SRU-K1-2018-13

  • Instantie Kantongerecht Eerste Kanton
  • Zaaknummer AR-180791
  • Uitspraakdatum 26 april 2018
  • Publicatiedatum 19 september 2019
  • Rechtsgebied Civiel recht
  • Inhoudsindicatie

    Kort geding. Schrijffout in de naam van eiser heeft niet tot gevolg dat de beschikking van de Kantontrechter, inhoudende het ontslag van eiser als voorzitter van de Stichting, enige rechtskracht ontbeert. Beschikking van de Kantonrechter is inmiddels in kracht van gewijsde gegaan, art. 24 Wet op Stichtingen. Eiser is niet-ontvankelijk.

Uitspraak

KANTONGERECHT IN HET EERSTE KANTON

A.R. No. 18-0791
26 april 2018

Vonnis in kort geding in de zaak van:

[eiser],
wonende te [district 1],
eiser,
gemachtigde: mr. K.V. Alakhramsing, advocaat,

tegen

DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN, rechtspersoon,
gevestigd en kantoorhoudende te Paramaribo,
gedaagde,
gemachtigde: mr. A.R. Baarh, advocaat.

1. Het verloop van het proces
1.1 Dit blijkt uit de volgende processtukken en –handelingen:

  • het verzoekschrift dat met de producties op 20 februari 2018 op de griffie der kantongerechten is ingediend;
  • de conclusie van eis die mondeling is genomen op 22 februari 2018;
  • de conclusie van antwoord, met producties;
  • de conclusie van repliek, met producties;
  • de conclusie van dupliek en uitlating producties.

1.2 De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.

2. De feiten
2.1 Bij notariële akte d.d. 30 oktober 2008 is Stichting Nashville, hierna aangeduid als de Stichting, opgericht. Blijkens de Statuten was bij de oprichting van de Stichting [naam variant – eiser] de voorzitter en [persoon] de secretaris/penningmeester.

2.2 Tussen [naam variant – eiser], hierna te noemen de vader, en [persoon], hierna te noemen de zoon, bestaat een vader-zoonrelatie. Op 03 maart 2017 heeft de zoon bij de kantonrechter een vordering tegen de vader ingediend om de vader als voorzitter te ontslaan. De zaak staat bekend onder A.R. No. 17-1023.

2.3 Bij beschikking van de kantonrechter d.d. 16 augustus 2017 is de vordering van de zoon toegewezen. De vader is door de kantonrechter ontslagen als voorzitter en de zoon is door de kantonrechter benoemd tot voorzitter.

2.4 De uittreding van de vader als voorzitter is ingeschreven in het openbaar stichtingenregister van gedaagde.

3. De vordering, de grondslag daarvan en het verweer
3.1 Eiser vordert, om bij vonnis in kort geding uitvoerbaar bij voorraad, om:
– gedaagde te veroordelen tot doorhaling van de onjuiste inschrijving in het openbaar Stichtingenregister, als vermeld in de uittreksels van het openbaar stichtingenregister d.d. 19 januari 2018 en 25 januari 2018, namelijk de bestuurswijziging d.d. 15 september 2017 bij bestuursbesluit van 16 augustus 2017 inhoudende de uittreding van eiser als voorzitter, de uittreding van [zoon] als secretaris/penningmeester en benoeming van [zoon] tot voorzitter van Stichting Nashville, op straffe van een dwangsom van SRD 10.000,- per dag die gedaagde aan eiser zal verbeuren voor iedere dag die zij in gebreke is aan dit vonnis te voldoen.

3.1.1 Eiser legt, tegen de achtergrond van de feiten vermeld onder 2, de hierna volgende feiten aan zijn vordering ten grondslag:
– hij is nog steeds voorzitter van de Stichting Nashville, omdat de vordering in de zaak bekend onder A.R. No. 17-1023 niet tegen hem is ingesteld, doch tegen [eiser];
– de inschrijving van zijn uittreding op grond van de beschikking van 16 augustus 2017 in het openbaar stichtingenregister is daarom onrechtmatig en mag hij, eiser op grond van artikel 10 lid 2 van de Wet op Stichtingen vorderen om deze inschrijving te doen doorhalen in het openbaar stichtingenregister.

