Uitspraak kortgedingzaak Personeelsbond Havenbeheer tegen N.V. Havenbeheer van 17 juli 2025

Op 17 juli 2025 heeft de kantonrechter uitspraak gedaan in de kortgedingzaak die was aangespannen door de Bond van Personeel in Dienst van N.V. Havenbeheer Suriname (de Bond) tegen N.V. Havenbeheer Suriname (de NV). Bij deze zaak ging het over de aantrekking van een persoon voor de functie van onderdirecteur. De persoon die door de directie zou worden aangetrokken was niet werkzaam bij de NV. De Bond heeft bezwaar aangetekend en onder meer aan de directie gevraagd om de benoeming aan te houden zolang niet is voldaan aan hetgeen gesteld is in artikel 5.1 van de CAO. In artikel 5.1 van de CAO staat onder andere dat bij de invulling van leidinggevende functies voorrang zal worden gegeven aan personen die geschikt zijn en bij de NV werkzaam zijn.

De Bond vorderde onder andere dat de kantonrechter N.V. Havenbeheer Suriname verbiedt om een externe kandidaat in dienst te nemen voor de functie van onderdirecteur, zolang er geen interne sollicitatieprocedure heeft plaatsgevonden conform de geldende CAO en dat de NV wordt gelast om een interne sollicitatieprocedure op te starten en te doorlopen zodat werknemers binnen het bedrijf ook de gelegenheid krijgen om te solliciteren naar de functie.

De NV heeft in haar verweer aangevoerd dat de functie al jaren vacant is en dat er nimmer interne sollicitaties naar de functie zijn gedaan of ambities kenbaar zijn gemaakt door medewerkers. Volgens de NV is ook niet gebleken dat de vereiste expertise en ervaring aanwezig is binnen de organisatie. Ook is aangevoerd dat de Bond zich diende te wenden tot de Bemiddelingsraad voor geheel Suriname. De NV voerde verder aan dat de functie al vanaf 1 mei 2025 is ingevuld. De vordering is op 6 mei 2025 door de Bond ingediend en kan daarom niet meer worden toegewezen.

De kantonrechter heeft de Bond niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering en veroordeeld om de proceskosten te betalen.

Volgens de kantonrechter is zij wel bevoegd om een beslissing te nemen in een zaak als partijen dat vorderen, ook al is arbitrage via de Bemiddelingsraad overeengekomen. Het hangt in zo een geval af van de spoedeisendheid van de vordering. Verder oordeelde de kantonrechter dat de vordering van de Bond niet kan worden toegewezen omdat bij de indiening van de vordering op 6 mei 2025 de functie reeds was ingevuld. Een verbod om iemand in dienst te nemen nadat de persoon in dienst is genomen, is niet mogelijk.

De kantonrechter heeft met betrekking tot hetgeen de Bond in deze rechtszaak naar voren had gebracht, ten overvloede overwogen dat de NV in strijd heeft gehandeld met artikel 5.1 van de CAO door niet eerst intern een sollicitatieprocedure op te starten. Ook overwoog de kantonrechter dat de NV niet  aannemelijk heeft gemaakt dat er geen kandidaten beschikbaar waren binnen de organisatie die voldoen aan het profiel, omdat de procedure neergelegd in de CAO waaruit zou moeten blijken of er personen in de organisatie aanwezig zijn die voldoen aan het profiel, niet is gevolgd.

 

Paramaribo, 22 augustus 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie