SRU-HvJ-2023-27

  • Instantie Hof van Justitie
  • Zaaknummer Artikel 54c Sv.
  • Uitspraakdatum 15 juni 2023
  • Publicatiedatum 11 september 2026
  • Rechtsgebied Strafrecht
  • Inhoudsindicatie

    Het Hof acht de inverzekeringstelling van een verdachte wegens overtreding van de Wet Verdovende Middelen rechtmatig. Volgens het Hof zijn voldoende feiten en omstandigheden gebleken, die een redelijk vermoeden van schuld opleveren voor de strafbare feiten waarvan zij wordt verdacht. De verdachte zou pas voor het eerst een pakje drugs op verzoek van haar zoon hebben gesmokkeld en haar persoonlijke omstandigheden zouden onmiddellijke invrijheidstelling rechtvaardigen.

    Strafvordering, Wet Verdovende Middelen, rechtmatigheid inverzekeringstelling.

Uitspraak

HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME

BESCHIKKING IN RAADKAMER VOOR STRAFZAKEN,

(Ex artikel 54 c van het Wetboek van Strafvordering)

OP HET HOGER BEROEP VAN DE APPELLANTE, [APPELLANTE], tegen de beschikking van de Rechter – Commissaris belast met de behandeling van strafzaken bij de Kantongerechten d.d. 12 juni 2023 ter zake het verzoek tot invrijheidstelling (ex artikel 54 a van het Wetboek van Strafvordering).

Grondslag van de inverzekeringstelling

Appellante voornoemd is op 08 juni 2023 in verzekering gesteld terzake overtreding van de artikelen 4 lid 1a en b Sub A, B en C; 4 lid 1a en b Sub A, B en C jo 11 jo 12 van de Wet Verdovende Middelen;

Het verloop van de behandeling

Het Hof heeft kennis genomen van het beroepschrift d.d. 13 juni 2023 en de inhoud van het (voorlopig) strafdossier.

Vervolgens heeft het Hof bij beschikking van 13 juni 2023 bepaald dat de behandeling van het hoger beroep in raadkamer op donderdag 15 juni 2023 om 09.30 uur des voormiddags zal plaatsvinden.

Op de hiervoor vermelde datum heeft de behandeling van het hoger beroep in raadkamer plaatsgevonden, waarbij zijn gehoord;

– de waarnemend Procureur-Generaal, mr. N. Maikoe, namens het Openbaar

Ministerie.

– de advocaat mr. A. Radja, die waarneemt voor mr. M. Nibte, advocaat bij het Hof van

Justitie.

– de appellante (telefonisch).

Beschikking van de Rechter – Commissaris

Bij beschikking d.d. 12 juni 2023 heeft de Rechter-Commissaris belast met de behandeling van strafzaken bij de Kantongerechten haar inverzekeringstelling rechtmatig verklaard.

Ontvankelijkheid van de appellante

De beschikking van de rechter-commissaris is gedateerd 12 juni 2023. Het beroepschrift tegen de beschikking van de rechter-commissaris is op 13 juni 2023 ingediend bij de griffier van de rechter-commissaris, die het onmiddellijk heeft doorgeleid naar de griffier van het Hof van Justitie; hierdoor is het beroep binnen de in artikel 54c lid 1 van het wetboek van Strafvordering vastgestelde termijn ingediend, zodat appellante ontvankelijk is in haar appèl.

De grieven van appellante

De raadsman heeft namens de appellante grieven opgeworpen, met het oog op vernietiging van de beschikking van de Rechter-Commissaris en opnieuw rechtdoende de onmiddellijke invrijheidstelling van de appellante te gelasten.

