Uitspraak kort gedingzaak Real Moengotapoe e.a. tegen SVB van 2 mei 2025

Op 2 mei 2025 heeft de kortgedingrechter uitspraak gedaan in de civiele zaak die was aangespannen door Real Moengotapoe en anderen als eisers, tegen de Surinaamse Voetbal Bond (SVB).

De eisers vorderden dat de kantonrechter voorzieningen treft zodat zij als lid van de SVB  mogen deelnemen aan de verkiezingen van de SVB die gehouden zouden worden op 2 mei 2025. Zij vorderden daarnaast, als het eerste niet kon worden toegewezen, dat de SVB zou worden gelast om de voorgenomen bestuursverkiezingen van 2 mei 2025 te schorsen totdat in een bodemprocedure het lidmaatschap en de stemgerechtigheid van eisers is komen vast te staan. Ook vorderden zij dat aan een veroordeling een dwangsom zou worden verbonden.

Van de SVB heeft zowel de voorzitter als het bestuur verweer gevoerd. In het verweer is onder andere ingegaan op de verschillende artikelen van de Statuten met betrekking tot het royeren van leden, de beroepscommissie, de regels rond de degradatie en de oude en de nieuwe statuten van de SVB.

De kantonrechter heeft beslist dat de SVB de voorgenomen bestuursverkiezing van 2 mei 2025 dient op te schorten totdat een definitieve beslissing is genomen over het lidmaatschap van eisers bij de SVB door een daartoe bevoegde instantie, onder verbeurte van een dwangsom van SRD 50.000,- voor iedere dag dat zij weigert gevolg te geven hieraan. Ook is de SVB veroordeeld in de proceskosten.

De kantonrechter heeft onder andere overwogen dat de vraag over het lidmaatschap van eisers niet alleen op grond van de regels voortvloeiende uit de statuten beantwoord moet worden, doch dat daarbij mede moeten worden meegenomen de regels van redelijkheid en billijkheid. Dit omdat er mogelijk door de inwerkingtreding van de statuten na publicatie in augustus 2024 en de opschorting daarvan in oktober 2024 onduidelijkheden zijn ontstaan niet alleen onder de leden van de SVB, maar zelfs binnen het bestuur van de SVB. Daar komt bij dat eisers zijn aangeschreven als leden om aan hun contributieplicht te voldoen, hetgeen zij ook hebben gedaan. De kantonrechter heeft voorts overwogen dat de verdeeldheid binnen de SVB ook tot verwarring leidt. Deze verdeeldheid kan niet ten nadele werken van de leden. Immers, indien de leden een schrijven ontvangen van de voorzitter van de SVB mogen zij erop vertrouwen en er vanuit gaan dat zulks als een schrijven van de SVB kan worden aangemerkt.

De kantonrechter overwoog dat de status van eisers bij de SVB moet worden vastgesteld. Het is dan ook redelijk en billijk dat aan hen de gelegenheid wordt geboden om de daarvoor bestemde procedure op te starten.

Naar het oordeel van de kantonrechter is de uitkomst van de op te starten procedure van belang voor de toetsing van de rechtsgeldigheid van de afkeuring van één van de kandidatenlijsten, namelijk de lijst Oldenstam. Omdat een ieder belang heeft bij eerlijke en transparante verkiezingen binnen de SVB,  dient dit belang te prevaleren boven elk ander.

 

Paramaribo, 28 mei 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie