De kantonrechter heeft op 30 juni 2026 de verdachten A.R., J.K., K.L., S.W., K.v.B., S.d.J. en R.W. vrijgesproken van de gehele tenlastelegging. Aan de verdachten waren de feiten doodslag, zware mishandeling de dood ten gevolge hebbend en dood door schuld ten laste gelegd. Volgens de kantonrechter hebben de verdachten A.R., J.K., K.L. en S.W. zich niet schuldig gemaakt aan de tenlastegelegde feiten. De verdachten K.v.B., S.d.J. en R.W. hebben zich wel schuldig gemaakt aan het feit dood door schuld maar de kantonrechter heeft dit feit niet strafbaar geacht omdat er sprake was van een noodsituatie. Verder is gebleken dat zij steeds hebben gehandeld volgens het politiehandvest.
De officier van justitie had op 3 februari 2026 tegen alle verdachten voor het feit medeplegen van zware mishandeling de dood ten gevolge hebbend een gevangenisstraf geëist van twaalf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Voor het feit doodslag vroeg de vervolging om vrijspraak. Volgens de officier van justitie was er geen sprake van noodweerexces.
Op 10 maart 2026 hadden de raadslieden van de verdachten de kantonrechter verzocht om algehele vrijspraak voor alle verdachten.
De kantonrechter heeft bij de bewijsmotivering tegen de verdachten A.R., J.K., K.L. en S.W. overwogen dat het wettig en overtuigend bewijs ontbreekt. Dit blijkt uit de verklaringen van de verdachten, getuigen, de patholoog-anatoom, de reconstructie op locatie en de omstandigheden van het gebeuren. Volgens de kantonrechter is niet komen vast te staan de het slachtoffer Wolfjager door een politiekogel is geraakt en/of door de politie is doodgeschoten omdat er over en weer werd geschoten. Daarnaast kan aan de verdachten niet het verwijt worden gemaakt dat zij het slachtoffer niet op tijd medische hulp hebben geboden omdat zij pas na instructies van hoger hand het bos konden betreden alwaar het slachtoffer werd gevonden. Bij de bewijsmotivering tegen de verdachten K.v.B., S.d.J. en R.W. heeft de kantonrechter in acht genomen dat er sprake was van een noodsituatie en dat de agenten hebben gehandeld uit verdediging en binnen de grenzen van de aan hen toegekende bevoegdheden als politieagenten.
Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-strafzaak-politieambtenaren-pikin-saron-van-14-mei-2026/
Paramaribo, 30 juni 2026
Communicatie Unit Hof van Justitie