SRU-K1-2020-42

  • Instantie Kantongerecht Eerste Kanton
  • Zaaknummer AR-201063
  • Uitspraakdatum 30 juli 2020
  • Publicatiedatum 01 maart 2021
  • Rechtsgebied Civiel recht
  • Inhoudsindicatie

    Indiening verzoekschrift bij de Kantonrechter tot verkrijging van toestemming tot het mogen leggen van conservatoir beslag op de roerende goederen van [bedrijf] en derdenbeslag onder de in casu genoemde banken. NV heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat [bedrijf] wanprestatie c.q. een onrechtmatige daad jegens haar heeft gepleegd, door niet te voldoen aan haar plicht tot betaling van het in casu genoemd bedrag, ondanks door de NV in gebreke zou zijn gesteld.

Uitspraak

KANTONGERECHT IN HET EERSTE KANTON

A.R. no. 20-1063
30 juli 2020

Vonnis in kortgeding in de zaak van:

[eiser in conventie, gedaagde in reconventie], in privé en zijn hoedanigheid als direkteur van [bedrijf],
wonende en gevestigd aan [adres] te [district],
eiser in conventie, tevens gedaagde in reconventie,
hierna te noemen: [eiser in conventie, gedaagde in reconventie],
gemachtigde: mr. P. Baldew, advocaat, 

tegen

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie], handelende onder de naam [bedrijf 2],
wonende aan [adres 2] te [district],
gedaagde in conventie, tevens eiser in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde in conventie, eiser in reconventie],
gemachtigde: mr. I.A. Nazir, advocaat.

1. Het verloop vanhet proces
In conventie en in reconventie
1.1 Dit blijkt uit de volgende processtukken en -handelingen: 

  • het inleidend verzoekschrift dat met producties op 23 maart 2020 op de Griffie der Kantongerechten is ingediend;
  • de conclusie van eis die is genomen op 02 april 2020;
  • de conclusie van antwoord in conventie en eis in reconventie, met producties;
  • de conclusie van repliek in conventie en antwoord in reconventie, met producties;
  • de conclusie van dupliek in conventie en in reconventie;
  • de conclusie van dupliek in reconventie.

1.2 De uitspraak van het vonnis is nader bepaald op heden.

2. De feiten
In conventie en in reconventie
2.1 Op 22 januari 2020 heeft [bedrijf 2], zijnde een rechtspersoon en hierna te noemen de NV, een verzoekschrift bij de kantonrechter ingediend tot verkrijging van toestemming tot het mogen leggen van conservatoir beslag op de roerende goederen van [bedrijf] en derdenbeslag onder 1) de Surinaamsche Bank N.V, Republic Bank (Suriname) N.V. en Hakrinbank N.V. op de gelden van [eiser in conventie, gedaagde in reconventie], en wel als zekerheid tot betaling van door haar vermeend geleden schade die door haar begroot is op SRD 220.000,-.

2.2 De NV heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat [bedrijf] wanprestatie c.q. een onrechtmatige daad jegens haar pleegt, als gevolg waarvan zij schade ad SRD 173.490,15 lijdt. Daartoe heeft zij onder meer het volgende gesteld: 

  • sedert 2010 heeft zij een distributie- en bruikleenovereenkomst met [bedrijf] gesloten, waarbij is overeengekomen dat de NV aan [bedrijf] brandstof en brandstofproducten levert en [bedrijf] uitsluitend bij de NV brandstof en brandstofproducten afneemt;
  • [bedrijf] heeft op 07 oktober 2019 en 14 oktober 2019 op rekening van de NV gekocht diverse brandstof en brandstofproducten voor een totaalbedrag van SRD 150.861,-;
  • [bedrijf] heeft niet voldaan aan haar plicht tot betaling van het hiervoor vermeld bedrag. Dit, ondanks zij daartoe door de NV in gebreke zou zijn gesteld;
  • middels een schrijven d.d. 12 november 2019 heeft de NV, vanwege de tussen haar en [bedrijf] verslechterde verstandhouding, de overeenkomst met onmiddellijke ingang opgezegd en beëindigd; 

 2.3 Op 19 februari 2020 heeft de kantonrechter bij beschikking in de zaak bekend het verzoek van de NV , dat onder A.R. No. 20-0246 geregistreerd staat, tot het mogen leggen van het beslag toegestaan.

2.4 De NV heeft nadien bij exploot van deurwaarder,S.W. Niekoop, d.d. 03 maart 2020 no. R. 324, no. R. 325 en R. 326, ten laste van [bedrijf] conservatoir derden beslag gelegd onder respectievelijk De Surinaamsche Bank NV, de Republic Bank Suriname N.V. en de Hakrinbank N.V. op alle gelden, geldswaarden en/of goederen, welke deze instellingen van [bedrijf] onder zich hebben en/of verkrijgen.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft bij exploot van de hiervoor genoemde deurwaarder d.d. 18 maart 2020 no. 385 revindicatoir beslag en sequestratie doen leggen op de in dit exploot omschreven roerende goederen.

2.5 De NV heeft middels exploot van de deurwaarder, S.W. Niekoop, d.d. 18 maart 2020 no. R. 330, de exploten van de beslagleggingen aan [bedrijf] doen betekenen.

3. De vordering, de grondslag daarvan en het verweer
In conventie en in reconventie
3.1 In conventie vordert [eiser in conventie, gedaagde inreconventie] dat de kantonrechter in kort geding, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad,: 
a)de gegeven verlofbeschikking d.d. 19 februari 2020 onder A.R. No. 20-0246 opschort, totdat in bodemprocedure anders zal zijn beslist;
b) [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gelast om binnen 1 x 1 uur, althans door de kantonrechter in goede justitie te bepalen termijn, de goederen zoals vermeld in het exploot van de deurwaarder d.d. 18 maart 2020 onder nummer 385, alsmede de brandstof welke is meegenomen, terug te plaatsen in de oorspronkelijke toestand op het bedrijf van waar die zijn meegenomen en dit onder toezicht van een deskundige van SOL of Go2 en ook de brandweer en NIMOS, met bepaling dat indien [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] geen gevolg zal geven aan de veroordeling een dwangsom zal verbeuren van SRD 10.000.000,- per dag;
c)gelast de opheffing en doorhaling van het gelegd conservatoirderden beslag bij exploot van de deurwaarder S.W. Niekoop d 03 maart 2020 onder de nummers R.324, R.325, R.326 bij de rechtspersonen, te weten: De Surinaamsche Bank N.V., Republic Bank (Suriname) N.V. en de Hakrinbank N.V.;
d) [gedaagde in conventie, eiser in reconventie]veroordeelt tot betaling van de gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten alsmede het honorarium van de advocaat ad US$000,-;
e) [gedaagde in conventie, eiser inreconventie] veroordeelt in de kosten van het geding.

3.2 [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] legt aan de gevorderde voorzieningen ten grondslag dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] onrechtmatig jegens hem handelt. Daartoe stelt hij, tegen de achtergrond van de feiten vermeld onder 2, het volgende: 

  • de gelegde conservatoir derdenbeslagen onder de banken zijn van rechtswege komen te vervallen, omdat de NV de betekening van deze beslagleggingen binnen 7 dagen aan [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] moest betekenen;
  • in het beslagrekest heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] het mogen leggen van revindicatoir beslag niet gevorderd en evenmin sequestratie, waardoor de tanks en benzinepompen onrechtmatig zijn weggenomen;
  • [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] is het bedrag voor de brandstof en brandstofproducten d.d. 07 oktober 2019 en 14 oktober 2019 niet verschuldigd, omdat het bedrag verrekend moet worden met [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voor al die jaren dat hij minimaal 30 cent per liter brandstof aan [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] zou moeten geven;
  • als gevolg van deze handelingen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] wordt het verder exploiteren van het benzinestation van [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] onmogelijk gemaakt.

3.3 [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft in conventie verweer gevoerd. De kantonrechter komt op dit verweer, voor zover voor de beslissing van belang, hierna in de beoordeling terug.

3.4 In reconventie vordert [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat de kantonrechter in kort geding, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
a) [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] veroordeelt om aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te betalen het bedrag van US$500,-,vermeerderd met 8% OB;
b) [eiser in conventie, gedaagde in reconventie]veroordeelt in de kosten van dit geding.

3.5 In reconventie legt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aan de gevorderde voorzieningen ten grondslag dat [eiser in cenventie, gedaagde in reconventie] misbruik maakt van procesrecht en aldus onrechtmatig jegens hem handelt. Daartoe voert hij onder meer het volgende aan:

  • [ eiser in conventie, gedaagde in reconventie] heeft bewust verkeerde informatie vermeld in zijn verzoekschrift en verkeerde documenten overgelegd;
  • als gevolg van deze handeling heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] schade geleden, zijnde extra kosten die hij heeft moeten maken om zich behoorlijk in de onderhavige zaak te kunnen verweren; 
  • [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] is aanspakelijk voor deze schade, welke voorlopig is begroot op US$ 2.500,-, vermeerderd met 8% OB. 

3.6 In reconventie heeft [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] verweer gevoerd. De kantonrechter komt op dit verweer, voor zover voor de beslissing van belang, hierna in de beoordeling terug.

