- Instantie Kantongerecht Eerste Kanton
- Zaaknummer CIVAR no. 202604246 en CIVAR no. 202604249
- Uitspraakdatum 26 oktober 2026
- Publicatiedatum 27 oktober 2026
- Rechtsgebied Civiel recht
-
Inhoudsindicatie
De wettelijke benoemingsperiode van de directeur van de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS) is verstreken en de minister van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT) heeft de directeur schriftelijk opgedragen om de bestuurlijke verantwoordelijkheden van de TAS aan de RvC over te dragen.
In een bestuursconflict met de Raad van Commissarissen (RvC), vordert de directeur dat zij haar taken kan blijven uitvoeren. TAS, op grond van artikel 4 lid 2 Wet Telecommunicatievoorzieningen (WTv) vertegenwoordigd door de RvC, vordert een verbod voor de directeur om nog langer bestuurshandelingen namens de TAS te verrichten en overdracht van alle bescheiden en bedrijfsmiddelen. De rechter wijst de vorderingen van de directeur af. Door het verstrijken van de benoemingstermijn wordt zij geacht geen directeur meer te zijn, ook al heeft de president geen beëindigingsresolutie uitgevaardigd. De in de arbeidsovereenkomst opgenomen bepalingen over voortzetting van de bevoegdheden na verstrijken van de benoemingstermijn staan op gespannen voet met de bevoegdheids- en continuïteitsregeling in de WTv. In afwachting van de beoordeling in de bodemprocedure, worden de bevoegdheden van de directeur uit hoofde van de arbeidsovereenkomst daarom voorlopig buiten werking gesteld. De vorderingen van de TAS worden toegewezen.
Wet Telecommunicatievoorzieningen; artikel 226 Rv.; kort geding; spoedeisend belang; ontvankelijkheid; benoemingstermijn directeur.
Uitspraak
HET KANTONGERECHT IN HET EERSTE KANTON
Gevoegde zaken:
CIVAR no. 202604246 en
CIVAR no. 202604249
26 oktober 2026
vonnis in kortgeding in de gevoegde zaken van:
CIVAR no. 202604246:
JAP-A-JOE, WENDY ANNAMARIA,
wonende te [plaats],
verzoekster nader te noemen: Jap-A-Joe,
gemachtigden: mr. I.A. Nazir en mr. Ch. Algoe, advocaten,
tegen
a. DE STAAT SURINAME, met name het MINISTERIE VAN TRANSPORT COMMUNICATIE EN TOERISME,
vertegenwoordigd door de Procureur-Generaal bij het Hof van Justitie,
kantoorhoudende te Paramaribo,
nader te noemen: de Staat,
b. SCHEEK, EMANUEL ALPHONS,
wonende te [plaats],
c. NIBTE, JOAN MERIAM,
wonende te [plaats],
d. RODRIGUEZ, STEVEN CORNELIS,
wonende te [plaats],
e. MARTODIKROMO, JON-FERYANN,
wonende in het district Commewijne,
f. REVALES, RHENIUS RODNEY,
wonende in het [District 1],
g. LA-MAIN, ORPHEO JAMES ALEXANDER,
wonende in het [District 1],
gedaagden sub b. tot en met g. allen in de hoedanigheid van lid van de Raad van Commissarissen van de Telecommunicatie Autoriteit Suriname,
nader te noemen: de RvC (-leden),
gemachtigde: mr. M. Dubois, advocaat,
en
CIVAR no. 202604249:
TELECOMMUNICATIE AUTORITEIT SURINAME,
vertegenwoordigd door haar Raad van Commissarissen op grond van artikel 4 lid 2 van de Wet Telecommunicatievoorzieningen,
kantoorhoudende te Paramaribo,
verzoekster,
hierna te noemen: TAS,
gemachtigde: mr. G.R. Sewcharan, advocaat,
tegen
JAP-A-JOE, WENDY ANNAMARIA,
wonende te [plaats],
hierna te noemen: Jap-A-Joe,
gedaagde,
gemachtigden: mr. I.A. Nazir en mr. Ch. Algoe, advocaten.
1. Het verloop van het proces:
in CIVAR no. 202604246
1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende processtukken en/of handelingen:
‐ het inleidend verzoekschrift met producties op 22 oktober 2026 op de Griffie der Kantongerechten is ingediend;
‐ de conclusie van eis;
– de conclusie van antwoord, met producties;
– de mondeling behandeling van de zaak d.d. 25 oktober 2026 en het daarvan door de griffier opgemaakte proces-verbaal.
in CIVAR no. 202604246
1.2 Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende processtukken en/of handelingen:
‐ het inleidend verzoekschrift met producties op 22 oktober 2026 op de Griffie der Kantongerechten is ingediend;
‐ de akte aanvulling partij-aanduiding en eis zijdens TAS;
‐ de conclusie van eis;
– de conclusie van antwoord, met producties;
– de mondeling behandeling van de zaak d.d. 25 oktober 2026 en het daarvan door de griffier opgemaakte proces-verbaal.
