SRU-K1-2018-32

  • Instantie Kantongerecht Eerste Kanton
  • Zaaknummer AR-183447
  • Uitspraakdatum 23 augustus 2018
  • Publicatiedatum 04 juni 2020
  • Rechtsgebied Civiel recht
  • Inhoudsindicatie

    Kort geding. Openbare verkoop (art. 1207 lid 2 BW). Onwaarschijnlijk dat achterstand in betaling onbekend was. Geen onregelmatigheden t.a.v. aanzegging openbare verkoop en publicatie in de dagbladen. Beroep op vereenzelviging slaagt niet. Gevorderde advocaatkosten niet onderbouwd. Ontruimingstermijn van een week is niet redelijk en billijk. De Kantonrechter heeft een ontruimingstermijn van een maand bepaald.

Uitspraak

KANTONGERECHT IN HET EERSTE KANTON
A.R. No. 18-3447

23 augustus 2018

Vonnis in kort geding in de zaak van:

[eiseres],
wonende in [district 1],
eiseres in conventie, tevens gedaagde in reconventie,
hierna te noemen: [eiseres],
gevolmachtigde: mr. J.N. Rambhadjan, jurist,

tegen

A. STICHTING UREN DIE EEUWIG DUREN,
gevestigd te Paramaribo,
B. [gedaagde in conventie, eiser in conventie sub B], deurwaarder bij het Hof van Justitie van Suriname,
gevestigd en kantoorhoudende te Paramaribo,
gedaagden in conventie, tevens eisers in reconventie,
hierna te noemen respectievelijk: de Stichting en de deurwaarder,
gemachtigde: mr. C.P. Baal, advocaat.

 

1. Het verloop van het proces
In conventie en in reconventie
1.1 Dit blijkt uit de volgende processtukken en –handelingen:

  • het verzoekschrift dat met de producties op 15 augustus 2018 op de griffie der kantongerechten is ingediend;
  • de conclusie van eis die mondeling is genomen op 16 augustus 2018;
  • de aantekeningen van de griffier betreffende het mondeling afpleiten van partijen d.d. 16 augustus 2018, bij welk mondeling afpleiten een eis in reconventie is gedaan;
  • de rolbeschikking d.d. 17 augustus 2018, waarbij de Stichting en de deurwaarder in de gelegenheid zijn gesteld een fotokopie van de publicatie van aanzegging van de openbare verkoop in de dagbladen ten processe over te leggen;
  • de conclusie tot overlegging van de producties;
  • de conclusie tot uitlating over de producties.

1.2 De uitspraak van het vonnis is vanwege onverwijlde spoed in de zin van artikel 226 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaald op heden.

2. De feiten
In conventie en in reconventie
2.1 De zoon van [eiseres], genaamd [naam 1], hierna te noemen de schuldenaar, heeft van de Stichting Wurlen Holband, hierna te noemen de schuldeiser een geldbedrag geleend. Als zekerheid tot betaling van dit bedrag heeft [eiseres] ten behoeve van de schuldeiser een hypotheek doen vestigen op het hierna aan haar in eigendom toebehorend perceel, te weten:
Het perceelland, met al hetgeen daarop staat groot zevenhonderd vierkante meter, gelegen in [district 2], thans [district 3] ten oosten van [locatie 1] en ten zuiden van de [locatie 2], aangeduid op de kaart van de [landmeter] de dato twintig maart negentienhonderd vier en veertig met de letters ABCD en met het nummer 16, benevens de voorlangs dit perceel lopende strook grond ter breedte van drie meters en ter lengte van twintig meters, welk perceelland deel uitmaakt van het perceelland, groot vijf hectare en negen are, gedeelte van de voormalig [plantage], met uitzondering van een reeds verkochte en overgedragen gedeelte, groot twee en vijftig, vijf/tiende vierkante meter”.

2.2 De zoon heeft de lening niet afgelost en heeft de schuldeiser het perceel in het openbaar doen verkopen op 16 mei 2018.

2.3 Bij exploot van de deurwaarder bij het Hof van Justitie Suriname, R. Bhoelan, d.d. 29 maart 2018 no. 138, is de aanzegging van de openbare verkoop aan [eiseres] gedaan. Het exploot van aanzegging is, vanwege het feit dat de deurwaarder niemand op het vermeld adres heeft aangetroffen, bij de Procureur-generaal betekend.

