SRU-K1-2021-14

  • Instantie Kantongerecht Eerste Kanton
  • Zaaknummer AR-211719
  • Uitspraakdatum 28 oktober 2021
  • Publicatiedatum 01 december 2021
  • Rechtsgebied Civiel recht
  • Inhoudsindicatie

    Het recht van eisers op bescherming van de goede naam en eer weegt zwaarder dan het recht van gedaagde om zijn mening vrij te uiten.

Uitspraak

KANTONGERECHT IN HET EERSTE KANTON

A.R. No. 21-1719

28 oktober 2021

Vonnis in kort geding

in de zaak van:

A. REDAN, CLAUDIA,

B. ACADEMISCH ZIEKENHUIS,

te Paramaribo,

eisers in conventie,verweerders in reconventie,

hierna ‘Redan’ en ‘AZ’ genoemd,

gemachtigde: mr. S.N.Essed, advocaat,

 

tegen

 

HELLINGS, RAOUL,

te Paramaribo,

gedaagde in conventie, eiser in reconventie,

hierna ‘Hellings’ genoemd,

gemachtigde: mr. D.P.A. Landvreugd, advocaat.

  

  1. Het procesverloop

1.1       Dit blijkt uit de volgende processtukken en –handelingen:

  • het inleidend verzoekschrift dat met producties op 21 mei 2021 op de Griffie der Kantongerechten is ingediend;
  • de conclusie van eis die mondeling genomen is op 8 juli 2021;
  • de conclusie van antwoord in conventie met producties en van eis in reconventie;
  • de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie;
  • de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie;
  • de conclusie van dupliek in reconventie.

1.2       De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.

  1. De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van de producties, voor zover niet betwist, staat tussen partijen het volgende vast.

2.1       Op 17 mei 2021 publiceert het nieuwsmedium Starnieuws het bericht met als titel “AZP-directeur alarmeert: Op de drempel van code zwart”. Daarin staat onder meer:

            [citaat]:

            “De ziekenhuizen staan aan de vooravond van code zwart, als er geen verandering komt in de situatie. De aanmeldingen en opnames van geïnfecteerden met het Covid-virus nemen vanaf vrijdag enorm toe. “De situatie is zeer ernstig en triest. Bij onze checkpoint is er een continue stroom van mensen die of in thuis isolatie Covid-positief zijn en verslechteren of mensen die klachten ontwikkelen en zich aanmelden”, zegt algemeen directeur van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo (AZP), Claudia Redan, in gesprek met Starnieuws. (…) De situatie is zeer zorgwekkend, benadrukt Redan, die ook voorzitter is van de Nationale Ziekenhuisraad. ”

            [einde citaat].

 2.2       Op 19 mei 2021 post Hellings op zijn Facebook pagina de volgende tekst:

            [citaat]:

            “Een directeur van een ziekenhuis pierde haar mond over code zwart nadat ze in het weekend mooi haar winti pley had gehouden!! Un no kong aksi mi dong dong sani…”

            [einde citaat].

 2.3       Een reactie op de hiervoor geciteerde Facebook-post van Hellings luidt:

[citaat]:

“Bedoelde je die mevrouw Red-dan!!!”

            [einde citaat].

  1. De vordering, de grondslag en het verweer

3.1       Redan en AZ vorderen in conventie – samengevat – dat de kantonrechter bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis Hellings veroordeelt:

  • om binnen 1×24 uur, de kantonrechter leest, na de uitspraak, zijn publicatie op zijn facebook account van 19 mei 2021 met als titels “Een directeur van een ziekenhuis pierde haar mond over code zwart nadat ze in het weekend mooi haar winti pley had gehouden!! Un no kog – de kantonrechter leest verbeterd kong aksi mi dong dong sani” te verwijderen;
  • om binnen 1×24 uur, de kantonrechter leest, na de uitspraak, over te gaan tot rectificatie van de publicatie door op zijn facebook account, in de dagbladen De Ware Tijd, Times of Suriname, op Starnieuws en op het radiostation Radio 10 het volgende bericht te plaatsen dan wel wordt voorgelezen: “Ik heb op 19 mei 2021 op mijn facebook account het volgende gepost: “Een directeur van een ziekenhuis pierde haar mond over code zwart nadat ze in het weekend mooi haar winti pley had gehouden!! Un no kong aksi mi dong dong sani”. Dit berust echter niet op de waarheid en door het desondanks te publiceren heb ik onrechtmatig gehandeld. Door mijn handelen hebben zowel mevrouw Claudia Redan als het AZ schade geleden, waarvoor ik mijn welgemeende verontschuldigingen aanbied.”
  • tot het betalen van een dwangsom van SRD 5.000, – per dag dat hij niet aan het vonnis voldoet.

Ook is veroordeling van Hellingsin de proceskosten gevorderd.

3.2       Redan en AZ leggen aan hun vordering – zakelijk weergegeven – ten grondslag dat Hellings onwaarheden heeft gepubliceerd. Door zijn publicatie “Een directeur van een ziekenhuis pierde haar mond over code zwart nadat ze in het weekend mooi haar winti pley had gehouden!! Un no kong aksi mi dong dong sani.” op zijn Facebook pagina van 19 mei 2021, heeft Hellings de eer en goede naam van Redan geschonden. Redan, directeur van AZ en voorzitter van de Nationale Ziekenhuis Raad, heeft op 17 mei 2021 via een nieuwsmedium alarm geslagen over de ernstige situatie in de ziekenhuizen als gevolg van de pandemie. Hellings heeft met zijn bericht veroorzaakt dat de samenleving de ernst van de Covid-19 pandemie minder serieus kan opvatten. Hellings is voorzitter van de Politiebond en heeft een relatief grote kring waarbinnen hij invloed heeft.Daartoe behoort zijn Facebook pagina die wordt gevolgd door 1.235 personen die toegang hebben tot de publicatie. AZ heeft er, gelet op haar zorgtaak in de Covid-19 pandemie, belang bij dat de samenleving uitspraken van Redan die zij namens het ziekenhuis doet, serieus neemt.

3.3       Hellings voert verweer en concludeert tot niet ontvankelijkheid van Redan en AZ

3.4       In reconventie vordert Hellings, kort gezegd, dat de kantonrechter bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis Redan en AZ veroordeelt om als voorschot het bedrag van SRD 21.600, – aan advocaatkosten, omzetbelasting, executiekosten en na-kosten te betalen. Hij legt daaraan ten grondslag dat hij ongegrond in rechte is betrokken, waardoor hij onnodig in de kosten is gejaagd.Redan en AZ concluderen tot weigering van het gevorderde.

  1. De beoordeling

            In conventie

4.1       Gelet op de aard van de vorderingen, hebbenRedan en AZ een voldoende spoedeisend belang om in hun vorderingen in het kort geding te worden ontvangen.

4.2       Hellings voert als meest verstrekkend verweer dat AZ niet ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering, omdat zij geen belang heeft bij het door Redan gevorderde. AZ stelt hiertegenover dat Redan in haar hoedanigheid van algemeen directeur haar zowel in als buiten rechte vertegenwoordigt. Schade aan de reputatie van Redan kan volgens het ziekenhuis tot schade aan de reputatie van AZ leiden. Dit gevolg, zo voert AZ aan, is ongewenst nu Redan degene is die leiding geeft aan de organisatie van het AZ waarvan ook de medische zorg aan Covid-19 patiënten deel uitmaakt.

4.2.1    Het verweer van Hellings gaat niet op, reeds omdat recent nog, en wel uit de Wet Staatsbegroting 2020, S.B. 2021 no. 6, Afdeling 13, Titel IV blijkt dat het Academisch Ziekenhuis Paramaribo nog steeds een van de Parastatalen is. Hierdoor is niet uit te sluiten dat de Staat door middel van onder anderen AZ invulling geeft aan het bevorderen van de algemene gezondheidszorg, artikel 36 lid 2 GW. Aan de verwevenheid van die zorgtaak met de uitvoering van de Wet Uitzonderingstoestand Covid-19 kan in het onderhavige geschil dan ook niet voorbij worden gegaan.AZ is wel ontvankelijkheid in haar vordering en de kantonrechter komt thans toe aan de beoordeling.

