- Instantie Hof van Justitie
- Zaaknummer Artikel 54c Sv.
- Uitspraakdatum 09 juni 2023
- Publicatiedatum 11 september 2026
- Rechtsgebied Strafrecht
-
Inhoudsindicatie
Het Hof verwerpt het beroep tegen de beslissing van de Rechter-Commissaris tot verlenging van de inverzekeringstelling van verdachte. Naar het oordeel van het Hof is sprake van een redelijk vermoeden van schuld. De door de verdachte afgelegde verklaringen worden tegengesproken door de resultaten van het technisch onderzoek naar mobiel verkeer. Deze gegevens zijn objectief en niet te manipuleren. De tegenstrijdige verklaringen die zijn afgelegd moeten worden onderzocht daarom is het nodig dat de verdachte in detentie wordt gehouden aanwezig.
Uitspraak
HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME
BESCHIKKING IN RAADKAMER VOOR STRAFZAKEN,
(Ex artikel 54 c van het Wetboek van Strafvordering)
OP HET HOGER BEROEP VAN DE APPELLANT, [APPELLANT], tegen de beschikking van de Rechter – Commissaris belast met de behandeling van strafzaken bij de Kantongerechten d.d. 9 juni 2023 ter zake het verzoek tot invrijheidstelling (ex artikel 54 a van het Wetboek van Strafvordering).
Grondslag van de inverzekeringstelling
Appellant voornoemd is op 12 mei 2023 in verzekering gesteld terzake overtreding van de artikelen 188 van het Wetboek van Strafrecht; 3 lid 1a en b Sub A, B en C van de Wet Verdovende Middelen; 3 lid 1a en b Sub A, B en C van de Wet Verdovende Middelen jo 73 van het Wetboek van Strafrecht; 3 lid 1a en b Sub A, B en C jo 11 jo 12 van de Wet Verdovende Middelen;
Het verloop van de behandeling
Het Hof heeft kennis genomen van het beroepschrift d.d. 13 juni 2023 en de inhoud van het (voorlopig) strafdossier.
Vervolgens heeft het Hof bij beschikking van 13 juni 2023 bepaald dat de behandeling van het hoger beroep in raadkamer op donderdag 15 juni 2023 om 08.30 uur des voormiddags zal plaatsvinden.
Op de hiervoor vermelde datum heeft de behandeling van het hoger beroep in raadkamer plaatsgevonden, waarbij zijn gehoord;
– de waarnemend Procureur-Generaal, mr. N. Maikoe, namens het Openbaar
Ministerie.
– de advocaat mr. S. Ramman, die waarneemt voor mr. Ch. Algoe, advocaat bij het
Hof van Justitie.
– de appellant (telefonisch).
Beschikking van de Rechter – Commissaris
Bij beschikking d.d. 09 juni 2023 heeft de Rechter-Commissaris belast met de behandeling van strafzaken bij de Kantongerechten het verzoek tot invrijheidstelling van de appellant afgewezen en de verlenging van zijn inverzekeringstelling rechtmatig verklaard.
Ontvankelijkheid van de appellant
De beschikking van de rechter-commissaris is gedateerd 09 juni 2023. De beschikking is op maandag 12 juni 2023 aan de verdachte bekend gemaakt. Het beroepschrift tegen de beschikking van de rechter-commissaris is op 13 juni 2023 ingediend bij de griffier van de rechter-commissaris, die het onmiddellijk heeft doorgeleid naar de griffier van het Hof van Justitie; hierdoor is het beroep binnen de in artikel 54c lid 1 van het wetboek van Strafvordering vastgestelde termijn ingediend, zodat appellant in principe ontvankelijk is in zijn appèl.
De grieven van appellant
De raadsman heeft namens de appellant grieven opgeworpen, met het oog op vernietiging van de beschikking van de Rechter-Commissaris en opnieuw rechtdoende de onmiddellijke invrijheidstelling van de appellant te gelasten.
