SRU-HvJ-2025-15

  • Instantie Hof van Justitie
  • Zaaknummer Artikel 54c Sv.
  • Uitspraakdatum 22 september 2025
  • Publicatiedatum 11 september 2026
  • Rechtsgebied Strafrecht
  • Inhoudsindicatie

    Het Hof vernietigt de beslissing van de Rechter-Commissaris tot onmiddellijke invrijheidstelling van de verdachte omdat de hechtenis niet langer in het belang van het onderzoek zou zijn. De verdachte had goederen uit een inbraak op social media te koop aangeboden. Naar het oordeel van het Hof zijn er voldoende feiten en omstandigheden die een redelijk vermoeden van schuld opleveren van de in het bevel tot inverzekeringstelling genoemde strafbare feiten.

    Strafvordering, diefstal en heling, rechtmatigheid inverzekeringstelling.

Uitspraak

HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME

BESCHIKKING IN RAADKAMER VOOR STRAFZAKEN,

(Ex artikel 54 c van het Wetboek van Strafvordering)

OP HET HOGER BEROEP VAN DE OFFICIER VAN JUSTITIE, MR. S. RAGHOE NAMENS HET OPENBAAR MINISTERIE tegen de beschikking (ex artikel 54 a van het Wetboek van Strafvordering) van de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken bij de Kantongerechten d.d. 19 september 2025 inzake de verdachte, [VERDACHTE].

Grondslag van de inverzekeringstelling

De verdachte voornoemd is op 16 september 2025 in verzekering gesteld ter zake overtreding van de artikelen 371; 480 van het Wetboek van Strafrecht; 

Het verloop van de behandeling

Het Hof heeft kennis genomen van het beroepschrift d.d. 19 september 2025 en de inhoud van het (voorlopig) strafdossier.

Vervolgens heeft het Hof bij beschikking van maandag 22 september 2025 bepaald dat de behandeling van het hoger beroep in raadkamer op maandag 22 september 2025 om 14.30 uur des namiddags zal plaatsvinden. 

Op de hiervoor vermelde datum heeft de behandeling van het hoger beroep in raadkamer plaatsgevonden, waarbij zijn gehoord;

– de waarnemend procureur-generaal, mr. C. Bruining, namens het Openbaar    

  Ministerie;

– de verdachte

Beschikking van de Rechter – Commissaris

Bij beschikking d.d. 19 september 2025 heeft de Rechter-Commissaris belast met de behandeling van strafzaken bij de Kantongerechten de inverzekeringstelling van de verdachte onrechtmatig verklaard en de onmiddellijke invrijheidstelling van de verdachte bevolen. 

Daartoe heeft de rechter-commissaris, onder meer, het volgende overwogen: 

“(…) dat uit de aanwezige processen-verbaal, welke vooraf zijn gegaan aan de aanhouding en de inverzekeringstelling van de verdachte, voldoende feiten en omstandigheden zijn gebleken, welke een redelijk vermoeden van schuld opleveren tegen verdachte voor de in het bevel tot inverzekeringstelling genoemde strafbare feiten, echter acht de rechter-commissaris de in verzekeringstelling niet langer in het belang van het onderzoek”;

“(…) dat de inverzekeringstelling derhalve onrechtmatig dient te worden verklaard.”

Ontvankelijkheid van de appellant (het Openbaar Ministerie)

De beschikking van de rechter-commissaris is gedateerd 19 september 2025. Het beroepschrift tegen de beschikking van de rechter-commissaris is op 22 september 2025 ingediend bij de griffier van de rechter-commissaris, die het onmiddellijk heeft doorgeleid naar de griffier van het Hof van Justitie; hierdoor is het beroep binnen de in artikel 54c lid 1 van het wetboek van Strafvordering vastgestelde termijn ingediend, zodat appellant ontvankelijk is in zijn appèl.

De grieven van het Openbaar Ministerie

De grieven van het Openbaar Ministerie komen – verkort en zakelijk weergegeven – op het volgende neer:

  • Uit onderzoek is gebleken dat enkele van die goederen die uit de woning gehaald zijn, op social media ter verkoop werden aangeboden door de verdachte, [verdachte].
  • De verdachte ontkent enig aandeel te hebben bij de inbraak van de woning. Hij beweert dat [Naam 1] en [Naam 2] de goederen voor hem hebben gebracht. 
  • Uit zijn woning zijn ongeveer 12 goederen – die uit de woning waar de inbraak heeft plaatsgevonden – in beslag genomen. Deze goederen zijn ook wel positief herkend door de benadeelde.
  • Op één van die telefoons is er een spraakbericht waar de verdachte verklaart dat hij 20 kogelwerende vesten heeft weggenomen van “kill” (algemeen bekend als gewapende macht) en voor een bedrag van USD300 ter verkoop aanbiedt.
  • Er is nog onderzoeksbelang in deze zaak.
  • De verdachte is vaker in aanraking gekomen met de politie.
  • Het Openbaar Ministerie is van mening dat de inverzekeringstelling van de verdachte rechtmatig is en het dus wel noodzakelijk is dat de verdachte langer in detentie blijft. 
  • Het Openbaar Ministerie verzoekt het Hof om de beschikking van de rechter-commissaris d.d. 19 september 2025 te vernietigen.   

Het standpunt van de verdachte

De verdachte heeft naar aanleiding van de grieven, onder meer, het volgende aangevoerd:

  • De goederen die de verdachte bij zich had, had hij al aan de eigenaar afgestaan. 
  • De verdachte beweert dat hij de spullen van [Naam 2] en [Naam 1] heeft gekregen en dat er camera’s zijn aan de overkant van waar hij woont die kunnen aantonen dat [Naam 2] en [Naam 1] die goederen voor hem hebben gebracht.
  • De vriend van de eigenaar genaamd “[Naam 3]” had de spullen al terug gebracht naar zijn baas toen hij door had dat die spullen van zijn baas waren.
  • De verdachte beweert dat het niet klopt dat hij in het bericht heeft gezegd dat hij die kogelvrije vesten heeft weggenomen. Hij beweert gezegd te hebben dat hij die kogelvrije vesten heeft gekregen van iemand en dat hij ze moet verkopen.
  • De verdachte geeft aan dat hij de personenauto van [Naam 4] gekocht heeft met gelden die hij uit Nederland kreeg.
  • Enkele van de 12 spullen die uit zijn woning zijn genomen en in beslag zijn genomen, zijn van hem en van de huiseigenaar, [Naam 5].

De beoordeling 

Naar aanleiding van de grieven van het Openbaar Ministerie en het standpunt van de verdachte op de grieven stelt het Hof het volgende voorop, dat er voldoende feiten en omstandigheden zijn gebleken, welke een redelijk vermoeden van schuld opleveren tegen verdachte voor de in het bevel tot inverzekeringstelling genoemde strafbare feiten en dat de inverzekeringstelling van de verdachte rechtmatig is. Derhalve zal het beroep gegrond worden verklaard.  

DE BESLISSING IN HOGER BEROEP

HET HOF:

Vernietigt de beschikking van de rechter-commissaris gegeven op 19 september 2025.

En opnieuw rechtdoende:

Verklaart het ingestelde hoger beroep gegrond;

Wijst toe het verzoek van de officier van Justitie, mr. C. Bruining namens het OPENBAAR MINISTERIE;

Deze beschikking is gegeven te Paramaribo op 22 september 2025 in raadkamer van het Hof van Justitie door:

Mr. drs. C.C.L.A. Valstein-Montnor, fungerend-president, mr. C. Klein en mr. J. Kasdipowidjojo, rechters in tegenwoordigheid van de fungerend-griffier mw. Z.T.B. de Lisle LL.B.

w.g. Z. de Lisle     w.g. C. Valstein-Montnor
                              w.g. C. Klein
                              w.g. J. Kasdipowidjojo

 

Voor eensluidend afschrift,
De Griffier van het Hof van Justitie,
Namens deze

(mr. E.M. Ommen-Dors)
Substituut-Griffier