Op vrijdag 30 januari 2026 heeft de krijgsraad uitspraak gedaan tegen de verdachte D. Veira. De strafzaak heeft betrekking op een poging om R. Cairo van zijn vrijheid te beroven. De verdachte was toen als directeur van het Directoraat Nationale Veiligheid (DNV) aangesteld en volgens het slachtoffer degene die de opdracht zou hebben gegeven om hem te ontvoeren.
Aan de verdachte werden de feiten medeplegen van gijzeling, poging tot vrijheidsberoving, huisvredebreuk en het onbevoegd verstrekken van wapenpasjes en wapens tenlastegelegd. De Krijgsraad heeft de verdachte vrijgesproken van de gehele tenlastelegging.
De Krijgsraad oordeelde dat er onvoldoende bewijs bestond dat het om een DNV operatie ging. Alleen één veroordeelde medeverdachte verklaarde dat de verdachte Veira gebeld kon worden, terwijl andere ondersteunende aanwijzingen ontbraken. Ten aanzien van de wapenpasjes overwoog de Krijgsraad dat het binnen DNV vaker voorkwam dat informanten en burgers van wapens en pasjes werden voorzien. Hierbij werd verwezen naar een brief van de President van de Republiek Suriname in het dossier, waarbij het verzoek werd gedaan aan DNV om aan een burger wapens te verstrekken. Het is daarom onredelijk de verdachte hiervoor als enige strafrechtelijk verantwoordelijk te houden. Op grond van deze overwegingen oordeelde de Krijgsraad dat de verdachte niet strafbaar is en werd zij ontslagen van alle rechtsvervolging.
Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-krijgsraad-strafzaak-verdachte-veira-van-3-11-18-en-28-november-en-15-en-22-december-2025/
Paramaribo, 4 februari 2026
Communicatie Unit Hof van Justitie