SRU-K2-2019-3

  • Instantie Kantongerecht Tweede Kanton
  • Zaaknummer 2019/835
  • Uitspraakdatum 04 december 2019
  • Publicatiedatum 18 december 2019
  • Rechtsgebied Strafrecht
  • Inhoudsindicatie

    Op grond van de voorgaande verklaringen kan niet bewezen worden geacht dat de verdachte bedrieglijk en valselijk tezamen en in vereniging handelingen heeft gepleegd die ertoe hebben geleid dat hij als nieuwe leverancier werd aangetrokken of voor zijn bedrijf is gekozen. Op grond hiervan is het bewijsmateriaal onvoldoende. De verdachte dient daarom vrij te worden gesproken van de tenlaste gelegde feiten.

Uitspraak

IN NAAM VAN DE REPUBLIEK

Parketnummer : 1-1-04802
Vonnisnummer : 2019-835
Datum uitspraak : 4 december 2019
Verstek
Raadsman : mr. B.A.H. Pick

VONNIS
van de Kantonrechter in het Tweede Kanton, zitting houdende te Paramaribo
inzake de vervolgingsambtenaar tegen:

[verdachte],
geboren op [geboorte datum] te [district],
van beroep: ondernemer,
wonende aan [adres] te [district],
niet verschenen.

1. Het onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van
23 januari 2017, 24 april 2017, 5 mei 2017, 16 mei 2017, 26 juli 2017, 11 oktober 2017, 8 november 2017, 5 december 2017, 10 januari 2018, 20 februari 2018, 15 maart 2018, 25 april 2018, 22 mei 2018, 13 juni 2018, 8 augustus 2018, 24 oktober 2018, 1 november 2018, 12 december 2018, 24 januari 2019, 15 februari 2019, 22 maart 2019, 25 april 2019, 17 mei 2019, 14 juni 2019, 17 juli 2019, 16 oktober 2019, 23 oktober 2019, 6 november 2019 en 20 november 2019.

De officier van Justitie heeft gevorderd voor het tenlastegelegde onder IA, II en III te veroordelen tot een gevangenisstraf van vier jaar en zes maanden onvoorwaardelijk met aftrek van de tijd doorgebracht in voorlopige hechtenis, en de terugbetaling van de ontvangen gelden waarvoor niet is geleverd.

De verdediging heeft – kort en zakelijk weergegeven – bepleit:

a) dat er in casu sprake was van een civielrechtelijke dispuut en dat er geen sprake was van strafrechtelijk handelen door de verdachte;
b) dat uit geen der verklaringen van getuigen blijkt dat de meerwerkfacturen valselijk zijn opgemaakt; over het meerwerk is gecorrespondeerd;
c) dat hij wel een deel van de bestelde apparatuur heeft geleverd doch niet het geheel omdat het meerwerk niet is betaald; dat het niet leveren niet kan worden aangemerkt als strafwaardig gedrag;
d) dat alle verklaringen met betrekking tot het eventueel niet naleven van de interne regels door functionarissen van de vennootschap niet aan hem aangerekend kunnen worden omdat hij daar als leverancier geen invloed op heeft.

2. Voorvragen
Geldigheid van de dagvaarding
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet.

Bevoegdheid van de kantonrechter
Krachtens de wettelijke bepalingen is de kantonrechter bevoegd van het telastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie
De kantonrechter is van oordeel dat uit het dossier geen feiten en omstandigheden zijn gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn er geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.

3. De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaarding is omschreven. Een kopie van die dagvaarding is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De inhoud daarvan geldt als hier ingevoegd.

Vrijspraak
De kantonrechter is, anders dan de vervolging, van oordeel dat bij gebrek aan voldoende wettige en overtuigende bewijsmiddelen niet bewezen kan worden verklaard, dat de verdachte het onder IA (de oplichting van de EBS en de Staat), IB (de verduistering van gelden), II (de vervalsing van facturen betreffende meerwerk) en III (de vervalsing van facturen betreffende meerwerk) ten laste gelegde heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bespreking van de bewijsmiddelen en de verweren
De kantonrechter overweegt hieromtrent het hierna volgende:

De vervolging heeft bewijsmiddelen aangevoerd waarmee zij bewezen achtte dat de ten laste gelegde feiten zijn gepleegd.

