- Instantie Hof van Justitie
- Zaaknummer G.R. no. 14342
- Uitspraakdatum 16 mei 2008
- Publicatiedatum 10 april 2026
- Rechtsgebied Civiel recht
-
Inhoudsindicatie
Appellanten hadden in casu conform artikel 264 lid 3 van gemeld Wetboek binnen dertig dagen nà 19 juni 2006 in hoger beroep moeten komen van het vonnis de dato 15 mei 2006 en nu zij dat niet hebben gedaan is gemeld vonnis sedert 19 juni 2006 in kracht van gewijsde gegaan en mitsdien onherroepelijk geworden.
Uitspraak
HET HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME
GENERALE ROL: 14342
- [Appellant sub A], rechtspersoon, thans gevestigd en kantoorhoudende [plaats] aan [straatnaam 1], voorheen bekend onder de vennootschappelijke naam “NV VSH Servicemij. United Suriname Service Company”;
- [Appellant sub B], wonende te [plaats] aan [straatnaam 2], ten deze domicilie kiezende aan de Dr.Einaarstraat no. 8,
door wie tot hun aller gemachtigde is gesteld, mr. F. F. P. Truideman, advocaat,
appellanten,
t e g e n
[Geïntimeerde], weduwe van [naam 1], wonende [plaats], ten deze domicilie kiezende aan de Henck Arronstraat no. 50, bij het Advocatenkantoor Carrilho / Kensmil, voor wie als gemachtigde optreedt, mr. R. L. Kensmil, advocaat,
geïntimeerde,
De President spreekt in deze zaak, in Naam van de Republiek, het navolgende vonnis uit:
(Betalend) Het Hof van Justitie van Suriname;
Gezien de stukken van het geding waaronder:
- de in afschrift overgelegde vonnissen van de Kantonrechter in het Eerste Kanton van 3 juni 2003 en 15 mei 2006 tussen partijen gegeven;
- het proces-verbaal van de Griffier van het Eerste Kanton van 29 mei 2006, waaruit blijkt van het instellen van hoger beroep;
Gehoord partijen bij monde van haar respectieve advocaten;
TEN AANZIEN VAN DE FEITEN:
Overwegende, dat uit de stukken van het geding in eerste aanleg blijkt, dat [geintimeerde]als eisende partij in eerste aanleg zich bij verzoekschrift tot de Kantonrechter in het Eerste Kanton heeft gewend, daarbij stellende:
- Dat eiseres de navolgende vordering wenst in te stellen tegen:
A. [Appellant sub A], rechtspersoon, thans gevestigd en kantoorhoudende te [plaats] aan [straatnaam 1], voorheen bekend onder de vennootschappelijke naam “NV VSH Servicemij. United Suriname Service Company”;
B. [Appellant sub B], wonende te [plaats] aan [straatnaam 2], gedaagden;
2. Dat blijkens de hierbij in fotocopie overgelegde Verklaring van Erfrecht opgemaakt door de te Paramaribo residerende notaris Mr. L. D. Hirasing, eiseres in gemeenschap van goederen gehuwd is geweest met haar op 28 januari 2002, te Paramaribo ab intestato overleden echtgenoot, [naam 1], uit welk huwelijk geboren is het nog in leven zijnde minderjarig kind [naam 2], over welk minderjarig kind eiseres van rechtswege de voogdij uitoefent; (Produktie 1)
3. Dat blijkens voorschreven Verklaring van Erfrecht, eiseres en haar voornoemd minderjarig kind, de enigen zijn die gerechtigd zijn tot de onverdeelde nalatenschap van haar overleden echtgenoot;
4. Dat tot de onverdeelde nalatenschap van de overleden echtgenoot van eiseres onder meer behoren 3150 (drieduizend eenhonderdenvijftig) der 6300 (zesduizenddriehonderd) geplaatste aandelen van het maatschappelijk kapitaal van gedaagde sub A.
