23 januari 2026
Tijdens het congres gehouden op 22 januari 2026 hebben het Hof van Justitie, het Openbaar Ministerie en de Nationale Assemblee discussies gevoerd over het instellen van een derde rechterlijke instantie alsook de versterking van het Openbaar Ministerie. Het congres had als doel om tools aan te reiken zodat er tot een goede besluitvorming kan worden gekomen over de modernisering van de Rechterlijke Macht.
In het eerste blok werden er inleidingen verzorgd over het thema ‘Visie met betrekking tot de instelling, inrichting en werking van een derde instantie’. De inleidingen werden verzorgd door mr. dr. H. Fernandes Mendes, mr. S. Essed, mr. L. Valk, mr. Y. Buruma en Caribbean Court of Justice (CCJ). Het CCJ werd vertegenwoordigd door de President honorable Mr. Justice W. Anderson, honorable Mr. Justice P. Jamadar en G. Figaro-Jones.
Fernandes Mendes, die zich intensief bezighoudt met de constitutionele ontwikkelingen in Suriname, sprak tijdens zijn inleiding over de voor- en nadelen van de instelling van een derde instantie en ook de vormgeving daarvan. Hij is er voorstaander van dat bij de instelling de grondwettelijke relatie met de twee andere machten wordt bevestigd. Ook pleit hij ervoor dat de positie van het Constitutioneel Hof wordt betrokken bij de verschillende wetsvoorstellen en dat deze gelijktijdig worden behandeld. Volgens Fernandes Mendes zal hiermee voorkomen worden dat de Grondwet en andere wetten de Rechterlijke Macht aangaande binnen korte termijn wederom wijziging behoeven.

Een deel van de aanwezigen tijdens het congres
Essed, die namens de Surinaamse Orde van Advocaten (SOVA) haar betoog hield, ging in op de verschillen tussen het instellen van een eigen derde rechterlijke instantie en de aansluiting bij het CCJ. Volgens haar kan het document dat de SOVA heeft opgemaakt helpen bij de institutionele keuzes die er gemaakt moeten worden en vloeien daaruit ook voort de rechtsstatelijke randvoorwaarden waaraan voldaan moet worden.
Valk ging in zijn presentatie in op de functies die deze derde instantie zou moeten gaan vervullen en waarmee er rekening moet worden gehouden bij de inrichting ervan. Volgens hem kan de instelling van de derde instantie zorgen voor rechtsontwikkeling, rechtseenheid, rechtsbescherming en het vergroten van het vertrouwen in de rechtsstaat. Valk is sinds 2004 betrokken als docent bij de opleiding van rechters en schrijfjuristen in Suriname. Daarnaast heeft hij diverse cursussen en masterclasses verzorgt over het Nieuw Burgerlijk Wetboek en is hij lid van de adviesraad van het Surinaams Juristenblad en van het comité van aanbeveling van de Stichting Vrienden van het Surinaams Recht.
Tijdens zijn inleiding ging Buruma, die gepensioneerd raadsheer van de Hoge Raad der Nederlanden is, in op enkele bijzonderheden in strafrechtelijke zaken bij de invoering van een derde instantie waarbij het belang van onafhankelijke rechtspleging voorop staat. Ook sprak hij over het invoeren van een verlofstelsel en het eventueel instellen van een parket bij deze instantie.

De moderator C. Jadnanansingh luistert samen met de leden van het panel naar de vragen uit de zaal
Het CCJ ging tijdens hun presentatie in op de mogelijkheden voor Suriname om gebruik te maken van de derde instantie van het CCJ en de positie van het CCJ in de regio en internationaal. Zij gaven ook een volledige uiteenzetting hoe de derde instantie (het Surinaams Hooggerechtshof) bij het CCJ eruit zou kunnen gaan zien, volledig ingericht naar de civil law traditie met civil law rechters uit de rechtsfamilie te procederen in het nederlands met zittingsplaats ook in Paramaribo.
Het tweede blok ging over het thema ‘Inrichting en werking van een gemoderniseerd Openbaar Ministerie’. Tijdens deze blok zijn er inleidingen verzorgd door mr. G. van der Burg, mr. G. Paragsingh en mr. E. Bos.
Inleider Van der Burg, die Procureur-Generaal was bij het College van Procureur-Generaals in Nederland, ging in op de totstandkoming en werking van het College van Procureur-Generaals van het Openbaar Ministerie in Nederland met nadruk op het gevolg ervan waarbij er dus ook reorganisatie van het Openbaar Ministerie nodig was. Verder zoomde hij ook in op de wettelijke regeling en de verhouding tussen het College en de Minister van Justitie en Veiligheid in Nederland.

V.l.n.r. mr. S. Essed, mr. G. Paragsingh, mr. E. Bos, mr. dr. H. Fernandes Mendes, hon. mr. Justice P. Jamadar, ms. G. Figaro-Jones en mr. dr. L. Valk
De procureur-generaal van Suriname, Paragsingh, gaf in haar inleiding een weergave van de huidige inrichting en samenstelling van het Openbaar Ministerie. Ook gaf zij een uiteenzetting hoe het Openbaar Ministerie de moderne inrichting voor ogen ziet. Volgens haar is een roulerende procureur-generaal, verruiming van advocaten-generaals en de instelling van een raad ter ondersteuning van het parket de ideale situatie.
Bos, die werkzaam is als Coördinerend Advocaat-Generaal bij het Parket van de Procureur-Generaal in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, ging in op de organisatiestructuur, de taken, bevoegdheden, benoemingen en interne afspraken die gelden binnen het OM Carib. Ook sprak zij over het vervolgingsbeleid en de samenwerking tussen de Procureur-Generaals binnen het Koninkrijk der Nederlanden en de uitdagingen daarbij.
De tools die zijn voortgevloeid uit het congres en nodig zijn voor verdere besluitvorming zijn in een document opgenomen dat zal worden gedeeld met de verschillende betrokken actoren.