De feiten die de verdachte concreet worden verweten kunnen alsvolgt worden geformuleerd:

  • Verdachte heeft tezamen en in vereniging met de medeverdachten valselijk en bedriegelijk het daarheen geleid dat nieuwe leveranciers zullen worden aangetrokken;
  • Verdachte heeft op 8 november 2012 een prijsofferte aangeboden waarin tevens een mobiele noodstroom installatie is opgenomen en is aangegeven dat de levering binnen 60 tot 90 dagen zou plaatsvinden;
  • Verdachte heeft tezamen en in vereniging het daarheen geleid dat de medeverdachten in strijd met de procedures de afdeling procurement en project engineering niet werden betrokken bij de offerte vergelijking en bij de selectie van de leverancier en de uitvoering van het project,
  • Verdachte heeft, ondanks de ongunstige liquiditeitspositie van de EBS een ongunstig leveringscontract gesloten waarbij het contract niet is geregistreerd in het contractenregister, en waarbij vooraf noch de Raad van Commissarissen goedkeuring heeft gegeven noch de bedrijfsjurist geconsulteerd is;
  • Verdachte heeft, ondanks het feit dat de volledige levering uitbleef toch een tweede contract gesloten met nadelige betalingsvoorwaarden;
  • Verdachte heeft, na het verstrijken van de leveringstermijn conform het eerste en tweede contract toch valselijk en bedriegelijk te kennen gegeven dat er meerwerk en aanpassingen zijn verricht waarvoor betaald moet worden terwijl de afdeling project engineering die bestelling niet had geplaatst en daarvan niet op de hoogte was;
  • Verdachte heeft valselijk en bedrieglijk aangegeven dat de levering pas zal plaatsvinden wanneer voor het meerwerk is betaald,
  • Verdachte heeft op deze wijze de EBS en de Staat bewogen om de bedragen van USD.8.881.250,= en EUR.100.000,= af te geven;
  • zijnde de bovenstaande handelingen samen het samenweefsel van verdichtselen en de listige kunstgrepen middels welke de EBS en de Staat bewogen zijn tot afgifte en subsidiair
  • de hiervoor bedoelde bedragen verduisterd en voorts
  • een of meer facturen, te weten factuur 1 en factuur 2 valselijk opgemaakt door in die facturen op te nemen dat er meerwerk verricht moest worden aan de noodstroominstallaties en onderdelen geleverd moesten worden ter waarden van EUR.665.067,= en EUR.463.867,= terwijl de verdachte wist dat zulks in strijd met de waarheid was daar er geen meerwerk was besteld door de EBS en tevens
  • een factuur te weten factuur 3, valselijk opgemaakt door daarin op te nemen dat meerwerk op de blackstart zijn verricht of geleverd voor het bedrag van EUR.198.628,= terwijl verdachte wist dat zulks in strijd is met de waarheid daar er geen meerwerk was besteld door de EBS.

De vervolging heeft voor het bewijs de in het requisitoir genoemde bewijsmiddelen genoemd waaronder de getuigenverklaringen van de [getuige 1], [getuige 2], [getuige 3], [getuige 4], [getuige 5], [getuige 6], [getuige 7] en [getuige 8].