Als bewijs overlegt eiseres hierbij in fotocopie:
– Een exemplaar van de notulen van een op 25 juni 1998 te [plaats] gehouden Algemene Vergadering van aandeelhouders der genoemde vennootschap, waaruit blijkt, dat de overleden echtgenoot van eiseres destijds als enige aandeelhouder, tevens direkteur der vennootschap, als voorzitter der gehouden algemene vergadering van aandeelhouders is opgetreden (Produktie II)
– Een exemplaar van de Statuten der Vennootschap (Produktie III)
– Een exemplaar van een uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel te [plaats] d.d. 25 maart 2002, betreffende de inschrijving der vennootschap in vorenbedoeld register; (Produktie IV)
5. Dat door voorschreven naamloze vennootschap in het gebouw gelegen te [plaats] aan [straatnaam 1], een winkelbedrijf voor de verkoop van onder meer tweede-handse auto-onderdelen wordt geëxploiteerd;
6. Dat blijkens de hiervoren overgelegde Verklaring van Erfrecht, ingevolge de wet eiseres pro se en qualitate qua, de enige die gerechtigd is de rechten die verbonden zijn aan de tot de onverdeelde nalatenschap van haar overleden echtgenoot behorende 3150 aandelen in het maatschappelijk kapitaal van gedaagde sub A, uit te oefenen;
7. Dat eiseres hierbij in fotocopie overlegt de notulen van de op 20 maart 2002, ten kantore van de notaris Ramdew Ramauter, gehouden bijzondere Algemene Vergadering van aandeelhouders van gedaagde sub A (Produktie V);
8. Dat blijkens de overgelegde notulen der gehouden Bijzondere Algemene Vergadering van aandeelhouders der Vennootschap, ter vergadering aanwezig zijn geweest:
– Gedaagde sub B, rechtmatig vertegenwoordigende 3150 (drieduizendeenhonderdenvijftig) der 6300 (zesduizenddriehonderd) der geplaatste aandelen van het maatschappelijk kapitaal van voorschreven vennootschap, welke door haar rechtmatig zijn verworven blijkens de hierbij in fotocopie overgelegde akte van eigendomsoverdracht d.d. 24 augustus 2000 opgemaakt en ondertekend door de erflater van eiseres; (Produktie VI)
– Eiseres, rechtmatig vertegenwoordigende de overige 3150 aandelen van het maatschappelijk kapitaal der vennootschap, blijkende uit de hiervoren overgelegde Produktie II;
9. Dat blijkens de overgelegde notulen ter vergadering voorts aanwezig zijn geweest:
– [naam 3], ter vergadering vertegenwoordigd door gedaagde sub B, krachtens een onderhandse akte van volmacht,;
–– [Naam 4];
– [Naam 5];
10. Dat blijkens de notulen der vergadering de in het voorgaande sustenu genoemde personen zich ter vergadering als aandeelhouders der vennootschap zouden hebben gelegitimeerd middels akten van eigendomsverkrijging d.d. 26 juli 2000, elk vertegenwoordigende respectievelijk 650 (zeshonderdenvijftig) aandelen; 650 (zeshonderdenvijftig) aandelen en 850 (achthonderdenvijftig) aandelen in het maatschappelijk kapitaal;
Eiseres wenst hierbij aan te tekenen, dat inzage van de hierboven bedoelde akten van eigendomsverkrijging, haar ter vergadering werd geweigerd, ondanks een daartoe gedaan verzoek;
11. Dat bedoelde akten van eigendomsverkrijging van aandelen der vennootschap van de in het 8e sustenu genoemde personen als bijlagen werden gevoegd aan de aan eiseres door de notulist in afschrift toegezonden notulen, welke door hem van de gehouden vergadering van aandeelhouders zijn opgemaakt;
12. Dat eiseres nadrukkelijk wenst te stellen en hierbij aan te tekenen, dat de akten van eigendomsverkrijging van aandelen in de vennootschap der in het 8e sustenu genoemde personen, welke in fotokopie als Productie VII, VIII en IX aan de rechter worden overgelegd, vals zijn, althans valselijk zijn opgemaakt en ondertekend;