4. De beoordelingin conventie en in reconventie
4.1 In conventie 

4.1.1 Het spoedeisend belang blijkt uit de aard van het gevorderde, hetgeen aanleiding geeft om [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] in het kort geding te ontvangen.

4.1.2 [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] werpt op dat [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] bewust zaken door elkaar haalt. In dat licht voert hij het volgende aan: 

  • het verzoek tot het leggen van conservatoir derdenbeslag onder de drie bankinstellingen is gedaan door [bedrijf 2] bij de kantonrechter, welk verzoek staat geregistreerd onder A.R. No. 20-0246;
  • het verzoek tot het doen leggen van revindicatoir beslag en sequestratie is gedaan door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bij de kantonrechter, welk verzoek staat geregistreerd onder A.R No. 19-4924.
    Ter staving van dit verweer beroept [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zich op het door hem ten processe overgelegde beslagrekest dat geregistreerd staat onder A.R. No. 19-4924, waaruit blijkt dat bij beschikking van de kantonrechter d.d. 04 maart 2020 [gedaagde in conventie, eiser in reconventie], zijnde een natuurlijke persoon als deelnemer aan het rechtsverkeer, toestemming heeft verkregen tot het doen leggen van het revindicatoir beslag met sequestratie.

4.1.3 [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] doet in reactie op het verweer van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] het verzoek om ten aanzien van het gelegd conservatoir derdenbeslag [bedrijf 2] als gedaagde sub B toe te voegen in het proces. Tegen dit verzoek heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] als bezwaar geopperd dat het toevoegen van een tweede gedaagde in strijd is met de wet en met behoorlijk procesrecht. De kantonrechter gaat voorbij aan het verzoek van [eiser in conventie, gedaagde in reconventie], omdat het – zoals [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] terecht opwerpt – niet op de wet is gestoeld en het in strijd is met de beginselen van een goede procesorde. De wet kent wel het instituut van een tussenkomende derdepartij, welke is neergelegd in artikel 214 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, volgens welke bepaling de derde middels een incidentele vordering zelf het verzoek zou moeten doen om zich als derde partij in de hoofdzaak te voegen of er tussen te komen. Niet de procespartij in de hoofdzaak dient daartoe het verzoek te doen.

4.1.4 De kantonrechter constateert op basis van het verweer van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat [eiser in conventie, gedaagde in reconventie], die wordt bijgestaan door een advocaat, in het verzoekschrift informatie door elkaar heeft gehaald waardoor het verzoekschrift en het petitum niet meer met elkaar stroken en niet meer te volgen zijn. Zo blijkt uit het verweer van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] en de inhoud van de door hem ten processe overgelegde producties dat er wel toestemming is verleend tot het doen leggen van revindicatoir beslag en sequestratie onder A.R. No. 19-4924, doch dat [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] uitgaat van het beslagrekest dat geregistreerd staat onder A.R. No. 20-0264. Het bovenstaande dient naar het oordeel van de kantonrechter als een obscuur libel te worden aangemerkt, [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] niet ontvankelijk dient te worden verklaard in de gevorderde voorzieningen.

4.1.5 Daar [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] niet ontvankelijk dient te worden verklaard, behoeven de overige stellingen en weren van partijen geen bespreking. Dit, omdat zij tot geen andere uitkomst in de onderhavige zaak zullen leiden.

4.1.6 [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] zal, als de niet ontvangen partij, in de proceskosten worden veroordeeld.

4.2 In reconventie
4.2.1 De kantonrechter constateert dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft nagelaten te stellen wat het spoedeisend belang van het gevorderde is. Evenmin kan dit uit de gestelde feiten worden afgeleid. Om die reden zal [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering, zodat de stellingen en weren in reconventie inhoudelijk geen bespreking behoeven.

4.2.2 [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zal, als de niet ontvangen partij, in de proceskosten worden veroordeeld die aan de zijde van [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] zijn gevallen en tot aan deze uitspraak zijn begroot op nihil.

5. De beslissingin conventie en in reconventie
De kantonrechter in kortgeding:

5.1 In conventie
5.1.1 Verklaart [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] niet ontvankelijk in de gevorderde voorzieningen.

5.1.2 Veroordeelt [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

5.2 In reconventie
5.2.1 Verklaart [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet ontvankelijk in de gevorderde voorzieningen.

5.2.2 Veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de proceskosten aan de zijde van [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen en ter openbare terechtzitting uitgesproken op donderdag 30 juli 2020 te Paramaribo door de kantonrechter in kort geding, mr. S.M.M. Chu, in aanwezigheid van de griffier.