1.3 De uitspraak in de vonnissen is bepaald op heden.
2. De feiten in CIVAR no. 202604246 en CIVAR no. 202604249
2.1. Bij resolutie van de President van de Republiek Suriname gedateerd 01 september 2021 met Bureau [nummer] is Jap-A-Joe benoemd tot directeur van de Telecommunicatie Autoriteit Suriname. De benoeming is geschied voor een periode van vijf jaar met ingang van 20 oktober 2021.
2.2. In de Wet van 11 november 2004, houdende regels met betrekking tot voorzieningen voor telecommunicatie (Wet Telecommunicatievoorzieningen nader te noemen WTv) is in artikel 2 betreffende “Instelling TAS” opgenomen:
1. Bij deze wet wordt ingesteld een Telecommunicatie Autoriteit Suriname, afgekort TAS; de TAS is rechtspersoon en is in Paramaribo gevestigd.
2. De TAS staat onder leiding van een Directeur, die op voordracht van de Minister na goedkeuring van de Raad van Ministers door de President wordt benoemd, geschorst en ontslagen; de benoeming van de Directeur geschiedt voor een periode van vijf jaar.
3. (…)
2.3. In het artikel 4 van voornoemde wet is onder de kop “Bestuur TAS” opgenomen:
1. De Directeur kan worden bijgestaan door één of meer onderdirecteuren.
2. Bij ontstentenis of belet van de Directeur berust het bestuur in zijn geheel bij een door de Raad aan te wijzen onderdirecteur; in geval van ontstentenis of belet van de Directeur en alle onderdirecteuren wordt het bestuur voorlopig waargenomen door de Raad onverminderd hun bevoegdheid om het bestuur alsdan tijdelijk aan één of meer personen uit haar midden op te dragen.
3. (…)
4. De arbeidsvoorwaarden van de Directeur en de onderdirecteuren worden door de Minister, gehoord de Raad, na verkregen goedkeuring van de Raad van Ministers vastgesteld. (…)
2.4. De Raad van Commissarissen (RvC) heeft geen onderdirecteur aangewezen.
2.5. Bij schrijven d.d. 16 oktober 2026 heeft de RvC, met verwijzing naar artikel 4 WTv aan Jap-A-Joe de opdracht gegeven om in het kader van de continuïteit van het bestuur van de TAS uiterlijk maandag 19 oktober 2026 om 12:30 uur goederen, gegevens, informatie c.q. informatiedragers c.q. houders enz. aan haar over te dragen. In reactie op dit schrijven van de RvC heeft Jap-A-Joe bij haar schriftelijke reactie d.d. 19 oktober 2026 gesteld aan de sommatie van de RvC geen gevolg te zullen geven. Ze stelde daarin de formele besluitvorming dan wel nadere instructies van de President van de Republiek Suriname af te wachten.
2.6. Bij schrijven d.d. 20 oktober 2026 deelde de minister van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT), drs. R.H. Landveld, Jap-A-Joe mede dat haar benoemingsperiode is verstreken en dat zij ”onverwijld” de bestuurlijke verantwoordelijkheden van de TAS aan de RvC diende over te dragen. Jap-A-Joe heeft aan dit schrijven geen gevolg gegeven stellende in haar reactie d.d. 20 oktober 2026 dat ze de Minister verwijst naar de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst waarin uitdrukkelijk is voorzien in de rechtszekerheid en continuïteit van het bestuur van de TAS.
2.7. In de Arbeidsovereenkomst gedateerd 01 november 2021 tussen TAS en Jap-A-Joe ondertekend door Jap-A-Joe en een toenmalige president-commissaris van de TAS is onder meer opgenomen:
Artikel 1
1. Ter waarborging van de rechtszekerheid en de continuïteit van het bestuur van de Telecommunicatie Autoriteit Suriname, beoogt deze overeenkomst te voorkomen dat door het verstrijken van de wettelijke benoemingstermijn een bestuurlijk vacuüm ontstaat. Partijen gaan ervan uit dat de Directeur haar functie en de daaraan verbonden bevoegdheden blijft uitoefenen zolang niet overeenkomstig de Wet Telecommunicatievoorzieningen rechtsgeldig anders is beslist, met inachtneming van de wettelijke bepalingen inzake benoeming, schorsing en ontslag. De rechtspositie en aanspraken voortvloeiende uit deze arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd blijven daarbij onverkort gewaarborgd.