Eiseres verzoekt de rechter de hierboven overgelegde producties onder 1 tot en met IX als hierbij ingelast en geïnsereerd te beschouwen;
13. Dat eiseres de in het voorgaande sustenu bedoelde akten van eigendomsverkrijging van aandelen in het maatschappelijk kapitaal van gedaagde sub A, nadrukkelijk van valsheid wenst te betichten, aangezien eiseres de onder bedoelde akten geplaatste handtekening van de vervreemder der genoemde aandelen niet als handtekening van haar erflater erkent;
14. Dat eiseres wenst aan te tekenen, dat bij tegenspraak door gedaagden van het door eiseres in het 11e en 12e sustenu gestelde, gedaagden de echtheid der akten van eigendomsverkrijging der in het 8e sustenu genoemde personen, zij gedaagden, de echtheid van bedoelde akten ingevolge de wet dan in rechte zullen moeten bewijzen;
15. Dat blijkens de hiervoren overgelegde notulen der gehouden Bijzondere Algemene Vergadering van aandeelhouders der vennootschap d.d. 20 maart 2002, de besluiten ter vergadering genomen, met name het besluit tot aanwijzing van gedaagde sub B als voorzitter der gehouden vergadering en het besluit genomen onder agenda punt 3 tot benoeming van gedaagde sub B tot directeur der vennootschap, met een meerderheid der uitgebrachte stemmen zouden zijn aangenomen;
16. Dat eiseres hierbij wenst aan te tekenen, dat blijkens de overgelegde notulen, zij eiseres, rechtmatig vertegenwoordigende 3150 der geplaatste aandelen van het maatschappelijk kapitaal, nadrukkelijk tegen zowel het voorstel tot de aanwijzing van gedaagde sub B als voorzitter der gehouden vergadering alsook tegen het voorstel tot de benoeming van gedaagde sub B tot directeur der vennootschap heeft gestemd, terwijl gedaagde sub B rechtmatig vertegenwoordigende 3150 aandelen ten gunste van bedoelde voorstellen heeft gestemd, weshalve ter vergadering van een staking der rechtens uitgebrachte stemmen sprake is geweest;
17. Dat de in de notulen gestelde meerderheid waarmee bedoelde voorstellen zouden zijn aangenomen, slechts is bereikt door het bijwonen der gehouden vergadering van aandeelhouders, door de in het 8e sustenu genoemde personen, die evenwel geen, althans geen rechtmatige aandeelhouders zijn, weshalve het uitbrengen van stemmen door bedoelde personen over bedoelde besluiten als zijnde in strijd met de wet en met de Statuten der vennootschap, onrechtmatig is geweest, weshalve de besluiten tot de aanwijzing van gedaagde sub B tot voorzitter der vergadering en het besluit tot benoeming van gedaagde sub B tot directeur der vennootschap nietig zijn;
18. Dat het eiseres is gebleken, dat gedaagde sub A aan gedaagde sub B reeds gelegenheid verschaft om als directeur der voorschreven naamloze vennootschap op te treden, terwijl gedaagde reeds handelingen als zodanig verricht, waaronder het vervreemden van goederen behorende tot het vermogen van voorschreven vennootschap;
19. Dat gedaagden door als voorschreven te handelen zich jegens de overige aandeelhouders der vennootschap en hun rechthebbenden, waartoe eiseres in privé en q.q. gerechtigd tot de helft der geplaatste aandelen van het maatschappelijk kapitaal van voorschreven vennootschap behoort, schuldig maken aan een onrechtmatige daad, waardoor aan hen schade wordt toegebracht;
Overwegende, dat de eisende partij op deze gronden heeft gevorderd:
dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande verzet of hoger beroep:
I.
