SRU-K1-2020-3

  • Instantie Kantongerecht Eerste Kanton
  • Zaaknummer AR-201087
  • Uitspraakdatum 09 april 2020
  • Publicatiedatum 15 april 2020
  • Rechtsgebied Civiel recht
  • Inhoudsindicatie

    Eiseres kan niet worden ontvangen in haar vordering. Zij creëert door het instellen van de onderhavige vordering nog voor de beslissing van de President op haar bezwaar, een oneigenlijke ex nunc toetsing, nota bene als indeplaatsstelling van die bezwaarschriftprocedure. Door deze wijze van procederen treedt eiseres buiten de systemen van het administratief beroep en burgerlijk procesrecht.

Uitspraak

KANTONGERECHT IN HET EERSTE KANTON

A.R. No. 20-1087
09 april 2020

Vonnis in kort geding
in de zaak van:

DE POLITIEKE ORGANISATIE 21 PLUS VOOR SURINAME,
gevestigd aan de Osmiumstraat 36 te Paramaribo,
eiseres,
gevolmachtigde: drs. A. Biharie,

tegen

DE STAAT SURINAME, in rechte vertegenwoordigd wordende door de Procureur-Generaal bij het Hof van Justitie,
kantoorhoudend aan de Limesgracht 92 te Paramaribo,
gedaagde,
gemachtigde: mr. D.S. Kraag, advocaat.

1. Het verloop van het proces

1.1 Dit blijkt uit de volgende processtukken en -handelingen:

  • het op de griffie ingediend inleidend verzoekschrift op 02 april 2020, met producties;

  • de mondelinge conclusie van eis genomen op 06 april 2020;

  • de conclusie van antwoord d.d. 07 april 2020.

1.2 De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.

2. De feiten

De kantonrechter neemt de volgende, door partijen niet betwiste feiten, als vaststaand aan.

2.1 16 maart 2020
Eiseres richt een verzoek d.d. 16 maart 2020 aan de President van de Republiek Suriname om de gebruikte afkorting ’21 PlusvoSu’ te mogen veranderen in ’21Su’.

2.2 18 maart 2020
Bij schrijven van 18 maart 2020 legt de directeur Bestuurs- en Administratieve Aangelegenheden van het kabinet van de President voormeld schrijven van 16 maart 2020 voor aan de directeur van Justitie en Politie met het verzoek de behandeling te willen overnemen.

2.3 20 maart 2020
Het Onafhankelijk Kiesbureau (hierna OKB genoemd) verklaart op 20 maart 2020 van de Politieke Organisatie ’21 Su’ bescheiden te hebben ontvangen. De verklaring is voor ontvangst getekend namens het secretariaat van het OKB en voor akkoord door de voorzitter van eiseres.

Bij schrijven van 20 maart 2020, kenmerk 215/OKB, betekend aan de voorzitter van eiseres bij deurwaardersexploot van 21 maart 2020, deelt het OKB haar onder meer mee:

“Na toetsing is de Commissie tot de volgende conclusie gekomen:

  1. Wijzigingen van de afkorting “21 PlusvoSu” in de statuten naar “21 Su”, zal de volledige procedure van statuten wijziging moeten worden afgelegd.

  2. In de statuten is niet opgenomen dat het beginsel programma en bij elke verkiezing het verkiezingsprogramma aan de bevolking bekend zal worden gemaakt.

  3. In de statuten artikel 4 is ook niet opgenomen dat de gewone leden burgers zijn van Suriname en/of de Surinaamse nationaliteit bezitten.

Verder schrijft OKB ook:

21 PlusvoSu moet eerst voldoen aan de bovengemeld[e] punten alvorens de registratie in het Openbaar Register gehouden door het OKB kan geschieden.

Bij deze wordt u dan in de gelegenheid gesteld om binnen 7 (zeven) dagen na ontvangst van dit schrijven de gewijzigde statuten (…) in te dienen (…) Indien u hieraan niet voldoet, zal het OKB genoodzaakt zijn uw aanvraag bij proces-verbaal te moeten weigeren.”