2. In geval van beëindiging door TAS van deze overeenkomst anders dan wegens plichtsverzuim, zal TAS een opzeggingstermijn van tenminste 24 (vierentwintig) maanden in acht nemen bij een onafgebroken diensttijd van ten hoogste 3 (drie) jaren. In dat geval zal de directeur haar salaris over een periode van 36 (zesendertig) maanden worden uitgekeerd, waaronder begrepen de naast het zuivere loon haar toekomende emolumenten, zoals genoemd in artikelen 4 t/m 13 van dit contract, zulks te rekenen vanaf de datum na het verlopen van het opzegtermijn van de overeenkomst. Het verlof dat de directeur op het moment van het beëindigen van de overeenkomst door TAS nog tegoed heeft, zal worden uitgekeerd.
3. (…)
3. De vordering, de grondslag daarvan en het verweer daarop
in CIVAR no. 202604246
3.1. Jap-A-Joe verzoekt de kantonrechter om bij wege van spoedeisende voorziening bij vonnis in kort geding:
Primair
a. bij wijze van voorlopige voorziening de uitvoering en werking jegens Jap-A-Joe op te schorten van de door de RvC verlangde overdracht van haar directeurswerkzaamheden en bestuurlijke verantwoordelijkheden met ingang van 20 oktober 2026, zoals hiervoor omschreven, alsmede van de daarop betrekking hebbende opdrachten en maatregelen vervat in de ministeriële brieven van 20 oktober 2026 met kenmerken MIN-SEC 1582-26 en MIN-SEC 1583-26, totdat de bevoegde rechter in de hoofdzaak heeft beslist, dan wel bij een latere rechterlijke voorziening anders wordt bepaald;
b. de Staat c.s. te bevelen, ieder voor zover het hun eigen handelen, instructies en uitvoering betreft, vanaf de betekening van het vonnis iedere verdere uitvoering van de onder a bedoelde opdrachten en maatregelen te staken en gestaakt te houden, waaronder het rechtstreeks of door ingeschakelde derden afdwingen van de overdracht en het ter uitvoering daarvan gedwongen verwijderen van Jap-A-Joe uit haar kantoor, forceren van de toegang tot dat kantoor of feitelijk beletten van haar toegang daartoe;
Subsidiair
c. indien de volledige opschorting onder a en het daarop voortbouwende bevel onder b niet toewijsbaar worden geacht, de Staat c.s. te verbieden, ieder voor zover het hun eigen handelen, instructies en uitvoering betreft, de onder a omschreven overdracht eigenmachtig af te dwingen door fysieke verwijdering van Jap-A-Joe, geforceerde toegang tot haar kantoor of andere feitelijke dwang, zonder een daarvoor toereikende rechtsgrond en, voor zover een betwiste aanspraak door middel van civiele executie wordt afgedwongen, zonder een daarvoor geschikte executoriale titel en naleving van de wettelijke executievoorschriften;
Zowel primair als subsidiair
d. aan de onder a en b gevraagde voorlopige voorziening zo nodig de voorwaarde te verbinden dat Jap-A-Joe binnen dertig dagen na het vonnis de hoofdzaak bij de bevoegde rechter aanhangig maakt, tenzij die hoofdzaak reeds aanhangig is, althans de duur en de voorwaarden van de voorziening vast te stellen zoals de kantonrechter passend acht;
e. ieder van de gedaagden afzonderlijk te veroordelen tot betaling aan Jap-A-Joe van een dwangsom van SRD 50.000,- voor iedere dag of gedeelte daarvan waarop de betreffende gedaagde na betekening van het vonnis in strijd handelt met het toegewezen bevel onder b of het toegewezen verbod onder c, met een gezamenlijk maximum voor de overtredingen van die gedaagde van SRD 10.000.000,- althans een door de kantonrechter te bepalen bedrag en maximum;
f. de Staat c.s. te veroordelen in de proceskosten, waaronder de kosten van oproeping en betekening, voor zover rechtens toewijsbaar;
g. te bepalen dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is.
3.2. Jap-A-Joe legt aan haar vordering ten grondslag eerstens dat zij een spoedeisend belang heeft. Het spoedeisend belang volgt uit de opdracht om onverwijld over te dragen en uit het volgens Jap-A-Joe reeds ondernomen optreden ter plaatse. Er bestaat een actuele dreiging dat de verlangde overdracht wordt afgedwongen voordat de rechtsgrond en de wijze van uitvoering door de bevoegde rechter zijn beoordeeld. De gevraagde voorlopige voorziening strekt niet tot het definitief vaststellen van een nieuwe benoemingstermijn, noch tot het buiten werking stellen van de wettelijke bevoegdheden van de President of de Raad van Commissarissen. Zij beoogt uitsluitend te voorkomen dat, vooruitlopend op een rechterlijke beoordeling, een feitelijke situatie ontstaat die haar rechten onherstelbaar aantast.