4.3       Hellings voert verder aan dat de grondslag van de vordering niet duidelijk is, omdat hem meerdere handelingen worden verweten: oprui, stemmingmakerij en schending van goede naam en eer. Hij concludeert op die grond tot niet ontvankelijkheid van zowel Redan als AZ. Hellings beroept zich erop dat hij het recht heeft om vrij zijn mening te uiten. Hij blijft erbij dat hij noch de naam van Redan noch van AZ heeft genoemd. Hij weerspreekt de verweten handelingen – samengevat -als volgt. Redan is niet de enige ziekenhuis directeur die over de alarmerende situatie, de kantonrechter begrijpt,met betrekking tot de Covid-19 pandemie, heeft gesproken. Ook is Redan in Suriname noch internationaal de enige vrouwelijke ziekenhuis directeur. Hellings sluit tevens niet uit dat de schoen Redan kennelijk wel past.Hij noemt de reacties op zijn post hilarisch,en stelt dat sommigen Redan zelfs een riem onder het hart steken, zonder negatieve uitlatingenof ondertoon over de Covid-19 pandemie of over Redan. Volgens Hellings heeft Redan er moeite mee dat hijheeft gepost dat zij een wintiprei zou hebben bezocht tijdens de Covid-19 pandemie. Hij vindt dat zijn verwijzing naar het bezoeken van een wintiprei voor Redan geen grond oplevert voor schending van haar goede naam en eer.

4.4       Redan en AZ gaan uit van het recht op eerbiediging van de goede naam en eer zoals bepaald in de artikelen 19 GW, 13 AVRM en 19 BUPO, specifiek lid 3. Hellings beroept zich op het recht van vrije meningsuiting. Vraag is welke van deze wederzijdse belangen zwaarder wegen in het voorliggend geval. De kantonrechter vindt voor die beoordeling aansluiting bij in onderling verband te beschouwen omstandigheden zoals door de Hoge Raad der Nederlanden genoemd in zijn arrest van 24 juni 1983, ECLI:NL:HR:1983:AD2221. Onder meer is relevant (i) de aard van de gepubliceerde uitlatingen en de ernst van de te verwachten gevolgen voor degene op wie die uitlatingen betrekking hebben, (ii) de ernst – bezien vanuit het algemeen belang – van de misstand die aan de kaak wordt gesteld, (iii) de mate waarin de uitlatingen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal ten tijde van de publicatie, (iv) de totstandkoming en inkleding van de uitlatingen, (v) het gezag dat het medium waarop de uitlatingen zijn gepubliceerd geniet en (vi) de maatschappelijke positie van de betrokken persoon. Genoemde omstandigheden wegen niet allen even zwaar. Welke omstandigheden van toepassing zijn en welk gewicht daaraan moet worden gehecht, hangt af van het concrete geval.

4.4.1    Het algemeen belang is gegeven met het wettelijk kader dat in de voorliggende omstandigheden van toepassing is en wel als volgt.

4.4.2    Bij Wet Uitvoering Burgerlijke Uitzonderingstoestand, S.B. 2020 no. 151, gewijzigd bij S.B. 2021 no. 20 en verlengd bij S.B. 2021 no. 105 (hierna de Wet) is in artikel 6 bepaald dat de Regering bij Presidentieel besluit maatregelen kan nemen en voorzieningen treffen in verband met de afkondiging van een uitzonderingstoestand. Maatregelen kunnen onder meer betrekking hebben op de beperking van persoonlijke rechten en vrijheden.

In artikel 6 lid 1 sub A (6) van voornoemde Wet is als maatregel die betrekking heeft op de beperking van de persoonlijke rechten en vrijheden genoemd: “het instellen van verboden tot samenkomsten van personen of het onbeschermd begeven in het openbaar of in publieke of private ruimten, alsmede het verplichten van personen tot het houden van fysieke afstanden.”

De Memorie van Toelichting van de Wet sluit niet uit dat de Minister belast met justitiële zaken voor de handhaving van met name het opleggen van een bestuurlijke boete, eveneens ambtenaren van politie vanwege het aanwezig deskundig kader en de infrastructuur zal aanwijzen voor de handhaving van de bestuurlijke sanctie.