Bij exploot van dezelfde deurwaarder d.d. 28 maart 2018 no. 139 is aan de schuldenaar de aanzegging van de openbare verkoop gedaan. Het exploot van aanzegging is op het verblijfadres van de schuldenaar betekend en is achtergelaten bij een huisgenoot, genaamd [naam 2].

2.4 Op de openbare verkoop is het perceel aan de Stichting verkocht en is het perceel op 18 juli 2018 in het daartoe bestemde register ten kantore van het Management Instituut GLIS ten name van de Stichting overgeschreven.

2.5 [naam 3] is voorzitter van zowel de schuldeiser als de Stichting. Hij was reeds bij het vestigen van de hypotheek op het perceelland van [eiseres] voorzitter van de schuldeiser.

3. De vordering, de grondslag daarvan en het verweer
In conventie en in reconventie
3.1 In conventie vordert [eiseres], om bij vonnis in kort geding uitvoerbaar bij voorraad,:

  1. te schorsen c.q. op te schorten danwel stop te zetten de werking van de op 16 mei 2018 ten kantore van notaris mr. R.B. Babb aan de Slangenhoutstraat no. 55 te Paramaribo gehouden openbare verkoop van het perceelland, totdat in de in te dienen bodemprocedure of althans in het uiterste niet zal zijn beslist over de nietigheid danwel vernietiging van genoemde openbare verkoop;
  2. te staken c.q. stop te zetten danwel op te schorten de bij exploot no. N. 940 d.d. 13 augustus 2018, van deurwaarder [gedaagde in conventie, eiser in conventie sub B], bevolen aangezegde ontruiming van het hiervoor genoemde perceelland en de Stichting en de deurwaarder te verbieden om [eiseres] dan wel de haren te bevelen genoemde perceelland te ontruimen totdat in de in te dienen bodemprocedure of althans in het uiterste niet zal zijn beslist over de nietigheid danwel vernietiging van genoemde openbare verkoop;
  3. de Stichting en de deurwaarder te veroordelen in de kosten van het geding.

3.2 In conventie legt [eiseres] aan haar vordering ten grondslag dat zij op onrechtmatige wijze haar perceelland kwijt is en dat de openbare verkoop nietig is. Daartoe stelt zij, tegen de achtergrond van de feiten vermeld onder 2, onder meer het volgende:

  • zij is nooit door de schuldeiser of iemand anders op de hoogte gesteld dat er een achterstand was in terugbetaling van de schuld;
  • de Stichting heeft in strijd met artikel 1232 SBW, danwel in strijd met het plaatselijk gebruik de aanzegging van de openbare verkoop niet gepubliceerd en heeft haar evenmin in kennis gesteld van de voorgenomen openbare verkoop;
  • er is sprake van vereenzelviging van de persoon van [naam 4] met de Stichting en de schuldeiser. Als gevolg hiervan is eiseres in financieel opzicht benadeeld, in die zin dat er bij de openbare verkoop een veel lager bedrag is geboden dan de vermoedelijke hoogte van de schuld op het perceelland van [eiseres].

3.3 In conventie hebben de Stichting en de deurwaarder, voor zover voor de beslissing van belang, het volgende verweer gevoerd:

  • de grondslag van de vordering ontbreekt;
  • de aanzegging van de openbare verkoop heeft wel volgens het plaatselijk gebruik plaatsgevonden, en wel middels betekening van de aanzegging bij exploot van een deurwaarder en middels publicatie in de dagbladen;
  • er zijn geen concrete feiten en omstandigheden gesteld ten aanzien van de vereenzelviging.

De kantonrechter komt op dit verweer, voor zover voor nodig, hierna in de beoordeling terug.

3.4 In reconventie vorderen de Stichting en de deurwaarder, om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad,:

a) [eiseres] te veroordelen om de woningen en het perceellandmet alle van harentwege aanwezige personen en goederen te ontruimen en te verlaten en ter vrije en algehele beschikking van de Stichting te stellen, met bepaling dat indien de [eiseres] hiertoe in gebreke mocht blijven de Stichting en de deurwaarder gerechtigd zullen zijn om de ontruiming zelf te bewerkstelligen, desnoods met behulp van de sterke arm en op kosten van [eiseres];
b) [eiseres] te veroordelen tot betaling van de advocaatkosten ad SRD 5.000,-.