Primair:
Voor recht te verklaren, dat de besluiten genomen op de op 20 maart 2002, in het gebouw aan de Heerenstraat no.6 te Paramaribo gehouden bijzondere algemene vergadering van aandeelhouders van de [appellant sub A], met name het besluit tot aanwijzing van gedaagde sub B tot voorzitter der gehouden vergadering en het besluit tot benoeming van gedaagde sub B tot directeur der vennootschap nietig zijn, als zijnde besluiten genomen in strijd met de wet en de Statuten der vennootschap;
Subsidiair:
De besluiten genomen op de op 20 maart 2002, in het gebouw aan de Heerenstraat no.6 te Paramaribo gehouden bijzondere algemene vergadering van aandeelhouders van de [appellant sub A], met name het besluit tot aanwijzing van gedaagde sub B tot voorzitter der gehouden vergadering en het besluit tot benoeming van gerekestreerde sub B tot directeur der vennootschap, als zijnde besluiten genomen in strijd met de wet en de Statuten der vennootschap, te vernietigen;
II. de besluiten genomen op de op 20 maart 2002 te Paramaribo gehouden bijzondere algemene vergadering van aandeelhouders van de [appellant sub A], gevestigd en kantoorhoudende aan [straatnaam 1], met name het besluit tot aanwijzing van gedaagde sub B tot voorzitter der gehouden vergadering en het besluit genomen onder agendapunt 3 van de agenda der vergadering om gedaagde sub B tot directeur der vennootschap te benoemen te schorsen, althans op te schorten, totdat in het door eiseres tegen gedaagde sub B aanhangig gemaakte vordering ten principale over de rechtmatigheid der besluiten zal zijn beslist;
III. Gedaagde sub A te gelasten om gedaagde sub B te verbieden als haar directeur op te treden en of als zodanig handelingen van welke aard dan ook te verrichten;
IV. Gedaagde sub B te verbieden om enige handeling als directeur der voorschreven naamloze vennootschap te verrichten of te doen verrichten, het openstellen van het winkelbedrijf van de vennootschap, gevestigd te [plaats] aan [straatnaam 1] inbegrepen, totdat over de rechtmatigheid van haar benoeming tot directeur der vennootschap in rechte zal zijn beslist, ingevolge de door eiseres daartoe ingestelde rechtsvordering ten principale;
V. Gedaagden te veroordelen tot een dwangsom van Sf. 20.000.000,= (Twintigmiljoengulden) aan de overige rechtmatige aandeelhouders der vennootschap c.q. eiseres te betalen, voor iedere keer, dat zij het door de rechter te geven verbod overtreedt;
VI. Gedaagden te veroordelen in de kosten van het geding.
Overwegende, dat te dienende dage, partijen vertegenwoordigd door hun respectieve gemachtigde, advocaten mr. R. L. Kensmil en mr. F. F. P. Truideman, ter terechtzitting zijn verschenen, op welke terechtzitting de gemachtigde van eiseres alvorens voor eis overeenkomstig vermeld verzoekschrift te concluderen een conclusie tot aanvulling en verbetering rekest heeft genomen, waarvan de inhoud hier als ingelast dient te worden beschouwd;
Overwegende, dat [appellant sub A] en [appellant sub B] als gedaagden partij in eerste aanleg bij conclusie van antwoord – onder overlegging van productie’s, welke geacht moeten worden te dezer plaatse te zijn ingelast – de vordering heeft bestreden en daarbij heeft geconcludeerd:
dat eiseres haar vordering zal worden ontzegd als zijnde ongegrond en onbewezen althans haar in deze niet ontvankelijk te verklaren;
Overwegende, dat partijen vervolgens bij conclusie van repliek onder overlegging van producties, welke hier als ingelast dient te worden beschouwd en bij conclusie van dupliek hun stellingen nader hebben toegelicht en verdedigd, waarna de Kantonrechter bij vonnis van 3 juni 2003 in de daarin opgenomen gronden alvorens verder te beslissen een comparitie van partijen heeft gelast en iedere verdere beslissing heeft aangehouden;
Overwegende, dat de door Kantonrechter bevolen comparitie van partijen is gehouden op 20 november 2003 waarvan een proces-verbaal is opgemaakt welke hier als ingelast dient te worden beschouwd;
Overwegende, dat de gemachtigde van eiseres hierna een conclusie na gehouden comparitie van partijen heeft genomen, onder overlegging van producties, waarvan de inhoud – alsmede die van de overgelegde producties – hier als ingelast dient te worden beschouwd;
Overwegende, dat de gemachtigde van gedaagde eveneens een conclusie na gehouden comparitie van partijen heeft genomen, waarna vonnis is bepaald;
Overwegende, dat de Kantonrechter bij vonnis van 15 mei 2006 op de daarin opgenomen gronden:
Voor recht heeft verklaard dat de besluiten, genomen op de op 20 maart 2002 in het gebouw aan de Heerenstraat no. 6 gehouden bijzondere algemene vergadering van aandeelhouders van de [appellant sub A] nietig zijn, met name het besluit tot aanwijzing van [APPELLANT SUB B] tot voorzitter der gehouden vergadering en het besluit tot benoeming van [APPELLANT SUB B] tot directeur der vennootschap.