De politie heeft in het algemeen tot taak te zorgen voor de handhaving van de openbare orde, het voorkomen van inbreuken daarop en de bescherming van personen en goederen, artikel 5 lid 1 sub a van het Politiehandvest, G.B. 1971 no. 70. Volgens artikel 20 van het Politiehandvest verleent de politie in de gevallen en in de mate waarin zulks redelijkerwijs van haar kan worden gevergd en zij daartoe het meest aangewezen orgaan is, aan alle overheidsorganen de hulp en bijstand welke deze voor de vervulling van hun wettelijke taak behoeven.

4.4.3    Redan en AZ stellen dat de inhoud van de Facebook post een grove onwaarheid is. Zij weerspreken dat de post niet grievend zou kunnen zijn omdat geen namen zouden zijn genoemd. Juist blijkt uit de omstandigheden die in de post van 19 mei 2021 zijn geschetst en de reacties daarop dat Redan wordt bedoeld. De kantonrechter volgt Redan en AZ in hun stelling dat het expliciet noemen van namen voor die conclusie niet nodig is. Dat Redan is bedoeld volgt alleen al uit het feit dat Redan de vrouwelijke ziekenhuisdirecteur is die in de media recent, en wel op 17 mei 2021, dringend aandacht heeft gevraagd voor de code zwart situatie in verband met de Covid-19 pandemie.

4.4.4    Redan en AZ stellen verder, en zulks naar het oordeel van de kantonrechter niet onjuist, dat uitspraken van Hellings door zijn openbare functie van voorzitter van de politiebond een relatief grote invloed hebben. Hellings zou moeten begrijpen wat het negatieve effect is van gepubliceerde onwaarheden over personen in het algemeen en in specifieke functies. Van Hellings mocht volgens Redan en AZ dit begrip worden verwacht.

4.4.5    Voor de uitspraak van Hellings is thans geen steun te vinden in het beschikbare feitenmateriaal. Dit klemt te meer nu de eigenlijke boodschap die Hellings overbrengt is dat de directeur van het AZ, ondanks de ernstige omstandigheden van de Covid-19 pandemie die zij de samenleving voorhoudt, zelf de maatregelen niet in acht neemt. Daar komt bij dat het op grond van de hiervoor aangehaalde wettelijke bepalingen niet uitgesloten is dat betrokkenheid van Hellings zelf als ambtenaar van politie bij handhavingstaken in het kader van de Covid-19 pandemie nodig kan zijn.Hellings stelt weliswaar Gedaagde steltssssssssslechts  ww dat op zijn Facebook post hilarisch is gereageerd en ondersteuning is geuit, maar dat maakt niet goed en doet niet af aan het vergroot bereik door het delen van de post via Facebook. Bovendien blijven deze uitlatingen langer bij het publiek voortbestaan.

4.4.6    De kantonrechter overweegt dat het in de Surinaamse samenleving een feit van algemene bekendheid is dat de wintiprei in haar uiterlijke verschijningsvorm – kort gezegd – een ritueel feest is met daarbij behorende muziek en dans.[1] In de onderhavige Covid-19 omstandigheden is niet uit te sluiten dat deelname daaraan niet zonder risico’s is. Immers, overschrijding van aangebrachte beperkende grenzen door een samenscholingsverbod, artikel 6 lid 1 sub A (6) van de Wet, kan al gauw zijn bereikt. De post van Hellingsis dan ook onweersprekelijk suggestief door een mogelijk strafbare handeling die daarin besloten ligt, wat vooralsnog voldoende blijk geeft van een ernstige en ingrijpende aantijging tegen Redan. Een post als door Hellings gedaan kan onder de thans aannemelijk geworden omstandigheden geen rechtvaardiging vinden, omdat juist hij als ambtenaar van politie de strekking daarvan had moeten kunnen overzien. Het voorgaande klemt temeer nu Hellings het nodige feitenmateriaal voor zijn uitlatingen niet heeft aangedragen, zodat een feitensubstraat ontbreekt.

4.5       Het antwoord op de vraag of het recht van Redan en AZ op bescherming van de goede naam en eer zwaarder weegt dan het recht van Hellings gedaagde om zijn mening vrij te uiten via zijn account, zal dan ook bevestigend zijn.

