- Instantie Hof van Justitie
- Zaaknummer Artikel 54c Sv.
- Uitspraakdatum 10 juli 2023
- Publicatiedatum 11 september 2026
- Rechtsgebied Strafrecht
-
Inhoudsindicatie
Het Hof is van oordeel dat de door het slachtoffer en getuigen aangevoerde feiten en omstandigheden van de mishandeling voldoende waren om de verdachte in voorlopige hechtenis te houden en dat de dringende noodzakelijkheid aanwezig is voor de verlenging van de inverzekeringstelling. Namens de verdachte was aangevoerd dat het beschermingsbevel tegen hem pas na de inverzekeringstelling was uitgevaardigd en dat de rechter-commissaris het daarom niet had mogen meewegen bij de beslissing.
Strafvordering, mishandeling en stalking, rechtmatigheid inverzekeringstelling, beschermingsbevel.
Uitspraak
HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME
BESCHIKKING IN RAADKAMER VOOR STRAFZAKEN,
(Ex artikel 54 c van het Wetboek van Strafvordering)
OP HET HOGER BEROEP VAN DE APPELLANT, [APPELLANT], tegen de beschikking van de Rechter – Commissaris belast met de behandeling van strafzaken bij de Kantongerechten d.d. 5 juli 2023 ter zake het verzoek tot invrijheidstelling (ex artikel 54 a van het Wetboek van Strafvordering).
Grondslag van de inverzekeringstelling
Appellant voornoemd is op 20 juni 2023 in verzekering gesteld terzake overtreding van de artikelen 342 jo 70; 360; 345b van het Wetboek van Strafrecht;
Het verloop van de behandeling
Het Hof heeft kennis genomen van het beroepschrift d.d. 7 juli 2023 en de inhoud van het (voorlopig) strafdossier.
Vervolgens heeft het Hof bij beschikking van 7 juli 2023 bepaald dat de behandeling van het hoger beroep in raadkamer op maandag 10 juli 2023 om 12.30 uur des namiddags zal plaatsvinden.
Op de hiervoor vermelde datum heeft de behandeling van het hoger beroep in raadkamer plaatsgevonden, waarbij zijn gehoord;
– de waarnemend Procureur-Generaal, mr. S. Mahadew, namens het Openbaar
Ministerie.
– de advocaat van de appellant, dhr. S.M. Ramman Bsc., advocaat bij het Hof van Justitie.
– de appellant (telefonisch).
Beschikking van de Rechter – Commissaris
Bij beschikking d.d. 5 juli 2023 heeft de Rechter-Commissaris belast met de behandeling van strafzaken bij de Kantongerechten het verzoek tot invrijheidstelling van de appellant afgewezen en de verlenging van zijn inverzekeringstelling rechtmatig verklaard.
Daartoe heeft de rechter-commissaris, onder meer, het volgende overwogen:
“(…) dat de inverzekeringstelling heeft plaatsgevonden in het belang van het onderzoek naar strafbare feiten waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan;”
“(…) dat het om een ernstige zaak gaat waarbij verzoeker/verdachte volgens eigen zeggen voor het voertuig waarin zijn ex-vriendin zat is gestopt en het voertuig op die manier tot stoppen heeft gedwongen. Uit verklaringen van getuigen die zich in het voertuig bevonden blijkt op welke manier hij te keer is gegaan. Nu er vermoedelijk sprake is van een recent gegeven beschermingsbevel dient dit te worden onderzocht;”
“(…) dat er thans dringende noodzakelijkheid tot verlenging van de inverzekeringstelling aanwezig wordt geacht en de verdere vrijheidsbeneming in het belang van het onderzoek is, waardoor het verzoek tot invrijheidsstelling zal worden afgewezen;
Ontvankelijkheid van de appellant
De beschikking van de rechter-commissaris is gedateerd 5 juli 2023. Het beroepschrift tegen de beschikking van de rechter-commissaris is op 7 juli 2023 ingediend bij de griffier van de rechter-commissaris, die het onmiddellijk heeft doorgeleid naar de griffier van het Hof van Justitie; hierdoor is het beroep binnen de in artikel 54c lid 1 van het wetboek van Strafvordering vastgestelde termijn ingediend, zodat appellant ontvankelijk is in zijn appèl.
De grieven van appellant
De advocaat heeft namens de appellant grieven opgeworpen, met het oog op vernietiging van de beschikking van de Rechter-Commissaris en opnieuw rechtdoende de onmiddellijke invrijheidstelling van de appellant te gelasten.
De grieven van appellant komen – verkort en zakelijk weergegeven – op het volgende neer:
- Na het indienen van het verzoek ex art. 54 S.V. is de raadsman van appellant vanwege het Parket van de Procureur-Generaal gebeld met de mededeling dat indien de raadsman een bevestiging van het gegeven beschermingsbevel kan overleggen de verdachte wederom zal worden voorgeleid bij de vervolgingsambtenaar en vervolgens in vrijheid worden gesteld. De raadsman heeft geen invloed op het opmaken van het beschermingsbevel, nog minder het op schrift, verstrekken daarvan. Het feit dat het parket gebeld heeft naar de raadsman met deze mededeling geeft aan dat het parket zelf inziet dat de continuering van de inverzekeringstelling niet op zijn plaats is.