2.4 26 maart 2020
Bij beschikking van 26 maart 2020, kenmerk CHS 016/2020, waarvan een afschrift beschikking per deurwaardersexploot van 27 maart 2020 aan eiseres is betekend, heeft het Centraal Hoofdstembureau (hierna CHS genoemd):
onder meer gelet op:

(…)

3. Het verzoek in gevolge artikel 31 lid 1 van de Kiesregeling op zaterdag 21 maart 2020 omstreeks 12.30 uur aan het Centraal Hoofdstembureau gedaan door de Politieke Organisatie 21 Plus voor Suriname aangeduid “21 SU”, tot registratie voor deelname aan de Algemene, Vrije en Geheime verkiezingen van de leden voor de volks vertegenwoordigende lichamen te houden op 25 mei 2020. (…)

onder meer overwogen:

(…)

– dat na onderzoek door het Centraal Hoofdstembureau is gebleken dat de politieke organisatie aangeduid “21 SU” NIET heeft voldaan aan twee van de wettelijke vereisten, zoals vervat in:

1. artikel 31 lid 5 van de Kiesregeling en juncto artikel 3 van het Besluit Waarborgsom Politieke Organisaties (S.B. 2020 no. 38) zijnde de storting van de waarborgsom ten bedrage van SRD 96.250,- (…)

2. artikel 7 van het Decreet Politieke Organisaties, zijnde het overleggen van het bewijs van registratie van het Onafhankelijk Kiesbureau (OKB)

besloten:

I. de registratie van de politieke organisatie “21 SU” in het openbaar register (…) te weigeren op grond van artikel 35 lid 1 sub a en sub d van de Kiesregeling.”

2.5 27 maart 2020
Eiseres heeft bij schrijven van 27 maart 2020 aan OKB, Commissie Wetgeving, gereageerd op de brief van 20 maart 2020 met het kenmerk 215/OKB en daarbij haar standpunten kenbaar gemaakt met het verzoek aan de Commissie de door haar opgeworpen stellingen c.q. bezwaren tegen de uit te voeren registratie in te trekken.

2.6 30 maart 2020
Eiseres tekent bij beroepschrift van 30 maart 2020 bezwaar aan bij de President van de Republiek Suriname tegen de beschikking van CHS, kenmerk CHS 016/2020 van 26 maart 2020.

2.7 02 april 2020
Bij resolutie van de President van de Republiek Suriname d.d. 02 april 2020 no. 293/RP, aan eiseres betekend bij deurwaardersexploot van 03 april 2020, is het beroep van eiseres ongegrond verklaard, omdat niet is voldaan aan het vereiste in artikel 7 lid 1 Decreet Politieke Organisaties, het vereiste in de artikelen 31 lid 5 en 35 lid 1 sub d van de Kiesregeling.

2.8 In artikel 7 lid 1 van het Decreet Politieke Organisaties, geldende tekst na wijziging, S.B. 2019 no. 54 is bepaald:

“Politieke organisaties dienen geregistreerd te zijn in een voor dat doel door het Onafhankelijk Kiesbureau gehouden openbaar register. Deze registratie is eenmalig.”

2.9 Artikel 31 lid 5 sub d van de Kiesregeling, zoals zij luidt na de daarin aangebrachte wijzigingen bij S.B. 2019 no. 55 bepaalt:

“Aan de registratie als bedoeld in lid 4 is een waarborgsom verbonden. Bij staatsbesluit wordt de hoogte van de waarborgsom vastgesteld.”

Artikel 35 lid 1 sub d luidt:

“1. Het Centraal Hoofdstembureau weigert de registratie in de volgende gevallen:

(…)

d. indien niet aan de voorwaarden is voldaan die zijn omschreven in het Decreet houdende regels voor politieke organisaties.”

3. De vordering, de grondslag en het verweer

3.1 Eiseres vordert – samengevat – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

  •  gedaagde te bevelen, althans te veroordelen, om binnen 4 uren na de uitspraak 21Su in het openbaar register van het OKB en van het CHS te doen inschrijven onder verbeurte van een dwangsom ad SRD 1.000.000,00 voor elk uur waarop gedaagde in strijd met het vonnis mocht handelen;
  • gedaagde de verplichting op te dragen dat het CHS alle door 21Su aan te bieden lijsten van kandidaten voor de volksvertegenwoordigende lichamen accepteert en tijdig verwerkt in het administratief systeem zodat kandidaten van 21Su door de kiezers kunnen worden gekozen;
  • 21Su het recht te verschaffen om uiterlijk 16 dagen na vonnisdatum de lijsten van kandidaten voor de volksvertegenwoordigende lichamen te mogen aanbieden.

Voorts is veroordeling van gedaagde in de proceskosten gevorderd.