De grieven van appellant komen – verkort en zakelijk weergegeven – op het volgende neer:
- De overweging van de rechter-commissaris, dat “het doel van de verlenging van de inverzekeringstelling is, om de vervolgingsambtenaar in de gelegenheid te stellen om het onderzoek zo ver af te ronden, dat hij in staat moet worden gesteld te beslissen of tegen verzoeker/verdachte door middel van een vordering tot inbewaringstelling een vervolging moet worden gestart dan wel of de verdachte al dan niet met een dagvaarding in vrijheid gesteld kan worden” geeft geenszins antwoord op het verzoek van appellant waarbij uitdrukkelijk is aangegeven dat de aanhouding van appellant onrechtmatig is.
- De verlenging van de inverzekeringstelling heeft als grondslag de dringende noodzakelijkheid welke moet voortvloeien uit een rechtmatige inverzekeringstelling. Nu de inverzekeringstelling niet rechtmatig is, staat het de vervolging vrij om verder onderzoek te doen en de zaak voor te leggen aan de kantonrechter, alleen kan het dwangmiddel niet gehandhaafd worden.
- Appellant stelt dat zijn aanhouding onrechtmatig is, aangezien hij alleen is aangehouden, omdat hij 8 maanden terug een telefoongesprek heeft gevoerd.
- Appellant heeft aangegeven dat hij in [Gebied] is geweest om lokkisten te plaatsten om bijen te kunnen vangen. De lokkisten zijn op zijn aanwijzing ook aangetroffen. Hiermede is zijn alibi ook komen vast te staan.
- De overweging van de rechter-commissaris dat er nog onderzoek handelingen gepleegd dienen te worden is evenmin begrijpelijk.
- Appellant heeft zich kilometers ver van het illegaal geland voertuig bevonden. Hij is wel langs [Plaats] gereden.
- Appellant heeft daadwerkelijk getracht een telefoontje te plegen met [Naam] en heeft hem niet kunnen bereiken.
- Appellant heeft op 15 en 16 september 2022 meermalen met [Naam] gebeld, omdat hij onderdelen voor zijn voertuig zocht, hetgeen hij nadien ook bij [Naam] heeft aangeschaft.
- In de periode 1 augustus tot 30 augustus 2022 is appellant meerdere keren naar [District] geweest, omdat zijn wederhelft te [District] woont alwaar zij kokosolie produceert.
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
Het Openbaar Ministerie heeft naar aanleiding van de grieven, onder meer, het volgende aangevoerd:
- De verdachte heeft verklaringen afgelegd die het technisch-onderzoek dat is gepleegd niet kunnen dragen.
- Een andere verdachte [Naam] is ook aangehouden, omdat een boot op naam van hem ter plaatste is aangetroffen. In de periode dat zaken zijn ontdekt, en ook daarvoor, blijkt dat er een drukke communicatie is geweest tussen de verdachten [Appellant] en [Naam]. De verklaring die de verdachte [Appellant] heeft afgelegd is dat hij motorpech had en inderdaad in de buurt van het [Gebied] was. In dat kader heeft hij [Naam] gebeld, omdat die een technische-man/monteur is.
- De appellant heeft aangegeven in het [Gebied] te zijn geweest om lokkisten te plaatsen om Braziliaanse bijen te kunnen vangen. Het plaatselijk onderzoek op deze aangewezen plek is verricht en vergeleken met de uitdraai van de telefoonmast gegevens van [Ressort]. De verklaring van de verdachte is absoluut niet aannemelijk, het bestrijkingsgebied van de telefoonmast van [Ressort] zou zijn signaal op de aangewezen plek niet kunnen “pakken” als er vanuit die plek gebeld zou worden. Ook is de plaats waar de verdachte zou moeten zijn niet bereikbaar met een voertuig maar alleen met een boot.
- Deze verdachte is als verdachte aangemerkt op grond van de feiten en omstandigheden die naar voren zijn gekomen in dit onderzoek.
