SRU-HvJ-2005-6

  • Instantie Hof van Justitie
  • Zaaknummer G.R. no. 14121
  • Uitspraakdatum 17 juni 2005
  • Publicatiedatum 10 april 2026
  • Rechtsgebied Civiel recht
  • Inhoudsindicatie

    Appellant heeft niet kunnen aantonen dat door geïntimeerde schriftelijk is ingewilligd in het meerwerk of dat door geïntimeerde met haar geen schriftelijke overeenkomst is getroffen, zodat de vordering van appellant zal worden afgewezen als te zijn niet bewezen c.q. ongegrond.

Uitspraak

HET HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME

GENERALE ROL NO. 14121

 

[Appellant], wonende [plaats] aan [straatnaam 1], voor wie als gemachtigde optreedt, Mr.L.H.R. Rogers, advokaat,

appellant in Kort Geding,

t e g e n

[Geïntimeerde], wonende [plaats] aan [straatnaam 2], voor wie als gemachtigde optreedt, Mr.E. Naarendorp, advokaat,

geintimeerde in Kort Geding,

 

De Fungerend-President spreekt in deze zaak, in Naam van de Republiek, het navolgende vonnis uit;

(Betalend) Het Hof van Justitie van Suriname;

Gezien ’s Hovens interlocutoir vonnis van 18 juni 2004 tussen partijen gewezen en uitgesproken;

TEN AANZIEN VAN DE FEITEN:

Verwijzende naar en overnemende hetgeen bereids in ‘s Hovens voormeld vonnis is overwogen en beslist en voorts;

Overwegende, dat bij laatstvermeld vonnis werd bepaald, dat [appellant] in de gelegenheid wordt gesteld om justificatoire bescheiden in het geding te brengen ter onderbouwing van het gevorderde onder c;

Overwegende, dat  de gemachtigde van appellant de justificatoire bescheiden heeft overgelegd, waarvan de inhoud hier als ingelast dient te worden beschouwd;

Overwegende, dat de gemachtigde van geintimeerde hierna een schriftelijke conclusie tot uitlating heeft genomen, waarvan de inhoud hier als ingelast dient te worden beschouwd;

Overwegende, dat het Hof hierna vonnis in de zaak heeft bepaald op 04 februari 2005, doch nader op heden.

TEN AANZIEN VAN HET RECHT:

Overwegende, dat het Hof volhardt bij het tussenvonnis van 18 juni 2004 en hetgeen dienaangaande is overwogen;

Overwegende, dat appellant de volgende justificatoire bescheiden in het geding heeft gebracht, te weten :

  • een schrijven van advocaat mr.A. van der San, d.d. 02 juni 1997 aan appellant, waarin Sf 5.278.145,- wordt gevorderd van hem, (appellant) voor bewerkte bouwmaterialen, deuren en ramen;
  • een schrijven van advokaat, mr.L.H.R. Rogers, d.d. 18 juni 1997, procesgemachtigde van appellant, inhoudende een sommatie aan geintimeerde waarvan gehecht een staat van meer – en minderwerk ten behoeve van mevrouw [geïntimeerde] en een staat van ontvangsten; de laatste staten zijn echter door appellant zelf opgesteld;

Overwegende, dat artikel 1622 B.W, waarop geintimeerde zich beroept, bepaalt dat: “indien een aannemer op zich heeft genomen om een gebouw bij aanneming te maken volgens een bestek met de eigenaar van de grond beraamd en vastgesteld, hij geen vermeerdering van de prijs kan vorderen, noch onder voorwendsel van vermeerdering der arbeidslonen of bouwstoffen, noch onder dat van gemaakte veranderingen of bijvoegselen, die niet in het bestek begrepen zijn, indien die veranderingen of vergrotingen niet schriftelijk zijn ingewilligd en over dezelver prijs met de eigenaar geen overeenkomst is getroffen.”

Overwegende, dat nu appellant middels de overgelegde bescheiden niet heeft kunnen aantonen dat door geintimeerde schriftelijk is ingewilligd in het meerwerk of met haar geen schriftelijke overeenkomst is getroffen, zal de vordering van appellant worden afgewezen als te zijn niet bewezen c.q. ongegrond.

Overwegende, dat het bestreden vonnis, onder verbetering en aanvulling van gronden, voor bevestiging in aanmerking komt en dient appellant als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van dit hoger beroep te worden veroordeeld;

RECHTDOENDE IN HOGER BEROEP IN KORT GEDING:

Bevestigt, onder verbetering en aanvulling van gronden, het vonnis van de Kantonrechter in het Eerste Kanton tussen partijen gewezen en uitgesproken op 22 januari 1998, waarvan beroep;

Veroordeelt appellant in de proceskosten in hoger beroep aan de zijde van geintimeerde gevallen en welke begroot worden op SRD 150,-;

Met inbegrip van het door het Hof aan haar advokaat voor het door hem gehouden pleidooi toegekende salaris van SRD 150,-;

Bepalende het Hof het salaris van de advokaat van appellant eveneens op SRD 150,-;

 

Aldus gewezen door: Mr.A.I.Ramnewash, Fungerend-President, Mr.K. Pultoo en Mr.Drs. C.C.L.A.Valstein – Montnor Leden en door de Fungerend – President uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof van Justitie van Vrijdag, 17 juni 2005 in tegenwoordigheid van Mr.G.A. Kisoensingh-JangbahadoerSingh, fungerend-Griffier.

Partijen, appellant vertegenwoordigd door zijn gemachtigde, advokaat Mr.L.H.R.Rogers en geintimeerde vertegenwoordigd door advokaat  Mr.J.P.Tjon namens haar gemachtigde, advokaat Mr.E.Naarendorp, zijn bij de uitspraak ter terechtzitting verschenen.