3.3. Voorts stelt Jap-A-Joe dat de RvC althans enkele van de RvC-leden het onjuiste standpunt hebben ingenomen dat zij met ingang van 20 oktober 2026 niet langer bevoegd zou zijn en zij haar werkzaamheden en bevoegdheden diende over te dragen. Ze procedeert daarom tegen die RvC leden. De omstandigheid dat de wettelijke benoemingstermijn van 5 jaar inmiddels is verstreken, brengt niet zonder meer mee dat tevens de contractuele rechtsverhouding is geëindigd. Evenmin kan zonder nadere beoordeling worden voorbijgegaan aan de betekenis van de continuïteitsbepaling, de omstandigheden waaronder deze tot stand is gekomen en het gerechtvaardigd vertrouwen dat Jap-A-Joe aan de formele besluitvorming en de daaropvolgende contractuele afspraken mocht ontlenen.
3.4. Op 19 oktober 2026 hebben de RvC-leden zich naar het TAS-kantoor begeven om de verlangde overdracht te bewerkstelligen. Daarbij is politieassistentie ingeroepen om gedwongen verwijdering uit haar kantoor te bewerkstelligen. Op 20 oktober 2026 hebben zich opnieuw gebeurtenissen voorgedaan ten kantore van TAS, waarbij vertegenwoordigers van de RvC zich hebben begeven naar het gebouw en maatregelen hebben getroffen die volgens Jap-A-Joe haar vrije toegang tot en vertrek uit het gebouw, alsmede die van aanwezige medewerkers, hebben belemmerd. Bij deze gebeurtenissen is wederom politieassistentie ingeroepen.
3.5. De beschreven handelingen van 19 oktober 2026 hebben plaatsgevonden op een tijdstip waarop zelfs volgens het door de RvC ingenomen standpunt haar wettelijke benoemingstermijn nog niet was verstreken. De RvC kon zich op dat moment derhalve niet beroepen op een reeds ingetreden beëindiging van de benoemingstermijn als grondslag voor het feitelijk verwijderen van haar uit haar kantoor of het afdwingen van de overdracht van haar werkzaamheden.
3.6. Jap-A-Joe erkent dat de presidentiële resolutie van 1 september 2021 voorziet in een benoeming voor een wettelijke termijn van vijf jaren. De omstandigheid dat de benoemingstermijn is verstreken, brengt niet zonder meer mee dat ook de contractuele rechtsverhouding tussen haar en TAS van rechtswege is geëindigd. Daarbij is van bijzonder belang dat partijen bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst van 1 november 2021 uitdrukkelijk rekening hebben gehouden met de situatie waarin de wettelijke benoemingstermijn zou verstrijken zonder dat tijdig in de continuïteit van het bestuur zou zijn voorzien. De betekenis en rechtsgevolgen van deze contractuele regeling kunnen niet zonder nadere beoordeling terzijde worden geschoven. De Raad van Commissarissen is gehouden de wettelijke bevoegdheidsverdeling binnen TAS te respecteren.
3.7. De Staat c.s. hebben verweer gevoerd. Op de stellingen en weren van partijen zal de kantonrechter hierna, zover nodig ingaan.
in CIVAR no. 202604249
3.8. De TAS verzoekt de kantonrechter – na eiswijziging – om bij vonnis in kort geding:
I. bij wege van spoedeisende voorziening te gelasten:
a. dat het Jap-A-Joe verboden zal zijn om in naam van de TAS enige handeling te verrichten, op straffe van een dwangsom van SRD 100.000,- voor elke handeling;
b. dat het Jap-A-Joe voorts verboden zal zijn het gebouw van de TAS gelegen op het adres Flustraat hoek daarin mocht bevinden, dit te verlaten met medeneming van haar beveiligers, en/of zich met haar beveiligers Naarstraat no. 35 te Paramaribo, te betreden en voor zover zij zich binnen een straal van 20 meter ervan te begeven;
c. te gelasten dat het de RvC van de TAS toegestaan zal zijn de hulp van de sterke arm in te roepen.
