- Instantie Hof van Justitie
- Zaaknummer G.R. no. 14361
- Uitspraakdatum 04 april 2008
- Publicatiedatum 10 april 2026
- Rechtsgebied Civiel recht
-
Inhoudsindicatie
Appellanten hadden naar het oordeel van het Hof, ingevolge artikel 264 lid 3 jo artikel 119 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, appél moeten aantekenen binnen dertig dagen nà 28 oktober 2004 en niet binnen dertig dagen nà 7 april 2003.
De consequentie van het vorengaande is, dat appellanten door voortijdig van het middel van hoger beroep gebruik te maken, daarin niet ontvankelijk verklaard zullen worden.
Uitspraak
HET HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME
GENERALE ROL: 14361
A. [Appellant sub A], weduwe van [naam 1],
B. [Appellant sub B], student, beiden wonende aan [adres 1], ten deze domicilie kiezende aan Einaarstraat no.8, door wie tot hun aller gemachtigde is gesteld, mr. F.F.P. Truideman, advocaat,
appellanten,
t e g e n
[Geïntimeerde], industrieel, wonende aan [adres 2],
geïntimeerde,
De President spreekt in deze zaak, in Naam van de Republiek, het navolgende vonnis uit:
(Betalend) Het Hof van Justitie van Suriname;
Gezien de stukken van het geding waaronder:
- het in afschrift overgelegd vonnis van de Kantonrechter in het Eerste Kanton van 7 april 2003 tussen partijen gewezen;
- het proces-verbaal van de Griffier van het Eerste Kanton van 24 april 2003, waaruit blijkt van het instellen van hoger beroep;
Gehoord partijen bij monde van haar respectieve advocaten;
TEN AANZIEN VAN DE FEITEN:
Overwegende, dat uit de stukken van het geding in eerste aanleg blijkt, dat [GEÏNTIMEERDE] als eisende partij in eerste aanleg zich bij verzoekschrift tot de Kantonrechter in het Eerste Kanton heeft gewend, daarbij stellende:
- dat eiser de volgende vordering wenst in te stellen tegen:
- [Appellant sub A], weduwe van [naam 1],
- [Appellant sub B], student, beiden wonende aan [adres 1], gedaagden;
- dat [appellant sub A] op 25 september 1980 te Paramaribo is bevallen van een kind van het mannelijk geslacht aan welke de voornamen zijn gegeven van [appellant sub B];
- dat GEDAAGDE SUB A eind tachtiger jaren in contact is gekomen met [naam 1], uit welke verhouding een relatie ontstond en op aandringen van de gedaagde sub A is zij op 22 april 1995 te Paramaribo met [naam 1], zonder het maken van huwelijksvoorwaarden in het huwelijk getreden, nadat laatstgenoemde reeds bij testament had voorzien in hetgeen moest gebeuren na zijn overlijden;
- dat [naam 1], zoon van eiser, kort voor en bij de voltrekking van voormeld huwelijk met toestemming van de moeder de gedaagde sub 2, [appellant sub B], heeft erkend als zijn natuurlijk kind en deze bij het opvolgend huwelijk gewettigd;
- dat eiser als vader tevens bloedverwant van [naam 1], nu wijlen, en de jure grootvader en bloedverwant van [APPELLANT SUB B] tegen deze erkenning wenst op te komen, vermits deze is gedaan in strijd met de werkelijkheid, aangezien [naam 1] niet de biologische vader is (geweest) van voornoemd kind;
- dat gedaagde die thans op leeftijd is, vreest dat, indien hij niet tegen deze wettiging c.q. erkenning opkomt, gedaagde sub B ten onrechte in zijn nalatenschap waarvan het kind erfgenaam zal worden, zou kunnen profiteren ten NADELE van de overige kinderen en bloedverwanten van eiser;
- dat de biologische zoon van de eiser, [naam 1], die op 14 januari 1998 te Paramaribo is overleden, reeds in 1991 in zijn nalatenschap heeft voorzien waarbij hij zijn latere echtgenote, de gedaagde sub A en diens zoon, die bij het huwelijk op 22 april 1995 erkend c.q. gewettigd werd als in het testament is aangegeven heeft bedacht;
- dat eiser, gezien het bovenstaande, genoodzaakt is om de betwisting van de erkenning in rechte in te roepen, vermits hij recht en belang daartoe heeft;
- dat eiser dan ook zal vorderen dat geldig zal worden verklaard de betwisting van de erkenning c.q. de wettiging, gedaan door zijn zoon, [naam 1], bij akte van de ambtenaar van de Burgerlijke Stand van Paramaribo dd. 22 april 1995 van de minderjarige [APPELLANT SUB B] voorheen geheten [naam 2], geboren op 25 september 1980 te Paramaribo, op gronden alvorens aangegeven.