3.5 In reconventie leggen de Stichting en de deurwaarder aan hun vordering het volgende ten grondslag:

  • in strijd met artikel 18 lid 4 van de Algemene Veilingvoorwaarden, heeft [eiseres] in de maand juni 2018, kort na de openbare verkoop, de twee andere woningen die op het perceelland staan aan derden verhuurd;
  • als gevolg van dit handelen hebben de Stichting en de deurwaarder schade geleden ad SRD 5.000,-, in die zin dat zij genoodzaakt zijn geweest juridische bijstand van een advocaat in te roepen.

3.6 In reconventie heeft [eiseres] verweer gevoerd. De kantonrechter komt op dit verweer, voor zover voor de beslissing van belang, hierna in de beoordeling terug.

4. De beoordeling
In conventie en in reconventie
4.1 De onverwijlde spoed blijkt uit het feit dat [eiseres] en haar huisgenoten het perceelland op uiterlijk maandag 20 augustus 2018 moeten ontruimen.

4.2 Uit de stellingen van [eiseres] leidt de kantonrechter af dat zij met de onderhavige vordering niets anders beoogd dan het kunnen terugkrijgen van het onroerend goed als haar eigendom om aldaar te kunnen verblijven. Echter ontgaat het [eiseres] dat zij in het kader van een lening die haar zoon bij de schuldeiser heeft genomen een hypotheek op het onroerend goed heeft gevestigd ten behoeve van de schuldeiser. In dat licht brengt de kantonrechter [eiseres] in herinnering dat de hypotheekhouder (in casu de schuldeiser) ingevolge het bepaalde in artikel 1207 lid 2 van het Surinaams Burgerlijk Wetboek bevoegd is om tot openbare verkoop over te gaan indien de schuldenaar (in casu de zoon van [eiseres]) in verzuim is met de voldoening van hetgeen waarvoor de hypotheek tot zekerheid strekt.

[eiseres] stelt dat niemand haar in kennis zou hebben gesteld dat haar zoon nog een saldo te voldoen had bij de schuldeiser, doch heeft de Stichting deze stelling middels staving van de exploiten van aanzegging door een deurwaarder gemotiveerd weersproken. [eiseres] woont samen met haar zoon die de lening bij de schuldeiser heeft genomen. Alhoewel de aanzegging niet in persoon aan [eiseres] is betekend, zijn er naar het oordeel van de kantonrechter voldoende feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat [eiseres] er wel kennis van droeg dat de schuld van de schuldeiser niet door haar zoon was afgelost en de schuldeiser zou overgaan tot de openbare verkoop. Met name leidt de kantonrechter uit het exploot van de deurwaarder d.d. 28 maart 2018 no. 139, inhoudende aanzegging aan de zoon van de openbare verkoop en mededeling wat de hoogte van de saldoschuld die nog voldaan dient te worden, af dat een andere zoon van [eiseres] die tevens op het adres aldaar woont het exploot in ontvangst heeft genomen. Het lijkt de kantonrechter onwaarschijnlijk dat de zoon die tevens op hetzelfde adres met [eiseres] woont en weet dat de woning op de veiling verkocht zal worden, met het risico dat zij zullen worden ontruimd, dit niet onder de aandacht van [eiseres] heeft gebracht.

4.3 De Stichting heeft middels overlegging van een fotokopie van betalingsbewijzen van twee dagbladen d.d. 27 april 2018, betreffende de advertentie inzake de voorgenomen openbare verkoop voldoende aannemelijk gemaakt. [eiseres] stelt evenwel dat deze niet een daadwerkelijke advertentie betreffen, doch gaat de kantonrechter hieraan voorbij. Dit, omdat het de kantonrechter onwaarschijnlijk voorkomt dat iemand zonder reden advertentiekosten aan een derde betaald. Dit brengt de kantonrechter tot het voorlopig oordeel dat de openbare verkoop wel volgens plaatselijk gebruik is geschied. Het beroep van [eiseres] op nietigheid van de openbare verkoop gaat dus niet op.

4.4 De kantonrechter gaat voorbij aan de stelling van [eiseres] dat zij door de Stichting zou zijn benadeeld vanwege vereenzelviging. Bij vereenzelviging kan een procespartij uit hoofde van een onrechtmatige daad slechts een vordering tot schadevergoeding instellen.

