Op 16 april 2026 behandelde de kantonrechter de strafzaak tegen de verdachten A.O., S.D., E.B., R.T., G.R., G.B., D.P., O.Z. en L.G. Zij worden beschuldigd van het overtreden van de Wet Verdovende Middelen, in het bijzonder de uitvoer van circa 500 kilo cocaïne, aangetroffen in een ruimte achter de cockpit van een toestel van de SLM waar de boordcomputers zich bevinden. De zaak stond voor de dupliek van de advocaten in de strafzaak van de verdachten G.R. en O.Z. en het laatste woord van deze verdachten.
De raadsman van de verdachte G.R. heeft de dupliek gehouden. Volgens de raadsman is er geen bewijs geleverd voor het feit medeplegen en vroeg hij de kantonrechter om de verdachte vrij te spreken van de gehele tenlastelegging.
De raadsman van de verdachte O.Z. heeft tijdens de dupliek gepersisteerd bij hetgeen reeds is aangehaald tijdens het pleidooi en vroeg de kantonrechter om de verdachte vrij te spreken van de gehele tenlastelegging wegens gebrek aan bewijs.
Hierna heeft de verdachte G.R. het laatste woord gevoerd. Hij gaf aan dat hij onschuldig vastzit door een handeling die hij in opdracht van zijn supervisor heeft uitgevoerd.
De verdachte O.Z. heeft bij het laatste woord aangegeven dat hij volledig staat achter wat zijn raadsman naar voren heeft gebracht.
Op 20 mei 2026 zal de kantonrechter uitspraak doen in deze strafzaak.
Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-strafzaak-500-kilo-cocaine-in-cockpit-van-slm-toestel-van-11-maart-2026/
Paramaribo, 17 april 2026
Communicatie Unit Hof van Justitie