- Instantie Hof van Justitie
- Zaaknummer A-620
- Uitspraakdatum 18 januari 2008
- Publicatiedatum 10 april 2026
- Rechtsgebied Ambtenarenrecht
-
Inhoudsindicatie
Het Hof is van oordeel dat bij de afweging van de wederzijdse belangen het belang van verzoeker willekeurig en ongemotiveerd is geschonden. Immers, door verweerder is nagelaten voldoende rekening te houden met de belangen van verzoeker. Zodoende heeft verweerder het beginsel van evenwichtigheid geschonden.
Uitspraak
HET HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME
A-620
[Verzoeker], wonende aan [adres] in het [district], ten deze domicilie kiezende te Paramaribo aan de Koninginnestraat no. 10 ten kantore van mr. A.R. Baarh, voor wie als gemachtigde optreedt, mr. A.R. Baarh, advocaat,
verzoeker,
t e g e n
DE STAAT SURINAME, rechtspersoon, in rechte vertegenwoordigd wordende door de Procureur-Generaal bij het Hof van Justitie, kantoorhoudende aan de Henck Arronstraat no. 3, voor wie als gemachtigde optreedt mr. H.A.M. Essed, advocaat,
verweerder,
De President spreekt in deze zaak, in Naam van de Republiek, het navolgende vonnis uit:
(Betalend) Het Hof van Justitie van Suriname;
Gezien ’s Hoven interlocutoir vonnis van 7 december 2007 tussen partijen gewezen en uitgesproken;
TEN AANZIEN VAN DE FEITEN:
Verwijzende naar en overnemende hetgeen bereids in s’ Hoven voormeld vonnis is overwogen en beslist en voorts;
Overwegende, dat bij de door het Hof bevolen en gehouden comparitie van partijen zijn verschenen, verzoeker in persoon, bijgestaan door zijn gemachtigde, advocaat mr. A.R. Baarh, advocaat mr. S. Bikharie namens advocaat mr. H.A.M. Essed, gemachtigde van verweerder, mr. Levens, Robur Erwin, Hoofd van de afdeling Onderzoek Politiezaken (OPZ) van het Korps Politie Suriname, die hebben verklaard gelijk in het daarvan opgemaakte – hier als ingelast te beschouwen – proces-verbaal staat gerelateerd;
Overwegende, dat de gemachtigde van verweerder een hier als geinsereerd aan te merken schriftelijke conclusie tot uitlating heeft genomen, waarvan de inhoud hier als ingelast dient te worden beschouwd, terwijl de gemachtigde van verzoeker heeft gepersisteerd bij zijn stellingen;
Overwegende, dat het Hof hierna vonnis in de zaak heeft bepaald op heden.
TEN AANZIEN VAN HET RECHT:
Overwegende, dat het Hof met uitzondering van de laatste rechtsoverweging daarvan, volhardt bij het tussenvonnis van 7 december 2007 en hetgeen dienaangaande is overwogen;
Overwegende wijders, dat, naar blijkt uit het procesdossier, verzoeker, agent van politie 2e klasse, in vaste dienst van het Korps Politie Suriname van het Ministerie van Justitie en Politie bij besluit, genomen bij beschikking van de Minister van Justitie en Politie de dato 7 juli 2006 [kenmerk], wegens ernstig plichtsverzuim gestraft is met de tuchtstraf van ontslag uit Staatsdienst (Korps Politie Suriname) ingevolge artikel 40 lid 1 onder J van het Politiehandvest, op grond, dat hij:
- in de nacht van zaterdag 12 op zondag 13 augustus 2000 en mogelijk op andere dagen en tijdstippen aan de arrestant [naam] althans een arrestant, die was of is ingesloten in het cellenhuis Limesgracht tegen aanneming van geldsbedragen, zonder toestemming en of medeweten van de bevoegde Justitiële autoriteiten gelegenheid heeft verschaft voor korte dan wel langere tijd het cellenhuis te verlaten om zich naar een nachtclub en/of elders te begeven;
- deze arrestant actief heeft begeleid uit het cellenhuis althans ergens buiten het cellenhuis en dat bij die gelegenheid de arrestant [naam] kans heeft gezien te ontvluchten en heeft hij, verzoeker, verzuimd om terzake maatregelen te treffen en heeft hij instede daarvan een valse verklaring afgelegd met de bedoeling de waarheid te verdoezelen;
- op verschillende tijdstippen, terwijl hij mede belast was met de bewaking en beveiliging van arrestanten ingesloten in het cellenhuis Limesgracht, ook aan andere arrestanten, tegen betaling toestemming heeft gegeven het cellenhuis te verlaten om zich elders op te houden;
Overwegende, dat verweerder blijkens voormeld besluit de aan verzoeker verweten handelingen mede aangemerkt heeft als te zijn in strijd met de ambtsinstructies zoals onder meer vervat in de Instructie Ambtenaren van Politie G.B.1971 no.71;
Overwegende, dat verzoeker, daartoe in de gelegenheid gesteld, zich tot twee keren toe te weten op 23 mei 2001, schriftelijk, en op 4 juni 2001 op het gehouden korpsrapport, mondeling heeft verweerd, ingevolge het hoorbeginsel;
Overwegende, dat, naar het Hof gebleken is, verweerder met voorbijgaan aan het door verzoeker in het kader van het hoorbeginsel gevoerd verweer waartoe hem – verzoeker – de gelegenheid werd geboden en van welke gelegenheid hij ook daadwerkelijk gebruik heeft gemaakt, het besluit, waartegen verzoeker thans opkomt strekkende tot zijn – verzoekers – ontslag heeft genomen zonder in zijn – verweerders – oordeel verzoekers verweer over het al dan niet gegrond zijn van de verwijten, die hem, verzoeker, worden gemaakt, te betrekken;
Overwegende, dat het Hof dan ook van oordeel is, dat bij de afweging van de wederzijdse belangen het belang van verzoeker willekeurig en ongemotiveerd geschonden is, zijnde immers door verweerder nagelaten voldoende rekening te houden met de belangen van verzoeker en hebbende verweerder mitsdien het beginsel van evenwichtigheid geschonden;
Overwegende, dat het Hof, bespreking van de overige stellingen van partijen als niet langer relevant geheel in het midden latend, beslissen zal als in het dictum van dit vonnis te melden;
RECHTDOENDE IN AMBTENARENZAKEN:
- Vernietigt het besluit genomen bij beschikking van de Minister van Justitie en Politie de dato 7 juli 2006 [kenmerk], waarbij verzoeker uit Staatsdienst is ontslagen;
- Gelasten verweerder de carrière loop van verzoeker te herstellen vanaf 2001 wat betreft functie-schaal- en rangindeling op de lijst voor de eerst volgende bevordering;
Aldus gewezen door: mr. J.R. von Niesewand, President, mr. H.E. Struiken, lid en mr. A. Charan, Lid-Plaatsvervanger en door de President uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof van Justitie van Vrijdag, 18 januari 2008, in tegenwoordigheid van mr. R.R. Brijobhokun, Fungerend-Griffier.
w.g. R.R. Brijobhokun
wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd niet in staat het vonnis te ondertekenen.
Partijen, verzoeker vertegenwoordigd door advocaat mr. K.J. Hok A Hin namens zijn gemachtigde, advocaat mr. A.R. Baarh en verweerder vertegenwoordigd door advocaat mr. S. Bikharie namens zijn gemachtigde, advocaat mr. H.A.M. Essed, zijn bij de uitspraak ter terechtzitting verschenen.
Voor afschrift
De Griffier van het Hof van Justitie,
mr. M.E. van Genderen-Relyveld.