De verdachte heeft tijdens zijn verhoor bij de politie ten aanzien van de ten laste gelegde feiten – zakelijk weergegeven en voor zover van belang – alsvolgt verklaard:
“Ik heb overeenkomsten gesloten met de EBS. Het was een invited tender. Dat wil zeggen dat op uitnodiging van de EBS offertes heb aangeboden om te leveren. Het was deels voor de blackstart. De eerste overeenkomst werd gegund aan mijn bedrijf. Tijdens de gesprekken had ik toen het innovatief voorstel gedeponeerd bij de leiding van de EBS om gelijk mobiele noodstroom installaties aan te schaffen. De leiding heeft hierop heel positief gereageerd mede omdat het paste in hun nieuw geformuleerde bedrijfsvisie om zodoende de gemeenschap te allen tijde te kunnen voorzien van een constante electriciteitstoevoer. In de jaarrede van de President in 2013 is dit tevens bevestigd. Tevens ook nadat wij hun een scherpe prijs aangeboden hadden. Deze uitspraak doen wij mede omdat de benchmarkprijs internationaal voor de opwekking van 1 megawatt gemiddeld ligt tussen de USD.900.000,= en USD.1.200.000,=. Wij hebben geleverd inclusief de meerwerkkosten voor een prijs van om en bij USD.735.000,= per megawatt. In eerste instantie wilden zij vier van de mobiele noodstroom installaties hebben. Echter waren zij slechts in staat om twee aan te schaffen. Van deze twee noodstroominstallaties werd toen één toegevoegd aan het eerste contract terwijl voor de andere mobiele installatie een nieuw contract werd gesloten met de EBS. …. Neen zij zijn niet volgens het contract met de EBS geleverd. Een deel is wel geleverd aan dit bedrijf. Zulks heeft gelegen aan het feit dat gaandeweg de bestelling de EBS ingrijpende en aanzienlijke kostenverhogende veranderingen heeft aangebracht aan de bestelde goederen. De leiding van de EBS die de veranderingen had laten aanbrengen bestond toen uit de heer [naam 1], de heer [naam 2] en de heer [naam 3]. Deze veranderingen brachten extra kosten met zich mee die nog steeds niet betaald zijn door de EBS waardoor deze goederen niet verscheept konden worden naar Suriname. Verder heeft de EBS er zeven maanden over gedaan alvorens deels hun originele contractuele betalingsverplichting te voldoen. Kort nadat de eerste en tweede overeenkomst getekend was heeft men om wijzigingen gevraagd. Zulks is gelijk door gegeven aan de hoofdleverancier in Nederland met name het bedrijf Topweld en Mosa Aggregaat. Natuurlijk brengen wijzigingen na bestelling kosten met zich mee. Deze kosten zijn nog niet betaald door de EBS….. Omdat er nog een openstaande factuur van ongeveer USD.1.559.003,70 is. Zolang deze betaling niet volledig is geweest naar de leverancier, zullen deze goederen niet geleverd worden. Wij hebben aangetoond onder andere met de testrapporten dat wij binnen vier maanden na de eerste assemblage ready waren om te leveren. Hoe is het dan mogelijk dat wij circa twee en een half jaar na dato worden beschuldigd van oplichting en verduistering. Na veel moeite heb ik de leveranciers bereid gekregen de switch gear transformatoren, brandstoftanks en kabels te verschepen. Die bevinden zich momenteel op mijn fabrieksterrein aan de [straat]. Door de geleverde betalingswanprestatie wilde men 100% betaling hebben. Doordat de EBS geen opslagruimte had bevinden deze goederen op verzoek van de EBS zich op mijn bedrijfsterrein met uitzondering van de brandstoftanks.”

Tijdens het opsporingsonderzoek, het gerechtelijk vooronderzoek en het onderzoek op de terechtzitting zijn de volgende verklaringen afgelegd die de verklaring van de verdachte ondersteunen:

De verklaring van de [getuige 9] bij de politie:
Ik heb de eindverantwoordelijkheid voor de controle van de jaarrekeningen van onze clienten…. wat de CLAD aangeeft is niet juist. Het is geen doorbreking van de bestendige gedragslijn. Het is dus geen stelselwijziging. … meerwerk is niet verwerkt in de jaarrekening van 2012 want toen was het eerste contract nog maar 2 weken oud en het tweede contract was nog niet getekend. De facturen van meerwerk afkomstig van Greenland waren van 2014. Wij hadden wel gezien dat er in 2013 of 2014 email verkeer was over meerwerk maar er was nog geen informatie over de hoogte en uitkomst van het meerwerk. ….. ik denk dat de directie van de EBS toen nog niet wist wat het bedrag aan meerwerk zou zijn. Het was best wel iets ingewikkelds. In de beginfase was de heer [naam 1] belast met het product. In 2014 is hij ontlast en toen kwamen anderen het project draaien. De heer [getuige 8] heeft wijzigingen aangebracht in het ontwerp. Ik denk dat door de veranderingen het niet duidelijk was hoeveel het bedrag aan meerwerk zou opleveren.

