SRU-K3-2014-7

  • Instantie Kantongerecht Derde Kanton
  • Zaaknummer --
  • Uitspraakdatum 28 maart 2014
  • Publicatiedatum 20 april 2021
  • Rechtsgebied Strafrecht
  • Inhoudsindicatie

    Tussenvonnis. Verdachte stelt dat de kantonrechter onbevoegd is om kennis te nemen van de strafzaak omdat de verweten strafbare handelingen op Guyanees grondgebied hebben plaatsgevonden. De kantonrechter is van oordeel dat zij wel bevoegd is om kennis te nemen van de zaak.

Uitspraak

KANTONGERECHT IN HET DERDE KANTON 
Parketnummer: 1-9-03825  
Vonnisnummer:  
Datum uitspraak: 28 maart 2014 
Tegenspraak 
Raadslieden : mr. L. Doerga en mr. F.F.P. Truideman. 
 

TUSSENVONNIS 
 
van de Kantonrechter in het Derde Kanton, zitting houdende te Nickerie, in zaak van de vervolgingsambtenaar tegen: 
 
[verdachte]
geboren op [datum] in [land], 
wonende aan de [adres]  in [land]. 
van beroep visser, 
thans gevangen gehouden. 
 
Bevoegdheid van de kantonrechter 
De raadslieden van de verdachte hebben ter terechtzitting van respectievelijk   
20 november 2013 en 18 december 2013, dan wel gelijk nadat de vervolgingsambtenaar de strafzaak heeft voorgedragen, als preliminair verweer opgeworpen dat de kantonrechter onbevoegd is van de onderhavige strafzaak kennis te nemen.Ter adstructie van hun betoog hebben zij aangevoerd dat – kort weergegeven – de aan de verdachte verweten strafbare feiten zich hebben voorgedaan op Guyanese wateren oftewel Guyanees grondgebied en niet op Surinaams grondgebied. 
In dat licht hebben de raadslieden ten aanzien van het rapport van de MAS en de wijze van vaststelling van de plaatsen waar de strafbare feiten zijn gepleegd de nodige kritische kanttekeningen geplaatst. Daartoe hebben zij aangevoerd dat de vaststelling van de coördinaten door de opsporingsambtenaren van de locaties alwaar de vermoedelijke delicten zijn gepleegd – welke coördinaten op grond van de aanwijzingen van de medeverdachten [naam 1] en [naam 2] middels een GPS systeem zijn vastgesteld – slordig en niet juist is geweest. Volgens het betoog van de raadslieden is die vaststelling niet juist, omdat de medeverdachten [naam 1], zijnde de kapitein van de vissersboot, en [naam 2] bij het doen van de aanwijzingen niet werden bijgestaan door een tolk in een voor hun verstaanbare taal. Hierdoor hebben de opsporingsambtenaren hen verkeerd begrepen bij het doen van de aanwijzingen. De aanwijzingen die de hiervoor genoemde medeverdachten aldus de raadslieden hebben gedaan, betreffen de plaatsen waar de vissers te werk gaan in Suriname en niet de plaatsen waar de vermoedelijke strafbare feiten zijn gepleegd.  
Rekeninghoudend met het verdedigingsbelang van de verdachte heeft de kantonrechter naar aanleiding van dit verweer de opsporingsambtenaren, die met de hiervoor genoemde medeverdachten op de boot zijn geweest voor het doen van de aanwijzingen van de locaties, en de directeur van de MAS ter terechtzitting gehoord, en overweegt de kantonrechter met betrekking tot het door de raadslieden opgeworpen preliminair verweer, zoals hiervoor uiteengezet als volgt: 
Uit de verklaring van de getuigen, welke getuigen ter terechtzitting zijn gehoord, is aan het licht gekomen op welke wijze de vaststelling van de locaties plaatsvindt. Namelijk, dat de MAS niet op de rivier gaat met de opsporingsambtenaren, omdat de opsporingsambtenaren zijn getraind om de coördinaten middels een GPS vast te leggen en die coördinaten naar de MAS worden opgestuurd, waarna de MAS op grond van die coördinaten vaststelt in welk  grondgebied de plaats zich bevindt. Voorts is aan het licht gekomen dat de medeverdachten bij het doen van de aanwijzingen niet konden worden bijgestaan door een tolk, omdat geen enkele tolk bereid was op de rivier te gaan.  
Ondanks er geen tolk was, is de kantonrechter ervan overtuigd dat de medeverdachten bij het doen van de aanwijzingen de opsporingsambtenaren hebben begrepen, en hebben zij niet de plaatsen waar de vissers te werk gaan aangewezen dan zij nu verklaren, en wel op grond van: 