II. Jap-A-Joe te veroordelen om binnen een uur na het in dezen uit te spreken vonnis aan de RvC van de TAS af te geven c.q. over te dragen:
a. alle lopende bestuurlijke, operationele, financiële, juridische en personele dossiers;
b. alle lopende correspondentie, besluiten, overeenkomsten, verplichtingen, aanvragen, procedures en overige aangelegenheden die nog behandeling, uitvoering, opvolging of besluitvorming vereisen;
c. een actuele stand van zaken van lopende projecten, vergunning- en concessietrajecten, geschillen, gerechtelijke procedures, internationale verplichtingen en overige materiële aangelegenheden;
d. alle relevante financiële informatie, bank- en ondertekening dossiers, lopende betalingsverplichtingen, vorderingen, contractuele verplichtingen en overige stukken die voor de voortzetting van het bestuur noodzakelijk zijn;
e. alle fysieke en digitale bestuurs-, administratieve en institutionele bescheiden die onder haar beheer, verantwoordelijkheid of feitelijke beschikking berusten;
f. alle bedrijfsmiddelen, sleutels, toegangsmiddelen, beveiligingsmiddelen, institutionele autorisaties, voertuigen, telefoons, computers, apparatuur en overige aan TAS toebehorende zaken die zich onder haar beheer of verantwoordelijkheid bevinden;
g. alle wachtwoorden, toegangscodes en overige gegevens die noodzakelijk zijn om de continuïteit van institutionele systemen, accounts en voorzieningen van de TAS te verzekeren, voor zover overdracht daarvan overeenkomstig de geldende informatiebeveiligingsvoorschriften dient plaats te vinden;
h. alle overige informatie, bescheiden en zaken waarvan kennis of beschikbaarheid redelijkerwijs noodzakelijk is voor een ononderbroken voortzetting van het bestuur en de bedrijfsvoering van de TAS;
III. te bepalen dat bij niet nakoming van de veroordeling tot het hiervoor onder II gevorderde, Jap-A-Joe aan de TAS een dwangsom verschuldigd zal zijn van SRD 100.000,- voor elk uur (één uur) dat zij mocht weigeren aan de veroordeling te voldoen;
IV. voorts de schorsing te gelasten, althans de buitenwerkingstelling te bevelen, van de arbeidsovereenkomst d.d. 1 november 2021, totdat in een door de TAS in te stellen bodemprocedure over de nietigheid c.q. rechtsgeldigheid ervan zal zijn beslist;
V. Jap-A-Joe te veroordelen in de proceskosten;
VI. te bepalen dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is.
3.9. De TAS legt aan haar vordering eerstens ten grondslag dat zij een spoedeisend belang heeft. Ze heeft er belang bij dat haar bestuurders, in casu de RvC-leden, met spoed in staat worden gesteld het bestuur over de TAS te voeren. De goederen, gegevens, informatie c.q. informatiedragers c.q. houders enz. die Jap-A-Joe onder zich heeft en houdt, dienen zo spoedig mogelijk aan de TAS, vertegenwoordigd door de RvC, te worden overgedragen. Ook de inlogcodes en wachtwoorden voor toegang tot de bankrekeningen van de TAS zijn onterecht in handen van Jap-A-Joe.
3.10. De beëindiging van de benoeming van Jap-A-Joe vloeit voort uit het aflopen van de termijn van vijf jaren. Het standpunt van Jap-A-Joe – gegeven haar schrijven d.d. 19 oktober 2026 – dat zolang zij van de president van de Republiek Suriname geen beëindigingsresolutie heeft ontvangen, zij verbonden blijft aan de TAS in de functie van directeur, gaat daarom niet op.
3.11. De arbeidsovereenkomst d.d. 1 november 2021 waarop Jap-A-Joe zich beroept is niet geldig omdat die niet overeenkomstig het artikel 4 lid 4 WTv door de Minister van TCT is ondertekend maar door de president-commissaris van de TAS. Die overeenkomst is ook nietig omdat die onbevoegdelijk is aangegaan, want niet is namelijk gebleken dat de Raad van Ministers bij missive haar goedkeuring tot het aangaan van deze overeenkomst heeft gegeven.
3.12. Jap-A-Joe heeft verweer gevoerd. Op de stellingen en weren van partijen zal de kantonrechter hierna, zover nodig ingaan.
4. De beoordeling
De zaken CIVAR no. 202604246 en CIVAR no. 202604249 worden gevoegd
4.1. De kantonrechter stelt vast dat op de Griffie der Kantongerechten op dezelfde dag de procedure met CIVAR no. 202604246 en de procedure met CIVAR no. 202604249 zijn ingediend. De kantonrechter is van oordeel dat de voornoemde zaken zodanig met elkaar samenhangen en verknocht zijn, dat een gezamenlijke behandeling uit het oogpunt van proceseconomie en een goede rechtsbedeling aangewezen is. De rechter zal daarom ambtshalve bepalen dat de zaken gevoegd worden behandeld en daarin gezamenlijk uitspraak doen.
Spoedeisend belang
4.2. Jap-A-Joe vordert in dit kort geding – kort gezegd – dat ze ongestoord in de gelegenheid wordt gesteld haar directeurswerkzaamheden uit te voeren. TAS vordert – kort gezegd – dat Jap-A-Joe verboden wordt in naam van de TAS, handelingen te verrichten. Voor toewijzing van een voorziening in kort geding is ingevolge artikel 226 Rv een spoedeisend belang vereist. De kortgedingrechter overweegt dat de aard van de vorderingen – het scheppen van duidelijkheid ten aanzien van het bestuur van de TAS – maakt dat van geen van beide partijen kan worden gevergd dat de uitkomst van een bodemprocedure wordt afgewacht. Daarmee staat het spoedeisend belang in zoverre vast. De kortgedingrechter zal daarom overgaan tot de materiële beoordeling van de vordering.
