- Instantie Hof van Justitie
- Zaaknummer G.R. no. 14018
- Uitspraakdatum 09 januari 2004
- Publicatiedatum 10 april 2026
- Rechtsgebied Civiel recht
-
Inhoudsindicatie
De in het proces-verbaal vastgelegde schikking strekt tot een executoriale titel, zodat een veroordeling bij vonnis onnodig is.
Uitspraak
HET HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME
GENERALE ROL: 14018
[Appellant], wonende aan [straatnaam 1] in [district 1], voor wie als gemachtigde optreedt, Mr.R.M.F.OEMAR, advokaat,
appellant,
t e g e n
[Geïntimeerde], wonende aan [straatnaam 2] in [district 2], voor wie als gemachtigde optreedt Mr.F.F.P.TRUIDEMAN, advokaat,
geïntimeerde,
De Waarnemend-President spreekt in deze zaak, in Naam van de Republiek, het navolgende vonnis uit:
(Betalend) Het Hof van Justitie van Suriname;
Gezien ’s Hofs interlocutoire vonnissen respectievelijk van 20 april 2001 en 1 maart 2002 tussen partijen gewezen en uitgesproken;
TEN AANZIEN VAN DE FEITEN:
Verwijzende naar en overnemende hetgeen bereids in ’s Hofs laatstvermeld vonnis is overwogen en beslist en voorts;
Overwegende, dat ter bevolen en gehouden comparitie van partijen zijn verschenen, partijen in persoon, appellant tevens bijgestaan door zijn gemachtigde advokaat Mr.R.M.F.Oemar, hebbende partijen verklaard gelijk in het daarvan opgemaakte – hier als ingelast te beschouwen – proces-verbaal staat gerelateerd;
Overwegende, dat ten dage voor uitlating zijdens partijen bepaald de gemachtigde van appellant een hier als geinsereerd aan te merken schriftelijke conclusie heeft genomen, terwijl de gemachtigde van geintimeerde geen conclusie heeft overgelegd;
Overwegende, dat het Hof hierna vonnis in de zaak aanvankelijk had bepaald op 2 mei 2003, doch na enige malen te hebben aangehouden, nader heeft bepaald op heden.
TEN AANZIEN VAN HET RECHT:
Overwegende, dat het Hof volhardt bij het tussenvonnis van 1 maart 2002 en hetgeen dienaangaande is overwogen;
Overwegende, dat partijen, bij de op 12 april 2002 gehouden verenigingscomparitie in persoon verschenen, op een alstoen door de Rechter-Commissaris terzake gedaan voorstel, het eens zijn geworden over, en tussen hen tot stand gekomen is, een minnelijke schikking, welke alsvolgt luidt: geïntimeerde zal aan appellant terugbetalen het bedrag van
Sf.90.000,–, dat hij van appellant op 8 januari 1983 had ontvangen, in Euro, na omrekening van de koers van toen met de huidige;
Overwegende, dat de constatering van voormelde minnelijke schikking in een daarvan opgemaakt proces-verbaal is vastgelegd en de inhoud daarvan in dat proces-verbaal opgenomen;
Overwegende, dat naar appellant onweersproken heeft gesteld bij conclusie tot uitlating de dato 14 februari 2003 hij, appellant, van geïntimeerde omgerekend ontvangen moet Euro 1930;
Overwegende, dat nu de in gemeld proces-verbaal vastgelegde schikking tot een executoriale titel strekt, een veroordeling bij vonnis niet slechts niet nodig, maar zelfs onnodig is;
Overwegende immers, dat door de totstandkoming van de schikking het geschil tussen partijen een einde heeft genomen;
Overwegende, dat het Hof deze zaak, verwijzen zal naar de zitting van vrijdag, 23 januari 2004 ter fine van royement;
Gezien de betrekkelijke wetsartikelen;
RECHTDOENDE IN HOGER BEROEP:
Verwijst deze zaak naar de terechtzitting van vrijdag, 23 januari 2004 des voormiddags te 8.30 uur ter fine van royement;
Bepaalt, dat zij daartoe alsdan zal worden afgeroepen;
Aldus gewezen door de heren: Mr.J.R.Von Niesewand, Waarnemend-President, Mr.E.S.Ombre en Mr.K.Pultoo, Leden en door de Waarnemend-President uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof van Justitie van Vrijdag, 9 januari 2004, in tegenwoordigheid van Mr.M.E.Van Genderen-Relyveld, Substituut-Griffier.
w.g. M.E.Van Genderen-Relyveld w.g. J.R.Von Niesewand