Overwegende, dat de eisende partij op deze gronden heeft gevorderd:
dat bij vonnis geldig zal worden verklaard de betwisting van de erkenning gedaan door [naam 1], bij akte van de ambtenaar van de Burgerlijke Stand te Paramaribo op 22 april 1995 van de minderjarige: [appellant sub B], geboren op 25 september 1980 te Paramaribo.
Kosten rechtens;
Overwegende, dat de gemachtigde van eiser een hier als geinsereerd aan te merken schriftelijke conclusie tot verbetering heeft overgelegd en doorhaling heeft gevraagd dat gedaagde als moeder voogdes optreedt van haar zoon [appellant sub B] aangezien hij de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt;
Overwegende, dat [appellant sub A] en [appellant sub B] als gedaagden partij in eerste aanleg bij conclusie van antwoord – welke geacht moet worden te dezer plaatse te zijn ingelast – de vordering heeft bestreden en daarbij heeft geconcludeerd:
dat eiser zijn vordering zal worden ontzegd als zijnde ongegrond en onbewezen althans hem in deze niet ontvankelijk zal worden verklaard;
Overwegende, dat partijen vervolgens bij conclusies van repliek en dupliek hun stellingen nader hebben toegelicht en verdedigd, waarna de Kantonrechter bij vonnis van 7 april 2003 op de daarin opgenomen gronden:
De betwisting van de erkenning geldig, gedaan door [naam 1], bij akte van de ambtenaar van de Burgerlijke Stand te Paramaribo op 22 april 1995 van de minderjarige [appellant sub B], geboren op 25 september 1980 te Paramaribo geldig heeft verklaard;
Gedaagden heeft veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van eiser gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op Sf. 72.535,–;
Overwegende, dat blijkens hogervermeld proces-verbaal d.d. 24 april 2003 [appellant sub A] en [appellant sub B] in hoger beroep zijn gekomen van voormeld eindvonnis van 7 april 2003;
Overwegende, dat bij exploit van deurwaarder Denny Armand van Brussel van 6 november 2007 aan geïntimeerde aanzegging van het ingestelde hoger beroep is gedaan, terwijl uit de ten processe aanwezige stukken blijkt, dat de rechtsdag voor de behandeling der zaak in hoger beroep voor het Hof van Justitie aan partijen is aangezegd;
Overwegende, dat de geïntimeerde per deurwaardersexploit opgeroepen was om op de terechtzitting van 7 maart 2008 aanwezig te zijn, doch is hij niet verschenen, waarna de gemachtigde van appellanten, advocaat mr. B.A.H. Pick namens advocaat mr. F.F.P. Truideman recht op stukken heeft gevraagd;
Overwegende, dat het Hof hierna vonnis in de zaak heeft bepaald op heden.