Jap-A-Joe is ontvankelijk in haar vordering tegen de Staat en de RvC-leden in de zaak 202604246
4.3. Volgens de Staat c.s. dient Jap-A-Joe niet-ontvankelijk verklaard te worden in haar vorderingen tegen de Staat en de RvC-leden, omdat ze niet kunnen worden aangemerkt als locus standi c.q. persona standi in judicio. Ten aanzien procesbevoegdheid van de Staat Suriname (de Minister van Transport, Communicatie en Toerisme) overweegt de kantonrechter dat de voornoemde Minister, Jap-A-Joe schriftelijk heeft gesommeerd haar bestuurlijke verantwoordelijkheden onverwijld aan de RvC over te dragen, op grond van de stelling dat haar benoemingstermijn is verstreken. Nu Jap-A-Joe deze rechtsgrond en de daaruit voortvloeiende sommatie gemotiveerd betwist, is er sprake van een rechtstreeks tussen partijen bestaand juridisch geschil. De Staat Suriname met name de Minister, heeft hiermee als actor jegens Jap-A-Joe gehandeld en bezit derhalve de vereiste procesrechtelijke hoedanigheid (locus standi c.q. persona standi in judicio) om ter zake in rechte te worden aangesproken. Ten aanzien van de Raad van Commissarissen c.q. de individuele leden van die raad overweegt de kantonrechter dat ingevolge artikel 2 lid 1 van de WTv, rechtspersoonlijkheid exclusief toekomt aan de TAS en niet afzonderlijk aan de Raad van Commissarissen. Ingevolge lid 3 van voornoemd artikel wordt de TAS in en buiten rechte vertegenwoordigd door de Directeur. Indien Jap-A-Joe – uitgaande van de premisse dat zij nog steeds de rechtmatige directeur is – louter de TAS als rechtspersoon zou dagvaarden, zou zij in de onmogelijke processuele paradox geraken dat zij in beginsel zélf de instantie zou moeten vertegenwoordigen waartegen zij procedeert (figura combinata). Nu het echter de individuele leden van de RvC zijn die de rechtsgeldigheid van Jap-A-Joe haar directeurschap betwisten en zich, met een beroep op artikel 4 lid 2 van de WTv, de bestuursmacht opeisen, kan in redelijkheid niet van Jap-A-Joe worden gevergd dat zij de TAS in rechte betrekt. Het zijn immers de individuele RvC-leden die, door het opeisen van de bestuurstaken en het (dreigen te) ontzeggen van de feitelijke toegang tot de organisatie, de vermeende stoornis in de rechtspositie van Jap-A-Joe veroorzaken. Nu zowel de Staat (via de Minister) als de individuele RvC-leden (in hun hoedanigheid) de feitelijke actoren zijn die Jap-A-Joe in de uitoefening van haar functie belemmeren, bezitten zij beiden de vereiste locus standi. Jap-A-Joe is derhalve ontvankelijk in haar vorderingen tegen deze partijen.
Geen directeurschap van Jap-A-Joe na verloop van de benoemingstermijn
4.4. Partijen twisten over de vraag of Jap-A-Joe per 20 oktober 2026 nog als directeur van de TAS kan worden aangemerkt. Volgens Jap-A-Joe brengt de omstandigheid dat de wettelijke benoemingstermijn van 5 jaar inmiddels is verstreken, niet zonder meer mee dat tevens de contractuele rechtsverhouding is geëindigd. Evenmin kan zonder nadere beoordeling worden voorbijgegaan aan de betekenis van de continuïteitsbepaling, de omstandigheden waaronder deze tot stand is gekomen en het gerechtvaardigd vertrouwen dat Jap-A-Joe aan de formele besluitvorming en de daaropvolgende contractuele afspraken mocht ontlenen. Volgens artikel 2 lid 2 van de WTv wordt de directeur van de TAS door de President benoemd voor een periode van vijf jaar. Aangezien Jap-A-Joe met ingang van 20 oktober 2021 in die functie is benoemd, wordt ze geacht na verloop van die termijn geen directeur meer te zijn. Dat volgt reeds uit het verloop van de benoemingstermijn. De stelling van Jap-A-Joe dat voor de beëindiging van haar directeurschap per se een beëindigingsresolutie van de President van de Republiek Suriname van node is, gaat daarom rechtens niet op.
