SRU-K1-2020-50

  • Instantie Kantongerecht Eerste Kanton
  • Zaaknummer AR-200674
  • Uitspraakdatum 12 november 2020
  • Publicatiedatum 10 maart 2021
  • Rechtsgebied Civiel recht
  • Inhoudsindicatie

    Kort geding – Opheffen beslag na veiling

Uitspraak

HET KANTONGERECHT IN HET EERSTE KANTON

A.R. No. 20-0674

12 november 2020

Vonnis in kort geding in de zaak van:

[EISERES],
wonende aan [adres 1] te [stad],
eiseres,
gemachtigde: mr. A.E. Veldman, advocaat,

tegen

[GEDAAGDE],
wonende aan [adres 2] te [stad],
gedaagde,
gemachtigde: mr. R. Bhoewar, advocaat.

1. Het verloop van het proces

1.1 Dit blijkt uit de volgende processtukken en handelingen:

  • het verzoekschrift dat met producties op 19 februari 2020 ter griffie der kantongerechten is ingediend;
  • de conclusie van eis d.d. 19 maart 2020;
  • de conclusie van antwoord, met producties;
  • de conclusie van repliek;
  • de conclusie van dupliek.

1.2 De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.

2. De feiten

2.1 Eiseres is eigenares van “het erf, groot vierhonderd een, vijf en tachtig/honderdste vierkante meter met al hetgeen daarop staat, gelegen te Paramaribo aan de [straat], op de kaart van de landmeter G.J. Eliazer  d.d 18 januari 1981, vervaardigd naar de kaart van de landmeter G. Kanhai d.d. 27 mei 1976, aangeduid met letters ABCD, deel uitmakende het erf gelegen aan de [straat] en bekend als Nieuwe Wijk Letter B nummer 38/ 147.”, hierna aangeduid als het perceel.

2.2 Eiseres heeft het perceel verkregen middels overschrijving van de akte van openbare verkoop, gunning en kwijting in register C 2765 onder nummer 7653, 7654 en 7655 op 12 februari 2020 in de registers van het MI-Glis.

2.3 Op het perceel rust een conservatoir beslag dat bij exploot van deurwaarder H. Chiragally, d.d. 20 januari 2016, no. 83 ten behoeve van gedaagde is gelegd ten laste van de oorspronkelijke eigenaar, [naam]. Het proces-verbaal van beslaglegging is op dezelfde datum overgeschreven in register D deel 83 onder nummer 4931.

2.4 Eiseres heeft het perceel op de veiling gekocht voor het bedrag ad SRD 550.000,-, welk bedrag niet voldoende is geweest om de vordering van de executerende hypotheekhouder volledig te voldoen. De hoofdsom van de hoofdvordering waarvoor het hypotheek was gevestigd was USD 1.463.000,-.

3. De vordering, de grondslag daarvan en het verweer

3.1 Eiseres vordert dat de kantonrechter in kort geding, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

  •  het door gedaagde gelegde conservatoir beslag opheft en de doorhaling daarvan gelast;
  • gedaagde veroordeelt in de kosten van het geding.

3.2 Eiseres legt aan het gevorderde ten grondslag dat gedaagde onrechtmatig jegens haar handelt door het blijven handhaven van het beslag. Daartoe stelt zij, tegen de achtergrond van de feiten vermeld onder 2, het volgende:

  • er is geen surplus overgebleven, waaruit gedaagde zijn vordering zou kunnen verhalen;
  • op het perceel is verhaal niet langer mogelijk, omdat het niet meer behoort tot het vermogen van de schuldenaar van gedaagde.

3.3 Gedaagde heeft verweer gevoerd. De kantonrechter komt op dit verweer, voor zover voor de beslissing van belang, hierna in de beoordeling terug.

4. De beoordeling

4.1 Gedaagde heeft bij conclusie van dupliek als formeel verweer opgeworpen dat eiseres niet ontvankelijk dient te worden verklaard in het gevorderde, omdat opheffing van beslagen op percelen niet spoedeisend van aard is. De kantonrechter gaat voorbij aan dit verweer, omdat gedaagde met het pas opwerpen van dit verweer bij conclusie van dupliek in strijd handelt met de beginselen van een goede procesorde. Eiseres heeft hierdoor niet de gelegenheid om op het verweer te reageren en wordt aldus in haar verweer geschaad.

Voor de kantonrechter is het spoedeisend belang voldoende aannemelijk, zodat eiseres wordt ontvangen in het kort geding.

4.2 Gedaagde werpt op dat hij in strijd met de wet niet in kennis is gesteld van de gehouden openbare verkoop. De kantonrechter kan gedaagde niet volgen in dit verweer dan wel welk rechtsgevolg hij met dit verweer beoogt. Voor zover gedaagde een beroep op nietigheid van de openbare verkoop op het oog heeft, gaat dit niet op. Degene die zich hierop kan en mag beroepen, is de oorspronkelijke eigenaar van het perceel die de schuldenaar van de hypotheekhouder is geweest. Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, gaat de kantonrechter voorbij aan het verweer.

4.3 In het licht van het verweer van gedaagde, dat hij zich vanwege de veiling benadeeld voelt, stelt de kantonrechter het volgende voorop. De vordering van de hypotheekhouder, is ingevolge de artikelen 1162 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en 1163 BW preferent. Dit betekent dat bij de verdeling van de executie-opbrengst van de veiling eerst de vordering van de hypotheekhouder dient te worden voldaan, waarna de vordering van de concurrente schuldeiser, in casu gedaagde, aan bod komt. Ingevolge artikel 1241 BW juncto artikel 436 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) vloeit voort dat de doorhaling van de overgeschreven beslagen van de niet batig geplaatsten zal moeten worden gelast. Uit de stelling van eiseres begrijpt de kantonrechter dat de opbrengst van de openbare verkoop niet toereikend was om volledig aan de vordering van de hypotheekhouder te voldoen. Gedaagde heeft dit niet weersproken, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid hiervan. Hieruit volgt dat het door gedaagde gelegde beslag dient te worden opgeheven, als zijnde niet batig geplaatst zodat de gevorderde voorziening dient te worden toegewezen.

4.4 De kantonrechter zal de proceskosten tussen partijen compenseren, omdat gesteld noch gebleken is dat gedaagde door eiseres in een eerder stadium is benaderd tot opheffing van het gelegde beslag en hem aldus geen onrechtmatige daad kan worden verweten.

5. De beslissing

De kantonrechter in kort geding:

5.1 Heft op en gelast de doorhaling van het conservatoir beslag dat ten verzoeke van gedaagde bij exploot van deurwaarder H. Chiragally is gelegd op het erf groot vierhonderd een, vijf en tachtig/honderdste vierkante meter met al hetgeen daarop staat, gelegen te Paramaribo aan de [straat], op de kaart van de landmeter G.J. Eliazer d.d 18 januari 1981, vervaardigd naar de kaart van de landmeter G. Kanhai d.d. 27 mei 1976, aangeduid met letters ABCD, deel uitmakende het erf gelegen aan de [straat] en bekend als Nieuwe Wijk Letter B nummer 38/ 147.”en is overgeschreven op 20 januari 2016 in register D deel 83 onder nummer 4931 ten kantore van M.I. Glis.

5.2 Verklaart hetgeen onder 5.1 is beslist uitvoerbaar bij voorraad.

5.3 Compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.4 Weigert het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen en ter openbare terechtzitting uitgesproken op donderdag 12 november 2020 te Paramaribo door de kantonrechter in kort geding in het eerste Kanton, mr. S.M.M. Chu, in aanwezigheid van de griffier.