Eiser stelt als spoedeisend belang dat hij ernstig nadeel ondervindt van de onjuiste inschrijving van de bestuurswijziging, en wel in die zin dat hij niet kan beschikken over de gelden en of de goederen van de bedoelde Stichting. Hij is voor de dagelijkse kosten voor het levensonderhoud van zichzelf en zijn bedlegerige echtgenote afhankelijk van de inkomsten van de Stichting.

3.2 Gedaagde heeft verweer gevoerd. Op dit verweer komt de kantonrechter, voor zover voor de beslissing van belang, hierna in de beoordeling terug.

4. De beoordeling
4.1 Gedaagde voert als meest verstrekkend formeel verweer dat eiser niet ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vordering. Daartoe stelt gedaagde dat eiser heeft verzuimd de mede belanghebbenden die de inschrijving hebben doen plaatsvinden, te weten de zoon, mede in het proces te betrekken. Zoals de kantonrechter de stellingen van eiser begrijpt, stelt hij zich op het standpunt dat degene aan wie ontslag is verleend, een ander persoon is dan  de voorzitter en de inschrijving ter zake onterecht is geschied. Ter zake constateert de kantonrechter het volgende. Blijkens de Statuten van oprichting staat als voorzitter vermeld: “[naam variant – eiser], geboren op [datum] in [district 2]”. Blijkens het ten processe door eiser overgelegd uittreksel van het Bureau voor Burgerzaken is eiser geheten “[eiser]” en is hij geboren op [datum]. Deze constatering brengt de kantonrechter tot de gerechtvaardigde conclusie dat de naam vermeld in de Statuten en de naam op het uittreksel betrekking heeft op één en dezelfde persoon, zijnde eiser tevens vader van gedaagde, en dat er reeds in de Statuten en vanaf het begin van de inschrijving een schrijffout met de naam van eiser is gemaakt. Met deze gemaakte schrijffout is doorgewerkt in de zaak bekend onder A.R. No. 17-1023. Echter heeft deze schrijffout naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter geenszins tot gevolg dat de beschikking van 16 augustus 2017 enige rechtskracht ontbeert. Ingevolge artikel 24 van de Wet op Stichtingen had eiser de mogelijkheid om binnen een maand na dagtekening van de beschikking hoger beroep tegen de beschikking aan te tekenen of verzet. Gesteld noch gebleken is dat eiser in beroep of verzet is gegaan tegen de beschikking van de kantonrechter, waaruit voortvloeit dat de beschikking, zoals gedaagde terecht heeft opgeworpen in kracht van gewijsde is gegaan, en eiser geen voorzitter meer is van de Stichting. Indien eiser beoogt te stellen dat hij onterecht als voorzitter is ontslagen door de kantonrechter, dan zou hij dit in rechte horen aan te vechten. Doorhaling van de inschrijving van de uittreding als voorzitter zal geenszins tot gevolg hebben dat eiser wederom voorzitter is.

4.2 Nu gedaagde niets van doen heeft met het ontslag van eiser bij de bedoelde beschikking en gedaagde dient uit te gaan van wat de beschikking vermeldt, zal eiser niet ontvankelijk worden verklaard in de gevraagde voorziening. Eiser beroept zich er evenwel op dat hij op grond van artikel 10 lid 2 Wet op Stichtingen bevoegd is de doorhaling te vorderen, doch kan hij zulks doen als er enig besluit is waaruit blijkt dat hij nog voorzitter is.

4.3 Eiser zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld.

5. De beslissing
De kantonrechter:
5.1 Verklaart eiser niet ontvankelijk in zijn vordering.

5.2 Veroordeelt eiser in de proceskosten aan de zijde van gedaagde gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen en ter openbare terechtzitting uitgesproken door de kantonrechter in het eerste kanton, mr. S.M.M. Chu, op donderdag 26 april 2018 te Paramaribo, in tegenwoordigheid van de fungerend-griffier.