3.2 Aan haar vordering legt eiseres – kort gezegd – ten grondslag dat het OKB en CHS inbreuk plegen op haar rechten en wel het recht op inschrijving in het openbaar register en het recht op deelname aan de verkiezingen van de volksvertegenwoordigende lichamen. De beslissing van het CHS is nietig. De beslissing van de President is nog niet aan eiseres meegedeeld binnen de daarvoor geldende termijn en is daarom nietig.

3.3 Gedaagde voert als meest verstrekkend verweer dat eiseres nog voor de beslissing in de door haar gekozen beroepsgang is gegeven, reeds een voorziening in kort geding vordert. Volgens gedaagde stemt die handeling niet overeen met de regel dat eerst alle wettelijke mogelijkheden om bezwaar te maken moeten zijn uitgeput voordat de gang naar de kantonrechter gemaakt wordt. Nota bene heeft de President, anders dan eiseres heeft gesteld, in overeenstemming met artikel 36 lid 2 van de Kiesregeling binnen drie dagen beslist op het beroep. De betreffende resolutie is volgens gedaagde onverwijld aan eiseres betekend. Gedaagde concludeert tot niet ontvankelijkheid van eiseres nu zij niet heeft gesteld welke feitelijke en of juridische consequenties zij verbindt aan het feit dat de President binnen de gestelde wettelijke termijn heeft beslist op haar beroep. Voorts stelt gedaagde zich op het standpunt dat – kort gezegd – het petitum met zich brengt dat in geval van toewijzing, handelen in strijd met de Kiesregeling en het Decreet Politieke Organisaties gesanctioneerd wordt, nu OKB en CHS op grond van juiste, wettelijke vereisten hebben beschikt.

4. De beoordeling

4.1 De kantonrechter ziet in de aard van de vordering aanleiding om eiseres in haar vordering in kort geding te ontvangen. Eiseres heeft gedaagde uiteindelijk geduid als “aldus in hoofdzaak de Staat Suriname” welke duiding in de kop van het vonnis voor de leesbaarheid is overgenomen. Gedaagde is door deze duiding niet in zijn belang geschaad wat ook blijkt uit de toepassing van die duiding door gedaagde zelf in zijn conclusie van antwoord.

4.2 Als spoedeisend belang heeft eiseres gesteld dat zij uiterlijk op 09 april 2020 kandidatenlijsten kan indienen voor deelname aan de verkiezingen van 25 mei 2020. Zij voert aan dat de President niet handelt overeenkomstig de wettelijke verplichting ex artikel 36 lid 2 van de Kiesregeling om binnen drie dagen na ontvangst van het beroepschrift zijn beslissing mee te delen. De stelling van eiseres blijkt thans niet alleen voorbarig maar ook onjuist. Op de eerste dag van behandeling van de onderhavige zaak heeft eiseres in haar conclusie van eis gesteld dat zij de resolutie van de President heeft ontvangen. Aan dit nieuwe feit heeft eiseres evenwel geen gevolgen verbonden. Voorts, en anders dan eiseres in haar verzoekschrift onder punt 22 stelt, is zij niet op 28 maart 2020 in beroep gegaan van de beschikking van CHS. Zij heeft, zoals ook blijkt uit de door haar in het proces gebrachte en niet weersproken productie 10, haar beroepschrift op 30 maart 2020 bij de President ingediend. Blijkens resolutie heeft de President binnen drie dagen beslist op het beroepschrift en is de beslissing aan eiseres betekend op 03 april 2020.

4.3 Eiseres creëert door het instellen van de onderhavige vordering nog voor de beslissing van de President op haar bezwaar, een oneigenlijke ex nunc toetsing, nota bene als indeplaatsstelling van die bezwaarschriftprocedure. Door deze wijze van procederen treedt eiseres buiten de systemen van het administratief beroep en burgerlijk procesrecht.

4.4 Om voorgaande redenen kan eiseres niet in haar vordering worden ontvangen.

4.5 Eiseres zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden verwezen.

5. De beslissing

De kantonrechter in kort geding:

5.1 Verklaart eiseres niet ontvankelijk in haar vordering.

5.2 Veroordeelt eisers in de proceskosten aan de zijde van gedaagde tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Bradley, kantonrechter in kort geding in het eerste kanton, en ter openbare terechtzitting uitgesproken op donderdag 09 april 2020 te Paramaribo door mr. A.C. Johanns, kantonrechter in kort geding in het eerste kanton, in aanwezigheid van de griffier.