- Instantie Hof van Justitie
- Zaaknummer Artikel 54c Sv.
- Uitspraakdatum 13 februari 2023
- Publicatiedatum 11 september 2026
- Rechtsgebied Strafrecht
-
Inhoudsindicatie
Het Hof verwerpt het beroep tegen de beslissing van de rechter-commissaris tot verlenging van de inverzekeringstelling van verdachte na herbeoordeling van de grondslag. De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte zwakzinnig is, terwijl de rechter-commissaris ten onrechte uitging van een beroep op het bestaan van een schulduitsluitingsgrond. Uit het telefonisch verhoor van de verdachte is volgens het Hof gebleken dat hij de reikwijdte van zijn handelen wel degelijk kan overzien en de dringende noodzaak voor detentie nog steeds bestaat.
Uitspraak
HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME
BESCHIKKING IN RAADKAMER VOOR STRAFZAKEN,
(Ex artikel 54 c van het Wetboek van Strafvordering)
OP HET HOGER BEROEP VAN DE APPELLANT, [APPELLANT], tegen de beschikking van de Rechter – Commissaris belast met de behandeling van strafzaken bij de Kantongerechten d.d. 7 februari 2023 ter zake het verzoek tot invrijheidstelling (ex artikel 54 a van het Wetboek van Strafvordering).
Grondslag van de inverzekeringstelling
Appellant voornoemd is op 25 januari 2023 in verzekering gesteld terzake overtreding van de artikelen 371 lid 4; 371 jo 72; 371 jo 73; 480; 481 van het Wetboek van Strafrecht;
Het verloop van de behandeling
Het Hof heeft kennis genomen van het beroepschrift d.d. 9 februari 2023 en de inhoud van het (voorlopig) strafdossier.
Vervolgens heeft het Hof bij beschikking van 9 februari 2023 bepaald dat de behandeling van het hoger beroep in raadkamer op vrijdag 10 februari 2023 om 13.30 uur des namiddags zal plaatsvinden.
Op de hiervoor vermelde datum heeft de behandeling van het hoger beroep in raadkamer plaatsgevonden, waarbij zijn gehoord;
- de waarnemend Procureur-Generaal, mr. C. Rasam, namens het Openbaar
Ministerie.
- de raadsman van de appellant, mr. R.R. Lobo, advocaat bij het Hof van Justitie.
- de appellant (telefonisch).
Beschikking van de Rechter – Commissaris
Bij beschikking d.d. 07 februari 2023 heeft de Rechter-Commissaris belast met de behandeling van strafzaken bij de Kantongerechten het verzoek tot invrijheidstelling van de appellant afgewezen en de verlenging van zijn inverzekeringstelling rechtmatig verklaard.
Ontvankelijkheid van de appellant
De beschikking van de rechter-commissaris is gedateerd 07 februari 2023. Het beroepschrift tegen de beschikking van de rechter-commissaris is op 9 februari 2023 ingediend bij de griffier van de rechter-commissaris, die het onmiddellijk heeft doorgeleid naar de griffier van het Hof van Justitie; hierdoor is het beroep binnen de in artikel 54c lid 1 van het wetboek van Strafvordering vastgestelde termijn ingediend, zodat appellant ontvankelijk is in zijn appèl.
De grieven van appellant
De raadsman heeft namens de appellant grieven opgeworpen, met het oog op vernietiging van de beschikking van de Rechter-Commissaris en opnieuw rechtdoende de onmiddellijke invrijheidstelling van de appellant te gelasten.
De grieven van appellant komen – verkort en zakelijk weergegeven – op het volgende neer:
- De rechter-commissaris heeft aangegeven dat een verklaring van LOM-school geen bewijs is dat verdachte met succes een beroep kan doen op het bestaan van een schulduitsluitingsgrond. De verdediging heeft nimmer een beroep gedaan op een schulduitsluitingsgrond. De rechter-commissaris heeft dit verkeerd geïnterpreteerd. Verder zegt de vaste jurisprudentie niet dat de verdachte dit moet bewijzen. De verdachte behoort de aanwezigheid van een schulduitsluitingsgrond slechts aannemelijk te maken.