De besluiten genomen op de voornoemde vergadering heeft geschorst, met name het besluit tot aanwijzing van [APPELLANT SUB B] tot voorzitter der gehouden vergadering en het besluit tot benoeming van [APPELLANT SUB B] tot directeur der vennootschap, totdat in het door [GEINTIMEERDE] tegen [APPELLANT SUB B] aanhangig gemaakte vordering ten principale over de rechtmatigheid der besluiten zal zijn beslist.
[APPELLANT SUB A]. heeft gelast om [APPELLANT SUB B] te verbieden als haar directeur op te treden en of als zodanig handelingen van welke aard dan ook te verrichten.
[APPELLANT SUB B] heeft verboden om enige handeling als directeur van [appellant sub A] te verrichten of te doen verrichten, inbegrepen het openstellen van het winkelbedrijf van de vennootschap, gevestigd te Paramaribo aan [straatnaam 1].
Gedaagden heeft veroordeeld om aan [GEÏNTIMEERDE] te betalen een dwangsom van SRD. 20.000= (twintigduizend Surinaamse Dollars), voor iedere keer dat zij in strijd handelen met dit vonnis.
Dit vonnis voor wat betreft het condemnatoir gedeelte, 5.2 tot en met 5.5 uitvoerbaar bij voorraad heeft verklaard.
Gedaagden heeft veroordeeld in de kosten aan de zijde van [GEÏNTIMEERDE] gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op SRD 50, 28 (vijftig en 28/100 Surinaamse Dollars).
Het meer of anders gevorderde heeft afgewezen.
Overwegende, dat blijkens hogervermeld proces-verbaal d.d. 29 mei 2006 [appellant sub A] en [APPELLANT SUB B] in hoger beroep zijn gekomen van voormeld eindvonnis van 15 mei 2006;
Overwegende, dat bij exploit van deurwaarder Denny Armand van Brussel van 26 maart 2007 aan geïntimeerde aanzegging van het ingestelde hoger beroep is gedaan, terwijl uit de ten processe aanwezige stukken blijkt, dat de rechtsdag voor de behandeling der zaak in hoger beroep voor het Hof van Justitie aan partijen is aangezegd;
Overwegende, dat de gemachtigden van partijen te dienende dage de zaak bij pleidooi nader hebben toegelicht en verdedigd, hebbende de gemachtigde van appellanten bij pleitnota producties overgelegd, wordende de inhoud – alsmede die van de overgelegde producties – hier als ingelast beschouwd;
Overwegende, dat het Hof hierna vonnis in de zaak heeft bepaald op heden.
TEN AANZIEN VAN HET RECHT:
Overwegende, dat, naar blijkt uit het procesdossier, tussen de eiseres als geïntimeerde en gedaagden als appellanten in de zaak, bekend in het Algemeen Register onder nummer 12/1443 door de Kantonrechter in het Eerste Kanton op 15 mei 2006 vonnis gewezen en uitgesproken is, waarvan het dictum luidt:
5.1. Verklaart voor recht dat de besluiten, genomen op de op 20 maart 2002 in het gebouw aan de Heerenstraat no.6 gehouden bijzondere algemene vergadering van aandeelhouders van [appellant sub A] nietig zijn, met name het besluit tot aanwijzing van [APPELLANT SUB B] tot voorzitter der gehouden vergadering en het besluit tot benoeming van [APPELLANT SUB B] tot directeur der vennootschap.
5.2. Schorst de besluiten genomen op de voornoemde vergadering, met name het besluit tot aanwijzing van [APPELLANT SUB B] tot voorzitter der gehouden vergadering en het besluit tot benoeming van [APPELLANT SUB B] tot directeur der vennootschap, totdat in het door [GEÏNTIMEERDE] tegen [APPELLANT SUB B] aanhangig gemaakte vordering ten principale over de rechtmatigheid der besluiten zal zijn beslist.
5.3. Gelast [APPELLANT SUB A] om [APPELLANT SUB B] te verbieden als haar directeur op te treden en of als zodanig handelingen van welke aard dan ook te verrichten.
5.4. Verbiedt [APPELLANT SUB B] om enige handeling als directeur van [appellant sub A] te verrichten of te doen verrichten, inbegrepen het openstellen van het winkelbedrijf van de vennootschap, gevestigd te [plaats] aan [straatnaam 1].