TEN AANZIEN VAN HET RECHT:
Overwegende, dat, naar uit het procesdossier blijkt, tussen appellanten als gedaagden en geïntimeerde als eiser op 7 april 2003 vonnis gewezen en uitgesproken is in de zaak, bekend in het Algemeen Register onder nummer 01/3063, waarvan het dictum luidt: Verklaren geldig de betwisting van de erkenning, gedaan door [naam 1], bij akte van de ambtenaar van de Burgerlijke Stand te Paramaribo op 22 april 1985 van de minderjarige [appellant sub B], geboren op 25 september 1980 te Paramaribo;
Veroordelen gedaagden in de proceskosten, aan de zijde van eiser gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op Sf. 72.535,–;
Overwegende, dat, naar voorts uit het procesdossier blijkt, appellanten noch in persoon noch bij gemachtigde bij de uitspraak ter terechtzitting verschenen zijn;
Overwegende, dat de wetgever in artikel 119 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft voorgeschreven, dat de Griffier aan een partij die bij de uitspraak van een eindvonnis niet in persoon of bij gemachtigde tegenwoordig is, de inhoud van dat vonnis bij aangetekende dienstbrief moet mededelen;
dat de bedoeling van deze wetsbepaling geen andere kan zijn dan dat ook de bij de uitspraak afwezige partijen van de inhoud van het eindvonnis op de hoogte zullen zijn opdat zij zich over eventueel daartegen aan te wenden rechtsmiddelen kunnen beraden;
Overwegende, dat, naar wijders uit het procesdossier blijkt, aan appellanten bij dienstbrief de dato 28 oktober 2004 de inhoud van het van 7 april 2003 daterend eindvonnis is medegedeeld;
Overwegende, dat appellanten, naar tevens uit het procesdossier blijkt, bij van 23 april 2003 daterend schrijven van hun raadsman, mr. F.F.P.
Truideman, welk schrijven gericht werd aan de Griffier der Kantongerechten, op 24 april 2003 in hoger beroep zijn gekomen van het van 7 april 2003 daterend eindvonnis;
Overwegende, dat appellanten, naar het oordeel van het Hof, ingevolge artikel 264 lid 3 jo artikel 119 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, appél hadden moeten aantekenen binnen dertig dagen nà 28 oktober 2004 en niet binnen dertig dagen nà 7 april 2003;
Overwegende, dat de consequentie van het zojuist overwogene is, dat appellanten, door voortijdig van het middel van hoger beroep gebruik te maken, daarin niet ontvankelijk verklaard zullen worden;
Gezien de betrekkelijke wetsartikelen;
RECHTDOENDE IN HOGER BEROEP:
Verstaat dat appellanten niet overeenkomstig de terzake geldende wettelijke bepalingen van het middel van hoger beroep gebruik hebben gemaakt;
Verklaart de appellanten niet ontvankelijk in het door hen ingestelde hoger beroep;
Veroordeelt de appellanten in de kosten van het hoger beroep aan de zijde van geïntimeerde gevallen en begroot op SRD.nihil;
Met inbegrip van het door het Hof aan hun advocaat voor het door hem gehouden pleidooi toegekende salaris van SRD.150,–;
Bepalende het Hof het salaris van de advocaat van de geïntimeerde eveneens op SRD.150,–;
Aldus gegeven door de heren: mr. J.R. von Niesewand, President, mr. A.A. Hermelijn en mr. A. Charan, Leden-Plaatsvervanger en door de President uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof van Justitie van Vrijdag, 4 april 2008, in tegenwoordigheid van mr. R.R. Brijobhokun, Fungerend-Griffier.
w.g. R.R. Brijobhokun w.g. J.R. von Niesewand
Bij de uitspraak ter terechtzitting is verschenen, advocaat mr. H.P. Boldewijn namens advocaat mr. F.F.P. Truideman, gemachtigde van appellanten, terwijl geïntimeerde noch in persoon noch bij gemachtigde is verschenen.
Voor afschrift
De Griffier van het Hof van Justitie,
mr. M.E. van Genderen-Relyveld.