Spanningsveld tussen de WTv en de arbeidsovereenkomst
4.5. Jap-A-Joe sloot op 01 november 2021 een overeenkomst met de TAS aangeduid als “Arbeidsovereenkomst tussen TAS en Jap-A-Joe”. Die overeenkomst is ondertekend door Jap-A-Joe en een toenmalige president-commissaris van de TAS. In de overeenkomst is opgenomen dat deze arbeidsovereenkomst beoogt te voorkomen dat door het verstrijken van de wettelijke benoemingstermijn een bestuurlijk vacuüm ontstaat. Die zienswijze is naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter in kort geding onjuist en strookt voorshands niet met het doel en strekking van de wet. Volgens het artikel 4 van WTv berust het bestuur in zijn geheel bij een door de Raad aan te wijzen onderdirecteur in geval van ontstentenis of belet van de Directeur en dat is het geval wanneer de benoemingstermijn van de directeur is verstreken. In het uiterste geval – bij ontstentenis of belet van de Directeur en alle onderdirecteuren – wordt het bestuur voorlopig waargenomen door de Raad onverminderd hun bevoegdheid om het bestuur alsdan tijdelijk aan één of meer personen uit haar midden op te dragen. Hetzelfde lot treft ook de bepaling in die overeenkomst waar partijen ervan uitgaan dat Jap-A-Joe haar functie en de daaraan verbonden bevoegdheden blijft uitoefenen zolang niet overeenkomstig de Wet Telecommunicatievoorzieningen rechtsgeldig anders is beslist.
De gevraagde voorzieningen verder
4.6. De TAS vraagt om de schorsing te gelasten, althans de buitenwerkingstelling te bevelen, van deze arbeidsovereenkomst totdat in een door de TAS in te stellen bodemprocedure over de nietigheid c.q. rechtsgeldigheid ervan zal zijn beslist. De kantonrechter overweegt ter zake als volgt. Het artikel 4 van de WTv regelt de procedure voor de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden. Volgens die bepaling worden de arbeidsvoorwaarden van de Directeur vastgesteld door de Minister. De WTv kent de bevoegdheid tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden dus uitdrukkelijk toe aan de Minister maar verlangt daarbij betrokkenheid van twee andere organen. De RvC moet zijn gehoord en voorafgaande goedkeuring van de Raad van Ministers is vereist. Voorshands is voldoende aannemelijk dat de arbeidsovereenkomst van 1 november 2021, voor zover daarin is beoogd de uitoefening van het directeurschap na afloop van de in artikel 2 lid 2 WTv bepaalde benoemingstermijn te laten voortduren, op gespannen voet staat met de in de WTv neergelegde bevoegdheids- en continuïteitsregeling. Daarbij weegt mee dat artikel 4 lid 4 WTv de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden uitdrukkelijk opdraagt aan de Minister, gehoord de Raad en na voorafgaande goedkeuring van de Raad van Ministers, terwijl voorshands niet is gebleken dat die procedure is gevolgd. Of dit leidt tot nietigheid of een ander rechtsgevolg als bedoeld in artikel 3:40 BW vergt nader onderzoek en is voorbehouden aan de bodemrechter. Hangende die beoordeling rechtvaardigt de ontstane rechtsonzekerheid een voorlopige voorziening, inhoudende dat de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, voor zover deze strekt tot voortzetting van het directeurschap en de daaraan verbonden bevoegdheden na 20 oktober 2026, voorlopig buiten werking wordt gesteld.
4.7. Nu het directeurschap van Jap-A-Joe geacht moet worden van rechtswege te zijn geëindigd door het verstrijken van benoemingstermijn van vijf jaar, is ze onbevoegd om in die hoedanigheid in naam van TAS, rechtshandelingen te verrichten. Haar vorderingen om zich als directeur uit te geven zullen daarom worden afgewezen. Vanwege beëindiging van het directeurschap is ze evenmin bevoegd zich in die hoedanigheid te bevinden in het gebouw van de TAS. Het door TAS ter zake gevorderde zal daarom worden toegewezen als in het dictum te melden. Die beëindiging brengt met zich dat ze gehouden is tot bestuursoverdracht waartoe ze ook zal worden veroordeeld. Niet is gesteld door TAS dan wel gemotiveerd waarom haar een verbod zou moeten worden opgelegd om zich binnen een straal van 20 meter van de TAS te bevinden en zal die vordering daarom worden afgewezen.
Proceskosten in CIVAR no. 202604246
4.8. Jap-A-Joe zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van de Staat c.s. Deze kosten worden aan de zijde van de Staat c.s. begroot op het geliquideerde gemachtigdesalaris in kort geding van SRD 13.500,-.
Proceskosten in CIVAR no. 202604249
4.9. Jap-A-Joe zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van de TAS. Deze kosten worden aan de zijde van TAS begroot op:
– vastrecht SRD 50,-
– oproepingskosten SRD 5.000,-
– het geliquideerde gemachtigdesalaris in kort geding SRD 13.500,-
In totaal SRD 18.550,-.