De grieven van appellante komen – verkort en zakelijk weergegeven – op het volgende neer:

  • Appellante erkent dat zij op verzoek van haar zoon een klein zakje met inhoud op moest halen bij een vriend van de zoon en dit zakje moest afgeven aan een andere vriend van de zoon. Appellante heeft dus slechts als postbode gefungeerd. Appelante is first-offender en heeft enorm veel spijt van haar handelingen.
  • Appelante vraagt naar een kans. Zij is een kleine onderneemster. Zij is uitbaatster van een warung en heeft de zorg over 3 kinderen. Thans wordt het gezin met ontruiming bedreigd. Ook haar warung is gesloten waardoor er thans geen inkomsten voor het gezin zijn.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft naar aanleiding van de grieven, onder meer, het volgende aangevoerd:

  • Vanaf 6 januari 2023 tot de aanhouding van de [Naam 1] is er regelmatig drugs, telefoon toestellen, tabak en sigaretten gegooid in het cellenhuis. Vanaf 6 januari 2023 heeft de politie de aangiften gedaan, maar zij hebben nimmer iemand kunnen aanhouden. Op 16 mei 2023 hebben zij de persoon van [Naam 1] aangehouden toen hij bezig was te gooien en de politie hem al eerder had opgemerkt. Toen is gebleken dat [Appellante] de aanzet had gegeven om drugs voor haar te smokkelen in het cellenhuis. [Appellante] heeft toen zelf bekend. Zij wist dat het om drugs ging, omdat haar zoon haar dat had gevraagd. Haar zoon was al ingesloten inzake een strafbaar feit.
  • [Appellante] wordt verdacht van een strafbaar feit waarop er een voorlopige hechtenis staat.
  • Uit de staat van inlichtingen blijkt het dat zij woont met haar dochter en twee kleinkinderen. Hieruit begrijp ik dat zij geen kleine kinderen heeft om te verzorgen. Zij is een vrouw van 57 jaar. Zij heeft kleinkinderen die door hun ouders verzorgd kunnen worden. Er is in ieder geval geen sprake van onrechtmatige aanhouding en inverzekeringstelling.
  • Op dit moment is zij in de fase van verlenging van de in verzekering stelling. Er is nog onderzoeksbelang aanwezig, waarbij personen nog met elkaar geconfronteerd moeten worden en personen wiens naam genoemd zijn nog achterhaald moeten worden om te kijken welke rol deze verdachte heeft in dit alles. Wij vragen u het verzoek te willen afwijzen en de beschikking d.d. 12 juni 2023 van de rechter-commissaris, mr. D. Karamat Ali te willen bevestigen.

De beoordeling

Naar aanleiding van de grieven van appellante en het standpunt van de vervolgingsambtenaar op de grieven stelt het Hof het volgende voorop, dat er voldoende feiten en omstandigheden zijn gebleken, welke een redelijk vermoeden van schuld opleveren tegen appellante/verdachte voor de in het bevel tot inverzekeringstelling genoemde strafbare feiten en dat de inverzekeringstelling van Appellante mede op grond van haar erkentenis rechtmatig is. Derhalve zal het beroep ongegrond worden verklaard.

DE BESLISSING IN HOGER BEROEP

HET HOF:

Verklaart het hoger beroep van verzoekster/appellante [APPELLANTE], ongegrond.

Bevestigt de beschikking van de Rechter-Commissaris gegeven op 12 juni 2023.

Deze beschikking is gegeven te Paramaribo op 15 juni 2023 in raadkamer van het Hof van Justitie door: Mr. A. Johans, Fungerend-President, mr. R. Elgin en mr. J. Kasdipowidjojo, Leden-Plaatsvervangers, in tegenwoordigheid van de ad-hoc fungerend-griffier mw. Z.T.B. de Lisle LL.B.

w.g. Z.T.B. de Lisle     w.g. A. Johans
                                   w.g. R. Elgin
                                   w.g. J. Kasdipowidjojo

 

Voor eensluidend afschrift,
De Griffier van het Hof van Justitie,
Namens deze

(mr. E.M. Ommen-Dors)
Substituut-Griffier