5.5. Veroordeelt gedaagden om aan [GEÏNTIMEERDE] te betalen een dwangsom van SRD 20.000,– (twintigduizend Surinaamse Dollars), voor iedere keer dat zij in strijd handelen met dit vonnis.
5.6 Verklaart dit vonnis voor wat betreft het condemnatoir gedeelte, 5.2 tot en met 5.5 uitvoerbaar bij voorraad.
5.7. Veroordeelt gedaagden in de kosten aan de zijde van [GEÏNTIMEERDE] gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op SRD 50,28 (Vijftig en 28/100 Surinaamse Dollars).
5.8. Wijst af het meer of anders gevorderde.
Overwegende, dat appellanten als gedaagden in eerste aanleg niet persoonlijk bij de uitspraak in prima tegenwoordig zijn geweest en daarbij evenmin aanwezig was de advocaat, die volgens dat vonnis als hun gemachtigde optrad;
Overwegende, dat, naar voorts uit het procesdossier blijkt, appellanten bij schrijven van hun advocaat, mr. F. F. P. Truideman, de dato 29 mei 2006 van het vonnis de dato 15 mei 2006 in hoger beroep zijn gekomen;
Overwegende, dat, naar luid van artikel 264 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de termijn voor hoger beroep dertig dagen is gerekend van de dag der uitspraak of, indien de eiser in beroep bij de uitspraak niet tegenwoordig is geweest, van de dag waarop het eindvonnis hem volgens dit Wetboek is medegedeeld;
Overwegende, dat de wetgever in artikel 119 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft voorgeschreven, dat de Griffier aan een partij die bij de uitspraak van een eindvonnis niet in persoon of bij gemachtigde tegenwoordig is, de inhoud van dat vonnis bij aangetekende dienstbrief moet mededelen; dat de bedoeling van deze wetsbepaling geen andere kan zijn dan dat ook de bij de uitspraak afwezige partijen van de inhoud van het eindvonnis op de hoogte zullen zijn, opdat zij zich over eventueel daartegen aan te wenden rechtsmiddelen kunnen beraden;
Overwegende, dat, naar het Hof gebleken is, de Kantonrechter conform het bepaalde in artikel 119 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de inhoud van het vonnis de dato 15 mei 2006 aan de appellanten bij aangetekende dienstbrief de dato 19 juni 2006 heeft doen mededelen;
Overwegende, dat appellanten in casu conform artikel 264 lid 3 van gemeld Wetboek binnen dertig dagen nà 19 juni 2006 in hoger beroep hadden moeten komen van het vonnis de dato 15 mei 2006 en nu zij dat niet hebben gedaan is gemeld vonnis sedert 19 juni 2006 in kracht van gewijsde gegaan en mitsdien onherroepelijk geworden;
Overwegende, dat het Hof mitsdien beslissen zal als in het dictum van dit vonnis te vermelden; bespreking van de tegen het beroepen vonnis ontwikkelde grieven geheel in het midden latend;
RECHTDOENDE IN HOGER BEROEP:
Verklaart appellanten niet ontvankelijk in hun tegen het vonnis de dato 15 mei 2006 aangetekend appel;
Veroordeelt appellanten in de kosten van het hoger beroep aan de zijde van geïntimeerde gevallen en begroot op SRD. 350,–;
Met inbegrip van het door het Hof aan hun advocaat voor het door hem gehouden pleidooi toegekende salaris van SRD. 350,–;
Bepalende het Hof het salaris van de advocaat van appellanten eveneens op SRD. 350,–.
Aldus gewezen door de heren: mr. J. R. Von Niesewand, President, mr. D. D. Sewratan, Lid en mr. A. Charan, Lid-Plaatsvervanger en door de President uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof van Justitie van Vrijdag, 16 mei 2008, in tegenwoordigheid van mr. R. R. Brijobhokun, Fungerend-Griffier.
w.g. R. R. Brijobhokun w.g. J. R. Von Niesewand
Partijen vertegenwoordigd door hun respectieve gemachtigden, advocaten mr. F. F. P. Truideman en mr. R. L. Kensmil, zijn bij de uitspraak ter terechtzitting verschenen.