SRU-HvJ-2002-9

  • Instantie Hof van Justitie
  • Zaaknummer Onbekend
  • Uitspraakdatum 18 oktober 2002
  • Publicatiedatum 11 september 2026
  • Rechtsgebied Civiel recht
  • Inhoudsindicatie

    Op verzoek van de houder van het woordmerk “Frico” van een Nederlandse vennootschap, wordt de inschrijving van het beeldmerk “Frisco” van een vennootschap uit de Verenigde Staten nietig verklaard vanwege verwarringsgevaar, omdat beide merken worden gebruikt voor dezelfde soort handelswaren. Het merk “Frico” staat in Suriname bekend als het merk van verzoekster en wordt daar al sinds 1969 gebruikt.

Uitspraak

HET HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME:

Gezien het door FRIESLAND BRANDS B.V., rechtspersoon, gevestigd te Leeuwarden, Nederland, kantoorhoudende aan de Pieter Stuyvesantweg 1, 8937 AC Leeuwarden, Nederland, ten deze domicilie kiezende te Paramaribo aan de Mr.F.H.R.Lim A Postraat no.1, bij het Advocatenkantoor Lim A Po, verzoekster, voor wie als gemachtigde optreedt Mr.B.A.Halfhide, Advokaat, op 14 januari 2000 ingediend verzoekschrift, gedagtekend 13 januari 2000, strekkende tot nietigverklaring  op de daarin gevorderde gronden van de inschrijving onder nummer 11557 in de openbare registers van het Bureau voor de Industriële Eigendom in Suriname, gedaan ten verzoeke van FRISCO FOODS CORPORATION, gevestigd en kantoorhoudende aan de  1209 Orange Street Wilmington, in de Staat Delaware, codenummer 19801, Verenigde Staten van Amerika, verweerster, blijkens de publikatie in de aflevering van het Bijblad behorende bij het Advertentieblad van de Republiek Suriname van vrijdag 16 april 1999 onder nummer 11.557 van het beeldmerk Frisco; verweerster heeft taal noch teken van zich laten horen;

Gezien de overige stukken van het geding; de inhoud dier stukken wordt als in deze beschikking letterlijk herhaald en geinsereerd aangemerkt;

Gehoord verzoekster bij monde van haar gemachtigde Mr.B.A.Halfhide, die daarbij heeft overgelegd een comparitievolmacht de dato: meppel, 18 juni 2002 met bijlage; wordende de inhoud dezer produkties eveneens hier als ingelast beschouwd;

Overwegende, dat ten processe is komen vast te staan, dat de Coöperatieve Melkproductenbedrijven ”Noord-Nederland ” B.A, voorheen geheten Friesche Coöperatieve Zuivel Export Vereeniging FRICO, op 16 januari 1969 als eerste het merk, FRICO, overeenkomstig de artikelen 4 en 5 van de Wet op de Industriële Eigendom, in de daartoe bestemde openbare registers van het Bureau voor de Industriële Eigendom in Suriname heeft ingeschreven onder no.6220 zulks ter onderscheiding van haar handelswaren; dat bij akte verleden ten overstaan van Mr.Dirk Caminada, notaris te Rijswijk, Nederland, de dato 23 november 1990 de Coöperatieve Melkproductenbedrijven  ”Noord-Nederland” B.A. een fusie is aangegaan, waarbij Friesland (Frico Domo) Coöperatie B.A. de verkrijgende rechtspersoon is geworden van het Industriële Eigendomsrecht van het merk Frico, hetgeen op 3 juni 1991 gemeld is bij het Bureau voor de Industriële  Eigendom in Suriname; 

dat bij akte van 25 januari 1996 Friesland (Frico Domo) Coöperatie B.A. haar handelsmerk no.6220 woordmerk Frico heeft overgedragen aan Friesland Brands B.V.; 

dat deze overdracht meegedeeld is aan het Bureau voor de Industriële Eigendom in Suriname; 

dat voormelde inschrijving no.6220 telkenmale is vernieuwd, laatstelijk op 30 maart 1999; dat ten verzoeke van verweerster door het Bureau voor de Industriële Eigendom in Suriname op 16 april 1999 onder nummer 11.557 is ingeschreven het beeldmerk ”Frisco” voor haar handelswaren, vermeld in het zijdens verzoekster overgelegd desbetreffend bijblad waarvan de inhoud als als hier ingelast wordt aangemerkt;  

Overwegende, dat verzoekster nietigverklaring van voormelde inschrijving vordert op grond dat zij in 1969 het merk Frico als eerste in Suriname gebruikt heeft en steeds onafgebroken alhier verder gebruikt ter onderscheiding van haar waren, vermeld op de lijst waarvan de inhoud als hier ingelast wordt aangemerkt; 

dat het woordmerk Frisco in hoofdzaak overeenstemt met het aan haar -verzoekster- toekomend merk Frico en waarop zij op grond van het in het 3e en 6e ”sustenu” van het verzoekschrift gestelde, welk gestelde als hier letterlijk herhaald en geinsereerd wordt aangemerkt, het uitsluitend recht heeft, terwijl beide merken voor nagenoeg dezelfde handelswaren gebruikt worden; 

dat het gebruik van het handelsmerk Frisco verwarring wekt ten opzichte van het handelsmerk Frico nu beide merken voor dezelfde soort van waren worden gebruikt; 

dat zeker is, dat het merk Frico in Suriname bekend staat als het merk van verzoekster; 

dat zij, verzoekster houder is van het merk Frico in verschillende landen;

Overwegende, dat verzoekster ter adstructie van haar voormelde stellingen heeft aangevoerd;               

dat zij als rechtspersoon burger is van het Koninkrijk der Nederlanden en aangezien die Staat en Suriname partij zijn bij het Herzien Internationaal Verdrag van Parijs van 20 maart 1883 tot bescherming van de Industriële Eigendom (Stockholm, 14 juli 1967) is zij -verzoekster- gerechtigd tot het genot van de voordelen van dat Verdrag;

Overwegende, dat nu het voorgaande op generlei wijze weersproken is en mitsdien als rechtens vaststaand dient te worden aangenomen, kan het verzoek van verzoekster als op de wet gegrond worden toegewezen;

B E S C H I K K E N D E:

Verklaart nietig de inschrijving van het beeldmerk ”Frisco”  van handelswaren, gedaan op verzoek van verweerster door het Bureau voor de Industriële Eigendom in Suriname, gepubliceerd in het bijblad behorende bij het Advertentieblad van de Republiek Suriname van 16 april 1999 onder nummer11.557;

Aldus gegeven door: Mr.J.R.VON NIESEWAND, Waarnemend President, Mr.A.I.RAMNEWASH en Mw.Mr.Drs.C.C.L.A.VALSTEIN-MONTNOR, Leden  en door de Waarnemend President uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof van Justitie van VRIJDAG, 18 OKTOBER 2002, in tegenwoordigheid van Mr.M.E.Van Genderen-Relyveld, Substituut-Griffier.        

w.g.M.E.Van Genderen-Relyveld            w.g.J.R.Von Niesewand

Bij de uitspraak ter terechtzitting is verschenen de gemachtigde van verzoekster, advokaat Mr.B.A.Halfhide, terwijl de gerekesteerde noch bij vertegenwoordiger, noch bij gemachtigde is verschenen.