan vinden. De kantonrechter is van oordeel dat [verzoekster] zich dagelijks in een situatie bevindt die niet verenigbaar is met het recht op respect voor haar privéleven. Derhalve wordt in casu schending van het recht op respect voor privéleven als bedoeld in de artikelen 17 van de Grondwet (GW), 17 IVBPR en 11 AVRM aanwezig geacht.  De kantonrechter neemt hierbij mede in overweging dat er een continue internationale trend is, niet alleen van sociale acceptatie van transseksuelen, maar ook van juridische erkenning van de geslachtsidentiteit van post-operatieve transseksuelen. De Staat heeft een aantal instrumenten om uit te kiezen om zulke problemen op te lossen. Het is niet de functie van de kantonrechter om de Staat aan te geven welk instrument het meest geschikt is.

4.9 Gelet op het bepaalde in de artikelen 106 en 137 GW zal de kantonrechter in casu een zodanige ruimere interpretatie geven aan de bepalingen van de artikelen 17 en 64 – 67a BW die aansluit aan hetgeen door [verzoekster] is gevorderd. Hieruit volgt dat de vordering van [verzoekster] zal worden toegewezen zoals in de beslissing vermeld zal worden.

4.10 De kantonrechter ziet – gelet op al het voorgaande – geen aanleiding om nader in te gaan op de overige stellingen en weren van partijen daar die thans niet relevant zijn gebleken.

5.  De beslissing
De kantonrechter:

Gelast de ambtenaar van de Burgerlijke Stand van Paramaribo om op de kant van de akte voorkomende in de Registers van Geboorten van de Burgerlijke Stand van Paramaribo over het [jaar] folio [nummer] een melding te maken, inhoudende dat [verzoekster] – na van geslacht te zijn veranderd op 22 april 2009 – thans tot het vrouwelijk geslacht behoort.

Dit vonnis is gewezen en uitgesproken door mr. I. Sonai, Kantonrechter in het Eerste Kanton, lid-plaatsvervanger van het Hof van Justitie op woensdag 11 januari 2017 te Paramaribo ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van de griffier.

w.g. Z. Moeradji w.g. I. Sonai