- Instantie Hof van Justitie
- Zaaknummer Onbekend
- Uitspraakdatum 18 juli 2003
- Publicatiedatum 11 september 2026
- Rechtsgebied Civiel recht
-
Inhoudsindicatie
Nu het Bureau voor de Industriële Eigendom in Suriname niet bevoegd is om in rechte als procespartij op te treden, is verzoeker niet ontvankelijk in haar vordering om de inschrijving van een merk te gelasten.
Merkenrecht, Burgerlijke Rechtsvordering, ontvankelijkheid, ius standi wederpartij.
Uitspraak
HET HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME
Gezien het door The Procter & Gamble Company, een vennootschaprechtspersoon naar het recht van de Staat Ohio, Verenigde Staten van Amerika, kantoorhoudende te One Procter & Gamble Plaza, Cincinnati, Verenigde Staten van Amerika, ingediend verzoekschrift, strekkende tot het bevelen van de inschrijving van het merk “T E M P O ” voor de navolgende waren, te weten:
“Klasse 16: Papier en papierwaren, inclusief tissues, toiletpapier, keukendoeken, servetten, karton en kartonwaren, drukwerken, kranten en periodieken, boeken, boekbinderswaren, foto’s, kleefstoffen voor papierwaren, benodigdheden voor kunstenaars, penselen, schrijfmachines en kantoorartikelen (uitgezonderd toestellen), speelkaarten, drukletters, cliches”, zulks in de daartoe bestemde openbare registers, gehouden door het Bureau voor de Industriële Eigendom overeenkomstig artikel 5 van de Wet op de Industriële Eigendom;
Gezien de stukken van het geding;
Gehoord partijen;
Overwegende, dat, naar uit het procesdossier blijkt, als tegenpartij van de verzoekster in het onderhavige proces is betrokken Het Bureau voor Industriële Eigendom in Suriname;
Overwegende, dat, naar het Hof tevens gebleken is, het Bureau voor de Industriële Eigendom in Suriname niet bezit persona standi in judicio d.i. de bevoegdheid in rechte als procespartij te handelen en behandeld te worden;
Overwegende, dat het zo juist overwogene hiertoe leiden moet dat verzoekster in haar vordering niet ontvankelijk verklaart dient te worden;
Overwegende, dat de omstandigheid dat verweerder zich niet beroepen heeft op verzoeksters niet-ontvankelijkheid haar vordering niet kan redden, vermits het Hof ambtshalve moet onderzoeken of partijen gerechtigd zijn in rechten op te treden (vide Vs.H.v.J.d.d.6.11.70 inz. Het Transportbedrijf Gebroeders [Moenne c/a S.B.Adhien);
BESCHIKKENDE:
Verklaart verzoekster niet ontvankelijk in haar vordering;
Aldus gegeven te Paramaribo door: Mr.J.R.Von Niesewand, Vice-president, Mr.A.I.Ramnewash en Mr.Drs.C.C.L.A.Valstein-Montnor, Leden en door de Vice-president uitgesproken ter terechtzitting van het Hof van Justitie van Vrijdag, 18 juli 2003, in tegenwoordigheid van Mr.R.R.Brijobhokun, Fungerend-Griffier.
Partijen, vertegenwoordigd door hun respectieve gemachtigden, advokaten Mr.F.Kruisland en Mr.J.Kraag, zijn bij de uitspraak ter terechtzitting verschenen.