- De rechter-commissaris kan een beschermingsbevel dat recent gegeven is en onderzocht moet worden niet beschouwen als een dringende noodzakelijkheid tot verlenging van de inverzekeringstelling. Iemand kan enkel in verzekering gesteld worden ter zake een misdrijf waarop voorlopige hechtenis is toegelaten. Hierdoor is appellant onrechtmatig van zijn vrijheid beroofd.
De advocaat doet het verzoek aan het Hof appellant in vrijheid te willen stellen.
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
Het Openbaar Ministerie heeft naar aanleiding van de grieven, onder meer, het volgende aangevoerd:
- Het slachtoffer heeft aangifte gedaan tegen appellant. Zij zegt dat zij in 2018 een relatie met hem begonnen is en heeft die beëindigd in 2022, omdat zij meerdere malen mishandeld werd en ontdekte dat zij de buitenechtelijke relatie was van appellant. Zij had toen geen aangifte gedaan van de mishandeling. Nadat zij de relatie had beëindigd en een nieuwe relatie was begonnen is zij 5 tot 6 keren door de verdachte achtervolgd naar haar werkplek. Het gaat om een verdachte die niet schroomt om haar werkplek zonder toestemming van haar werkgever te betreden. Het slachtoffer geeft aan dat de verdachte ook verschillende malen langs haar woonadres is gereden. Hij heeft ook met verschillende nummers naar het slachtoffer gebeld en wanneer zij zijn stem hoort legt zij neer. Het gaat hier sec om belaging.
- De verdachte heeft het slachtoffer klem gereden toen zij een dagje met enkele familieleden in een Noah busje zat. Ondanks hij zoveel mensen in het voertuig zag liep hij naar het voertuig, draaide aan het contactsleutel zodat het voertuig niet meer draaide en probeerde de contactsleutel weg te nemen. Het nichtje van het slachtoffer die de bestuurster was heeft slagen geïncasseerd. Het slachtoffer zat achterin. Vervolgens liep hij naar de deurzijde, maakte de deur open en probeerde het slachtoffer eruit te trekken. Ondanks er tenminste 5 mensen in het voertuig zaten schroomde de verdachte niet om deze handelingen te plegen tegen het slachtoffer. Drie mensen hebben letsels hieraan overgehouden.
- Er zijn getuigen die hebben gezien dat de verdachte heeft klem gereden, de contactsleutels probeerde weg te nemen en slagen heeft toegebracht. Nadat het hem niet gelukt was het slachtoffer uit het voertuig te trekken is hij weggegaan. De getuigen blijven aaneensluitende verklaringen geven.
- Er is nog sprake van onderzoeksbelang. Het onderzoeksbelang gaat verder dan het politioneel onderzoek.
- Verder is verdachte al gedagvaard voor de zitting van 26 juli 2023.
- Ik heb begrepen dat het beschermingsbevel tijdens de voorgeleiding naar voren is gebracht. Hierbij is toen gezegd dat als het beschermingsbevel overgelegd kon worden dit eventueel bekeken zou worden. Maar het beschermingsbevel bleek echter niet eens betekend te zijn aan verdachte.
Het Openbaar Ministerie vraagt u het verzoek van de verdachte af te wijzen en de beschikking d.d. 5 juli 2023 van de rechter-commissaris, mr. M. Mettendaf te willen bevestigen.
De beoordeling
Naar aanleiding van de grieven van appellant en het standpunt van de vervolgingsambtenaar op de grieven stelt het Hof het volgende voorop.
Overwegende, dat de inverzekeringstelling en de verlenging van de inverzekeringstelling getoetst moeten worden aan de feiten en omstandigheden die voor de inverzekeringstelling aanwezig waren en niet aan een beschermingsbevel die na de inverzekeringstelling ter sprake is gekomen en onderzocht moet worden.
Overwegende, dat uit de verklaringen van het slachtoffer en de getuigen is gebleken dat appellant het voertuig waarin het slachtoffer met meerdere mensen zat heeft klem gereden, geprobeerd heeft de contactsleutel weg te nemen, het slachtoffer en enkele inzittenden slagen heeft toegebracht waardoor zij letsels hebben opgelopen.
Overwegende, dat op grond van het voorgaande het Hof van oordeel is dat de feiten en omstandigheden ernstig en voldoende zijn om appellant in voorlopige hechtenis te houden en dat de dringende noodzakelijkheid aanwezig is voor de verlenging van de inverzekeringstelling.
Overwegende, dat gelet op al het voorgaande het ingestelde hoger beroep ongegrond zal worden verklaard en de beschikking van de rechter-commissaris zal worden bevestigd.
DE BESLISSING IN HOGER BEROEP
HET HOF:
Verklaart het hoger beroep van [APPELLANT] ongegrond.
Bevestigt de beschikking van de Rechter-Commissaris gegeven op 5 juli 2023.
Deze beschikking is gegeven te Paramaribo op 10 juli 2023 in raadkamer van het Hof van Justitie door: Mr. A. Charan, Fungerend-President, mr. S. Punwasi en mr. J. Kasdipowidjojo, Leden-Plaatsvervanger, in tegenwoordigheid van de ad-hoc fungerend-griffier mw. Z. de Lisle LL.B.
w.g. Z. de Lisle w.g. A. Charan
w.g. S. Punwasi
w.g. J. Kasdipowidjojo
Voor eensluidend afschrift,
De Griffier van het Hof van Justitie,
Namens deze
(mr. E.M. Ommen-Dors)
Substituut-Griffier