  • de verklaring van de getuigen 1) [naam 3], 2) [naam 4] 3) [naam 5],4) [naam 6] en 5) [naam 7] ter terechtzitting. Deze getuigen hebben verklaard dat zij als opsporingsambtenaren op 12 juli 2013 in de Engelse taal met de verdachten hebben gecommuniceerd bij het doen van de aanwijzingen door de verdachten en deze hen wel hebben begrepen;  
  • de verklaring van de getuige [naam 7] ter terechtzitting d.d. 07 maart 2014, inhoudende dat hij gelijk na terugkeer, dan wel nadat de medeverdachten [naam 1]  en [naam 2] de aanwijzingen hadden gedaan, een verhoor ter zake van de medeverdachte [naam 2] op 13 juli 2013 bij proces-verbaal heeft afgenomen, waarbij de medeverdachte tijdens dit verhoor werd bijgestaan door een tolk; 
  • de verklaring van de medeverdachte [naam 2] ter terechtzitting d.d. 07 maart 2014, dat hij de verklaringen bij de politie in alle vrijheid heeft afgelegd en zijn verhoor bij de agent van politie, [naam 7] d.d. 13 juli 2013 betreffende de aanwijzingen die deze medeverdachte op 12 juli 2013 heeft gedaan; 
  • het verhoor van de slachtoffers [naam 8], 2) [naam 9], 3) [naam 10], 4) [naam 11], 5) [naam 12], 6) [naam 13] en 7) [naam 14], welke slachtoffers allemaal ook vissers zijn en wiens verhoren bij processen-verbaal met bijstand van een tolk in een voor hun verstaanbare taal hebben plaatsgevonden. Uit hun verhoor bij de politie valt ondubbelzinnig af te leiden dat de vermoedelijke strafbare feiten zijn gepleegd op Surinaamse wateren; 
  • van het feit dat de verdachte in het kader van de rechtmatigheidtoetsing en bewaring bij de rechter-commissaris is voorgeleid, en hij dit verweer nimmer bij de rechter-commissaris heeft opgeworpen. Dit, terwijl hij tijdens zijn voorgeleiding in het kader van het verzoek tot de bewaring, wel werd bijgestaan door zijn raadslieden en een tolk in de Engelse taal. 

Zoals de feiten er nu voorliggen is de kantonrechter ervan overtuigd dat de aan de verdachte verweten strafbare feiten op Surinaamse wateren dan wel op Surinaams grondgebied zijn gepleegd. Hieruit vloeit voort dat de kantonrechter zich wel bevoegd acht van de onderhavige strafzaak tegen de verdachte  kennis te nemen. Derhalve verwerpt de kantonrechter het door de raadslieden opgeworpen preliminair verweer en zal thans overgaan tot de (verdere) behandeling van deze strafzaak.  

DE  BESLISSING: 
 De kantonrechter: 

  • verklaart zich bevoegd van de onderhavige zaak kennis te nemen;
  • gaat onmiddellijk over tot de verdere behandeling van de onderhavige zaak.   

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter in het derde kanton, mr. S.M.M. Chu, in tegenwoordigheid van de fungerend-griffier, mw.  L.J. De Rooy, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 28 maart 2014. 
 

De Griffier,                                  De Kantonrechter,  
mw. L.J. De Rooy                      mr. S.M.M. Chu