- Instantie Hof van Justitie
- Zaaknummer Artikel 54c Sv.
- Uitspraakdatum 28 augustus 2023
- Publicatiedatum 11 september 2026
- Rechtsgebied Strafrecht
-
Inhoudsindicatie
Het Hof gelast de onmiddellijke invrijheidstelling van een verdachte, omdat juist het slachtoffer steeds de confrontatie opzocht met de verdachte. Naar het oordeel van het Hof kunnen het verhoor van de getuige en de reconstructie in het belang van het onderzoek worden verricht zonder dat appellant nog langer in detentie blijft.
Strafvordering, mishandeling, rechtmatigheid inverzekeringstelling, onmiddellijke invrijheidstelling.
Uitspraak
HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME
BESCHIKKING IN RAADKAMER VOOR STRAFZAKEN,
(Ex artikel 54 c van het Wetboek van Strafvordering)
OP HET HOGER BEROEP VAN DE APPELLANT [APPELLANT], tegen de beschikking van de Rechter – Commissaris belast met de behandeling van strafzaken bij de Kantongerechten d.d. 25 augustus 2023 ter zake het verzoek tot invrijheidstelling (ex artikel 54 a van het Wetboek van Strafvordering).
Grondslag van de inverzekeringstelling
Appellant voornoemd is op 31 juli 2023 in verzekering gesteld ter zake overtreding van de artikelen 349 jo 70; 347 jo 70; 363; 362; 361;360 van het Wetboek van Strafrecht; 9 en 15 van de Vuurwapenwet;
Het verloop van de behandeling
Het Hof heeft kennis genomen van het beroepschrift d.d. 25 augustus 2023 en de inhoud van het (voorlopig) strafdossier.
Vervolgens heeft het Hof bij beschikking van 25 augustus 2023 bepaald dat de behandeling van het hoger beroep in raadkamer op maandag 28 augustus 2023 om 10.00 uur des voormiddags zal plaatsvinden.
Op de hiervoor vermelde datum heeft de behandeling van het hoger beroep in raadkamer plaatsgevonden, waarbij zijn gehoord;
– de waarnemend Procureur-Generaal, mr. A. Niamat, namens het Openbaar
Ministerie.
– de advocaat van de appellant, mr. M.C.M. Nibte, advocaat bij het Hof van Justitie.
– de appellant (telefonisch).
Beschikking van de Rechter – Commissaris
Bij beschikking d.d. 25 augustus 2023 heeft de Rechter-Commissaris belast met de behandeling van strafzaken bij de Kantongerechten het verzoek tot invrijheidstelling van de appellant afgewezen en de verlenging van zijn inverzekeringstelling rechtmatig verklaard.
Daartoe heeft de rechter-commissaris, onder meer, het volgende overwogen:
“(…) dat de inverzekeringstelling heeft plaatsgevonden in het belang van het onderzoek naar strafbare feiten waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan;”
“(…) dat door de vervolgingsambtenaar in haar reactie op dit verzoek voldoende heeft aangegeven op grond waarvan er thans dringende noodzakelijkheid tot verlenging van de inverzekeringstelling aanwezig is. De verdere vrijheidsbeneming wordt in het belang van het onderzoek geacht, waardoor het verzoek tot invrijheidstelling zal worden afgewezen.
Ontvankelijkheid van de appellant
De beschikking van de rechter-commissaris is gedateerd 25 augustus 2023. Het beroepschrift tegen de beschikking van de rechter-commissaris is op 25 augustus 2023 ingediend bij de griffier van de rechter-commissaris, die het onmiddellijk heeft doorgeleid naar de griffier van het Hof van Justitie; hierdoor is het beroep binnen de in artikel 54c lid 1 van het wetboek van Strafvordering vastgestelde termijn ingediend, zodat appellant ontvankelijk is in zijn appèl.
De grieven van appellant
De advocaat heeft namens de appellant grieven opgeworpen, met het oog op vernietiging van de beschikking van de Rechter-Commissaris en opnieuw rechtdoende de onmiddellijke invrijheidstelling van de appellant te gelasten.
De grieven van appellant komen – verkort en zakelijk weergegeven – op het volgende neer:
- Er is sprake van noodweer exces.
- Het is het slachtoffer dat steeds weer de confrontatie opzocht.
- Kennelijk zijn, zijn letsels niet al zodanig.
- De zus van het slachtoffer zou nog bonnetjes voor mij opsturen en een overzicht maken van de gemaakte onkosten.
- De familie van mijn cliënt is gereed om de schade die het slachtoffer heeft opgelopen te vergoeden.
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
Het Openbaar Ministerie heeft naar aanleiding van de grieven, onder meer, het volgende aangevoerd:
- Primair vragen wij het Hof om de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek. Verzoeker kan alleen tegen een beschikking van de Rechter-Commissaris in beroep gaan nadat die is gegeven. De wet biedt niet de mogelijkheid om voorafgaand aan het geven van een beschikking alvast in beroep te gaan.
- Secundair vragen wij het Hof indien u t.a.v. de niet-ontvankelijkheid niet dezelfde mening deelt, het verzoek van de verdachte af te wijzen en de beschikking van de Rechter-Commissaris te bevestigen. Dit vragen wij op grond van het volgende:
- Er is nog onderzoeksbelang. De onderzoeksresultaten kunnen het Openbaar Ministerie elk moment bereiken. Het slachtoffer heeft de confrontatie met de verdachte geweigerd en er moeten nog getuigen gehoord worden.
- Er moet nog een reconstructie worden gehouden, omdat het voor ons van belang is op welk moment de verdachte heeft geschoten op het slachtoffer.
- Het is de verdachte die de confrontatie heeft op gezocht.
- Het Openbaar Ministerie is het niet eens met het beroep op noodweerexces.
De beoordeling
Naar aanleiding van de grieven van appellant en het standpunt van de vervolgingsambtenaar op de grieven stelt het Hof het volgende voorop.
Overwegende, dat naar het oordeel van het hof juist het slachtoffer degene is die de confrontatie steeds opzocht door op drie momenten het restaurant te verlaten en terug te komen om de confrontatie op te zoeken met appellant.
Overwegende, dat het hof van oordeel is dat de getuige verhoren en reconstructie die nog moeten plaatsvinden in het belang van het onderzoek, verricht kunnen worden zonder dat appellant nog langer in detentie blijft.
Overwegende, dat in de visie van het Hof de continuering van de inverzekeringstelling van appellant niet dringend noodzakelijk is waardoor het ingestelde hoger beroep gegrond zal worden verklaard en de beschikking van de rechter-Commissaris zal worden vernietigd en opnieuw rechtdoende het verzoek tot invrijheidstelling alsnog zal worden toegewezen.
DE BESLISSING IN HOGER BEROEP
HET HOF:
Vernietigt de beschikking van de Rechter-Commissaris gegeven op 25 augustus 2023.
En opnieuw rechtdoende:
Verklaart het ingestelde hoger beroep gegrond;
Wijst toe het verzoek van de appellant [NAAM];
Gelast de onmiddellijke invrijheidstelling van appellant voornoemd.
Deze beschikking is gegeven te Paramaribo op 28 augustus 2023 in raadkamer van het Hof van Justitie door: Mr. D.D Sewratan, Fungerend-President, mr. I.S Lachitjaran, lid en mr. C. Klein, Lid-Plaatsvervanger, in tegenwoordigheid van de ad-hoc fungerend-griffier mw. Z.T.B. de Lisle LL.B.