De verklaring van de [getuige 1] bij de politie en bij de rechter-commissaris:
Wij hebben de vraag geformuleerd bij welk bedrijf de goederen zijn aangeschaft. Het is gebleken dat de goederen zijn aangeschaft bij het bedrijf Greenland. Er zijn eerst offertes aangevraagd voor de levering bij Surmac, Olibis en Greenland. Het voorstel werd, na een beoordeling van de drie offertes, gedaan door de heer [getuige 6] om te kiezen voor Greenland omdat zij in staat zou zijn sneller te leveren. .. in beide gevallen is de goedkeuring van de RvC achteraf geschiedt…… voor wat betreft het bedrag van SRD.22.030.018,75 waarvan [naam 4] beweerd heeft dat dit bedrag niet is verantwoord moet ik u verklaren dat dit bedrag wel verantwoord is, maar deel uitmaakt van een groter geheel.Op 20 september 2013 heeft de tweede betaling van beide leveringscontracten plaatsgevonden. Ondanks deze betaling werd niet geleverd omdat partijen het niet met elkaar eens waren over het te verrichten meerwerk door Greenland. EBS, de directeur [naam 2], heeft toen Greenland in gebreke gesteld.

De verklaring van de [getuigen 2] op de zitting:
Ik kom terug op mijn eerder afgelegde verklaring bij de RC dat er sprake is van fraude. Ik verklaar hierbij dat er mogelijk sprake zou zijn van fraude.

De verklaring van de [getuige 4] bij de politie:
Ik moet u verklaren dat daar zaken nu overlegd zijn ik u moet meedelen dat het om originele documenten gaat. Ook bij het tweede document heb ik mijn handtekening herkend. Doordat het een lange periode terug is geweest, kon ik mij niet heugen als ik nog een tweede gelijkende verklaring voor goedkeuring getekend had voor de aanschaf van desbetreffende installaties.

De verklaring van de [getuige 5] bij de politie en bij de rechter-commissaris:
Het kan zijn dat er vooraf mondelinge toestemming was verleend en dat dat enkele dagen later is bevestigd …. ik kan mij niet meer heugen dat de heer [getuige 4] mij op de hoogte had gesteld van deze twee leveringscontracten. Het zou kunnen maar ik kan mij absoluut niet herinneren…. het is mij niet bekend dat de directeur van de EBS zijn procuratie bevoegdheid zonder voorafgaande toestemming van de Raad heeft omzeild…..De EBS moet niet gezien worden als een normale NV. De EBS functioneert als een instrument van de overheid om essentieel diensten waaronder electrificatie aan de gemeenschap te leveren. De aandeelhouder heeft in dat kader een veel directere relatie met het management van het bedrijf. Normaliter zou die communicatie moeten gaan via de RvC. Als voorbeeld kan dienen dat de overheid op dit moment heel nauw bezig is met het management wat betreft de energie tarieven….. Vanwege de op handen zijnde verkiezingen had de overheid opdrachten gegeven aan de EBS om electrificatie projecten uit te voeren in het binnenland. Echter moet daarvoor geld zijn. Er zijn een paar geldschieters die normaliter worden aangeboord om die projecten te financieren. De EBS heeft namelijk geen geld en zit met heel veel schulden. Daarom kan de EBS ook niet simpelweg naar de bank toestappen.

De verklaring van de [getuige 8] bij de politie:
Ik zou het niet zo stellen. Het meerwerk is ontstaan nadat er onderhandeld is tussen onze engineers en Greenland over de technische aspecten. Ik denk dat bij deze onderhandelingen iets verkeerd is gegaan daar de engineers duidelijk aangegeven hadden wat zij wilden terwijl Greenland zulks verkeerd begrepen had. Voor wat betreft het meerwerk kan de directie deze voor niets anders gebruiken dan waarvoor deze bestemd is. Te uwer informatie heb ik het meerwerk ter beoordeling ontvangen van meneer [naam 2]. Deze had ik doorgeleid naar de engineers.

De verklaring van de [getuige 11] bij de rechter-commissaris:
Overigens wil ik opmerken dat juist het electrisch gedeelte door de leverancier wel is opgeleverd terwijl het werktuigbouwkundig gedeelte niet is opgeleverd. Het electrisch gedeelte, is het gedeelte dat specifiek wordt gebouwd met informatie die wij geven. Het is dus custom made. Het werktuigbouwkundig gedeelte is juist standaard made, hetgeen betekent dat daarvoor geen specifieke informatie nodig was…… Ik ben een aantal keren naar de heer [naam 1] geweest om hem aan te geven dat zaken niet liepen. .. Tijdens de correspondentie met de leverancier kunnen er technische zaken besproken worden, waarbij zaken anders moeten worden gebouwd, dan aanvankelijk was gedacht. Danwel dat technisch iets niet was voorzien of duidelijk was waarvoor wel een oplossing noodzakelijk was. Dit alle hoeft niet noodzakelijkerwijs te leiden tot meerwerk.
………….Op verzoek van de technisch directeur heb ik samen met twee andere engineers gekeken naar het meerkwerkdocument en in principe hebben wij dat toen niet goedgekeurd, daar er wat onduidelijkheden waren en bepaalde bedragen ook te hoog waren. Hoe het toch is gekomen tot een commitment om te betalen voor het meerwerk, weet ik niet…

Met betrekking tot de blackstart was het een ander verhaal. De blackstart zou kaal worden opgeleverd. Om ermee te kunnen werken moest er nog randapparatuur worden aangeschaft, dat is gerapporteerd aan de heer [getuige 8]. Daar er geen geld was om dat binnenshuis te kopen kwam de instructie van de heer [getuige 8] om dit gedeelte van het materiaal dat gekocht moest worden te zetten op het project van Greenland. [getuige 8] werd door de afdeling engineering altijd geïnformeerd waar wij mee bezig waren. ……in die periode was er ook een noodsituatie in het land. Of de nood zo hoog was dat in deze concrete kwestie gebruikelijke procedures niet zijn bewandeld is des oordeels van de directie.

De kantonrechter overweegt dat op grond van de voorgaande verklaringen niet bewezen kan worden geacht dat de verdachte bedriegelijk en valselijk tezamen en in vereniging handelingen heeft gepleegd die ertoe hebben geleid dat hij als nieuwe leverancier werd aangetrokken of voor zijn bedrijf is gekozen.

Voorts is niet bewezen dat de facturen voor meerwerk zijn opgemaakt terwijl hij wist dat zulks in strijd met de waarheid was.

De kantonrechter is op grond van het voorgaande van oordeel dat nu onvoldoende wettig en met name overtuigend bewijsmateriaal voorhanden is om te komen tot een bewezenverklaring van het onder IA, IB, II en III ten laste gelegde, de verdachte dient te worden vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten.

6. De beslissing
De kantonrechter beslist als volgt:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder IA, IB, II en III van de ten laste legging heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Aldus gewezen en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 4 december 2019 door de kantonrechter – plaatsvervanger in het Tweede kanton, mr. A.C.Johanns, bijgestaan door de fungerend griffier, mr. K.S. Mahabier.

De griffier, De kantonrechter-plaatsvervanger,
mr. K.S. Mahabier mr. A.C. Johanns

 

* Het Openbaar Ministerie heeft appèl aangetekend tegen dit vonnis