Uitvoerbaarverklaring bij voorraad
4.10. Nu de aard van de toegewezen voorzieningen en de omstandigheden van het geval meebrengen dat TAS belang heeft bij onmiddellijke uitvoering daarvan, terwijl niet is gebleken van zwaarwegende belangen aan de zijde van Jap-A-Joe die zich daartegen verzetten, zal het vonnis uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
5. De beslissing
De kantonrechter in kort geding
in CIVAR no. 202604246:
5.1. wijst de vorderingen van Jap-A-Joe af;
5.2. veroordeelt Jap-A-Joe in de proceskosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van de Staat c.s. begroot op SRD 13.500,- (dertienduizend vijfhonderd Surinaamse dollar);
in CIVAR no. 202604249
5.3. verbiedt Jap-A-Joe om in naam van de TAS enige handeling te verrichten, op straffe van een dwangsom van SRD 10.000,- (tienduizend Surinaamse dollar) voor elke keer dat zij handelt strijdig met deze beslissing tot een maximum van SRD 1.000.000,- (een miljoen Surinaamse dollar);
5.4. gebiedt Jap-A-Joe het gebouw van de TAS gelegen aan de Flustraat binnen 1 x 24 uur na de uitspraak te verlaten met medeneming van haar beveiligers en verbiedt haar dat gebouw nog te betreden;
5.5. machtigt de RvC van de TAS om ten aanzien van het onder 5.4. besliste, de hulp van de sterke arm in te roepen;
5.6. veroordeelt Jap-A-Joe om binnen 1 x 24 uur na de uitspraak aan de RvC van de TAS af te geven c.q. over te dragen:
a. alle lopende bestuurlijke, operationele, financiële, juridische en personele dossiers;
b. alle lopende correspondentie, besluiten, overeenkomsten, verplichtingen, aanvragen, procedures en overige aangelegenheden die nog behandeling, uitvoering, opvolging of besluitvorming vereisen;
c. een actuele stand van zaken van lopende projecten, vergunning- en concessietrajecten, geschillen, gerechtelijke procedures, internationale verplichtingen en overige materiële aangelegenheden;
d. alle relevante financiële informatie, bank- en ondertekening dossiers, lopende betalingsverplichtingen, vorderingen, contractuele verplichtingen en overige stukken die voor de voortzetting van het bestuur noodzakelijk zijn;
e. alle fysieke en digitale bestuurs-, administratieve en institutionele bescheiden die onder haar beheer, verantwoordelijkheid of feitelijke beschikking berusten;
f. alle bedrijfsmiddelen, sleutels, toegangsmiddelen, beveiligingsmiddelen, institutionele autorisaties, voertuigen, telefoons, computers, apparatuur en overige aan TAS toebehorende zaken die zich onder haar beheer of verantwoordelijkheid bevinden;
g. alle wachtwoorden, toegangscodes en overige gegevens die noodzakelijk zijn om de continuïteit van institutionele systemen, accounts en voorzieningen van de TAS te verzekeren, voor zover overdracht daarvan overeenkomstig de geldende informatiebeveiligingsvoorschriften dient plaats te vinden;
h. alle overige informatie, bescheiden en zaken waarvan kennis of beschikbaarheid redelijkerwijs noodzakelijk is voor een ononderbroken voortzetting van het bestuur en de bedrijfsvoering van de TAS;
5.7. bepaalt dat bij niet nakoming van de veroordeling van het onder 5.6. a tot en met h besliste, Jap-A-Joe aan de TAS een dwangsom verschuldigd zal zijn van SRD 5.000,- (vijfduizend Surinaamse dollar) voor elk dag dat zij mocht weigeren aan de veroordeling gevolg te voldoen tot een maximum van SRD 1.000.000,- (een miljoen Surinaamse dollar);
5.8. stelt de arbeidsovereenkomst d.d. 1 november 2021 gesloten tussen Jap-A-Joe en een gewezen president-commissaris van de TAS buiten werking totdat in een door de TAS of Jap-A-Joe in te stellen bodemprocedure over de nietigheid c.q. rechtsgeldigheid hiervan zal zijn beslist;
5.9. veroordeelt Jap-A-Joe in de proceskosten tot op heden aan de zijde van de TAS begroot op SRD 18.550,- (achttienduizend vijfhonderdvijftig Surinaamse dollar);
in CIVAR no. 202604246 en CIVAR no. 202604246:
5.10. verklaart dit vonnis ten aanzien van het onder 5.2 tot en met 5.9 besliste, uitvoerbaar bij voorraad;
5.11. wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen en ter openbare terechtzitting uitgesproken op 26 oktober 2026 te Paramaribo door de kantonrechter in kort geding in het eerste kanton, mr. R.M. Praag, in aanwezigheid van de griffier.