4.6       Het voorgaande brengt met zich dat de vordering tot verwijdering van de gewraakte post en het plaatsen van een nieuwe post met voorgeschreven tekst op de Facebook pagina van Hellings zal worden toegewezen.De kantonrechter volgt Hellings in zijn onderbouwd verweer dat excuses spontaan behoren te worden aangeboden. In deze kunnen aan Hellings geen interne gevoelens worden opgelegd. De veroordeling zal daarom worden toegewezen zonder de gevorderde excuses en wel als volgt:

            “Ik heb op 19 mei 2021 op mijn Facebook account het volgende gepost:

“Een directeur van een ziekenhuis pierde haar mond over code zwart nadat ze in het weekend mooi haar winti pley had gehouden!! Un no kong aksi mi dong dong sani…”

            Dit berust echter niet op waarheid en door het bericht desondanks te publiceren heb ik onrechtmatig gehandeld. Door mijn handelen hebben zowel mevrouw Claudia Redan als het Academisch Ziekenhuis schade geleden.”

4.7       Voor plaatsing van het bericht in de dagbladen De Ware Tijd, Times of Suriname en op het radiostation Radio 10 ziet de kantonrechter geen aanleiding. Hellings zal worden veroordeeld tot plaatsing van de voorgeschreven tekst op de nieuwspagina van Starnieuws.

4.8       De gevorderde dwangsom zal als na te melden worden toegewezen.

4.9       Hellings zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld bestaande uit de kosten voor vastrecht ad SRD 50, – en oproeping ad SRD 786, -.

            In reconventie

4.10     Het oordeel in conventie doet de grondslag aan de vordering in reconventieontvallen. Thans is niet aannemelijk dat Hellings ten onrechte en nodeloos, ongegrond in rechte is aangesproken.

4.11     In conventie is aannemelijk geworden dat het recht van Redan en AZ op bescherming van de goede naam en eer zwaarder weegt dan het recht van Hellings om zijn mening vrij te uiten. Hellings zal daarom in conventie – kort gezegd – worden veroordeeld tot verwijdering van de gewraakte post en plaatsing van een rectificatie.

4.12     De vordering in reconventie zal op grond van voorgaande als ongegrond worden afgewezen met veroordeling van Hellings in de proceskosten. 

  1. De beslissing

            De kantonrechter in kort geding 

            In conventie

5.1       Veroordeelt Hellings om binnen 1 x 24 uur na betekening van dit vonnis zijn publicatie op zijn Facebook account van 19 mei 2021 met als titel:           

            “Een directeur van een ziekenhuis pierde haar mond over code zwart nadat ze in het weekend mooi haar winti pley had gehouden!! Un no kong aksi mi dong dong sani…” 

te verwijderen.

5.2       Veroordeelt Hellings om binnen 1 x 24 uur na betekening van dit vonnis de publicatie hiervoor onder 5.1geciteerd te rectificeren door op zijn eigen Facebook account te plaatsen en op het medium Starnieuws te doen plaatsen het volgende bericht:

            “Ik heb op 19 mei 2021 op mijn Facebook account het volgende gepost:

“Een directeur van een ziekenhuis pierde haar mond over code zwart nadat ze in het weekend mooi haar winti pley had gehouden!! Un no kong aksi mi dong dong sani…”

            Dit berust echter niet op waarheid en door het bericht desondanks te publiceren heb ik onrechtmatig gehandeld. Door mijn handelen hebben zowel mevrouw Claudia Redan als het Academisch Ziekenhuis schade geleden.”

5.3       Veroordeelt Hellings een eenmalige dwangsom van SRD 10.000, – (tienduizend Surinaamse Dollar) aan Redan en AZ te betalen indien hij niet aan de veroordelingen hiervoor onder 5.1 en 5.2 voldoet.

5.4       Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

5.5       Veroordeelt Hellings in de proceskosten aan de zijde van Redan en AZ tot aan deze uitspraak begroot op SRD 836, – (achthonderdzesendertig Surinaamse Dollar).

5.6       Weigert het meer of anders gevorderde. 

            In reconventie

5.7       Weigert de gevraagde voorzieningen.

5.8       Veroordeelt Hellings in de proceskosten aan de zijde van Redan en AZ tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Bradley, kantonrechter in kort geding in het Eerste Kanton, en ter openbare terechtzitting uitgesproken op donderdag 28 oktober 2021 te Paramaribo in aanwezigheid van de griffier.

[1] Zie ook Wortubuku fu Sranantongo, SIL International, 5e editie, 2007.