- [Verdachte] is zwakzinnig, dit zegt de verdediging vanwege het feit dat hij zich in het verleden schuldig heeft gemaakt aan een zedendelict. Hij begreep niet dat hij strafbaar was en het OM heeft hem dus na 2 weken vrijgelaten. [Verdachte] heeft aangegeven dat de andere verdachte alles op zich zou nemen. Hiermee bekent hij zelf dat hij ook schuldig is aan het strafbaar feit. Iemand met een normale IQ zou zich zelf dus niet verraden op zo een manier. [Verdachte] is iemand die heel makkelijk te manipuleren is.
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
Het Openbaar Ministerie heeft naar aanleiding van de grieven, onder meer, het volgende aangevoerd:
- De inverzekeringstelling is wel rechtmatig. Uit de feitelijke gegevens is dit dus gebleken. Klaverweide bekent de ruitenwissers te hebben gestolen. Bij de andere verdachte zijn er een aantal spullen gevonden. De verdachte [Appellant] bekent ook spullen te hebben genomen.
- De camerabeelden van de brandweer leveren heel veel bewijs op tegen de verdachte. Als er gekeken wordt naar datgene wat de verdachte zegt en naar datgene wat wij gevonden hebben, dan zeg ik dat wij heel veel hebben gevonden.
- In het bestand van het OM heb ik niets kunnen achterhalen, dat de verdachte al eerder in aanraking is gekomen met justitie.
- Verder is er nog sprake van onderzoeksbelang.
De beoordeling
- De eerste grief besprekend komt het Hof tot het oordeel dat de kwalificatie die de rechter-commissaris heeft gegeven aan de grondslag van het verzoek tot invrijheidstelling kennelijk onjuist is. Gegrondverklaring van die grief leidt evenwel niet tot vernietiging van de beroepen beschikking. Het Hof zal de aangevoerde grondslag door de advocaat opnieuw beoordelen en verbeterd lezen.
- Die grondslag beoordelend is het Hof van oordeel dat uit het telefonisch verhoor van appellant is gebleken dat hij wel in staat is om de reikwijdte van het gevolg van zijn handelen te overzien. Dat hij dermate zwakzinnig zou zijn dat hij in de range komt van bepaalde diersoorten zoals de “black crow” van Caledonië, bepaalde dolfijnsoorten en apensoorten zoals de verdediging heeft aangevoerd, is naar het oordeel van het Hof niet aannemelijk geworden. De daartoe strekkende grief zal derhalve worden verworpen en zal het ingestelde hoger beroep ongegrond worden verklaard.
Naar het oordeel van het Hof bestaat er nog een dringende noodzaak voor het continueren van de detentie van appellant en derhalve zal het beroep ongegrond worden verklaard.
DE BESLISSING IN HOGER BEROEP
HET HOF:
Verklaart het hoger beroep van verzoeker/appellant [Appellant] ongegrond.
Bevestigt de beschikking van de Rechter-Commissaris gegeven op 07 februari 2023.
Deze beschikking is gegeven te Paramaribo op 13 februari 2023 in raadkamer van het Hof van Justitie door:
Mr. A. Charan, Fungerend-President, mr. M.C. Mettendaf, Lid en mr. S. Punwasi, Lid-Plaatsvervanger, in tegenwoordigheid van de ad-hoc fungerend-griffier mw. Z.T.B. de Lisle LL.B.
w.g. Z.T.B. de Lisle w.g. A. Charan
w.g. M.C. Mettendaf
w.g. S. Punwasi
Voor eensluidend afschrift,
De Griffier van het Hof van Justitie,
Namens deze
(mr. E.M. Ommen-Dors)
Substituut-Griffier