SRU-HvJ-2024-10

  • Instantie Hof van Justitie
  • Zaaknummer G.R. no. 15764
  • Uitspraakdatum 16 februari 2024
  • Publicatiedatum 11 september 2026
  • Rechtsgebied Civiel recht
  • Inhoudsindicatie

    Bekrachtiging vonnis kantonrechter in hoger beroep omdat appellant het hoger beroep weliswaar tijdig heeft ingesteld, maar geen memorie van grieven of pleitnota heeft ingediend, ondanks dat hij daartoe in de gelegenheid was gesteld. Geen aanleiding voor ambtshalve vernietiging van het vonnis.

Uitspraak

GR-15764

HET HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME

VONNIS

In de zaak van

[Appellant], 

wonende te Amsterdam, Nederland,

appellant,

verder te noemen: [Appellant],

gemachtigde: mr. L.H.R. Rogers, advocaat,

tegen

[Geïntimeerde],

wonende te [Plaats],

geïntimeerde, 

verder te noemen: [geïntimeerde],

inzake het hoger beroep van het door de kantonrechter in het Eerste Kanton tussen [Appellant] als eiser en [Geïntimeerde] als gedaagde gewezen en uitgesproken vonnis van 2 mei 2016 (A.R. No. 14-1708) spreekt de Fungerend-President, in naam van de Republiek, het navolgende vonnis uit.

Het procesverloop in hoger beroep

Dit blijkt uit de volgende stukken en/of handelingen:

  • het proces-verbaal d.d. 2 juni 2016 van de griffier der kantongerechten, waarin is vermeld dat [Appellant] tegen voormeld vonnis hoger beroep heeft ingesteld;
  • de akte niet dienen, verleend op 3 juli 2020.

De uitspraak van het vonnis is nader bepaald op heden.

De beoordeling 

  1. Het beroep is tijdig en op de juiste wijze ingesteld, zodat [Appellant] daarin kan worden ontvangen. 
  2. [Appellant] is in de gelegenheid gesteld een pleitnota in te dienen. Van deze gelegenheid heeft hij geen gebruik gemaakt. Door hem is ook geen memorie van grieven ingediend. 
  3. Nu geen grieven tegen het bestreden vonnis zijn aangevoerd en het Hof geen aanleiding ziet dit vonnis ambtshalve te vernietigen, zal het worden bekrachtigd. Als de in het ongelijk te stellen partij zal [Appellant] worden veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep. 

De beslissing in hoger beroep

Het Hof:

bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter van 2 mei 2016 (A.R. No. 14-1708),

veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot de tot aan deze uitspraak gevallen kosten aan de zijde [Geïntimeerde] op nihil.

 

Dit vonnis is gewezen door mr. S.S.S. Wijnhard, Fungerend-President, mr. M.V. Kuldip Singh en mr. A.C. Johanns, Leden en door de Fungerend-President bij vervroeging uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof van Justitie op vrijdag 16 februari 2024, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Stuurland, Fungerend-Griffier.

w.g. M.J. Stuurland                   w.g. S.S.S. Wijnhard

Bij de uitspraak ter terechtzitting is niemand verschenen.

Voor afschrift

De Griffier van het Hof van Justitie,

Mr. M.E. van Genderen-Relyveld