4.5 Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, is voor de kantonrechter niet aannemelijk dat de Stichting en de deurwaarder onrechtmatig jegens [eiseres] hebben gehandeld, zodat de gevraagde voorziening in conventie zal worden geweigerd. Hieruit volgt dat de gevraagde voorziening in reconventie wel voor toewijzing gereed ligt, doch met uitzondering van de mede gevorderde advocaatkosten. Dit, omdat de Stichting en de deurwaarder geenszins hebben onderbouwd hoe zij aan de hoogte van het gevorderde bedrag komen.

4.6 De kantonrechter constateert dat de deurwaarder [eiseres] een week de tijd heeft gegeven om het geveilde  te ontruimen. Daar de kantonrechter deze termijn niet redelijk en billijk acht en de kantonrechter in kort geding de bevoegdheid heeft om, met in achtneming van de belangen van beide partijen, een andersoortige voorlopige maatregel te treffen, zal de kantonrechter met gebruikmaking van deze bevoegdheid zowel in conventie als in reconventie [eiseres] een maand de tijd vergunnen om het geveilde te ontruimen. Bij het bepalen van deze termijn heeft de kantonrechter rekening gehouden met wat gangbaar is bij de ontruiming van woningen, namelijk een maand na de uitspraak.

4.7 Zowel in conventie als in reconventie zal [eiseres], als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld.

5. De beslissing
In conventie en in reconventie

De kantonrechter:
In conventie
5.1 Weigert de gevraagde voorzieningen.

5.2 Vergunt [eiseres] om binnen een maand na de uitspraak van dit vonnis “het perceelland, met al hetgeen daarop staat groot zevenhonderd vierkante meter, gelegen in [district 2], thans [district 3] ten oosten van [locatie 1] en ten zuiden van [locatie 2], aangeduid op de kaart van de [landmeter] de dato twintig maart negentienhonderd vier en veertig met de letters ABCD en met het nummer 16, benevens de voorlangs dit perceel lopende strook grond ter breedte van drie meters en ter lengte van twintig meters, welk perceelland deel uitmaakt van het perceelland, groot vijf hectare en negen are, gedeelte van de voormalig [plantage], met uitzondering van een reeds verkochte en overgedragen gedeelte, groot twee en vijftig, vijf/tiende vierkante meter”, te ontruimen en te verlaten, met alle van harentwege zich aldaar bevindende personen en goederen en ter vrije en algehele beschikking te stellen.

5.3 Veroordeelt [eiseres] in de proceskosten aan de zijde van de Stichting en de deurwaarder gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

In reconventie
5.4 Veroordeelt [eiseres] om binnen een maand na de uitspraak van dit vonnis“het perceelland, met al hetgeen daarop staat groot zevenhonderd vierkante meter, gelegen in [district 2], thans [district 3] ten oosten van [locatie 1] en ten zuiden van [locatie 2], aangeduid op de kaart van de [landmeter] de dato twintig maart negentienhonderd vier en veertig met de letters ABCD en met het nummer 16, benevens de voorlangs dit perceel lopende strook grond ter breedte van drie meters en ter lengte van twintig meters, welk perceelland deel uitmaakt van het perceelland, groot vijf hectare en negen are, gedeelte van de voormalig [plantage], met uitzondering van een reeds verkochte en overgedragen gedeelte, groot twee en vijftig, vijf/tiende vierkante meter”,te ontruimen en te verlaten, met alle van harentwege zich aldaar bevindende personen en goederen en ter vrije en algehele beschikking te stellen.

5.5 Machtigt de Stichting om, indien [eiseres] in gebreke blijft aan het besliste onder 5.4 te voldoen, de ontruiming zelf te doen geschieden, desnoods met behulp van de Sterke Arm.

5.6 Verklaart hetgeen hiervoor onder 5.4 en 5.5 is beslist uitvoerbaar bij voorraad.

5.7 Veroordeelt [eiseres] in de proceskosten aan de zijde van de Stichting en de deurwaarder gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

5.8 Weigert het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen en ter openbare terechtzitting uitgesproken door de kantonrechter in het eerste kanton, mr. S.M.M. Chu, op donderdag 23 augustus 2018 te Paramaribo, in aanwezigheid van de fungerend-griffier.