- Mensen zijn gehoord uit de omgeving van het adres die hij als eerst heeft opgegeven. Er is aangegeven dat niemand op dat adres woonachtig is. Een buurman die al zestig jaar daar woont heeft gezegd dat hij de verdachte daar nooit eerder heeft gezien. Op een ander adres, opgegeven door de verdachte, hebben de buren ook aangegeven dat er al acht jaar niemand permanent op dat perceel aanwezig is geweest. Al deze zaken maken de verdachte meer verdacht, omdat de verklaringen niet kloppen.
- Ook de afgelegde verklaring dat hij imker is en een bedrijf heeft die kokosolie produceert, klopt niet. Het feit dat hij aangegeven heeft lokkisten in het [Gebied] te hebben gezet strookt niet met de bevindingen van de politie. De politie heeft mensen die meer weet hebben van de imkerswereld geraadpleegd en het is volstrekt niet noodzakelijk noch normaal in de imkerswereld om lokkisten in het [Gebied] te plaatsen. Lokkisten worden juist meer in de kustvlakte aangelegd en niet ver in het binnenland.
- Uiteindelijk heeft deze verzoeker geweigerd zijn medewerking te verlenen aan het vervolgtraject van een onderzoek waarbij er sprake is van money-laundering in het [District]. Dit onderzoek is nog gaande. De bezwaren liggen in het feit dat de verklaring van deze verdachte niet kloppen met het technisch onderzoek dat is gepleegd.
- Er moeten ook nog confrontatie momenten plaatsvinden met de eerder aangehouden verdachte. De verzoeker [Appellant] heeft ook op verschillende momenten aangegeven dat er geen communicatie is geweest tussen hem en [Naam]. Deze verklaring is naast de waarheid. Het bewijsmateriaal van de politie geeft aan dat [Appellant] ruim negen keer heeft gebeld naar [Naam] tussen zes uur in de avond en vier uur in de ochtend op 6 en 7 september 2022, deze oproepen zijn opgevangen door de telefoonmast te [Ressort].
- De vervolging acht in dit stadium van het proces dat er voldoende redenen en belang zijn om de verlenging van de inverzekeringstelling te hanteren.
- De verdachte [Appellant] wordt gedagvaard op 3 juli 2023, zo zal zijn zaak synchroon met de rest van de verdachten lopen. De vervolging eist dat het verzoek wordt afgewezen en dat de beschikking d.d. 9 juni 2023 van de rechter-commissaris mr. I. Sonai wordt bevestigd.
De beoordeling
Naar aanleiding van de grieven van appellante en het standpunt van de vervolgingsambtenaar op de grieven stelt het Hof het volgende voorop.
Het Hof is van oordeel dat er wel sprake is van een redelijke vermoeden van schuld aangezien de technische gegevens van het mobiel verkeer niet te manipuleren zijn. Het is objectief en staat vast in het systeem. Verder zijn er tegenstrijdige verklaringen afgelegd die onderzocht moeten worden en maken dat de dringende noodzakelijkheid om appellant in detentie te houden aanwezig is en de verlenging van de inverzekeringstelling rechtmatig is. Derhalve zal het beroep van Appellant ongegrond worden verklaard.
DE BESLISSING IN HOGER BEROEP
HET HOF:
Verklaart het hoger beroep van verzoeker/appellant [APPELLANT], ongegrond.
Bevestigt de beschikking van de Rechter-Commissaris gegeven op 09 juni 2023.
Deze beschikking is gegeven te Paramaribo op 15 juni 2023 in raadkamer van het Hof van Justitie door: Mr. A. Johanns, Fungerend-President, mr. R. Elgin en mr. J. Kasdipowidjojo, Leden-Plaatsvervangers, in tegenwoordigheid van de ad-hoc fungerend-griffier mw. Z. de Lisle LL.B.
w.g. Z. de Lisle w.g. A. Johanns
w.g. R. Elgin
w.g. J. Kasdipowidjojo
Voor eensluidend afschrift,
De Griffier van het Hof van Justitie,
Namens deze
(mr. E.M. Ommen-Dors)
Substituut-Griffier